Donderdag 18/08/2022

ReportageOekraïne

De laatste ziekenhuizen aan Oekraïense front: ‘In de schuilkelder kan ik geen gewonden helpen’

In een ziekenhuis in Slovjansk worden twee mannen verzorgd die gewond raakten tijdens een Russische luchtaanval met clusterbommen. Beeld Getty Images
In een ziekenhuis in Slovjansk worden twee mannen verzorgd die gewond raakten tijdens een Russische luchtaanval met clusterbommen.Beeld Getty Images

Meer dan tweehonderd Oekraïense ziekenhuizen zijn al aangevallen door het Russische leger. In een van de laatst overgebleven medische instellingen aan het front probeert hoofddokter Anna Sjtsjerbak met het weinige overgebleven personeel de vele gewonden te helpen.

Tom Vennink

Hoofddokter Anna Sjtsjerbak komt net uit een kamer waar twee oudere vrouwen bijkomen van de operatieve verwijdering van stukjes granaat uit hun ledematen, als ze weer dat ene, eentonige geluid hoort. Het komt van buiten en galmt over de verlaten stad. Het luchtalarm.

Meer dan tweehonderd Oekraïense ziekenhuizen zijn al aangevallen door het Russische leger, zo stelt de Wereldgezondheidsorganisatie. Het ziekenhuis van Sjtsjerbak in Kramatorsk behoort tot de laatst overgebleven medische instellingen aan het front in de Donbas, dat elke dag dichterbij komt: afgelopen weekend viel de laatste stad in de provincie Loehansk en nog geen 10 kilometer ten noorden van Kramatorsk ligt de stad Slovjansk nu vol onder vuur.

Toch reageert Sjtsjerbak niet op de sirene die afgaat zodra er Russische raketten in het Oekraïense luchtruim zijn gedetecteerd. “Och, die sirene loeit hier bijna onafgebroken”, zegt ze. “Als ik in de kelder ga zitten, kan ik geen gewonden meer helpen.”

En nergens in Oekraïne zijn zo veel gewonden als hier in de Donbas. Ambulances rijden af en aan door de lege straten. Sommige gaan in een keer door naar ziekenhuizen in veiliger gebied, maar vaak zijn patiënten zo ernstig gewond dat ze de reis niet zouden overleven. Dan maar opereren in oorlogsgebied.

Vluchtend personeel

Sjtsjerbak heeft nog acht chirurgen en vier anesthesisten over. De meeste werknemers van haar ziekenhuis in Kramatorsk zijn gevlucht nadat Rusland in april het treinstation van de stad had gebombardeerd. Die dag vonden er 64 operaties plaats in het kleine ziekenhuis. Twee patiënten overleden op de operatietafel, twee anderen waren al dood toen ze werden binnengebracht.

“Het is eng om te zeggen, maar we zijn nu wel gewend aan het soort verwondingen dat bij ontploffingen hoort”, zegt Sjtsjerbak, die opgroeide in Donetsk, de stad die sinds 2014 bezet is. Maar waar ze niet aan kan wennen, is het soort patiënten dat hier elke dag binnengedragen wordt: kerngezonde mensen, vaak jong en toch soms niet meer te redden. “We weten allemaal dat we ziek kunnen worden en dan kun je een behandelplan maken, maar verwondingen van de oorlog komen plotseling en zijn dramatisch. We moeten dagelijks moeders vertellen dat hun kind is overleden.”

Haar eigen kinderen heeft ze weggebracht naar een gebied ver van de bombardementen. Daarna keerde ze terug naar haar ziekenhuis, dat versterkt is met zandzakken voor de ramen en dat op verzoek van het personeel hier niet met naam wordt genoemd. Sjtsjerbak verduidelijkt: “Ik ben hier nodig.”

Vermoeide gezichten

De medische zorg in de Donbas staat onder immense druk door de Russische invasie. President Volodymyr Zelensky zei vorige maand dat er dagelijks honderd Oekraïense militairen omkomen en vijfhonderd gewond raken. De burgerslachtoffers komen daar nog bovenop.

Het leed is te zien in de vermoeide gezichten van de overgebleven zorgverleners langs het front. Dag en nacht voeren ze operaties uit om levens te redden. Lichtere zorg wordt hier niet meer geleverd.

