Maandag 29/11/2021

De laatste lichtwachter

'Hierboven zijn wij de ogen en de oren van de zee, zeker bij zwaar stormweer'

Stefan Maes / foto's Jan Caudron De automatisering van de Britse vuurtorens

'Toen mijn kinderen nog jong waren, vroegen zij wel eens: papa wat doe jij nu eigenlijk? Mijn antwoord was steevast: zo weinig mogelijk. Vuurtorenwachter is een manier van leven. Je bent er altijd en je zorgt ervoor dat het licht blijft branden. Dat is het allerbelangrijkste.' De Ier Dermot Cronin is een van de laatste lichtwachters in Groot-Brittannië. Na meer dan 33 jaar dienst verlaat de man in oktober de laatste bemande Britse vuurtoren. Een centrale computer in Harwich neemt de wacht over. Met het vertrek van Cronin verdwijnt een bijna 400 jaar oude Britse traditie. 'Ik zal de vrijheid missen die je als vuurtorenwachter hebt. Dat vooral ja.'

We hebben afspraak met hoofdwachter Dermot Cronin in de vuurtoren van Nash Point aan de zuidkust van Wales. Op de kaart is Nash een onooglijke stip met niet meer dan de markering van een vuurtoren. Zonder degelijke wegenkaart rij je er steevast verloren. Eenmaal in de buurt van de kust wordt oriënteren een stuk makkelijker. Het lichtbaken van Nash, net boven de kustlijn, wijst je de weg, alhoewel. De landwegel naar de toren ligt goed verborgen tussen metershoge heggen. Het smalle baantje slingert zich een weg tussen boerderijen, open veld en enkele schaarse huizen. Na een laatste verraderlijke bocht draait de weg scherp richting opdoemende vuurtoren. Trots waakt Nash, 56 meter boven zeeniveau, over de langgerekte kustlijn.

Met open armen en een brede glimlach komt Dermot Cronin aangelopen. De ontvangst is ongemeen hartelijk. Of we meteen zin hebben in een rondleiding? Dermot wacht niet op een antwoord en beent richting vuurtoren. Onze tour start in de oostelijke toren, een van de twee vuurtorens van Nash Point en de enige die nog in gebruik is. Nash behoort tot de weinige kustplaatsen in Groot-Brittannië waar twee vuurtorens jarenlang de dienst uitgemaakt hebben. Een aantal verraderlijke zandbanken net voor de kust maakt de 300 meter lange zeestrook tussen beide torens tot gevaarlijk gebied voor de scheepvaart. Het licht van de westelijke toren is enkele jaren geleden vervangen door een lichtboei op zee. Het oostelijke lichtbaken is momenteel een van de laatste bemande vuurtorens in Groot-Brittannië, samen met nog drie torens in de graafschappen Cornwall, Wales en Kent. Vanaf november dit jaar flitsen alle Britse vuurtorens volautomatisch, gestuurd vanuit twee centrale computers in Harwich en Edinburgh. De snelle opmars van elektronica, mobiele telefonie en nieuwe navigatie- en controletechnieken verwijst de lichtwachters categoriek naar de annalen van de Britse maritieme geschiedenis. De hele operatie, begonnen in '88, is in handen van Trinity House in Londen, de organisatie die zowat alle Engelse en Welshe vuurtorens beheert. The Corporation of Trinity House is zo'n typisch Britse stokoude dame. Opgericht in de 16de eeuw als gilde van mariniers verkreeg Trinity House al snel de verantwoordelijkheid over de navigatiebakens aan de Engelse en Welshe kusten. In 1965 telde de organisatie ruim 2200 vuurtorenwachters, vandaag resten er nog 24. Eind oktober verdwijnt de laatste lichtwachter definitief. Met de hele operatie wil Trinity House de komende vijftien jaar, de voorziene levensduur van de vernieuwde technische uitrusting, een slordige 90 miljoen frank per vuurtoren besparen. The Commissioners of Northern Lights, de organisatie die de Schotse vuurtorens runt, heeft al eind vorig jaar alle kustbakens geautomatiseerd én haar lichtwachters huiswaarts gestuurd.

