Zondag 28/11/2021

De lamgelegde praal van Luxor, Karnak en Cairo

Op 17 november vorig jaar werd in het Dal der Koninginnen in Luxor een gewapende aanslag gepleegd. Er vielen 68 doden, van wie 58 buitenlanders, meestal Zwitsers. Egypte werd getroffen in zijn zachte onderbuik, het toerisme. Dat was klaarblijkelijk ook de bedoeling van de aanslagplegers, zes studenten die zich het kruim van de islam waanden en daarom het predikaat 'islamistisch' (in tegenstelling tot islamitisch) verdienen. Zij werden allen gedood na de aanslag, in omstandigheden die nog niet geheel zijn opgehelderd.

Het effect in het buitenland was onmiddellijk voelbaar. Reisbureaus, touroperators en luchtvaartmaatschappijen evacueerden massaal hun klanten, betaalden nooit geziene sommen terug en boden compensaties aan waarbij zelfs de strengste onderzoekers van Test-Aankoop ongelovig de wenkbrauwen fronsten. Kortom, het was een uitgelezen tijd voor journalisten om zich naar Egypte te begeven, zodat vliegtuigen, hotels, musea toch niet geheel de schijn zouden wekken zonder volk te zijn gevallen. Aldus bevond zich daar tijdens de eindejaarsperiode, op uitnodiging van een pientere Brugse touroperator, het kruim van de Belgische pers: een dozijn mensen onder wie een baby van vijf maanden. Wie durft nog te zeggen dat Luxor niet veilig is? Op de Nijl bewegen zich een paar feloeka's, schuitjes met een driehoekig zeil, waarbij 'bewegen' eigenlijk een overstatement lijkt. In de schaduw langs de oever grazen twee kamelen, sorry, dromedarissen. En bij valavond zal een handjevol gasten genieten van de zonsondergang over het water, begeleid door het juiste volume Beethoven en Mozart, opklinkend uit boxen die deskundig zijn neergezet door de hoteldirectie. Dit is Luxor, Opper-Egypte. Eind december is het hoogseizoen, de temperatuur overdag zit rond 25 graden. Normaliter zou het hier moeten krioelen van Japanners, Amerikanen, Duitsers plus andere passanten die tuk zijn op zon en cultuur. Echter, Crocodile Island - zo heet deze enclave in de stroom, hoewel er van Aswan tot Alexandrië geen waterschubdier te bekennen valt - is in diepe rust gedompeld. Op de stroom liggen 250 cruiseboten werkloos te wachten, hooguit tien zijn nog in de vaart. De calèches die als taxi dienen staan in lange rijen te wachten op cliënten. Als er zich al enig toeristenleven wil ontplooien, zal het van onszelve moeten komen.

Onze gids, Abeer El Shahawy, een klein maar gedecideerd vrouwtje, heeft aanleg voor ironie. "Heren, houdt uw fototoestel klaar. Hier lagen de bloedplassen die via de televisie de wereld rond zijn gegaan." Wij bevinden ons op de tweede etage van de tempel van Hatsjepsoet, de enige vrouwelijke farao in de duizenden jaren tellende geschiedenis van het machtige Egypte. Misschien identificeert Abeer zich, zoals het een goede gids betaamt, met haar onderwerp? Zij is in elk geval een goede gids.

Het verhaal van Hatsjepsoet is fascinerend. We praten nu over het Nieuwe Rijk, de 18de dynastie (dezelfde als die van Toetanchamon), de 15de eeuw voor Christus. Bij de dood van haar vader, Toetmoses I, was Hatsjepsoet de enige erfgename. Probleem. Alleen mannelijke opvolgers konden de troon bestijgen. Hatsjepsoet trouwt deswegen met haar halfbroer Toetmoses II, om zijn aanspraken te legaliseren. De man komt schielijk te overlijden. Zijn opvolger is de zoon uit het halfincestueuze huwelijk, Toetmoses III. Hij is nog een peuter, zijn moeder treedt op als regente en later als koningin. Zij regeert ongeveer twintig jaar, met zachte maar gedecideerde hand. Ze wordt afgebeeld met een valse baard, bij gebrek aan een echte. Later, in Cairo, zullen wij haar beeltenis, ongemeen vrouwelijk ondanks baard, aantreffen in het museum, samen met stukken van haar sarcofaag. Tot zover deze geschiedenis in een notendop.