Het aantal gewonden is zo hoog dat ambulances geregeld meer dan één patiënt tegelijk vervoeren. “We zaten met z’n vijven achterin”, zegt Oleg Chvan over zijn noodevacuatie uit de stad Lysytsjansk. “Mensen van het leger hebben mijn wond rond lunchtijd verbonden, maar ik was pas om 11 uur ’s avonds bij een ziekenhuis, want bijna alle ziekenhuizen lagen vol.”

Chvan, een 34-jarige werknemer van een olieraffinaderij, vertelt dat hij en andere inwoners van Lysytsjansk beslissingen om te schuilen lieten afhangen van hoe dichtbij het gefluit van de raketten en de daaropvolgende knallen klonk. Toen hij vlak bij zijn huis explosies hoorde, rende hij de tuin in, naar zijn voorraadkelder voor ingemaakte groenten. Hij was net te laat. Op de trap naar beneden boorde een granaatscherf een diep gat in zijn rechterarm.

De 62-jarige Tamara was wel op tijd in een kelder, maar die bleek niet veilig onder het geweld van de Russische artillerie. “Een explosief ontplofte op de treden van de kelder”, zegt Tamara, die niet met haar familienaam in de krant wil uit vrees voor repercussies tegen familieleden – haar dorp is bezet door het Russische leger.

Op het bed naast haar ligt een gewonde vrouw te huilen omdat ze niet weet of haar man nog leeft sinds de Russische beschietingen van haar huis, waarbij ze in haar been werd geraakt. Een kamer verder wacht een blinde man uit Lysytsjansk op de amputatie van zijn linkerbeen.

Volg alle ontwikkelingen over de oorlog in Oekraïne ook in onze liveblog

Geen schijn van kans

De meeste slachtoffers vallen bij de strijdkrachten. Ze maken vaak geen schijn van kans tegen de Russische luchtmacht en artillerie, die hele steden verpulveren en geen schuilmogelijkheden overlaten voor Oekraïense militairen.

“Ik ben nauwelijks aan schieten toegekomen”, zegt Oleksandr, een infanterist die om veiligheidsredenen niet herkenbaar in de krant mag van het Oekraïense leger. Hij raakte gewond na slechts twee weken aan het front, die vooral bestonden uit schuilen voor de Russische artillerie. “We werden elke dag gebombardeerd”, vertelt hij vanuit zijn bed in een ziekenhuis in Dnipro. “Ik heb zelfs geen enkel echt gevecht gevoerd.”

De Oekraïense legerleiding zegt Rusland niet tegen te kunnen houden zonder een forse toename van de wapenleveringen uit het Westen. Vorige maand ging Severodonetsk verloren en afgelopen weekend viel ook Lysytsjansk, de enige stad in de provincie Loehansk die nog niet in Russische handen was.

Oekraïense militairen raken gedemotiveerd door de Russische overmacht. “Als wij vijf tot tien mortiergranaten afschoten, dan kregen we er dertig tot veertig terug’, zegt Maxim, een 22-jarige sergeant die twee maanden in Severodonetsk vocht, tot hij eind mei in zijn been werd geschoten bij gevechten in het centrum van de stad. Op dat moment zaten veel soldaten er al doorheen, vertelt hij. “Ze waren geestelijk uitgeput en fysiek te moe om door te vechten.”

Met een kogelgat in zijn been zegt de jonge sergeant wat zijn president zegt tegen iedere buitenlander die nog wil luisteren na ruim vier maanden oorlog: “We hebben meer munitie nodig, meer artillerie.”

Sommige ambulances rijden niet naar ziekenhuizen, maar naar mortuaria. Militaire begraafplaatsen groeien snel. Naast verse graven bezaaid met bloemen wachten diepe schachten al op de volgende doden.

Het brute geweld van het Russische leger wakkert ook wraakgevoelens aan in het Oekraïense leger. “Mijn compagnie neemt geen krijgsgevangenen meer”, zegt een pelotonscommandant. “Niet na Boetsja.”

De commandant is op weg terug naar het front na een medische ingreep aan zijn trommelvlies, dat scheurde door de schokgolf van een Russische mortiergranaat. Hij maakt zich zorgen over een gevolg van het grote aantal militairen dat dagelijks uitvalt: een tekort aan ervaren en goed getrainde strijdmakkers. “Sommige jongens staan recht op het slagveld om hun wapen te herladen”, zegt de commandant. “Anderen letten helemaal niet op landmijnen.”

Hij ziet ertegenop om binnenkort het bevel te moeten geven tot een tegenaanval. “Ik weet van tevoren dat sommige jongens niet zullen terugkeren”, zegt hij. “En nu zullen dat er meer zijn dan normaal.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234