Maandag 16/12/2019

Zonder heroïek

De laffe gruwel die Tielt en Syrië bindt

Beeld © IFFM

Het was in het West-Vlaamse Tielt dat honderd jaar geleden de allereerste opdracht werd gegeven om mensen op grote schaal te verdelgen. De eerste gasaanval als triest begin van de industriële oorlogsvoering. De gruwel in Syrië als laatste wapenfeit. "Het straalt een soort lafheid uit."

'De 22ste april rond vijf uur ontwaren wij in de verte, in de richting van de vijand, een eigenaardig geelgroene wolk, die zich stilaan in onze richting voortbeweegt. Iedereen staat verstomd en niet begrijpend daarop te zien. (...) De bewoners vlogen ten allen kante uiteen, en een sterke geur stikte ieder in de keel. Soldaten riepen elkander toe dat het een aanval was met giftige gassen. Velen vielen als bedwelmd ten gronde, sommigen om nooit meer op te staan.'

(Maurice Quaghebeur, 17 jaar. Boezinge bij Ieper. Getuige van de eerste gasaanval van de Duitsers, 1915)

Tielt, 1915. De West-Vlaamse stad is herschapen tot zenuwcentrum van het Duitse leger. René Colle, brouwer en lokale schepen, heeft zijn mooie herenhuis in de Hoogstraat moeten afstaan aan de bezetter. Zijn woonhuis is nu het hoofdkwartier van het Armee Oberkommandatur IV. De hele straat is verkeersvrij gemaakt. Wie er niet woont, mag er niet in.

Het is hier dat de Duitsers beslissen om gas door de loopgraven te sturen. Het plan is enkele straten verder nauwkeurig uitgewerkt, in het Duitse kaartenkabinet in de Nieuwstraat. Cilinders moeten ervoor zorgen dat het gas bij een gunstige wind de juiste kant opgaat. Op 22 april worden 5.730 flessen met chloorgas opengedraaid en wordt het dodelijke goedje richting Ieper gespuwd, naar de Franse en Engelse linies tussen Steenstraat en Langemark. In geen tijd komen 1.150 mensen om het leven.

Het was de eerste keer dat doden op massale schaal gebeurde. Geen kogel of kanonslag direct gericht op de vijand, wel een venijnig sluipend gif dat alles en iedereen verwoestte op zijn doortocht. De gerenommeerde Duitse filosoof Peter Sloterdijk ziet hier het begin van de 20ste eeuw. Die dag, op die exacte plaats begint voor hem het modern terrorisme.

Wat daar besloten werd aan de keukentafel in het huis van de brouwer, legde de kiem voor wat later in Vietnam, Irak of onlangs ook Syrië kon gebeuren. Oorlog zonder heroïek of manhaftigheid, maar terreur op industriële schaal. De vijand doden, niet door die rechtstreeks aan te vallen, maar door die het leven onmogelijk te maken.

'Ik zag mensen op de grond liggen, ze braakten een groenachtige vloeistof uit. Anderen werden hysterisch en begonnen luid te lachen voordat ze bewegingsloos op de grond vielen. Later rook ik iets wat leek op appelen en verloor ik het bewustzijn. Toen ik opnieuw wakker werd, lagen honderden lichamen rond me heen verspreid.'

(Kherwan, inwoner van het Iraakse Halabja. Getuige van de chemische aanval van Irak op de Koerden in 1988)

In zijn boek Terror from the air legt Sloterdijk uit hoe het gas na die dag in april zijn weg baant in de moderne tijd. Na de wereldoorlog wordt het gas gebruikt voor de bestrijding van ongedierte, terwijl in 1924 in de Verenigde Staten de eerste gaskamers opduiken om gevangenen een 'humaan' einde te bezorgen.

De nazi's zouden luttele decennia later ook aan het verdelgen slaan, dit keer met griezelig efficiënte gaskamers. "De joden zijn de luizen van de geciviliseerde mensheid", verkondigde propagandaminister Joseph Goebbels. Het moest de stap van pesticiden op akkerlanden naar de dodelijke zyklon B in afgesloten doucheblokken rechtvaardigen.

"Maar op het slagveld zelf was het gas tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwenen", zegt professor Georgi Verbeeck, historicus aan de KU Leuven en Universiteit van Maastricht. "De gruwel van de Eerste Wereldoorlog had toch voor een soort consensus gezorgd over het gebruik van gas. In 1925 werd dan ook het Genève-protocol ondertekend, waarin een heleboel landen beloofden om het niet langer in te zetten bij militaire conflicten."

Daar waren meerdere redenen voor. Zo waren die eerste gasaanvallen een pak minder efficiënt verlopen dan gehoopt. "Vanuit militaire logica was dat gas zelfs helemaal niet zo handig", legt Verbeeck uit. "De bedoeling was om terrein te winnen, maar soldaten over een gecontamineerd gebied sturen, is niet zo evident. Zat de wind verkeerd, dan was het zelfs helemaal een mislukking. Voor het verloop van de oorlog heeft dat gas geen doorslaggevende rol gespeeld. Tussen eind 1914 en midden 1918 zat dat westelijke front zo goed als vast. De ellende en de dodentol was enorm, maar de terreinwinst minimaal."

Bovendien strookte het niet met de militaire ethiek. "Je ging de vijand niet langer te lijf met een wapen. Gif is op de een of andere manier toch minder eerlijk. Het straalt een soort lafheid uit. Het maakte de oorlog in zekere zin minder manhaftig."

