Maandag 03/08/2020

De laatste vrije Belg

Om Congo uit de handen van de oprukkende Duitsers te houden trekt Albert De Vleeschauwer, de Belgische minister van Koloniën, op 4 juli 1940 naar Londen. Hij biedt premier Winston Churchill alle hulp aan. Een keerpunt voor België, fascinerend beschreven door Bert Govaerts.

Het blijft een plezierige ervaring : min of meer toevallig een biografie lezen van een persoon die je niet kent en dan vaststellen dat het levensverhaal boeiend is, zelfs spannend, en leerzaam. Nee, ik had nooit van Albert De Vleeschauwer (1897-1971) gehoord, al is hij lange tijd een bekend Leuvens politicus geweest en woon ik in Leuven. Wel trok de 'Verantwoording' van auteur Bert Govaerts me meteen het boek in. Zijn methodiek stond me aan: een levensverhaal vertellen in de vorm van een kroniek en zoveel mogelijk dramatis personae zelf aan het woord laten, in brieven, dagboekaantekeningen en wat dies meer zij. Die methode is onlangs ook toegepast op de zeventiende-eeuwse Antwerpse burgemeester Nicolaas Rockox. Het voordeel is dat je op die manier een levendig tijdsbeeld verkrijgt. Het trof me dat een politicus van de vorige eeuw en een van vier eeuwen geleden als persoonlijkheden even ongrijpbaar kunnen lijken, ook al heb je bergen materiaal over hen doorploegd. Of heeft dit te maken met het feit dat politici zich, ondanks een overvloed aan documenten, uitdrukken in hun werk en hun carrière, niet in hoogvliegende beschouwingen en emotionele analyses?

Albert wie? Albert De Vleeschauwer was de zoon van een postbode uit het landelijke Nederbrakel. Zijn middelbare school doorliep hij als aspirant- passionist, in Kortrijk en Ere; toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, vluchtte de piepjonge kandidaat-kloosterling met zijn confraters per stoomboot over de Schelde naar Nederland; ze belandden uiteindelijk in Veldhoven, bij Eindhoven. Vandaaruit voegde hij zich in juni 1916 bij het Belgische leger, toen hij dienstplichtig werd. Albert De Vleeschauwer werd brancardier in de Grote Oorlog en verloor zijn roeping, maar niet zijn geloof.

Na de wapenstilstand ging hij rechten studeren aan de KU Leuven en als jong werklustig advocaat solliciteerde hij meteen bij de machtige Boerenbond. Hij was van landelijke afkomst; de Boerenbond zou tientallen jaren lang zijn geestelijke thuis blijven.

De Vleeschauwer was in het leger ook flamingant geworden, maar op dat vlak bleef zijn toon steeds gematigd. Toen hij in 1929 voor de katholieke partij opkwam in het arrondissement Oudenaarde en bij die gelegenheid de eerste plaats op de lijst eiste, tegen de geliefde kandidaat Leo Vindevogel in, schreef een bevlogen journalist: "Het tweegevecht Vindevogel-De Vleeschauwer is slechts een episode in den verontwaardigden opstand van de naar recht en liefde dorstende ploegen en getouwen tegen het eeuwenoud egoïsme der brandkasten." Kortom, men verweet De Vleeschauwer dat hij zijn Vlaams idealisme verkocht voor de steun van de rijke Boerenbond. Vindevogel won en De Vleeschauwer begon zijn politieke loopbaan niet in het parlement, maar als kabinetsmedewerker van minister van Landbouw Hendrik Baels.

Kinderbijslag

In het volgende decennium werd de Gentse universiteit vernederlandst, keurde het parlement de wetten goed voor de eentaligheid in onderwijs en administratie in Wallonië en Vlaanderen en brandde de Boerenbond haar vingers aan haar Midden Krediet Kas, die ten onder ging door wanbestuur: die episode levert pijnlijk herkenbare bladzijden op. De regering-Van Zeeland devalueerde de waarde van de Belgische frank met maar liefst 28 procent en Léon Degrelle bestookte met zijn populistische Rex de rechterflank van de nationale katholieke partij.

Vanaf 1931 ijverde De Vleeschauwer voor de kinderbijslag voor boerengezinnen; in 1932 werd hij voor het eerst verkozen tot volksvertegenwoordiger en zijn project voor kinderbijslag mondde in 1937 eindelijk uit in een wet. Hij was een goede kandidaat voor het ministerie van Landbouw, maar Paul-Henri Spaak benoemde hem in mei 1938 tot minister van Koloniën. Ondanks zijn jarenlange inzet voor een welomschreven bevolkingsgroep gold De Vleeschauwer duidelijk nog als een passe-partout politicus van tweede garnituur, handig om lacunes op te vullen. Hij werkte zich snel in op zijn nieuwe departement en werd er na verkiezingen in 1939 door de nieuwe premier Pierlot opnieuw aangesteld.

