Maandag 23/09/2019

DE LAATSTE MAN VAN FC REYERSLAAN

'Ik sta hier niet bepaald aan de band. Ik heb al van alles gedaan. Voetbal, maar ook boogschieten. Presenteren, maar ook live commentaar en reportages. Ik heb zelfs al een quiz gepresenteerd. Geef me één reden waarom ik gefrustreerd moet zijn'

Frank Raes is een laatbloeier, maar bloeien doet hij. Zijn collega's van Sportweekend zag hij een voor een vertrekken. Terwijl anderen furore en fortuin maakten op de vrije televisiemarkt, bleef Raes honkvast bij de VRT. Gebrek aan ambitie? Daar moet je bij hem niet mee aankomen. Sportweekend loopt als een trein, de Champions League schreeuwt om zijn commentaar, binnenkort start de nieuwe reeks van Niet te Wissen. Gesprek met een BV tegen wil en dank.

Erik Raspoet / Foto Stephan Vanfleteren

Frank Raes mag een baken van rust heten in het jachtige medialandschap. Zijn laatste carrièresprong dateert van 1988, toen hij aan de Reyerslaan de radio voor de televisie ruilde. De sportredactie bulkte in die jaren van de getalenteerde ego's. Mark Uytterhoeven, Carl Huybrechts, Wouter Vandenhaute, Mark Vanlombeek, Dirk Abrams, allemaal hebben ze het huis van vertrouwen de rug toegekeerd. Terwijl zijn ex-collega's zich met wisselend succes op de nieuwe mediamarkt stortten, bleef Raes zitten waar hij zat. Presentator, commentator en journalist bij Sportweekend, een programma dat bijna van het scherm verdween toen de VTM in 1994 het voetbalcontract van de VRT afsnoepte. Sportweekend overleefde de doodschop, en beleeft momenteel een tweede jeugd. Behalve de naam heeft het programma echter weinig gemeen met zijn legendarische voorganger. Geen parade van resultaten en wedstrijdverslagen meer, sinds vorig jaar is Sportweekend een talkshow waarin de gasten niet alleen hun sportieve zijde blootgeven. Ook achter de schermen is er veel veranderd. Het TV1-programma wordt live ingeblikt en uitgezonden door productiehuis deMensen. De enige VRT-medewerker is Frank Raes, die zich als presentator laat bijstaan door vliegende reporters Luk Alloo en Sabine Appelmans. Gedegen ernst afgewisseld met charme en luim, de formule werkt. Vorige zondag wist Sportweekend 620.000 kijkers te verleiden. Veel tijd om bij het succes stil te staan, heeft Frank Raes niet. Als commentator van de Champions League verzamelt hij meer Airmiles dan Louis Michel. Deze week wordt er niet Europees gevoetbald, maar dat betekent niet dat hij zijn dagen in ledigheid slijt. Na het gesprek rept hij zich naar de studio voor de eindmontage van Niet te Wissen, een ouderwets traag praatprogramma waarin de gasten het rijke sportarchief van de VRT mogen plunderen. Zit hier tegenover mij een tevreden televisiemaker?

Frank Raes: "Absoluut. Vooral het succes van Sportweekend doet deugd. Toen we vorig jaar van start gingen, waren er twijfels. Zouden de kijkers de nieuwe formule en het late uitzenduur wel slikken? Dat is aardig gelukt, we haalden ook vorig jaar al meer dan vierhonderdduizend kijkers. Dit seizoen loopt het pas echt lekker. We hebben het ritme beet, dat voel je als ervaren televisiemaker. Het heeft met evenwicht te maken. De verhouding tussen de diverse sporttakken, tussen mannen en vrouwen, tussen vedettes en meelopers, het klopt allemaal. Het moeten niet altijd kanonnen zijn zoals Kim Gevaert, Stefan Everts of Wesley Sonck. Ik zet even graag een boom op met twee avonturiers die de Ronde van Burkina Faso rijden. Nog een teken dat we goed bezig zijn: het wordt steeds gemakkelijker om sporters naar de studio te lokken. Gewoonlijk halen ze de tv met een soundbite, opgenomen terwijl ze nog aan het uithijgen waren na hun prestatie. Bij ons kunnen ze het eens goed uitleggen, dat ervaren velen als een ongekende luxe."