In normale omstandigheden zouden wij op dit tijdstip en op deze plaats over de koppen moeten lopen. Toch is het plein voor de tempel in Luxor niet geheel verlaten. Egyptische schoolmeisjes zijn met hun lerares op bezoek. "Hello, sir." Ik krijg bij de stralende glimlach ook spontaan een warm handje aangeboden. Nog nooit van Dutroux gehoord, zeker? Wij komen uit een land waar de rijkswacht meer bezig is met het opgraven van dode meisjes dan met het beschermen van de levende. De Egyptische flik die, pistool op de heup, geacht wordt ons te beschermen, geeft geen kik. Misschien heb ik zelf wel wat aanleg tot cynisme?

Als wij ons verplaatsen naar de machtige zuilenrijen van Karnak, of waarheen ook, wordt onze autocar voorafgegaan en soms ook gevolgd door een politiewagen, compleet met zwaailichten, sirenes en kalasjnikovs. Dat verhoogt, zegt ons later de minister van toerisme, het subjectieve gevoel van veiligheid. Objectief gezien vergemakkelijkt het alleen maar de taak van potentiële terroristen, zo hoeven zij niet te zoeken naar (schaarse) bussen met toeristen. Maar het is een zeurpiet die daar om maalt. Ons collectief veiligheidsgevoel zal nooit in het gedrang komen, ook niet in de hoofdstad Cairo. Van cynisme gesproken. Wie zou niet cynisch worden bij het aanschouwen van de Cairotische voorstad Heliopolis, bijna integraal opgetrokken in opdracht van de Belgische baron Empain, die rond de eeuwwisseling hier samen met een compleet spoorwegnet zijn riante zonnevilla annex kathedraal installeerde? Twintig jaar geleden vertoefde ik hier voor het laatst, toen was het nog een oase van rust, enigszins vervallen en vrijwel verlaten. Nu is het een even drukke als dure woonwijk geworden. Ook bij het weerzien met de piramides sla ik steil achterover van verbazing. Waar vroeger alleen maar zand was, staan nu chique appartementen in het groen, hotels met uitzicht op Cheops en Kefren, zo hoeft de welgestelde gast niet eens het zwembad te verlaten om een visuele schep historisch besef op te doen. Om een foto van de piramides te kunnen maken waar geen huizen mee op staan, moet je een paar kilometer de woestijn inrijden en je verbergen achter een heuvel. Dat doen we dan maar. Gelukkig is er niet geraakt aan het enige hotel dat er vroeger al stond: het beroemde en nog steeds riante Mena House, uitgebreid ten behoeve van de Franse keizerin Eugénie - die er precies één nacht vertoefde, bij de opening van het Suezkanaal in 1869. Sedertdien heeft hier meer schoon volk gelogeerd. Winston Churchill en generaal Montgomery hebben hun naam aan een suite gegeven. Ook filmsterren als Mia Farrow, David Niven en Peter Ustinov waren welkom, bij het draaien van de film ''Death on the Nile' naar Agatha Christie. Maar het beroemdst is Mena House geworden omdat de onderhandelingen tussen Egypte en Israel, na de Jom Kippoer-oorlog van 1973, grotendeels in dit hotel plaatshadden. "Hoe vaak bent u al in Egypte geweest," vraagt mij de onderdirecteur van het hotel, Goubran. Een keer of vijf. "En hoe vaak in het Mena House?" Dit is mijn eerste keer. "Dan was u voorheen nog nooit in Egypte," zegt hij zonder een spier te vertrekken. Merkwaardige vogels logeren hier. Ene Lothar, een Duitser die zijn familienaam niet vrij wil geven, houdt een opmerkelijk én opgemerkt exposé over de aanslag in Luxor. De verzamelde staf van het hotel en de Vlaamse journalisten luisteren met stijgende verbazing. Volgens Lothar betrof het een complot tussen de Britse contraspionagedienst MI5 en de Amerikaanse CIA. Bewijzen? Nee, maar hoeft dat? De Nederlandse koningin Beatrix vertoefde in het land, op het moment van de schietpartij. Zegt dat niet genoeg? De terroristen doodden zichzelf en van de lijken werden de vingertoppen verbrand zodat ze niet herkend konden worden op grond van vingerafdrukken. Het zijn wildwestverhalen die nadien door Egyptische overheidsfunctionarissen op de meest formele wijze worden tegengesproken. Daarover dadelijk meer. Lothar ligt hier duidelijk goed in de markt en heeft wat aanhangers meegebracht. Hij blijkt een soortement goeroe te zijn, met bewondering voor de Tibetaanse Dalai Lama en een innige liefde voor de Maharishi Mahesh Yogi - ex-leermeester van de Beatles - die thans in het Nederlandse Vlodrop woont. Vandaar dus de link met Beatrix!? Lothar en zijn groep hebben toestemming verkregen om oudejaarsnacht in de Grote Piramide door te brengen. Op die wijze kunnen onhoorbare én ongehoorde intergallactische trillingen worden waargenomen.

