Zondag 20/10/2019

Berlijnse muur

De laatste dode van de Berlijnse Muur

Het paspoort van Winfried Freudenberg, de ingenieur die stierf op zijn 32ste. Beeld ullstein bild via Getty Images

In een zelfgemaakte ballon wilde Winfried Freudenberg naar West-Berlijn vluchten. Het noodlot slaat toe als zijn vrouw aarzelt. Freudenberg zal het laatste slachtoffer zijn dat de Muur eist, vandaag precies dertig jaar geleden.

Op het allerlaatste moment raakt de 23-jarige Sabine Freudenberg in paniek. Haar 32-jarige man Winfried heeft zich al vastgemaakt aan de ballon die hen over de Berlijnse Muur moet voeren. Maar de ballon vult zich te langzaam met gas en de politie nadert. "Snel, stijg op", roept Sabine. "Nee, kom mee", schreeuwt Winfried. Sabine: "We blijven samen hier, we leven nog. Dat is het belangrijkste." Winfried stijgt toch alleen op, en vaart de dood tegemoet.

Het is 8 maart 1989, acht maanden en één dag voordat de Muur valt. Winfried Freudenberg is het laatste slachtoffer van een poging om de hoofdstad van de communistische Duitse Democratische Republiek (DDR) te verruilen voor het vrije West-Berlijn. Meer dan 130 landgenoten voor hem haalden de andere kant niet sinds de muur in 1961 door de DDR-autoriteiten was opgetrokken. De meeste slachtoffers werden doodgeschoten door agenten van de Volkspolizei.

"Niemand had er rekening mee gehouden dat de Muur zou vallen", zegt Winfrieds broer Reinhold Freudenberg dertig jaar later vanuit het stadje Lüttgenrode, waar beiden opgroeiden nabij de zwaarbewaakte grens die de twee Duitslanden scheidde. "Niemand kon erin geloven. Honecker (DDR-leider, red.) had in januari 1989 nog gezegd dat de Muur honderd jaar zou blijven staan. Voor Winfried moet dat een aansporing zijn geweest, het was een ondraaglijke gedachte."

"Het kan niet waar zijn", denkt Sabine op de avond van 9 november 1989. Ze ziet dan de aankondiging van de DDR-machthebbers op de Oost- en West-Duitse tv: burgers mogen naar West-Duitsland reizen. Ab sofort, meteen.

"Alles kwam weer boven: de dood van haar man, de vertwijfeling aan het begin van de ballonvaart, haar onmiddellijke gevangenneming door de Stasi (de Oost-Duitse geheime dienst, red.). Het was een traumatische ervaring", zegt de Berlijnse schrijver Caroline Labusch, die dit voorjaar het boek Ich hatte gehofft, wir können fliegen over de tragedie publiceert. Het is gebaseerd op gesprekken met de weduwe van Winfried.

Labusch heeft een goed beeld van de vrouw die "ambivalent" stond tegenover de vluchtpoging. In een radiodocumentaire (2017) had Sabine al gezegd: "Ik was niet enthousiast. Ik wilde bij hem zijn, we wilden verder samen leven."

Zijn persoonlijke bezittingen hangen nog aan de ballon waarmee hij vluchtte. Freudenberg stortte te pletter in een tuin in de wijk Zehlendorf, West-Berlijn. Beeld ullstein bild via Getty Images

Winfried en Sabine zijn getrouwd, maar kennen elkaar nog maar kort en verschillen enorm van elkaar. De in Berlijn wonende Sabine is een vlijtige chemiestudent en lokaal bestuurslid van de communistische jeugdbeweging FDJ. Winfried, die Sabine in haar studententijd heeft leren kennen, wil maar een ding: de DDR verlaten.

Na hun huwelijk, in oktober 1988, vervaardigen ze thuis in de wijk Prenzlauerberg een ballon uit plastic folie en kleefband. Dertien meter hoog, met een doorsnee van elf meter. Winfried, een ingenieur, heeft een baan gevonden bij een staatsonderneming die gas levert en hij beschikt over een sleutel om het bedrijfsterrein te betreden.

Verraden door wandelaar

Op 7 maart doet hij dat, samen met Sabine. Er staat een gunstige noordoostenwind. In een Trabant rijden ze met het omhulsel van het gevaarte naar het bedrijfsterrein. Daar bevestigen ze aan de ballon een "eenvoudige zitconstructie", zoals het in de ambtelijke taal van de Staatsveiligheidsdienst heet: het is niet meer dan een plankje. Bij het urenlange laden van de gasballon gaat er iets mis: het echtpaar wordt opgemerkt door een wandelaar, die de politie waarschuwt.

