Woensdag 30/11/2022

De laatste wals van Wallonië

Een sms'je, zaterdag: 'Goede artikels, hoewel opening en koningsstuk tegengestelde gevoelens oproepen.' 'Koningsstuk' is de vorige aflevering van deze rubriek, 'Waarom ik stilaan royalist word': ondergetekende wil geen nuttige idioot spelen voor bepaalde separatisten, die eerst de monarchie aanvallen omdat ze eigenlijk de federale solidariteit weg willen. 'Opening' is pagina één van de zaterdagkrant, waarin het Instituut voor de Nationale Rekeningen becijfert dat de economische kloof tussen Vlaanderen en Wallonië dramatisch is én blijft groeien ook. De vraag die mijn gsm dus stelde: solidariteit goed en wel, maar hoe lang kan een land die spreidstand volhouden?

De cijfers van de Waalse achterstelling zijn er niet naast. Nog even herhalen: het inkomen van de Vlaming ligt gemiddeld 25 procent hoger dan dat van een Waal: 4.188 euro om precies te zijn. Vandaar ook dat Vlamingen 23 procent meer belastingen betalen. Ronduit onthutsend is het cijfer dat de totale loonkost in Wallonië 3 procent hoger ligt dan in Vlaanderen wegens de ontiegelijk lagere productiviteit, hoewel het gemiddelde inkomen in Wallonië oneindig veel lager ligt dan in Vlaanderen.

De CD&V'ers die deze cijfers verspreidden - Herman Van Rompuy en Ludwig Caluwé - zien in die cijfers factuele argumenten voor een verregaande sociaal-economische splitsing van het land. Een nieuwe staatshervorming dringt zich op, met overheveling van pakketten als arbeid, eventueel pensioenen, sociale zekerheid, financiën (belastingen)...

Dat bericht wekte bezuiden de taalgrens gramschap op. Le Soir, het journalistieke vlaggenschip van de Franstalige elite, schoot met scherp. De redactie wees op het nieuwe Marshallplan van de regering-Di Rupo, dus dat Wallonië wel weet dat het anders moet. Tegelijk legde men uit dat volgens berekeningen van onafhankelijke economen dat herstel toch minstens tien jaar zal duren, en dat het dus onheus en oneerlijk is om in een paar maanden tijd al resultaten te willen zien.

Dat Le Soir de CD&V-aanval niet in dank afnam, was voorspelbaar. Maar in hun reactie was één zaak niet voorspelbaar, en eigenlijk verheugend: de cijfers zelf werden niet ontkend of in vraag getrokken.

Terwijl dat had gekund. Want als de CD&V'ers uitpakken met het feit dat "Vlamingen 25 procent meer verdienen, 23 procent meer belastingen betalen en 21 procent meer sociale bijdragen", dan geven ze zelf toe dat de Walen, verhoudingsgewijs, méér belastingen en sociale bijdragen ophoesten dan de Vlamingen. Dat de Walen het land dus een beetje meer helpen dan hun 'rijkdom' wettigt.

Maar dat doen ze dus niet. En dat is goed. Bij veel Belgen die de solidariteit hoog in het vaandel hebben staan, is het vaak mode geweest om tegenvallende cijfers of statistieken niet onder ogen te willen zien. Die struisvogeltactiek sloeg niet alleen op de intergewestelijke solidariteit. Een jaar of tien geleden bracht deze krant in primeur een stilgehouden onderzoek van het Hoger Instituut van de Arbeid (Hiva). Daaruit bleek dat veel werklozen helemaal geen werk wilden en niet naar werk zochten. Het Hiva was ongelukkig over het uitlekken van die studie, onze contacten bij de vakbond gaven scherpe kritiek op de berichtgeving, "dat uitgerekend De Morgen met die cijfers uitpakt".

Dat was kortzichtig, vonden we toen al. Als cijfers juist zijn, moet je die nooit ontkennen. Ook al staat de realiteit je niet aan, je weet best waar je aan toe bent. Pas dan kun je ook de juiste vragen stellen, de beste oplossingen kiezen. Als veel werklozen niet willen werken, is dat politiek relevant. Discussieer dan maar: allemaal van de dop gooien? Of bepaalde categorieën, zonder realistische kans op werk, vrijstellen van de plicht om werk te zoeken? Of voor groepen mensen die ontmoedigd zijn door herhaalde njets op een sollicitatie specifieke extra opleiding voorzien? Een oplossing kan ook schuilen in het verschillend behandelen van regio's: waar minder kans op werk is, wordt minder snel geschorst. Zoals trouwens gebeurt.

Dat laatste betekent dat het dus niet per definitie asociaal is om je sociaal beleid te variëren naargelang de streek waar je woont. Dat is niet nieuw. Dat weten de vakbonden en ook de Waalse beweging en de vele socialisten die zich tot die stroming rekenen. Vorig jaar verscheen André Renard, een vuistdikke biografie (830 pagina's!) van de gelijknamige Luikse vakbondsleider. Het is een fascinerende beschrijving van hoe het Waalse regionalisme een kind was van een erg linkse, zelfs Moskougezinde ideologie. Voor wie het vergeten zou zijn: het sociaal-economisch regionalisme is dus geen Vlaamse vinding, maar een Waalse, bedacht en gepromoot door de meest originele, gezaghebbende en ook gauchistische van alle belangrijke syndicale leiders sinds de Tweede Wereldoorlog, André Renard, nota bene de voorzitter van de Luikse metallo's. Wie zich in die kringen vandaag voorstander van het federalisme heet, riskeert te worden uitgescholden voor fascist.

