Donderdag 01/10/2020

De laatste provo is stilletjes vertrokken

Hij was een eeuwige rebel, anarchist, communist en professionele activist. Maar voor alles was Koen Calliauw (1942-2014) de beschermheer van al wie ooit op de pechstrook van het leven stond.

Sterven is een eenzame bezigheid, voor ieder van ons. Maar sommigen sterven wel iets eenzamer dan anderen. Op 27 december van vorig jaar werd het levenloze lichaam van Antwerpse activist Koen Calliauw gevonden door zijn poetshulp. Zij was het ook die hem, twee weken eerder, voor het laatst in levende lijve had gezien.

Eenzaam gestorven, heet het dan.

"Wij hebben over dit thema nooit gepraat", zegt Mark De Quidt, een bevriende activist. "Maar ik denk dat Koen vereenzaamd was, ja. Hij was de eeuwige rebel. Hij is lid geweest van de Kommunistische Partij van België, van de BSV (Beweging voor Sociale Vernieuwing), van Agalev, van de PVDA, plus daarbij zowat alle bewegingen die de linkerzijde de afgelopen vijftig jaar heeft gekend. Van zo goed als al die structuren, partijen en bewegingen heeft hij deel uitgemaakt, maar hij heeft ze ook ongeveer allemaal de rug toegekeerd. Hij functioneerde niet in structuren, en zag sneller dan wie ook hun fouten of inconsequenties.

"Hij heeft het ook nooit nagelaten om zijn kritiek te formuleren. Het is goed en nuttig dat hij dat heeft gedaan. Hij had ook bijna altijd gelijk. Maar het heeft wel consequenties gehad. Ik voel dat ook zelf, nu ik wat ouder word. Net als Koen maak ik geen deel uit van een grote structuur waarop ik kan terugvallen. Dat zorgt voor vereenzaming. Het is, vrees ik, het drama van elke eeuwige rebel."

Koen Calliauw had nog een jongere broer, Gert Calliauw. Die is lang secretaris op de kabinetten van socialistische excellenties als Luc en Freya Van den Bossche geweest. Een rustige, wat zwijgzame man, die wel altijd trouw is gebleven aan de partij waarmee hij is opgegroeid.

"Koen en ik komen uit een rood nest", vertelt Gert Calliauw. "Wij waren bescheiden middenklassers uit Hoboken, die na lang sparen een huis konden bouwen in Mortsel. Aan tafel werd vaak en soms fel over politiek gediscussieerd. Uiteraard nam mijn broer aan die discussies deel, en natuurlijk liepen de gemoederen daarbij soms hoog op. Alleen viel dat in ons gezin niet op. We vlogen er allemaal wel eens fel in.

"Koens eerste grote daad van rebellie moet je volgens mij in 1965 situeren. 1965 was een verkiezingsjaar. Onze partij, de BSP (voorloper van de sp.a) ging toen voor het eerst naar de kiezer zonder Camille Huysmans, de man die meer dan een halve eeuw het socialistisch boegbeeld was geweest. Huysmans was op dat ogenblik al een stuk in de negentig, maar legde zich niet bij de beslissing neer, en begon een eigen scheurlijst, de Socialist. Hij kreeg meteen de steun van Koen, die voor Huysmans ging militeren. (lacht)

"Het zegt, achteraf bekeken, veel over hoe mijn broer politiek gezien in elkaar stak. Koen heeft altijd veel gelezen en nagedacht. Hij was erg verstandig, en soms extreem rationeel. Maar tegelijk kon hij ook enorm irrationeel zijn. Dat de BSP geen hoogbejaarde man op zijn lijst wilde zetten, was in wezen de logica zelve. Maar zo zag Koen dat niet. Hij ging instinctief aan de kant van de minderheid staan. Zijn sympathie ging naar de rebel Huysmans.

"Ongetwijfeld is zijn rebelse karakter nog verder gevormd tijdens zijn periode aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten in Antwerpen - de Cadixstraat, waar ook Ferre Grignard toen studeerde. Zo kwam hij in contact met het artistieke milieu, en ging hij meer en meer het leven van een bohemien leiden. Thuis kregen we hem steeds minder vaak te zien. Hij serveerde ons af als bourgeois. Koen raakte betrokken bij de Provobeweging, die midden jaren zestig was overgewaaid uit Amsterdam. Dat was hem op het lijf geschreven."

Blote voeten

Provo in Antwerpen. Lang heeft het niet bestaan, en groot was de beweging al evenmin. Maar het was wel - drie jaar voor mei '68 - een feest van de vrije verbeelding.

"Het was als een ballon die werd opgeblazen, heel snel, tot die plots ontplofte, waarna er alleen nog maar was restjes van de ballon overbleven", vertelt Philippe De Craene, 66. De Craene is een van de zeldzame Antwerpse provo's die het nog kan navertellen.