Live op antenne, dat is zeldzaam voor een talkshow. Spannend voor een

presentator?

"En of. Tot nog toe is alles vlot verlopen, maar vorige week was het kantje boordje. Günther Schepens zat twee uur vast in de file, het zag ernaaruit dat hij het niet meer zou halen. Ik zat al te denken aan plan B. De andere items langer rekken, Günther desnoods met de mobilofoon interviewen. Tien minuten voor zijn optreden is hij gearriveerd, ik kan je verzekeren dat ik opgelucht was toen ze me dat via mijn oortje meldden."

Vorig jaar werd copresentator Tom Coninx gedumpt omdat zijn presentatiestijl te veel op de uwe leek. Dat probleem doet zich niet voor met Luk Alloo. U neemt uw gasten ernstig, Alloo neemt ze in de maling. Is dat de rolverdeling?

"Zo scherp zou ik de grens niet trekken. Het klopt dat ik sport heel ernstig neem. Logisch, in geen enkel vak moeten mensen harder knokken om aan de top te geraken. Maar dat betekent niet dat ik vies ben van de show die bij de sport hoort. Een demarrage in de Tour de France, dat is tegelijkertijd hard labeur en schitterend entertainment. Natuurlijk, in Sportweekend spelen we dat contrast wel uit. Luk Alloo fungeert in de uitzending als breekpunt, want de kijkers willen niet de hele tijd mijn kop zien. Maar dat betekent niet dat hij gebakken lucht verkoopt, zoals sommigen beweren. Met zijn eigengereide stijl weet Luk sportlui vaak verrassende uitspraken te ontlokken. Neem nu iemand als Mario De Clercq. Als ik op de man af vraag waarom hij stopt met veldrijden, dan kan ik het antwoord voorspellen. Maar met Luk Alloo pakt dat anders uit. Die gaat zo'n De Clercq provoceren, tot hij zich blootgeeft. Overigens, niet alleen Luk Alloo zorgt voor variatie in Sportweekend. Ik ben erg blij met de inbreng van Sabine Appelmans. Ze heeft charme te koop, en met haar tennisverleden dwingt ze bij topsporters veel goodwill af."

Dossierkennis en respect voor je gasten zijn uw handelsmerk. Toch komt u soms verrassend uit de hoek. Spurter Patrick Stevens, die al twee jaar aan een comeback werkt, kreeg een quote van Ivan Sonck in de maag gesplitst. Stevens komt niet meer terug, klonk het glashard. En bij 400-meter loper Cédric Van Branteghem polste u zowaar of hij de vrouwen nog van zijn lijf kan houden. Is de nieuwe Frank Raes opgestaan?

"Patrick Stevens is volwassen genoeg om met zo'n vraag om te gaan. Ten andere, Ivan Sonck had die uitspraak al in een krant gedaan. Het is een beetje cru, maar zo redeneert Ivan. Naakte cijfers zijn de enige maatstaf. Loopt een Belg 10.10 op de honderd meter? Knap, zegt Ivan, maar de echte wereldtop begint pas bij 9.90. En wat Van Branteghem betreft, waarom zou ik die vraag niet stellen? Het staat toch in alle boekjes dat hij na zijn Belgisch record iets begonnen is met Deborah Ostrega. Van Branteghem zit zo in elkaar, die geniet van zijn succes en komt er recht voor uit. Vragen over het privé-leven stel ik alleen als ze relevant zijn voor de sport. Zeiler Sébastien Godfroid is voor zijn sport constant op reis. Van hem wil ik dus weten wat zijn vrouw over die uithuizigheid denkt. Maar je zult mij nooit zomaar horen polsen naar iemand zijn lief, zijn hond of zijn auto. Dat is een kwestie van fatsoen. Over mijn eigen privé-leven zul je in de boekjes ook niets vernemen."

Waarom moet Sportweekend zo nodig buitenshuis worden gemaakt? Als het over sport gaat, is er toch niemand die meer knowhow in huis heeft dan de VRT zelf.