De smalle trap naar de top van de toren lijkt eindeloos. "Opgepast voor je hoofd," waarschuwt Dermot. Geen seconde te vroeg, de laatste trap richting lamp en lens gaat bijna loodrecht de hoogte in. Het panorama boven beloont de klimpartij ruimschoots. Dermot nodigt ons uit op het terras rond de top van de toren. Het uitzicht is prachtig, 360 graden in het rond. Er zijn van die plaatsen waar je onmiddellijk weg van bent en dit is er beslist één van. Aan de overzijde van het Bristol Channel, een lange zeearm die Wales van de Engelse kust scheidt, tekent zich scherp de kustlijn van Devon af. Links en rechts strekt de Welshe rotskust zich uit zover het oog reikt. Achter de ruwe klippen een zacht glooiend landschap waarover de schaduwen van de wolken glijden. Over het Bristol Channel vaart een aantal schepen richting Cardiff, de hoofdstad van Wales, en de Engelse havens Bristol en Newport. "Bij helder weer maak je hier prachtige zonsopgangen en valavonden mee. De eerste zonnestralen die voorzichtig boven de Engelse kustlijn aan de overzijde van het kanaal priemen. Een unieke ervaring," zegt Dermot met de blik vast op zee gericht.

Samen met twee hulpwachters vormt Dermot Cronin een van de drie teams die de vuurtoren dag en nacht bemannen. Cronin komt al meer dan tweeëneenhalf jaar regelmatig naar Nash Point. Hij is wat de Britten noemen a rotating lightkeeper, een lichtwachter die voortdurend van toren naar toren trekt zonder vaste werkbasis. Vroeger had je per toren een aantal vaste inwonende wachters. Met de invoering van de automatisering zijn de inwonende wachters een uitstervend ras geworden. Trinity House heeft trouwens al een aantal woningen naast vuurtorens verkocht. Vooral de toeristische industrie ziet brood in dergelijke locaties.

"Er is regen op komst. Ik vrees dat het zal blijven regenen de komende dagen. Het weerbericht gaat voor zware regenbuien met hevige windstoten," meldt Dermot. Van over zee stomen donkere wolkenpakken richting Nash Point. De zon poogt nog een tijdje mee te spelen maar moet ten slotte plaats ruimen voor een stevige bries, even later gevolgd door wind en striemende regen. Het gedruis van de regen tegen het glas van de toren maakt een oorverdovend lawaai. Vanaf 50 meter hoog de natuurelementen recht in de ogen kijken en de toren die geen kik geeft. Ook dit is onbeschrijflijk mooi. "Steek ik het licht even aan?" Dermot laat ons verbaasd achter en verdwijnt een paar treden lager. Even later klinkt een zacht gezoem en flitst de vuurtorenlamp met de regelmaat van een klok. Nash Lighthouse stuurt om de tien seconden tweemaal een rode en witte lichtflits de nacht in. Het flitspatroon betekent zoveel als het visitekaartje van elke vuurtoren. Bij helder weer is de flits tot meer dan 35 kilometer buiten de kust zichtbaar. En dat met een lamp van slechts 1500 watt. Dermot: "De vorm van de lens bepaalt de sterkte van de lichtflits. Bovendien werken we nu met halogeenlampen. Elke lamp kan onmiddellijk vervangen worden door een tweede lamp. Faalt deze laatste lamp, dan treedt een noodlamp op batterij in werking. De lens moet ook dagelijks gepoetst worden om de lichtsterkte te vrijwaren. Een verdieping lager staat de tijdklok opgesteld. Het systeem regelt zichzelf op basis van het zonlicht. Vanavond flitst het licht ononderbroken van 17.30 uur tot 6.30 uur morgenochtend. Loopt er iets fout, dan kan de wachter nog steeds manueel ingrijpen. "De meeste vuurtorenwachters hebben geen brede technische kennis maar kunnen zich goed uit de slag trekken. Trouwens, elke wachter gaat prat op een gedegen basisopleiding. Ik herinner mij de opleiding met onze lichting nog levendig: één maand lang leerde je zowat alles over morsecode, mist- en lichtsignalen, brood bakken, sociale vaardigheden (!) en het dagelijks beheer van een vuurtoren. Als vuurtorenwachter moet je immers een beetje van alle markten thuis zijn. De cursus werd gegeven door een zeer ervaren vuurtorenwachter. Maar wat bleek? Na twee jaar was ik nog de enige overgebleven wachter van mijn lichting. Misschien zat die opleiding er wel voor iets tussen?" (lacht)

