Woensdag 29/01/2020

De laatste der Tibetanen

Net zoals de Apachen in Amerika hun manier van leven hebben moeten opgeven, zullen ook de Tibetanen wellicht het onderspit moeten delven tegen de Chinese modernisering

Ian Buruma gelooft dat de geschiedenis van de VS zich in China herhaalt

@5 INFO Opinie:Ian Buruma is hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek aan het New Yorkse Bard College en auteur van Murder in Amsterdam: The Death of Theo van Gogh and the Limits of Tolerance.

De spanningen tussen China, organisator van de Olympische Spelen, en Tibet blijven het wereldnieuws beheersen, ook al zei de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Yan Jiechi gisteren nog dat Peking bereid is te praten met de dalai lama. Ian Buruma nuanceert het beeld van de semikoloniale onderdukking.

Zal de Tibetanen hetzelfde lot beschoren zijn als de Amerikaanse indianen destijds? Zullen ze louter een toeristische attractie worden en leuren met goedkope souvenirs van wat ooit een grootse cultuur was? Dat toekomstbeeld lijkt steeds duidelijker vorm te krijgen en het olympische jaar is nu al bezoedeld door de Chinese acties om het verzet tegen die toekomst de kop in te drukken.

De Chinezen gaan hun boekje geregeld te buiten, maar het lot van Tibet is niet louter een kwestie van semikoloniale onderdrukking. Vaak vergeten we dat de Tibetanen, en dan vooral de geletterde mensen in de grotere steden, hun maatschappij halfweg de twintigste eeuw zo graag wilden moderniseren dat ze in de Chinese communisten bondgenoten zagen in hun strijd tegen de heerschappij van de heilige monniken en de landheren met hun lijfeigenen. In het begin van de jaren vijftig was de jonge dalai lama zelf erg onder de indruk van de Chinese hervormingen en schreef hij gedichten waarin hij de lof van voorzitter Mao zong.

Helaas hebben de Chinese communisten de Tibetaanse samenleving en cultuur niet hervormd, maar wel verwoest. In de naam van het officiële marxistische atheïsme werd de godsdienst aan banden gelegd. Tijdens de Culturele Revolutie werden kloosters en tempels gesloopt (vaak met de hulp van de Tibetaanse Rode Garde). De nomaden werden gedwongen om in lelijke betonnen nederzettingen te wonen. De Tibetaanse kunsten werden de verstarde folkloristische emblemen van een officieel gepropageerde "minderheidscultuur". En de dalai lama en zijn entourage moesten noodgedwongen de wijk nemen naar India.

Maar daarmee vormde Tibet geen uitzondering. Overal in China werd de traditie overboord gegooid en werd de officiële staatscultuur opgelegd. In bepaalde opzichten werden de Tibetanen minder wreed aangepakt dan de meerderheid van de Chinezen. De communisten waren ook niet de eersten die te maken kregen met de Tibetaanse eigenheid. In 1946 verklaarde generaal Chiang Kai-shek dat de Tibetanen Chinezen waren. Hij zou Tibet nooit onafhankelijk hebben laten worden als zijn nationalisten de burgeroorlog hadden gewonnen.

Het Tibetaanse boeddhisme had zware averij opgelopen en het Chinese communisme is er met moeite in geslaagd de ravages van de twintigste eeuw te overleven. Maar de ontwikkeling naar een kapitalistische maatschappij heeft de Tibetaanse traditie nog meer schade toegebracht. Net zoals zoveel moderne, imperialistische machten rechtvaardigt China zijn beleid door te wijzen op de materiële voordelen. Tibet is tientallen jaren lang verwoest en verwaarloosd, maar kan zich nu moderniseren dankzij het geld en de energie die de Chinezen erin pompen. De Tibetanen worden zeker niet aan hun lot overgelaten nu het armlastige derdewereldland China zich stilaan omvormt tot een pareltje van een energieke en verstedelijkte maatschappij.