"Ik heb Koen voor het eerst ontmoet in de herfst van 1965, bij de opening van De Paddock, een nieuw café, met Koen achter de toog. De Paddock was, samen met onder andere de Muze en de Mok, het café waar iedereen samentroepte die droomde van een nieuwe, vrijere wereld. Muzikanten, provo's, prostituees en intellectuelen, dat zat daar allemaal bij elkaar, te discussiëren over politiek, filosofie en kunst. 24 uur op 24 uur, want die cafés gingen nooit dicht.

"Binnen Provo was Koen een leidersfiguur. Op de foto's uit die tijd zie je hem altijd vooraan staan. Hij kon de standpunten en strategieën op een heel eenvoudige, heldere manier verwoorden. Hij kon mobiliseren, zonder dat daar veel structuur aan te pas kwam.

"In 1966 was hij een van de bezielers van de anti-atoombombetoging in Brussel. Ik herinner me nog een raid op Manneke Pis, de Brusselse provo nummer één, die verhinderd werd door de politie. Kun je je dat voorstellen? Een cordon van de politie, om Manneke Pis te beschermen tegen een bende provo's?

"Koen was ook de grote bezieler van het Blote Voetenplan, waarbij hij iedereen opriep om voortaan zonder schoenen door het leven te gaan. Het was protest tegen een wereld die in onze ogen veel te proper werd. De hele artistieke scène volgde, Ferre Grignard incluis. Dat waren geestige, maar ook provocerende acties. Het was Koen op zijn best. "De confrontatie is de motor van de vooruitgang", zei hij vaak. Zo was hij, dat geloofde hij. Hij was provo.

"Ik denk niet dat de Provobeweging langer dan twee jaar heeft geduurd. Op een dag was het helemaal weg, opgegaan in psychedelische toestanden en hippiegedoe. Het werd allemaal veel groter, minder authentiek, met meer en meer drugs. Dat was niet meer aan Koen besteed. We zijn elkaar in die tijd ook vrijwel onmiddellijk uit het oog verloren. Ik ben niet veel later naar India vertrokken. Koen is lid geworden van de Kommunistische Partij van België (KPB), samen met zijn geliefde van toen, Lilliane. Die vrouw en die partij, ik denk dat het de liefdes van zijn leven zijn geweest."

Rode Vaan

Koen Calliauw sloot zich bij de KPB aan op een ogenblik dat die partij haar beste tijd had gehad. Gesteld dat hij een politieke carrière wilde, dan was het zeker niet de beste zet. Jonge linke intellectuelen sloten zich begin jaren zeventig aan bij Amada, Alle Macht Aan De Arbeiders, de partij waar decennia later de PVDA uit geboren werd.

Maar niet dus Koen Calliauw. Hij militeerde voor de oude communisten. Net als de schrijfster Lucienne Stassaert. Stassaert herinnert zich "een stormachtige, dwarse man die in die tijd gelukkig nog wél veel humor had. Hij was iemand die voor zijn idealen leefde. Daarbuiten was er niks. Ik omschrijf hem graag als een marxistische Parcival. Heel idealistisch, maar niet geschikt voor de werkelijkheid. Ik denk dat hij zich nergens zo goed heeft gevoeld als bij Provo."

Koen Calliauw zou een jaar of acht bij de KPB blijven. In een vrij recent gesprek met kunstwetenschapper Stefan Wouters vertelde Calliauw dat hij de KPB na "een zwaar conflict", vermoedelijk eind 1976, verliet, ook al had hij het daar geschopt tot hoofdredacteur van het partijblad De Rode Vaan. "Wat mij te veel werd was toen Wolf Biermann, de zanger, in de DDR zijn nationaliteit ontnomen werd omwille van zijn protestsongs (in 1976, red). Dat was de druppel te veel, dan heb ik mijn ontslag genomen. Ik was ook mijn job als journalist kwijt natuurlijk."

Calliauw vertelt in hetzelfde gesprek dat het toen tot een breuk was gekomen met zijn geliefde Lilliane. "En zo ben ik in de psychiatrie terechtgekomen."

Wat volgde was een periode waarin hij "totaal aan de grond" zat. Een periode waarin hij moest vechten tegen demonen als alcohol en depressie.

Maar Calliauw won het gevecht en keerde terug, ervaringsdeskundiger dan ooit tevoren.

Aan het eind van de jaren tachtig organiseert hij - in een gekraakt pand - vijf tentoonstellingen waarin hij vooral art brut exposeert. De activist Calliauw staat weer op in het midden van de jaren negentig, als hij in de Brusselse rand ziet hoe daklozen het Château de la Solitude hebben gekraakt. Eenmaal terug in Antwerpen, kraakt hij zelf een pand in de wijk Sint Andries, de parochie van miserie. Hij vestigt er het hoofdkwartier van het zopas opgericht Daklozen Actie Komité (DAK).