Boven in de toren zijn we niet meer alleen. Een aantal ingenieurs en elektriciens van Trinity House loopt drukdoende rond. Zij zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de eerste verkennende tests en analyses alvorens men het automatiseringsprogramma voor Nash definitief opstart. Bovendien blijkt de toren niet meer helemaal 'waterdicht'. De hevige regenval van de laatste dagen veroorzaakt waterinsijpeling en dat probleem krijgt prioriteit. Het stucwerk in de toren is dringend aan herstelling toe. Met de automatisering worden ook de lamp en de lens vervangen. De huidige lamp en lens, die men straks naar beneden haalt, zullen nog lange tijd als museumstuk gekoesterd worden. Een roterend element neemt de plaats in van de huidige vaste lens. Opzet is dat het materiaal lange tijd blijft functioneren zonder menselijk ingrijpen. Maar Cronin heeft zijn twijfels bij het hele automatiseringsprogramma. "Tot voor kort bewaakten wij van hieruit een aantal al geautomatiseerde vuurtorens langs de Welshe kustlijn. Dat leverde soms hectische toestanden op want er liep altijd wel iets fout, vaak in het holst van de nacht. Aangezien er niemand meer ter plaatse was om de dringende herstellingen uit te voeren, moesten wij erheen. Een lichtbaken dat het 's nachts laat afweten, dient immers zo vlug mogelijk hersteld te worden. Het lijkt wel paradoxaal: hoe meer er geautomatiseerd wordt, hoe meer er op de vuurtorens verkeerd loopt. In de beginfase liet de elektronica het wel eens afweten. Bovendien raken torens die niet meer bewoond zijn, helemaal onderkomen. Vooral bij torens in volle zee hebben wind, zee en regen vrij spel. Stukgeslagen ramen of deuren op afgelegen vuurtorens voor de kust doen de onderhoudskosten aanzienlijk stijgen."

Onderaan de torentrap bevindt zich de kleine werkruimte van de wachters. Een bureautje staat centraal tegen de muur. Op de tafel een mooi groot en lijvig boek met aantekeningen door de jaren heen van de lichtwachters. In kalligrafisch schrift op het kaft lezen we: Order Book. Met dit boek geeft de vuurtoren spaarzame fragmenten uit het verleden bloot. De eerste vermelding dateert van oktober 1854. In sierlijk handschrift beschrijft de lichtwachter het bezoek van een aantal hooggeplaatsten uit het dorp Llantwit Major, een paar kilometer verderop. In het voorjaar van 1915 teisterde een zware storm de toren en zijn bewoners. Dermot: "In dit boek signaleerden de vuurtorenwachters alleen bijzondere gebeurtenissen. Grote inspectiebeurten, bijzonder slecht weer of koninklijk bezoek bijvoorbeeld."

Aan de muur hangen in duidelijk opschrift de telefoonnummers van de kustwacht en de naburige vuurtorens. Boven de werktafel merken we een groot bord waarop de wachters om de vier uur de buitentemperatuur, de windrichting en de windsnelheden noteren. De noordwester die buiten windkracht zes blaast, staat netjes opgetekend. Een biep waarschuwt voor een binnenlopende fax. Een tv-producer heeft zijn oog laten vallen op Nash als filmlocatie. Trinity House in Londen heeft al toegestemd. Dermot krijgt netjes alle details doorgestuurd. De Britten blijken dol te zijn op dergelijke locaties voor televisie- en filmopnamen.