"In het begin had ik het daar zelf moeilijk mee. Sportweekend is mijn kind, ik ben ermee vergroeid. Misschien hebben ze mij daarom als presentator gevraagd, omdat ik het al jaren deed. Maar ik heb me snel met die nieuwe situatie verzoend. Het is niet gezond altijd in de eindeloze gangen van het omroepgebouw rond te hangen. Bij deMensen vond ik een jong team en een dynamische sfeer, erg prettig om te werken. Trouwens, je kunt niet ingaan tegen de tijdgeest. Die tendens om uit te besteden valt niet meer te stoppen."

Schuilt in die werkwijze toch geen gevaar? Als een kroonjuweel zoals Sportweekend buitenshuis wordt gemaakt, dan kan de VRT binnenkort haar hele sportredactie wel opdoeken.

"Zo'n vaart zal het niet lopen, we hebben onze handen meer dan vol. Ook met voetbal. Mensen zeuren nog altijd over het verlies van het voetbalcontract aan VTM. Maar ze vergeten dat we nog altijd de rechten hebben op de Champions League en op de eindronden van het WK en het EK. Weinig Europese zenders brengen zoveel sport als de VRT. Want naast voetbal hebben we ook tennis, Formule 1, en drie grote wielerronden. Volgend jaar wordt het helemaal een feest, want we hebben de rechten op de Olympische Spelen in Athene. Met zo'n massa sportevenementen zijn we wel verplicht om programma's uit te besteden."

De meeste van uw ex-collega's bij Sportweekend hebben de VRT allang verlaten. Wouter Vandenhaute is nu een gearriveerd zakenman, Mark Uytterhoeven wordt als een televisiegoeroe vereerd, Carl Huybrechts rijft freewheelend de ene mediatransfer na de andere binnen. Ook de veel jongere Stef Wauters heeft bij Sportweekend zijn carrière gelanceerd. Ondertussen bent u aardig op weg naar een pensioen met gouden polshorloge bij de VRT. Bent u niet ambitieus genoeg?

"Waarom zou ik weggaan, terwijl de VRT me alle kansen biedt? Want ik sta hier niet bepaald aan de band. Ik heb al van alles gedaan. Voetbal, maar ook boogschieten. Presenteren, maar ook live commentaar en reportages. Ik heb zelfs al een quiz gepresenteerd, De Jaren van Verstand. Geef me één reden waarom ik gefrustreerd moet zijn. Zondag doe ik Sportweekend, doordeweeks geef ik commentaar bij de Champions League, en ondertussen leg ik de laatste hand aan een nieuwe reeks Niet te Wissen. Eigenlijk heb ik een fantastisch leven, ik doe gewoon wat ik graag doe. Geld of carrière is nooit een drijfveer geweest. Ik heb me nog nooit kandidaat gesteld om chef sport te worden. Manager spelen, cijfers en budgetten beheren, dat is niks voor mij, ik ben een man van het terrein. Natuurlijk heb ik aanbiedingen gekregen. VTM heeft me in het prille begin gepolst, maar dat kan iedereen beweren die destijds bij de VRT werkte. En ook Canal+ is komen kloppen toen Supersport werd gelanceerd. Dat heb ik afgewimpeld, omdat ik niet geloofde in de leefbaarheid van een sport-betaalzender in Vlaanderen."

Een opvallende naam in de nieuwe reeks van Niet te Wissen is Freek De Jonge. Was het moeilijk hem daarvoor aan te porren?

"Dat heeft inderdaad wat voeten in de aarde gehad. Maar zodra hij had toegezegd, werkte hij enthousiast mee. Freek is een sportman in hart en nieren. Ik heb nog tegen hem gevoetbald, in een wedstrijd tussen Vlaamse en Nederlandse BV's. Een echte kuitenbijter, hij legt zijn kop voor de bal. De jongste jaren is hij bezeten van de golfsport. In de uitzending demonstreert hij enkele slagen. Maar meer kan ik daarover niet zeggen, anders is voor de kijkers de gein er af."

U hebt nu twee reeksen van Niet te Wissen ingeblikt. Welke gast heeft het meest indruk gemaakt?