Rosse buurt

Ergens aan het begin van deze eeuw neemt de oprichter van het DAK zijn telefoon. Hij belt een oude vriend, Philippe De Craene, de ex-provo die dat ogenblik coördinator was van de krakersvereniging Koevoet. "Koens boodschap was nogal direct", vertelt De Craene. "'Ze hebben tegen de kathedraal gekakt', zei Koen. Het ging over de daklozen die samentroepten aan de Groenplaats. Hij wilde dat daar openbare toiletten kwamen, en vroeg of ik mij me wilde engageren. Daar heb ik geen twee seconden over moeten nadenken. Politieke actie voeren kon hij als geen ander. Hij had altijd dat kleine, compleet versleten schriftje bij zich, waarin al zijn contacten stonden. Contacten in de politiek, de administraties, de middenveldorganisaties. De kunst bestond erin om al die actoren mee te slepen in een rel, waardoor ook de pers betrokken raakte. Heel amusant. En bijzonder effectief."

Al een paar jaar vroeger had Calliauw zich geëngageerd voor de Ketelpatrouille, een vzw die zich inzet voor illegale prostituees in Antwerpen. De grote bezieler, voormalig schipper Frank Cool, kan zich niet meer herinneren hoe Calliauw de weg naar zijn vereniging vond. "Maar op een dag stond hij hier in mijn appartement, dat toen vol lag met Nigeriaanse vrouwen. Vrouwen die, omdat ze illegaal waren, geen enkel recht hadden. Ik zie Koen hier nog staan, met zijn boekje. Hij zei niet veel, maar ondernam wel actie. En het had effect. Zo heeft hij er mee voor gevochten dat ook die Nigeriaanse vrouwen naar de dokter konden gaan. Venerische ziektes kennen rang noch stand. Zoiets moest je niet uitleggen aan hem.

"Koen voelde zich thuis in deze wereld. Ik heb onze vereniging opgericht na een bezoek aan het Keteltje, een café in het midden van de rosse buurt. Dat is de wereld waar hij zich toe aangetrokken voelde, veel meer dan tot de wereld van de politiek. Zijn engagement voor politieke partijen is volgens mij nooit absoluut geweest. Hij is lid geworden omdat hij wist dat hij via de politiek iets kon betekenen voor de mensen waar hij iets voor wilde betekenen."

De wereld waar Koen Calliauw van droomde is er niet gekomen. Net als zijn inspiratiebron Wannes Van de Velde midden jaren zestig, vocht Calliauw voor een stad die ruimte liet aan de marge. Een stad die de hoeren, de junks en de daklozen niet zou verdrijven, maar koesteren. "Koen noemde dat 'de rafelige rand'", zegt strijdmakker Mark De Quidt. "Hij vond dat de maatschappij die rafelige rand nodig had. Van een stad kan je geen perfecte cirkel maken, vond Koen, en daarin geef ik hem 100 procent gelijk. Die rafelige rand moet je koesteren, in plaats van met harde hand verwijderen.

"Koen heeft zijn strijd niet gewonnen, dat is zeker waar. De repressie is vandaag groter dan ooit. Antwerpen is zo goed als opgekuist. De prostituees zijn uit het straatbeeld verdwenen, en de stad is nog nooit zo rechts bestuurd.

"Toch denk ik dat Koen tot de laatste snik in het verzet heeft geloofd. Het afgelopen jaar hebben we nog samen actie gevoerd voor Palestina. Antwerp for Palestine. Tijdens de bombardementen in Gaza, vorige zomer, waren we met duizenden. Toen de bombardementen ophielden werd het, zoals dat gaat, allemaal wat minder. In oktober zijn we nog eens gaan betogen op de Grote Markt. Ik denk dat we nog met tien waren. Maar Koen was er nog bij, in alle stilte."

Anja

Het verhaal over Koen Calliauw is nog niet helemaal verteld. Zo was er nog die laatste dans met Anja Hermans, de vrouw die, onder meer als activiste voor het Animal Liberation Front, wel eens over de grens ging die Calliauw, de trotse bezitter van een blanco strafblad, nooit heeft overschreden.

Koen Calliauw en Anja Hermans hebben elkaar graag gezien. Wederzijdse herkenning was het, van twee mensen die zich maar zelden in andere mensen herkennen. "Koen was mijn soulmate", sms'te ze de afgelopen week. Praten is moeilijk, zei ze. Maar ze wilde wel een tekst sturen. Dit is een fragment.

"Je constante inzet voor anderen, veelal voor de zwaksten in de maatschappij en je niet aflatende strijdlust, eisten bij regelmaat een tol. Ook jij had dan nood aan even rust. Rust die je vond in tijdelijke verblijven in de psychiatrie. Een plaats waar helaas ook nu nog in onze maatschappij een taboesfeer over hangt. Ik kwam je daar bezoeken, met een berg chocolade die je zo graag lustte. We zeiden meestal niet zoveel tegen elkaar. Dat hoefde ook niet. Ik begreep jouw pijnlijke leegte en emotionele knopen die je op dat moment voelde. Woorden waren overbodig. Nadat je je batterijen weer had opgeladen, stond je daar weer. Koen, de eeuwige rebel."

In De Roma in Borgerhout wordt vandaag afscheid genomen van Koen Calliauw. De huldiging start om 14 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234