Zondag 17/01/2021

De Laatste Hond

Ik weet dat u denkt dat het anders is, maar eigenlijk mag ik rustig stellen dat ik veel beweeg. Dat wil zeggen dat ik me binnen de tijdspanne van een week of zes wel eens zowel op een terras in Brussel of Brugge, Parijs of Londen, Antwerpen of Amsterdam kan bevinden, alleen of in goed gezelschap. Meestal ga ik dan de confrontatie aan met een kop matineuze koffie, waar in de loop van de dag wel eens een latte of een macchiato van kan komen, soms zelfs een cappuccino en zo tegen vijf uur aan helemaal niks meer.Op Belgische bodem word ik vaak en diep ontgoocheld. Vooral in Brussel wordt heel slordig met het zwarte goud omgesprongen, zeker in de horeca van de benedenstad, al biedt hier en daar een beter Italiaans restaurant al eens soelaas en zijn er toch ook wat zaken als de Corica (aan de Kiekenmarkt) en de Café Modèle (de laatste grenspost voor Molenbeek!) die de welbekende en feitelijk eenvoudige regels van het koffie maken onder de knie hebben: goede koffiebonen, goed water, een goed afgestelde espresso-machine, goede kwaliteit van kopjes en dan nog een barista die minimaal van zijn vak houdt.Antwerpen is beter bediend. Ik lust altijd wat ik drink in een fijne zaak als de Revista, naast het museum, dezer dagen ook met uitzicht op volkstuintjes die aangelegd zijn door de altijd fascinerende kunstenaar Benjamin Verdonck, en ik werd laatst door een goede vriendin op een allervoortreffelijkste bak troost getrakteerd bij Caffènation aan het Hopland, waar ook nog enkele flarden betere jazz en reggae werden bij geserveerd en nog een wisecrack of twee van een personeelslid dat bijna te hip was voor deze wereld.Maar de beste koffie die ik de afgelopen jaren dronk, bovendien opgediend door het vriendelijkste meisje dat ik ooit mocht aanschouwen, viel mij te beurt in het Berlijnse Haus der Literatur, aan de Fasanenstrasse. Als het van mij afhing zou ik er iedere ochtend gaan ontbijten, want al heb ik dan in mijn wijnkelder nog een poster van Che Guevara hangen, toch ben ik in wezen alleen maar een gewoontemens.Daarom overkomt het me wel eens dat ik in theorie van plan ben een avond bij het ballet, de opera of de cinematheek door te brengen, maar in de praktijk gewoon op mijn sofa terechtkom en er de hele reutemeteut, vanaf de initiële glamour van De rode loper tot de finale gore gekte van Cops, in mijn strot laat duwen.Ik probeer dan eigenlijk zo weinig mogelijk van Man bijt hond te missen, een magazine dat in kringen van slimmere mensen dan ik wel eens wordt afgedaan als slappe human interest, een soort van Echo voor mentaal minder bedeelden, maar ik vind het na al die jaren van zeer weinig sleet getuigen, met de grootste zorg gemaakt en ook veel vaker pal erop dan ernaast. Alleen de nieuwe generiek van Man bijt hond verdient al een prestigieuze prijs, maar de diverse rubrieken die zich daarna van maandag tot vrijdag aan ons geestesoog vertonen zijn ook dit jaar weer vaak optimale vooravondtelevisie met een groot hart voor de zogenaamde Gewone Mens en vaak, ook visueel, getuigend van zeer fijn en ambachtelijk vakwerk.Natuurlijk fietst er af en toe wel eens een item voorbij dat niet helemaal in mijn referentiekraam past. Die vervelende Kabouter Wesley kan mij zowel in druk als lichtjes bewegend helemaal gestolen worden en ook Gunter Lamoot is niet echt mijn idee van een grappig iemand. Ik vind hem niets anders dan een boer die spreekt met bagger in de mond en iemand die op de Richterschaal der Onzin slechts een heel klein beetje beter mag scoren dan de ongetwijfeld slechtste komiek ter wereld: Geert Hoste.Maar nogmaals, Man bijt hond stelt het goed na al die jaren. Er lijkt zelfs nog een zekere groei in te zitten, wat ons doet besluiten: hallelujah!Waarom lijkt het dan zo moeizaam te gaan met De laatste show in zijn tiende jaargang? Ik heb het altijd een leuk programma gevonden, beetje licht in het hoofd, maar met vaak prima gasten en bijna altijd uitstekende muziek onderweg en aan het eind.“Het is op!” zei een andere cultuurpessimist me vanmiddag bij de lunch. “Het ligt aan de presentator”, zei een derde tafelgast. “Die heeft een vervelend hoofd!” “Nu, als het dáár aan lag was het allang gedaan geweest met die Laatste show”, zei ik, altijd klaar met een antwoord in moeilijke tijden, “want Bruno Wyndaele en vooral die Mark Uytterhoeven hebben toch ook al absolute teringkoppen!”Daarmee ging het gesprek weer naar af. We zijn er ook niet echt uitgekomen, omdat op dat moment drie dames blanches verschenen. Maar de conclusie was toch: aan Michiel Devlieger ligt het niet, en ook niet aan zijn vragen, en ook niet aan zijn gasten, en nog minder aan zijn orkest. Dus wat blijft er over? Zijn decor.Het publiek - bij De zevende dag weten ze er ook geen blijf mee - lijkt een beetje in de weg te zitten van de dynamiek van de show, en de gasten die dan eens aan een tafel, dan in een hokje en daarna weer op een canapé uit een luxebordeel terechtkomen zijn er precies ook nooit helemaal zeker van dat het tegen elven allemaal goed gaat komen.Er hangt wat kramp in de lucht bij De laatste show, maar wanneer die wegebt krijgen we weer gewoon de beste laatavondpraatshow van ons taalgebied te zien en horen. Ja, toch? Niet, dan?Meer moet dat voor de mediawatcher en zijn tafelvrienden niet zijn. Wij zijn zeikerds, maar geen beesten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234