"Ik vond ze allemaal mooi. Roger Moens vertelde bijvoorbeeld over een vliegtuigreis met Fausto Coppi. Op zeker ogenblik vraagt Coppi hem: 'En jij, wat slik jij tegenwoordig?' Kijk, dat zijn prachtige momenten die door de format worden uitgelokt. Niet te Wissen duurt een uur. Dat is lang genoeg om de gasten op hun gemak te stellen en ze echt aan de praat te brengen. Neem nu iemand als Ulla Werbrouck. Die kreeg als judoka altijd dezelfde vragen. Hoe heb je die waza ari gescoord? Was die koka terecht of niet? In Niet te Wissen blijkt echter dat ze ook een visie op de sportwereld heeft. Ze deelt de uitzending met Brigitte Becue. Dat geeft vonken. Becue die op een olympische selectie jaagt, Werbrouck die een punt achter haar carrière heeft gezet. De format van Niet te Wissen heeft veel potentieel. Mijn droom is ooit een soortgelijk programma te presenteren dat niets met sport te maken heeft."

Vanavond spelen de Rode Duivels een cruciale interland tegen Estland. Live op VTM. Steekt dat niet bij een voetbaldier als Frank Raes?

"Ik zal met veel belangstelling kijken. Maar pijn in het hart? Dinsdag over een week mag ik alweer naar Anderlecht-Celtic Glasgow. Wees gerust, ik kom genoeg aan mijn trekken. Hoe lang doe ik nu al de Champions League? Elf jaar, dat zijn een paar honderd Europese topmatchen. Vroeger deed ik er twee per week. Dat was gekkenwerk. Dinsdag in Milaan, woensdag in Madrid. Ik heb intussen alle grote stadions gezien. Manchester United, die heb ik al tien keer op Old Trafford zien spelen. Als je ook nog de eindronden van de WK's en de EK's meetelt, heb ik meer dan vijfhonderd buitenlandse matchen becommentarieerd."

Commentator in de Champions League, dat klinkt als een leven van glamour en glitter.

"Vergeet het maar, het is routine en keihard werken. Natuurlijk logeer je in mooie hotels, en uiteraard zijn Barcelona, Madrid of Rome prachtige steden. Maar na vijf keer ben je wel uitgekeken op pakweg het centrum van Manchester. Ik ga weleens met de collega's een glas drinken. De commentator van de Tsjechische televisie is een halve vriend geworden, en ook met de jongens van de NOS schiet ik goed op. Maar stel je geen wilde nachten voor, daar is geen tijd voor. Eigenlijk ben ik altijd druk bezig, als het niet met de microfoon is dan wel met de laptop. Gewoonlijk ben ik een dag voor de match ter plaatse, om de laatste trainingen bij te wonen. Als AC Milaan traint, vind je altijd wel Italiaanse collega's die de laatste nieuwtjes kennen. Een goede voorbereiding is cruciaal om een match te verslaan."

Heel wat matchen in de Champions League zijn oeverloos saai. Hoe praat u die negentig minuten vol?

"Inderdaad, het is niet altijd even spannend. Vier scoreloze matchen op een rij, dat is me al overkomen. Toch kost me dat geen moeite. Voor een voetbalkenner heeft elke match wat te bieden. Het tactische steekspel, de onderlinge duels, de technische hoogstandjes, daar heb ik genoeg aan. Het moeilijkst is de concentratie. Bij voetbal kan er op elk moment iets verrassends gebeuren. Een plotselinge doorbraak, een vuile overtreding, een vechtpartij op de tribune. Eigenlijk zou je vijf paar ogen moeten hebben. Tennis is veel overzichtelijker. Een bal, twee spelers, nooit kabaal op de tribune. Ik heb zeven jaar tennis gedaan, met veel plezier. De finale van Borg tegen McEnroe op Wimbledon in 1981 vergeet ik nooit."

Dreigt er geen overkill door al dat Europese voetbal op de televisie?