In de hoek van de kamer staat een pc op een laag bijzettafeltje. Het scherm verraadt een hobby van Dermot. Het Word Perfect-menu knippert uitnodigend. "Een van mijn favoriete bezigheden," lacht de hoofdwachter. "Je leert er een heleboel mee bij. Die pc werd vroeger gebruikt voor het elektronisch sturen van een aantal naburige vuurtorens. Nu bijna alle torens bewaakt worden vanuit twee centrale punten, worden deze computers overbodig. Maar voor ons blijven het natuurlijk handige dingen. Let wel, een pc in een vuurtoren is een kleine luxe. Alleen in St. Annes (een vuurtoren ruim tweehonderd kilometer verderop in westelijke richting, nvdr) hebben de wachters ook een computer staan. Trouwens, als vuurtorenwachter heb je maar beter enkele hobby's. Toen wij in de jaren zeventig en tachtig wacht liepen op de torens voor de Britse kust, sliep en woonde je een maand lang samen met twee andere wachters op een oppervlakte van een paar vierkante meter. Als je je dan niet even kunt afzonderen en je bezighouden met dingen die je graag doet, ga je eraan kapot. Toen ik startte, had ik niet echt een tijdverdrijf. Door de jaren heb ik met de kortegolfradio leren werken. Als radioamateur heb ik goede vrienden gemaakt in Australië, Amerika, Nieuw-Zeeland en Japan."

Halverwege tussen beide torens van Nash staat een laag gebouw met op het dak twee enorme misthoorns. In het gebouw blinken drie perfect onderhouden dieselmotoren uit 1964, waarvan een voor de eigen energievoorziening en de overige twee voor het blazen van de misthoorn. Bij mistig weer reikt het geluid van de hoorn tot meer dan 10 kilometer buiten de kust. In augustus vorig jaar besliste Trinity House de hoorns definitief het zwijgen op te leggen. "Omdat de hoorns ons te veel uit onze slaap hielden. We hebben beide dingen dan maar buiten werking gesteld," grapt Dermot. "Maar alle gekheid op een stokje, met de moderne navigatieapparatuur aan boord van de schepen verliezen de hoorns hun functie." Bij wijze van onderhoud en smering laat men de hoorns af en toe nog even flink blazen. De misthoorns blijven echter op Nash. Als toeristische attractie. Dermot: "Vanaf de zomer van volgend jaar wil men de torens, de gebouwen en de misthoorns openstellen voor toeristen. Het zou trouwens zonde zijn de hoorns te verwijderen, want zij verkeren in perfecte staat en kunnen onmiddellijk weer opgestart worden."

Dermot heeft er vandaag al een lange wacht opzitten, van vier uur deze morgen tot 's middags. Vanavond is hij weer on duty. We vragen of we later op de avond nog even mogen langslopen. "Geen probleem," luidt het, maar "Chelsea is playing and you won't find me in the tower". Een deel van de wacht zal Dermot vanavond dus voor het televisiescherm doorbrengen.

Enkele uren later rijden we opnieuw richting Nash. Wind en regen beuken op het donkere landschap in. De rode en witte lichtflits van Nash krijgt apocalyptische allures in het donker. Dermot heeft de radio op standby binnen handbereik op het salontafeltje. We praten over Dublin, de Ieren en de Britten. Hoe kom je als Ier in godsnaam op een Britse vuurtoren terecht? "Quite normal. In de loop van de jaren zijn er nogal wat Ieren in dienst geweest van Trinity House. De reden ligt voor de hand: in Groot-Brittannië word je als vuurtorenwachter beter betaald en geniet je een soepeler vakantieregeling. Ik ben geboren in Dublin, niet ver van Bailey Lighthouse. Mijn zus trouwde met een lichtwachter van Bailey. Op die manier kwam ik in contact met het leven op en rond een vuurtoren en deze levenswijze trok mij sterk aan. Ik wilde op een Ierse vuurtoren werken maar had één groot probleem: in Ierland moest je als vuurtorenwachter kunnen zwemmen en dat kon ik hoegenaamd niet. Nu nog niet trouwens. Mijn vrouw en kinderen hebben van alles geprobeerd, maar zwemmen is niet aan mij besteed. In het water zink ik als een baksteen. Vandaar."

Dermot Cronin werd lichtwachter in '65, kocht in '71 een huis in Dublin en sindsdien is het maandelijks pendelen geblazen tussen Ierland en Groot-Brittannië. "Het is een eindje reizen maar je went er wel aan. Als het kon, dan zou ik opnieuw beginnen. Bovendien heb ik in die 33 jaar geen enkele dienst gemist. Tot in '75 wisselden wij twee maanden werken af met één maand thuis bij het gezin. Later, onder druk van de vakbonden, is het regime gewijzigd in één maand op en één maand af. Zo loopt het nu nog. Over twee weken heb ik één maand vrij en daarna moet ik naar de laatste post, North Foreland, in Kent. Daar blijf ik tot eind oktober, daarna is het definitief afgelopen. North Foreland wordt het sluitstuk van het automatiseringsprogramma."

