Zondag 31/05/2020

De laatste klauw van de rode leeuw

Nergens in Vlaanderen kon in de vorige eeuw de ontvoogdingsstrijd van de Vlaamse beweging aansluiting vinden bij die van het socialisme. Nergens? Neen. In de regio rond Brussel liepen er sinds de jaren zestig wel een paar rode leeuwen rond. De laatste telg ervan, Leo Peeters, houdt de nationale politiek op 13 juni voor bekeken. Maar niet zonder boem of paukenslag.

bart eeckhout

Lente 2003. SP.A-minister Frank Vandenbroucke, noodgedwongen en in het belang van de partij uitgeweken van de kieskring Leuven naar Brussel-Halle-Vilvoorde, maakt kennis met zijn nieuwe electorale omgeving. Zegt de minister, die niet verdacht kan worden van overdreven flamingante gevoelens, meteen na zijn eerste huisbezoeken: "Het is waanzin om deze streek aan Brussel te blijven koppelen."

Om maar te zeggen dat je geen trouw bezoeker van de IJzerbedevaart hoeft te zijn om de eis te steunen die negen burgemeesters uit de regio Halle-Vilvoorde de voorbije weken opnieuw onder de aandacht brachten. Opnieuw, want de vraag om de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde gaat al mee sinds de jaren zestig en moet zowat de oudste eis van de Vlaamse beweging zijn. Elke regeerperiode opnieuw dienen er wel een paar parlementsleden een wetsvoorstel in om de splitsing, overigens ook van het gerechtelijk arrondissement, door te voeren. Telkens opnieuw stuiten ze op een onwrikbaar njet van de Franstalige partijen. Theoretisch kan een uitsluitend Vlaamse meerderheid de splitsing via het parlement doorvoeren. Karel De Gucht zinspeelde daar even toen hij nog VLD-voorzitter was en gefrustreerd toekeek hoe het stemrecht voor migranten tegen een Vlaamse meerderheid in werd goedgekeurd.

Een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde op louter Vlaams initiatief is pure politieke fictie. Op dat moment zou de alarmbelprocedure meteen in werking treden, een institutionele noodgreep die werd ingevoerd om te vermijden dat een taalgroep in het parlement een wet zou invoeren tegen de wil van de andere in. De alarmbelprocedure zou dan de splitsing op de regeringstafel doen belanden... en wellicht het spoedige einde van de regering-Verhofstadt betekenen. Niet dat de splitsing er bijgevolg nooit zal komen. In een arrest van 26 mei 2003 heeft het Arbitragehof al geoordeeld dat de regeling voor de federale kamerverkiezingen (die toen een week achter de rug lagen) 'ongrondwettelijk' was, met name voor de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Ten laatste tegen de volgende federale verkiezingen moet er een grondwettelijk correcte (en dus gesplitste) kiesregeling komen voor de regio.

De Franstaligen willen niettemin niet horen van een splitsingsscenario omdat dat hen definitief zou afsnijden van een groeiende groep kiezers. De groene residentiële rand van Brussel is een uitverkoren woonplek voor een over het algemeen welgestelde groep van Franstalige of Europese burgers, die werken in de hoofdstad maar na de arbeid de rust van het Vlaamse platteland verkiezen. Vooral de Franstalig liberale MR rekruteert nogal wat kiezers uit de rand.

Een groep van negen burgemeesters uit Halle-Vilvoorde wil nu alsnog voor de verkiezingen van 13 juni de forcing voeren. Als de splitsing er voor de Europese stembusgang niet komt, boycotten ze het opstellen van de kiezerslijsten en daarmee het goede verloop van de verkiezingen, zo dreigen de 'ongehoorzame' burgervaders. Ze worden gesteund door al hun collega's uit de regio, terwijl er ook steun komt uit de naburige kieskring Leuven. Het Vlaams Parlement schaarde zich recentelijk ook al achter de splitsingseis, met een bijna unaniem goedgekeurde motie (alleen de Franstalige UF'er Christian Van Eyken stemde, eenzaam in de nok van het parlementaire halfrond, tegen). En ook de bevoegde Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden Paul Van Grembergen (Spirit) laat weten geen vin te zullen verroeren naar de burgemeesterlijke ongehoorzaamheid.