De piramidologie lijkt aan een heropleving toe. Zelfs 'De Keuze van Dekeyser' - toch een ernstig programma van de openbare omroep - heeft het erover gehad. Het is waar: wij weten nog steeds niet hoe deze bouwsels in elkaar zijn geknutseld en waar ze feitelijk voor dienden. Koningsgraven? Nee maar, het is veel meer dan dat alleen. In de 19de eeuw reconstrueerde de Brit Taylor de 'heilige inch', die de bouwers volgens hem gebruikt hadden om alle afmetingen in en om de piramide van Cheops te bepalen. Zijn landgenoot Menzies 'ontdekte' in de gangen en kamers van de Grote Piramide een reusachtige kosmische tijdschaal. Volgens deze schaal wordt het einde der tijden in de 24ste eeuw gesitueerd. Anderen hadden op grond van dezelfde waarnemingen voorspeld dat Christus in het jaar 1953 op aarde zou wederkeren. Getuigen van Jehovah zijn wég van dit soort redenaties. De Britten stammen af van de Tien Verloren Stammen Israels, die ten tijde van Mozes in Egypte waren. Kortom, de bewoners van de Britse eilanden zijn het Uitverkoren Volk. Logisch, toch? Dit alles maar om te zeggen dat Lothar niet de eerste of de enige buitenlandse gek is die zich aan piramidale nonsens heeft begeven.

De ramadan begint, de islamitische maand van vasten en feesten. Overdag mag er niet gegeten, gedronken, gerookt en geneukt worden. Na zonsondergang verandert dat patroon aanzienlijk. Dan worden fastueuze banketten aangericht, auditief opgesierd door lokale zangeressen en begeleid met de geuren van de narguileh, de waterpijp. Deze geuren houden het midden tussen bloeiende abrikoos (misjmisj) en gedroogde kameelmest. Volgens mij overheerst het laatstgenoemde ingrediënt. De ramadan heeft een grote weerslag op het openbare leven. Neem de gigantische chaos die het Cairotische verkeer in de piekuren is. Na vijf uur in de avond, wanneer het donker is, kun je nu fluitend en tegen hoge snelheid op de stadsautowegen racen, want iedereen zit binnen, volop doende met de 'iftar', het eerste maal van die dag. De islam is een strikte godsdienst en hij verbiedt uitdrukkelijk het doden van mensen. Dat laatste wordt ons ingepeperd door Mohammed Aboe Greisha, vice-rector van de beroemde Al-Azharuniversiteit. Al-Azhar is zowat het Vaticaan van de islam. "Don't judge islam by this kind of behaviour," luidt Greisha's boodschap. De lui die de aanslag in Luxor op hun geweten hebben, kunnen zich onmogelijk moslim blijven noemen. Toeristen worden beschouwd als gasten. Gasten moet je goed ontvangen, niet ombrengen. Wie dat toch doet wordt de facto geëxcommuniceerd, zoals dat in de roomse kerk zou heten. De terroristen zijn alles behalve de supermoslims waar zij zich voor houden, zij worden uitgespuwd door de hele Egyptische gelovige gemeenschap, ja, door de islamwereld in zijn geheel. Dit statement is zwaarwichtiger dan het lijkt. Al-Azhar heeft ook openlijk de 'fatwa', het doodvonnis, van de Iraanse ayatollahs tegen schrijver Salman Rushdie afgekeurd. Indien deze fatwa binnenkort wordt opgeheven, waar sprake van is, zal dat in niet geringe mate te danken zijn aan de sjeiks van Al-Azhar.