Na de korte woordenwisseling met Sabine stijgt Winfried rond twee uur 's nachts op, op afstand gadegeslagen door politiemensen die niet durven te schieten uit angst voor een explosie.

Dan volgt een bijna vijf uur durende hellevaart. De ballon bereikt bij een draaiende wind een hoogte van meer dan 2.000 meter, de temperatuur ligt onder het vriespunt. Winfried passeert het vliegveld Tegel, waar hij had gehoopt te landen. De ballon drijft steeds verder terug naar het verafschuwde oosten en bij het ochtendgloren komt de vlucht ten einde. Winfried valt te pletter in de wijk Zehlendorf in West-Berlijn, de ballon belandt honderden meters verderop in een boom. In het gras liggen tassen met persoonlijke bezittingen, waaronder wetenschappelijke boeken, cassettebandjes met Westmusik (Pink Floyd, Dire Straits) en D-marken.

De krant Neues Deutschland, van de communistische machthebbers in het oosten, doet de val af met een paar regels: "Zoals westelijke media melden, is in Berlijn (West) een burger dood aangetroffen. De echtgenote van de betrokkene heeft tegenover de autoriteiten van de DDR bevestigd dat haar man met een zelfgemaakte ballon opgestegen en klaarblijkelijk neergestort is."

Op basis van de persoonlijke documenten die de politie vindt op de plek waar de ballon is opgestegen, staan Stasi-agenten al bij Sabine op de stoep als ze 's nachts thuiskomt. De geheime dienst gist naar de "emotionele achtergronden" van de vluchtpoging. Keer op keer wordt Sabine de vraag gesteld of ze het initiatief van haar man steunde, want dat bepaalt de straf die haar als mogelijke Republiek-vluchteling moet worden opgelegd. Ze wordt tot drie jaar cel veroordeeld, maar komt in oktober 1989 vervroegd vrij.

Ook broer Reinhold, die op een landbouwbedrijf werkt, wordt verhoord. "Gelukkig wist ik niets van de plannen. Had ik ervan geweten, dan was op zijn minst mijn werk in gevaar gekomen en had ik misschien ook de cel in gemoeten. Winfried had het contact met zijn familie verbroken om niemand in problemen te brengen."

Zijn broer had geen ideologische motieven, denkt Reinhold. "Voor zover ik weet, heeft hij zich nooit aangesloten bij een van de vele nieuwe oppositiegroepen, eind jaren 80. Mijn broer was kennelijk tot de conclusie gekomen dat er in het Westen meer kansen voor hem waren nadat hij zijn studie had afgerond. Winfried wilde onderzoek doen, hij leefde voor de wetenschap. Het ging hem niet om een hogere levensstandaard."

Reinhold Freudenberg herinnert zich dat hij eind 1988 samen met zijn broer en enkele andere familieleden de begrafenis van een 75-jarige tante in het Westen mocht bijwonen. "We waren tien dagen aan de overkant. Ik ben twee dagen met Winfried opgetrokken. Later bleek dat hij allerlei bedrijven en instituten had bezocht, om zich te oriënteren op een toekomst buiten de DDR."

Zijn schoonzus Sabine heeft hij na de dood van zijn broer niet meer gezien. "Ze werd snel vrijgelaten, dat maakte me wantrouwig. Waarschijnlijk heeft ze loyaal meegewerkt met de veiligheidsdiensten. Ik weet dat Sabine hertrouwd is en kinderen heeft, maar ik heb zelfs geen idee waar ze woont."

Reinhold vernam het nieuws over de val via West-Duitse media. "Het kwam aan als een mokerslag." Winfried ligt begraven in het dorp waar zijn broer nog altijd woont. Nabij de plek in West-Berlijn waar hij om het leven kwam, stond geruime tijd een houten kruis. Nu prijkt zijn foto op het officiële gedenkmonument voor diegenen die een vluchtpoging niet overleefden, in de Bernauerstrasse waar de Muur dwars doorheen liep.

Met medewerking van Stiftung Berliner Mauer. Het boek Ich hatte gehofft, wir können fliegen verschijnt dit voorjaar bij Penguin Verlag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234