Naar Londen

Bert Govaerts beschrijft treffend de verwarring die de Duitse militaire inval op 10 mei 1940 veroorzaakte. Premier Pierlot en zijn belangrijkste ministers zagen om halfvijf 's morgens de eerste Duitse vliegtuigen opduiken boven Brussel; even later werd minister De Vleeschauwer in zijn huis aan de Leuvense Bondgenotenlaan gewekt door overvliegende Stuka's, die tegen het einde van die dag al meer dan honderd slachtoffers maakten in de universiteitsstad. België riep Engeland en Frankrijk om hulp; de koning trok meteen naar zijn militaire hoofdkwartier in Fort Breendonk. Op 13 mei lag de frontlijn nog slechts 20 kilometer van Brussel; de regering verhuisde op 16 mei naar Oostende, terwijl bepaalde departementen al naar Zuid- Frankrijk werden overgebracht. In de dagen daarna verhuisden enkele ministers al naar Parijs en Le Havre. De regering wilde koste wat het kost vermijden dat het Belgische leger zou capituleren; desnoods moest het vanuit Frankrijk doorvechten. Op 26 mei capituleerde Leopold III zonder toestemming van zijn ministers en was de breuk tussen vorst en regering een feit.

Wekenlang zwalpte de ontmoedigde Belgische regering in Frankrijk rond, naarmate het Duitse leger oprukte almaar verder uitwijkend naar het zuiden. Toen ook de Franse regering capituleerde, leek alle hoop verloren. De overblijvende ministers besloten de Belgische vluchtelingen in Frankrijk bij te blijven staan en op 18 juni troffen ze een laatste maatregel: om ten minste de kolonie te vrijwaren van Duitse overheersing gaven ze de minister van Koloniën uitgebreide volmachten en lieten hem vertrekken. Albert De Vleeschauwer, tot op dat ogenblik een soort loopjongen voor zijn collega's, werd plotseling de laatste vrije Belg. Hij stak de Spaanse grens over naar Portugal en op 4 juli reisde hij per vliegtuig naar Londen. Daar bood hij op 8 juli premier Winston Churchill alle hulp aan die de wettige Belgische regering nog kon geven. Het was een historisch moment, een keerpunt in de Belgische geschiedenis. De Vleeschauwer herinnerde er later vaak aan dat hij alleen België in het geallieerde kamp had gehouden - de biografie ontleent haar sprekende titel aan zijn bekende zinsnede "Ik alleen!", die in Congo uitgroeide tot een bijnaam. In de volgende maanden slaagden nog drie andere Belgische ministers erin Londen te bereiken: Camille Gutt, Paul-Henri Spaak en premier Hubert Pierlot. Bert Govaerts wijst er op dat zij allemaal met een biografie zijn bedacht: alleen de rol van De Vleeschauwer bleef nog onderbelicht. Daar is nu gelukkig verandering in gekomen.

De hoofdstukken over de Tweede Wereldoorlog vormen de climax van dit boek: het in Congo ontdekte uranium, onmisbaar voor de atoombom, viel immers ook onder De Vleeschauwers bevoegdheid. Het is zeer vermakelijk om de commentaren van de briljante Camille Gutt te lezen op alle Londense verwikkelingen. Belgen die Londen bezoeken, begeven zich best ook eens naar Eaton Square, waar De Vleeschauwer op nummer 118 zijn kantoor had. Londenaars noemden het plein in de oorlog overigens Belgian Square.

Na de oorlog profileerde Albert De Vleeschauwer zich als blind getrouwe Leopoldist in de Koningskwestie, waardoor hij zichzelf opnieuw in de politieke coulissen werkte. Vandaaruit maakte hij de onafhankelijkheid van Congo, zijn mandaatgebied, mee. Een amalgaam - een schandaal veroorzaakt door twee losse zakenpartners - maakte in 1960 een eind aan de carrière van de kleine advocaat uit Leuven. Hij werd, na een lange juridische lijdensweg, vrijgesproken.

Hoe verloopt een politieke carrière in België? Hoe kunnen onopvallende functionarissen in ogenblikken van opperste verwarring wonderlijk genoeg toch goede beslissingen nemen en dan weer vastlopen in geharrewar? Hoe veerkrachtig is het Belgische politieke systeem? Dat zijn de vragen waar deze biografie een fascinerend en onderhoudend antwoord op geeft.

Bert Govaerts, Ik alleen! Een biografie van Albert De Vleeschauwer (1897-1971),Houtekiet, 2012, 488 p., 24,95 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234