De volgende ochtend blaast de wind met kracht 8 en de regen valt nog steeds onvermoeid uit de dichtbewolkte lucht. Dit moet Wales op zijn best zijn. "Zin in een kop koffie?" We schuiven bij aan de keukentafel van Dermot. Na de buitenopnamen in dit hondenweer een welkome verademing. Met de koffie haalt Dermot een bijzondere ervaring boven. "Weet je, na 33 jaar is mijn favoriete stek zonder meer de vuurtoren op Bardsey Island, in Cardigan Bay, voor de westkust van Wales. Een klein eiland, ruim één kilometer lang en een halve mijl breed. Een juweeltje. De vuurtorenwachters waren er samen met een boer en wat ornitologen de enige bewoners. Je waande je er bijna op een Caraïbisch eiland."

Kennen vuurtorenwachters eigenlijk enige vorm van stress? "In zekere zin wel ja," antwoordt hij snel. "De verantwoordelijkheden brengen sowieso stress mee. Belangrijk is hoe je ermee omgaat. Vallen bovendien de omgeving en de andere lads mee, dan kun je veel aan. Werken in een vuurtoren betekent zoveel als de gewone wereld achter je laten. Na deze baan in een 'normale' functie stappen is niet eenvoudig, denk ik. Op de meeste vuurtorens werk je geïsoleerd, in je eigen wereld, en dat maakt het werk bijzonder. Je hebt de zaak helemaal in handen, in en rond de toren."

Een uur later trekken we een laatste keer met Dermot naar de top van de oostelijke toren. Buiten giert de wind en stuwt hij de golven met openspattende schuimkoppen in de richting van de kust. "Hierboven zijn wij de ogen en de oren van de zee, zeker bij zwaar stormweer. Angst heb ik als lichtwachter nooit gekend. Ik heb mijn vrouw altijd gerustgesteld met de boodschap dat ik op een vuurtoren in volle zee een stuk veiliger ben dan in mijn tuin. Je leert met de natuurelementen samenleven. Je voelt aan wat kan en wat niet. Romantiek? Bah, neen. Je moet in dit vak van de zee houden en de natuurkrachten respecteren. Vanuit een vuurtoren leer je de zee kennen op een manier zoals veel mensen dat nooit zullen doen. De zee kan heel onvoorspelbaar, ja zelfs dodelijk zijn. Ik heb wachters weten verongelukken wegens onachtzaamheid. Je eigen veiligheid heb je voor een groot stuk zelf in handen. De kracht van zee en wind blijven mij nú nog verbazen. Fascinating!" Dermot haalt een voorval aan uit '91, toen hij op een van de meest afgelegen vuurtorens, de Bishop Rock voor de kust van Cornwall, op aflossing zat te wachten. "In enkele minuten tijd werd de lucht aardedonker. De zee veranderde razendsnel in een wild kolkende massa. De heli met de nieuwe bemanning kwam aangevlogen maar kon op geen enkele manier de cargodeuren openen. De wind was té sterk en de heli diende onverrichter zake terug te keren. Niet het stormweer is op dat moment het grootste probleem, wel het besef dat je niet naar huis kunt en nog enkele dagen of weken langer op post moet blijven. Maar zee en wind hebben altijd het laatste woord."

Zoals de man boven in de toren wijdbeens naast de lens staat, met de handen op de rug en de blik op de einder gericht, zou Dermot Cronin de kapitein op de brug van een schip kunnen zijn. Even zwijgzaam en gedecideerd. Alleen vaart dit schip zijn laatste trip mét kapitein. Binnen enkele weken flitst de toren van Nash volautomatisch zonder lichtwachter. Ongevraagd zegt hij nog: "Ik ben blij dat ik dit meer dan dertig jaar lang gedaan heb. Ik heb van het leven genoten, goede vrienden gemaakt en veel plezier beleefd. Daar doe je het toch uiteindelijk voor? But I'll miss the job, de manier van leven, het contact met de natuurelementen én de vrijheid die je als vuurtorenwachter hebt. Dat vooral, ja."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234