Ondanks terreuraanslagen in 1993 en 1994 groeide de Egyptische toerismeindustrie tot ongekende hoogten. Een stijging met meer dan een kwart, echt fantastisch. Dr. Muhammad Mamdouh Ahmad Al Beltagi, Egyptisch minister van toerisme sedert 1993, steekt een nieuwe sigaret op. Als kopt (christen) hoeft hij de ramadan niet te respecteren. De waarheid wel. Hij is aan de Parijse Sorbonne afgestudeerd in de politieke wetenschappen en de economie. Hij heeft naast de Order of Merit (First Class) ook nog onderscheidingen uit Frankrijk, Duitsland, Spanje, Griekenland en Soedan. Beltagi heeft ook politiek de jongste aanslagen overleefd. In tegenstelling tot zijn collega van binnenlandse zaken - verantwoordelijk voor de veiligheid - is hij op zijn ministerpost gebleven. In het kabinet bekleedt hij een van de belangrijkste functies. Geen wonder, in een land waar het toerisme zorgt voor een groot deel van het nationaal inkomen. Hij ontvangt ons met de minzaamheid van een fluwelen spin. Van bij het begin is het duidelijk dat hij het onderwerpje 'aanslag in Luxor' niet leuk vindt. Alle begrip daarvoor, maar vragen zijn vragen en journalistiek is journalistiek. In The Egyptian Gazette, zeg ik, schrijft een van uw vooraanstaande hoogleraren, dr. Yehia Abdel Aal: 'Wie recruteert deze fanatiekelingen en wie traint ze om zulke riskante misdaden uit te voeren?" Een goede vraag, geeft de minister toe. En het antwoord?

Muhammad Beltagi: "Afghanistan speelt in dit verhaal een sleutelrol. Ten tijde van de Russische bezetting streed er, aan de zijde van de mudjaheddin, een aantal zogenaamde 'Arabische Afghanen'. Na afloop van de strijd zijn ze in een aantal Arabische en Europese landen terechtgekomen, met hun militaire en politieke ervaring. Het geld kwam en komt nog steeds van de miljardair Oussama Biladen, een man die zich nu in Afghanistan aan de zijde van de Taliban heeft geschaard. De uitvoerders van de aanslag waren Egyptenaren, de mensen achter de schermen zijn buitenlanders." Dat klinkt genuanceerder dan de versie van Lothar. En dat is het ook. Oussama Biladen, ook wel Ben-Ladin genoemd, is een dissident lid van het Saoedische vorstenhuis. Met zijn vorstelijke dollars steunt hij integristen en islamitische fundamentalisten, waar ook, maar bij voorkeur in Afghanistan. Dat de sharia, de islamitische wet, zowat overal grondwet wordt, is ongeveer zijn minimumeis. Hij wakkert met zijn geld het fanatisme aan.

Intussen lijdt de wieg van onze beschaving aanzienlijke financiële verliezen. Volgens de minister werd het aantal toeristen in 1997 optimistisch op 4,5 miljoen geraamd en minimalistisch op 4,1 miljoen. De vier miljoen is waarschijnlijk niet eens gehaald. En dan komt de knik in de curve, ook psychologisch. De bewindsman wordt boos.

Beltagi: "Ik begrijp het mechanisme van de westerse journalistiek niet. Waarom zo negatief? The west news is the best news??? Dat lijkt zowat het uitgangspunt. Drama bovenal. Ik begin te vrezen dat dit gesprek meer kwaad dan goed zal aanrichten, indien het gepubliceerd wordt. U doet aan overcoverage. Dat brengt meer schade toe aan Egypte dan de aanslag zelf. En het is onprofessioneel, journalistiek gezien. Ik raad u de publicatie van dit interview ten zeerste af."

Tja. En toen kropen wij als geslagen christenhonden naar ons nest in de Hiltonkamer. Maar de volgende ochtend ging, voor iedereen, de zon weer op boven de Nijl.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234