Vrijdag 07/08/2020

De laatste ministers voor Cassatie

Voor het Hof van Cassatie is het Agusta/Dassault-proces normaliter het laatste in zijn soort. Sinds de wet op de ministeriële verantwoordelijkheid werd gewijzigd, zullen ministers voortaan door hoven van beroep worden vervolgd en berecht. Cassatie kan dan nog enkel worden ingeschakeld als de betrokken (ex-)minister in beroep gaat.

In principe beoordeelt het Hof van Cassatie geen feiten. Dat dit in het Agusta-proces wel gebeurt, zoals eerder in de Uniop-zaak, is in zekere zin het gevolg van de 'nalatigheid' van het parlement. Dat verzuimde 167 jaar lang de uitvoeringswet te schrijven, die in de grondwet werd aangekondigd, over de manier waarop ministers moesten worden vervolgd en berecht. In afwachting van die wet moest de Kamer van volksvertegenwoordigers de facto optreden als kamer van inbeschuldigingstelling en was de vervolging en berechting een taak voor het Hof van Cassatie, zo stipuleerde de grondwet.

Pas toen de Kamer zich moest buigen over het geval van gewezen defensieminister Guy Coëme (PS) in de Agusta-affaire, voelde de politieke wereld de noodzaak om werk te maken van de uitvoeringswet. De media-aandacht klopte de al of niet doorverwijzing naar het Hof van Cassatie immers zodanig op dat de betrokkene voor de publieke opinie al bij voorbaat veroordeeld was. De term 'inbeschuldigingstelling' die de grondwet hanteerde, werkte dit nog meer in de hand. Gewone stervelingen worden pas in beschuldiging gesteld als er voldoende aanwijzingen zijn voor een misdaad, dus als het gerechtelijk onderzoek is afgesloten. In het geval van de ministers was er op het moment van de doorverwijzing echter nog geen enkele onderzoeksdaad verricht. Precies om dat te kunnen doen, had het gerecht de toestemming nodig van de Kamer.

Tot voor Coëme in 1994 (en nog enkelen na hem) was de procedure voor de Kamer in de Belgische geschiedenis nog maar één keer toegepast, zo'n 130 jaar geleden, voor de toenmalige defensieminister Chazal, die zich aan een duel had gewaagd. De opstellers van de grondwet vonden de speciale bescherming destijds nodig om ministers voldoende slagkracht te geven in hun functie. Het moest hen wapenen tegen onterechte aanvallen van buitenaf. Om diezelfde reden genieten parlementsleden onschendbaarheid. Hoe nuttig dit kan zijn, heeft PS-minister Elio Di Rupo als geen ander ervaren, toen de vraag van het gerecht om hem naar Cassatie door te verwijzen wegens vermeende seks met minderjarigen, gebaseerd bleek op de getuigenis van een fantast.

Voortaan mag het gerecht dus alle nodige onderzoeksdaden stellen, als er aanwijzingen zijn dat een minister strafrechtelijk iets heeft mispeuterd. Pas als men daadwerkelijk tot vervolging wil overgaan, komt het parlement tussen en dan nog alleen om na te gaan of het dossier ernstig genoeg weegt en er geen sprake is van manipulatie. Het proces zal voortaan ook voor het hof van beroep worden gevoerd. Het Hof van Cassatie behandelt dan enkel een eventueel beroep. Dat is belangrijk. De verdachten in het Agusta-proces kunnen nu immers niet in beroep gaan, aangezien ze al meteen voor het hoogste rechtscollege verschijnen.

Of het Agusta-proces het allerlaatste wordt volgens de oude procedure, is niet zeker. De nieuwe regeling werd nog maar dit voorjaar definitief goedgekeurd. En Marc Dutroux zorgde te elfder ure nog voor uitstel door te ontsnappen, net voor de tekst zou worden goedgekeurd. Al wie voordien nog is doorverwezen, zal dus voor Cassatie moeten verschijnen, zo het tot een proces komt. De gewezen Brusselse gewestminister Jean-Louis Thys (PSC) verkeert in dat geval. In de zaak van de milieuboxen vroeg het Vlaams Parlement het Hof van Cassatie om bijkomende informatie omdat de aanwijzingen voor de betrokkenheid van minister Theo Kelchtermans (CVP) zeer licht wogen. Sindsdien is daar echter niets meer van gehoord. Ook gewezen Franstalig onderwijsminister Jean-Pierre Grafé (PSC) zag zijn ministeriële onschendbaarheid opgeheven wegens vermeende pedofilie, maar ook in die zaak lijkt het gerecht weinig activiteit aan de dag te leggen.

Het is dus helemaal niet de gewoonte van het Hof van Cassatie om zaken te beoordelen. Als hoogste gerechtelijk orgaan in ons land treedt het Hof vooral op om arresten die in beroep werden uitgesproken, al dan niet te verbreken wegens procedurefouten (vandaar ook de term 'cassatie', afgeleid van het Franse casser). Een proces moet dan worden overgedaan voor een andere rechtbank. De in eerste aanleg en in beroep veroordeelde baron Benoît de Bonvoisin slaagde er eind vorig jaar bijvoorbeeld in om zijn veroordeling tot drie jaar cel wegens fraude en schriftvervalsing te laten annuleren door het Hof van Cassatie. Maar ook heel 'banale' zaken als verkeersboetes vinden hun weg naar het hoogste rechtscollege.

Voorts treedt het Hof van Cassatie op als scheidsrechter wanneer twee rechters op eenzelfde niveau tegenstrijdige beslissingen nemen. Als bijvoorbeeld de raadkamer een zaak, die in principe voor het assisenhof moet komen, naar de correctionele rechtbank verwijst en de rechter aldaar zich onbevoegd verklaart. Dergelijke gevallen zijn niet erg frequent.

Vele burgers kennen het Hof van Cassatie vooral vanwege het 'spaghettiarrest'. Toen werd onderzoeksrechter Connerotte het Dutroux-onderzoek uit handen genomen omdat hij zich 'partijdig' had getoond door te verschijnen op een feestje ter ere van de slachtoffers Laetitia Delhez en Sabine Dardenne. Ironisch genoeg behoort het vellen van een oordeel over de neutraliteit van een (onderzoeks)rechter tot de zeldzaamste taken van het Hof van Cassatie.

Sybille Decoo

De ironie wil dat het Hof van Cassatie bij het grote publiek vooral bekend is door bevoegdheden die het zelden uitoefent: de berechting van ministers in de zaken Uniop en Agusta/Dassault, en de beoordeling van de neutraliteit van onderzoeksmagistraten in het 'spaghettiarrest'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234