"Ik blijf daar nuchter bij. Televisie werkt volgens marktprincipes. Als er te veel voetbal is, zullen eerst de kijkers en dan de adverteerders afhaken, waardoor er vanzelf minder voetbal op de buis komt. Kijk naar wat er met de snooker is gebeurd. In de jaren tachtig hebben ze die sport proberen te lanceren via de televisie. Dat is grandioos mislukt, omdat de kijkers niet volgden. Met de televisie kun je een sport niet maken, de populariteit moet uit het volk komen. Daarom werkt snooker op de tv wel in Engeland."

Alsof negentig minuten niet lang genoeg duren worden Champions League-wedstrijden in een heus praatprogramma verpakt. Sinds de wissel van Robin Janssen door Carl Huybrechts woedt daarover in dit leuke medialandje een heuse storm. Wat is er aan de hand?

"Daar geef ik geen commentaar op. Alleen dit: die zaak is vreselijk opgeklopt. Het doet me denken aan de glorietijd van Sportweekend. Als er op de redactie een scheef woord viel, stond het 's anderendaags lang en breed in de pers terwijl wij de zaak al lang weer vergeten waren. Ik herinner mij nog een interview met P-Magazine. 'De malaise op de sportredactie volgens Frank Raes', luidde de titel. En daaronder mocht ik twee pagina's lang uitleggen dat er op de sportredactie helemaal geen malaise heerste."

De VRT heeft wel mazzel met zijn Champions League-contract. Voor de tweede keer op een rij staan twee Belgische ploegen in de eerste ronde. Beleeft de Belgische voetballerij een hoogconjunctuur?

"Twee Belgische ploegen in de eindronde is natuurlijk mooi. Maar laten we niet naast onze schoenen lopen. De kans dat een Belgische ploeg ooit de finale speelt, is nihil. Anderlecht en Brugge zijn subtoppers, voor de echte top wegen ze te licht. Ploegen als AC Milaan hebben een kern van 25 topspelers, zelfs hun B-ploeg is even sterk als de A-kern van Anderlecht. Anderlecht en Brugge krijgen het erg moeilijk om de eerste ronde te overleven. Maar in het voetbal zijn mirakels nooit uitgesloten. Vorig jaar heeft een bescheiden ploeg als Bazel in de tweede ronde zeven punten gehaald."

U hebt het voetbal zien veranderen in big business. Toptransfers van dertig miljoen euro zijn schering en inslag. Vraagt u zich nooit af: waar zijn we mee bezig?

"Daar verlies ik mijn tijd niet mee. Natuurlijk zijn die bedragen hallucinant. Maar waarom wordt daar alleen in het voetbal misbaar over gemaakt? Hoeveel denk je dat Michael Schumacher in de Formule 1 verdient? Hoeveel verdienen topmanagers van grote bedrijven? Hoeveel vraagt Tom Cruise om in een film te spelen? Hollywood-acteurs zijn natuurlijk slim. Die geven links en rechts wat geld voor een goed doel, zodat niemand over hun buitensporige gages struikelt. Misschien moeten voetballers daar een voorbeeld aan nemen."

Slotvraagje. U bent uw carrière begonnen bij Wat is er van de sport?, het legendarische magazine van Jan Wauters op Radio 1. Klokvast om kwart voor zes, een dagelijkse afspraak voor alle sportminnaars. Nu is het programma opgedoekt en worden de sportitems over de algemene berichtgeving van de Wandelgangen verspreid. Is dat geen heiligschennis?

"Voor mijn part hoefden ze Wat is er van de sport? niet af te schaffen. Maar beweren dat ik verga van heimwee? Een mens moet meegaan met zijn tijd. En dat ze sportnieuws verspreiden over de algemene berichtgeving, dat vind ik een goede zaak. Waarom sport in een reservaat stoppen? Sportnieuws is even belangrijk als economisch of cultureel nieuws. Vroeger werd er een lijn getrokken tussen journalistiek en sportjournalistiek. Een journalist moest wel alle ministers bij naam en voornaam kennen, maar over Eddy Merckx of Jan Ceulemans hoefde hij niets te weten. Dat is onzin, een journalist die vandaag niet weet wat David Beckham voor de kost doet, is geen journalist. Gelukkig begint dat inzicht door te sijpelen. Als Anderlecht op 21 oktober Celtic Glasgow met 3-0 inpakt, hebben ze bij het journaal meteen een opener."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234