Vooraan op de Vlaams-Brabantse barricaden staat Leo Peeters, SP.A-burgemeester in Kapelle-op-den-Bos. Het is een plek die Peeters wel schijnt te liggen. Als minister wist de minzame en zacht sprekende Brabander al zijn weg te vinden naar de media en als enige burgemeester met nationale politieke naam zuigt hij als vanzelf de aandacht van camera's en microfoons naar zich toe. En - belangrijk - Peeters heeft een erg geloofwaardig profiel als het aankomt op het verdedigen van de Vlaamse zaak.

Keren we even terug naar de herfst van 1997. Omzeggens vanuit het niets stuurt Leo Peeters, als minister van Binnenlandse Aangelegenheden 'voogd' over de gemeentepolitiek, een rondzendbrief naar de burgemeesters van de zes faciliteitengemeenten. Daarin legt Peeters nog eens haarfijn uit hoe de faciliteiten voor Franstaligen in deze zes gemeenten rond Brussel geïnterpreteerd moeten worden. Dat wil zeggen: erg strikt. Wie een officieel document in het Frans wil ontvangen moet dat expliciet aanvragen, en dat telkens opnieuw. De truc met de circulaire werd oorspronkelijk bedacht op het kabinet van toenmalig minister-president Luc Van den Brande (CVP) maar hij zou wel de naam van de uitvoerende minister krijgen. De heisa over de rondzendbrief-Peeters kon beginnen. Om tot nader order niet te stoppen. Een vraag om de circulaire te vernietigen ligt intussen al meer dan vijf jaar stof te vergaren bij de Raad van State. In 2000 leek de zaak even in een stroomversnelling te komen toen bekend raakte dat de auditeur bij de staatsraad de vernietiging van de brief vorderde, maar van een definitief oordeel werd sindsdien nog niets vernomen. Een jaar later wou VLD-voorzitter Karel De Gucht de rondzendbrief als wisselgeld gebruiken bij de communautaire Lambermont-onderhandelingen. Hij noemde de regeling "een pesterij" en de afschaffing ervan "bespreekbaar". De rondzendbrief geldt nog altijd.

Een provocatie tegenover de Franstaligen? Zeker, al ontkent Peeters met klem. "Ik wil helemaal niet provoceren. De wet moet nu eenmaal gerespecteerd worden", legde hij destijds uit aan Le Soir in een interview waarin de minister net niet gelyncht wordt. "Wij willen een andere benadering volgen tegenover de faciliteiten. We hebben al te lang gewacht om onze logica uit te leggen." De nieuwe regeling mag dan wel getuigen van enige ongastvrijheid tegenover Franstaligen in Vlaanderen, die 'logica' sluit wel als een bus. De faciliteiten waren, althans volgens de Vlamingen, historisch bedoeld als uitdovende maatregelen om de integratie van Franstaligen in Vlaanderen te vergemakkelijken. De Franstaligen beschouwden de faciliteiten evenwel als een verworven recht en door hun toenemende getalsterkte konden ze dat ook zo afdwingen.

Met zijn rondzendbrief trof Peeters raak maar hij had daarvoor al een bescheiden schot voor de communautaire boeg gegeven. In de zomer van 1997 schafte Peeters een taalpremie af voor toekomstig gemeentepersoneel in de faciliteitengemeenten. Nochtans is de socialist absoluut geen Vlaamse scherpslijper. Zijn communautaire gevoeligheid is vooral ingegeven door wat hij in zijn regio ziet gebeuren. Het stuit hem voor de borst dat welgestelde Franstaligen, met het gelijk van het geld aan hun kant, de oorspronkelijke Vlaamse bevolking verdringen en de regio herverkavelen tot een dure slaapstad voor Brussel.