'De geur was verschrikkelijk. We evacueerden mensen. Zo kregen we te horen dat er een familie leefde in de kelder. Drie van ons gingen de trap af. Ik hapte naar adem en voelde hoe mijn keel en ogen begonnen te branden. We hadden geen maskers, geen speciale kleding. Ik kon niet doorgaan. Ik probeerde mijn adem in te houden, maar het lukte niet. Ik zag een vrouw op de trappen. Ze was blauw en ademde niet meer. (...) Een ander team had wel maskers. Ze evacueerden de vader, moeder en drie baby's. Geen van hen overleefde het.'

(Syrische hulpverlener, stadje Sermine. Getuige van een gasaanval in Syrië, 2013)

Het mag weinig heldhaftig zijn, verdwijnen doet het gas niet. Frankrijk zet saringas in tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Algerije. Saddam Hoessein probeert opstandelingen in het Koerdische deel van het land met sarin, mosterdgas, tabun en VX de mond te snoeren. En het is met behulp van de beruchte Agent Orange dat de Amerikanen de dichte Vietnamese jungle van zijn bladeren willen ontdoen.

Beelden van lange rijen kinderlijkjes of slachtoffers met schuim op de lippen veroorzaken telkens publieke verontwaardiging.

Zo ook die jongste gasaanvallen in Syrië, twee jaar geleden. Nog maar eens schaart de internationale gemeenschap zich achter de stelling dat conflict en gas niet samengaan. Mensenrechtenorganisaties gaan ter plaatse getuigenissen sprokkelen en gieten die in ophefmakende rapporten. De rode lijn, noemt de Amerikaanse president Barack Obama het. Oorlog voeren mag, gas gebruiken is inhumaan.

"Het opmerkelijke is dat die verontwaardiging er ook was na die eerste aanvallen in 1915", legt Verbeeck uit. "Er was meteen consensus dat het moreel verwerpelijk was. Het verklaart ook waarom zo snel werk is gemaakt van internationale afspraken hierover. Gas moest daarna vooral een afschrikmiddel zijn, net zoals de kernwapens dat waren tijdens de Koude Oorlog."

Dat die afschrikking in sommige gevallen toch rauwe realiteit werd, heeft volgens de Leuvense prof weinig met militaire logica te maken. "Noch in Vietnam, noch in Irak of Syrië heeft het gebruik van gas een doorslaggevende rol gespeeld. Veel eerder heeft het een politieke en morele weerslag gehad op de internationale opinie. In die zin is gas een soort politiek wapen geworden."

'We raapten een vrouw op met haar twee kinderen. Een raket had hun huis vernield. Ze kwamen allemaal om. Ik zag hoe het schuim uit hun mond en neus kwam.'

(Um Hassan, inwoner van het Syrische Ghouta. Getuige van de gasaanval op Ghouta, nabij Damascus, 2013)

Je kunt je natuurlijk afvragen of het zin heeft om oorlogsgruwel te kwantificeren. "Of je nu om het leven komt bij een bombardement, in stukken wordt gereten door een mitrailleur of sterft tijdens een gasaanval: maakt dat werkelijk zo veel verschil?", vraagt professor Verbeeck zich of. "De uitkomst is hetzelfde."

Dat Obama het gebruik van chemische wapens in Syrië de 'rode lijn' noemde, stootte dan ook op kritiek. Alsof de tienduizenden oorlogsslachtoffers die met conventionele wapens gedood waren, van minder tel waren. Alsof de internationale gemeenschap zich in stilzwijgen mag hullen, zolang de gruwel met de juiste oorlogstuigen wordt beslecht.

"Wat gas zo gruwelijk maakt, is dat het een massavernietigingswapen is. Het eerste in zijn soort", zegt Verbeeck. "Het maakt geen onderscheid meer tussen individuele slachtoffers of tegenstanders. Het markeert het begin van een oorlogsvoering met heel veel slachtoffers. Tot voor de Eerste Wereldoorlog had een conflict nooit aan zoveel mensen het leven geëist. Doden of gedood worden, werd bijna een doel op zich. 'De doden riepen als het ware op om verder te blijven vechten', zegt expert Sophie de Schaepdrijver daar treffend over. Alsof de slachtoffers de soldaten opriepen om de strijd in hun naam verder te zetten. Terwijl we nu zouden zeggen: het levert alleen maar doden op, dus laten we ermee ophouden. Een droevige les."

Een eeuw later krijgt Tielt de bedenkelijke eer om de allereerste plek te zijn waar het gebruik van massavernietigingswapens werd goedgekeurd. Daar, in nummer 26 in de Hoogstraat, werd voor het eerst die zogenaamde rode lijn overschreden.

Een gebeurtenis die daar volgende week uitvoerig wordt herdacht op aansturen van de provincie West-Vlaanderen. Geen lange rij met duizenden fakkels, deze keer. Geen stilzwijgend Lichtfront langs de voormalige linies in de Westhoek. Wel een Woordfront door de straten van Tielt: 4.600 vrijwilligers die een tekst van Saskia De Coster scanderen. Het moet een groteske aanklacht tegen de oorlogsgruwel worden, een publieke afkeer tegen het verdelgen op grote schaal.

'Uiteindelijk beslisten we om het gas vrij te laten. De weerman had gelijk. Het was een prachtige dag, de zon scheen. Waar gras groeide, was het intens groen. We hadden een picknick moeten organiseren, niet doen wat we uiteindelijk hebben gedaan.'

(Duitse militair Willi Siebert, Pionier regiment. Hielp als gaspionier het chloorgas ontsnappen op 22 april 1915)

(Getuigenissen: Kenniscentrum van het In Flanders Fields Museum, rapporten Amnesty International en Human Rights Watch, berichtgeving The Guardian) Woordfront, zaterdag 18 april in Tielt. Inschrijven: www.gonewest.be/woordfront.

Beeld © BELGAIMAGE
Beeld © REUTERS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234