Om maar te zeggen: wie bekommerd is om sociale bescherming is daarom niet principieel gekant tegen meer autonomie. Regionale autonomie kan een middel zijn. Het doel blijft: vaart de sociale welvaartsstaat er beter bij? Blijft de sociale bescherming hoog en doet de economie het goed?

En dus: neen, naïefweg alles splitsen hoeft niet. Wie de cao's wil splitsen, moet daarvoor goede argumenten hebben. De vakbonden, het ABVV voorop, roepen op tot grote waakzaamheid rond het leerling-tovenaar spelen met sociale wetgeving. Ze hebben geen ongelijk, zo leert - helaas - de praktijk. Met de beste bedoelingen veranderen parlementen aloude afspraken, zonder goed in te schatten wat de gevolgen zijn. Wie het zich nog herinnert: ooit moesten parlementsleden die minister werden, zich verplicht laten 'vervangen' door opvolgers, teneinde de autonomie van het parlement ten opzichte van de regering te versterken. Het effect was genadeloos tegengesteld, want: a) die opvolgers hadden natuurlijk niet het gewicht van de ministers en b) de opvolgers hebben maar één belang voor hun eigen functie: namelijk dat de regering níét valt. Nooit werd het parlement slaafser dan na de hervorming.

Dat vakbonden en Franstaligen voorzichtig en terughoudend zijn, is dus niet alleen begrijpbaar, maar ook verstandig. Zolang ze voorzichtigheid maar niet verwarren met betonneren, verstarren, lafhartig blijven zitten.

Al moet gezegd: de CD&V'ers die de cijfers verspreidden, laten net te vlug in hun kaarten kijken. Zij willen aparte Waalse en Vlaamse cao's, zeggen ze, omdat zo de lonen in Wallonië trager stijgen dan in Vlaanderen. Dan daalt namelijk de loonkost.

Slechts een kwatong herinnert zich dan een interview van deze krant met Eric Van Rompuy, einde vorig jaar. Die zei daarin dat de CD&V op haar fractiedagen had beslist dat een grote sociaal-economische staatshervorming zich opdrong, de splitsing van zowat alle sociaal-economische instrumenten die nog federaal waren. Hij wilde er niet mee uitpakken, om voorzitter Jo Vandeurzen 'de primeur' niet te misgunnen. Maar Vandeurzen sprak nooit hardop. Nu, een half jaar later, pakken twee partijgenoten uit met cijfers die hetzelfde zeggen. Niet omdat de CD&V dat wil, maar omdat de bevindingen van een onafhankelijk instituut dat suggereren.

En de CD&V'ers trekken een rauwe conclusie. In een regio waar de mensen nu al 4.188 euro minder verdienen dan in Vlaanderen, pleiten zij voor nog lagere lonen. Verarming is blijkbaar geen punt.

Het is ook intellectueel niet indrukwekkend, omdat uit de eigen cijfers blijkt dat het dringendste Waalse probleem niet ligt in de (lage) inkomens, maar in de (nog veel lagere) productiviteit. Daarom ligt de loonkost er toch hoger dan in Vlaanderen, hoewel de mensen er veel minder verdienen. Het eerste wat dus moet gebeuren is niet de lonen verder afromen, maar de productiviteit omhoog jagen. Temeer omdat lage lonen niet de beste motivering zijn om mensen harder te doen werken of zich snel te doen aanpassen.

En wie moet die productiviteit doen stijgen? Elke ondernemer zal zeggen: dat is de verantwoordelijkheid van 'de organisatie' - van de leiding, dus. In een moderne welvaartsstaat is 'leiding' een gedeelde verantwoordelijkheid. Van de politieke leiding, die het wettelijke kader bepaalt. Maar ook van de bedrijfsleiding, die bepaalt wat er concreet moet gebeuren en daarvoor ook vorstelijk wordt betaald, zoals uit recente jaarverslagen blijkt. De politieke leiding, bekend als 'de PS-staat', is al vaak gekastijd, en vaak met reden. De Waalse ondernemers bleven buiten schot. Zij staan zelfs aan de klaagmuur, en graag.

Maar als de West-Vlaamse textielsector het goed doet, om maar één voorbeeld te nemen, komt dat door de politici in Brussel, of door de ondernemingen in Kortrijk en Waregem? Als De Persgroep niet onaardig boert, om dicht bij huis te blijven, moeten de werknemers van die groep dan de Vlaamse politici danken, of... anderen?

Als de Vlaamse economie het goed doet, komt dat (ook) door de Vlaamse bedrijven, toch? In Wallonië is dat niet anders. Is dit debat ook geen aansporing voor de Waalse bedrijfsleiders? Het pleit de politiek zeker niet vrij, maar it takes two to tango, ook in het land van Maisons du Peuple en hun jukeboxen. En dat het van vandaag op morgen niet gebeurt, leerde Jacques Brel al, in 'La valse à mille temps'. Maar ook wie dat mooie lied kent en apprecieert weet dat het tempo eerst traag ligt, maar dan sneller wordt, en doller, en hoe sneller, des te lekkerder, te beter. Misschien is het een mooi beeld voor de Waalse economie, met zijn allen zo snel mogelijk aan het walsen slaan. Of het nu koudstaal is of iets anders, of iets moderners.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234