In die zin past Peeters als laatste telg in het rijtje van Rode Leeuwen uit Brussel en omgeving. In 1968 kwam een groep Vlaamse BSP'ers in Brussel met een scheurlijst, de 'Rode Leeuwen', op bij de parlementsverkiezingen uit protest tegen het te eenduidig Franstaliggezinde standpunt van de Brusselse BSP-afdeling. De beweging werd aangevoerd door Frans Gelders, Henri Fayat en Piet Vermeylen, die allen verkozen raakten. Eerder waren ze binnen de BSP weggestemd naar een onverkiesbare plaats. De Rode Leeuwen vinden al snel weer aansluiting bij de moederpartij en worden ze omgevormd tot de Vlaamse BSP-federatie in Brussel. Leo Peeters mag dan wel geen Brusselaar zijn, hij deelt wel hetzelfde sentiment.

De communautaire opstelling legt Peeters overigens geen windeieren. Graag herinnert hij eraan dat hij bij de verkiezingen van 1999, toen de hemel neerstortte op de SP, de enige socialist was die electorale vooruitgang boekte naast Steve Stevaert. Met 13.419 voorkeurstemmen deed de uittredende minister het inderdaad niet slecht. "Met mijn stellingname heb ik het Vlaams Blok eigenhandig afgestopt", meent Peeters. Het is wellicht niet toevallig dat politici van alle partijen nu op dezelfde kar springen in het aanschijn van de verkiezingen.

Ondanks zijn mooie score komt er na 1999 geen vervolg voor de ministeriële carrière van Leo Peeters. Dat de Franstalige federale coalitiepartners hun gezworen vijand liever niet meer aan een regeringstafel wilden ontmoeten speelde allicht mee. Maar Peeters, die met zijn gezondheid was beginnen te sukkelen, drong ook zelf niet meer aan. Peeters onderging een moeilijke operatie aan de darmen, kreeg diabetes, en moest recentelijk ook nog een zware hartoperatie verwerken. Het is de dwingende reden waarom hij op 13 juni definitief afhaakt in de nationale politiek.

Zo komt er een einde aan een al bij al korte carrière in de nationale politiek. Als burgemeester gaat Peeters, toch nog maar 53, wel nog door in Kapelle-op-den-Bos. Hij oefent die functie al uit sinds 1977, met een onderbreking tussen 1982 en 1988. In de nationale politiek begint hij, net als zovelen, als kabinetsmedewerker op Sociale Zaken. Van opleiding is Peeters socioloog met specialisatie in demografie. Hij komt in het parlement als opvolger van Karel Van Miert. Zijn intrede in de regering maakt hij in januari 1995 als hij Leona Detiége, burgemeester geworden in Antwerpen, opvolgt als Vlaams minister van Tewerkstelling en Sociale Aangelegenheden. Na de Vlaamse mestcrisis en de verkiezingen keert hij terug, ditmaal op Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting.

Meer dan om zijn communautaire standpunten hoopt Leo Peeters wellicht voor die andere bevoegdheden een plaatsje in de Vlaamse politieke geschiedenis verworven te hebben. Al doorstaan zijn hervormingen blijkbaar moeilijk de tand des tijds. Met het Sociaal Impulsfonds gaf hij voor het eerst in het dorpse Vlaanderen een aanzet tot een sociaal grootstedenbeleid. Het Sif-fonds werd evenwel alweer afgevoerd en vervangen door een Stedenfonds. Ook de krotbelasting die hij op Huisvesting invoerde heeft haar beste tijd gehad. Het Vlaams Parlement keurt na de paasvakantie een herzien Leegstandecreet goed, dat hiaten in het decreet-Peeters moet vullen. En toch. Met de Wooncode, van kracht sinds november 1998, gaf hij vorm aan een modern en coherent woonbeleid in Vlaanderen. Dat de huidige Vlaamse regering vervolgens vijf ministers van Huisvesting versleet is niet de schuld van Leo Peeters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234