Maar daar heeft Tibet een hoge prijs voor betaald. De regionale identiteit, de culturele diversiteit en de traditionele kunsten en gewoonten liggen nu in heel China begraven onder beton, staal en glas. En alle Chinezen ademen dezelfde vervuilde lucht in. Maar de Han-Chinezen kunnen tenminste trots zijn op de heropleving van hun nationale rijkdom. Ze kunnen zich wentelen in de herwonnen Chinese macht en materiële welvaart. De Tibetanen daarentegen kunnen dat gevoel alleen maar delen als ze echte Chinezen worden. Als ze dat niet doen, kunnen ze alleen rouwen om het verlies van hun identiteit.

De Chinezen hebben hun versie van de moderne ontwikkeling naar Tibet uitgevoerd. Dat hebben ze niet alleen gedaan op het vlak van de architectuur en de infrastructuur, ze hebben er ook hun mensen naartoe gestuurd: zakenlui uit Sichuan, prostituees uit Hunan, technocraten uit Peking, partijfunctionarissen uit Shanghai en handelaars uit Yunnan. In Lhasa zijn de Tibetanen tegenwoordig zelfs in de minderheid. De meeste plattelandsbewoners zijn Tibetanen. Net zoals de Apachen in Amerika hun manier van leven hebben moeten opgeven, zullen ook de Tibetanen wellicht het onderspit moeten delven tegen de Chinese modernisering.

In de Tibetaanse scholen en universiteiten is Chinees de voertaal. Al wie meer wil zijn dan een arme landbouwer, bedelaar of prullenverkoper moet zich de Chinese normen eigen maken. Hij moet, met andere worden, Chinees worden. Zelfs de Tibetaanse intellectuelen die hun eigen klassieke literatuur willen bestuderen, moeten het doen met een vertaling in het Chinees. Intussen dossen de Chinezen en de andere buitenlandse toeristen zich uit in de traditionele Tibetaanse klederdracht om zich voor het oude paleis van de dalai lama in vol ornaat te laten fotograferen.

Godsdienst wordt intussen gedoogd in Tibet, net zoals in de rest van China, zij het onder strikte voorwaarden. Kloosters en tempels worden uitgebaat als toeristische attracties terwijl de overheidsambtenaren erop toezien dat de monniken zich aan de voorschriften houden. De recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat dat nog geen onverdeeld succes is. Daarvoor zit de verbolgenheid van de Tibetanen te diep. De voorbije weken is de wrok opgeborreld, eerst in de kloosters en daarna in de straten. De politieagenten zijn vooral ingeweken Han-Chinezen en zij hebben de meeste baat bij een vlugge modernisering van Tibet. Zij moesten het dan ook ontgelden.

De dalai lama heeft al herhaaldelijk gezegd dat hij niet naar onafhankelijkheid streeft en de Chinese overheid heeft niet het recht om hem verantwoordelijk te houden voor het geweld. Maar zolang Tibet deel uitmaakt van China zal het heel moeilijk zijn specifieke culturele identiteit kunnen bewaren. De menselijke en materiële middelen die worden ingezet tegen Tibet zijn overweldigend. Er zijn te weinig Tibetanen en te veel Chinezen.

Buiten Tibet krijgen we echter een ander verhaal. Als de Chinezen het einde van de traditionele manier van leven binnen Tibet op hun geweten hebben, kunnen ze het buiten Tibet onbewust in leven hebben gehouden. Ze hebben de dalai lama gedwongen om in ballingschap te gaan en zo hebben ze een Tibetaanse diasporagemeenschap laten ontstaan. Die zou het best wel eens kunnen overleven en ze zou ook traditioneler kunnen zijn dan het geval zou zijn geweest in een onafhankelijk Tibet. Diasporaculturen moeten het hebben van nostalgische dromen van een terugkeer. De tradities worden angstvallig in ere gehouden en worden als erfstukken aan de volgende generatie doorgegeven zolang de dromen blijven bestaan.

En wie weet komen die dromen ooit wel uit. De Joden zijn er alvast in geslaagd om zich bijna tweeduizend jaar lang aan die van hen vast te klampen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234