Woensdag 18/05/2022

De laatste der pioniers, de eerste van de modernen

Briek Schotte had een naam en kop van kassei, de laatste overlevende uit de oertijd van het wielrennen van destijds. Maar Briek Schotte had kwieke, pientere ogen, een snelle geest en, jawel, een radde tong. Een verstandig man, een slim coureur, een voorloper van het moderne wielrennen van vandaag. door walter pauli

Het moeten legendarische woorden geweest zijn, toen Briek in 1948, niet toevallig in de gietende regen, zijn eerste regenboogtrui had veroverd op de zware omloop van Valkenburg. Men sleepte hem naar de microfoon, en daar galmde het van Zuid-Limburg tot West-Vlaanderen door de ether: "Moeder, moeder, hoort gij mij? Ik heb gewonnen en ben wereldkampioen!"

Zo was dat, tijdens de eerste profjaren van Briek Schotte, toen de tv nog niet bestond. Zijn prestaties bereikten het land via de radio, de kranten natuurlijk, en korte stukjes gefilmd journaal, dat bij wijze van voorfilm in de cinema's werd getoond. Vlaanderen stond in mateloze bewondering voor die Vlaamse renners, helden uit die jaren, die - helemaal in de geest van die tijd - in het Frans 'flandriens' werden genoemd. Net zoals de officiële naam van Briek 'Albéric' was. Eigenlijk kan het niet Vlaamser.

Schotte was een man van het zuiden van West-Vlaanderen, streek van harde wroeters, van mannen die vaak in Frankrijk de kost gaan verdienen - ook Schotte reed jarenlang voor de grote Franse merken van die tijd, zoals Mercier en het legendarische Alcyon - maar ook: streek van industriële vooruitgang, van technologische vernieuwing. Ja, Schotte was een man van koersen op kassei. Maar neen, Schotte was geen stoemper, zoals men vandaag soms verkeerdelijk denkt. Hoe knoestig ook zijn uiterlijk, hoezeer hij af en toe durfde duwen en trekken, zijn stijl kon ook gaaf zijn. Het ultieme beeld van Briek Schotte is een foto uit Parijs-Tours 1946. Zeker, het gezicht is vertrokken van de inspanning, maar op die vélo zit toch 'ne vent met een schoon lijf': gestroomlijnd, aërodynamisch zelfs, zo draait hij de grote molen rond.

Schotte was een werkmens, ook als renner. En werkvolk is zuinig, woekert niet, ook niet met de eigen krachten. Ludo Dierckxsens laat zich graag een flandrien noemen, maar Schotte verspilde niet half zo veel energie dan Ludo vandaag. Vandaar dat Schotte wereldkampioen werd en een massa klassiekers won, en Dierckxsens niet. Dat hij als niet-klimmer ook tweede in de Tour de France kon worden, en dan nog wel in de legendarische editie van 1948, door Benjo Maso vereeuwigd in Wij waren allemaal goden. Schotte rook immers het goede moment. In de Tour van 1947 pleegt Jean Robic in de allereerste etappe een onwaarschijnlijke putsch, een raid die hem totaal onverwacht de gele trui oplevert. En wie had gezien dat de 'goede slag' er aan kwam, en won de rit in het Prinsenpark te Parijs? Juist, Briek Schotte. In de Tour van 1948 denkt de jonge Bobet dat hij Gino Bartali kan uitdagen; de Italiaan rijdt zijn drieste uitdager helemaal murw. Schotte piekert er niet over dat hij Bartali zou kunnen volgen in de cols en kiest voor zijn eigen tempo. In Parijs is Briek wel tweede. Kortom, wie Schotte wil klasseren bij de mannen van rijden en niet omzien, vergist zich deerlijk.

Maar dat verhaal van die renner die drommels goed wist dat hij vaak moest rusten, en op zijn voeding letten, wordt niet altijd naar waarde geschat. Briek is van 'den ouden tijd', heet het dan, en men laat zich misleiden door zijn barse uiterlijk en zijn voorliefde voor slecht weer. Meer nog dan een man van kasseien, was Briek een regen-en-windrenner, vandaar, weerom, dat hij zo goed presteerde in die barre Tour van 1948, toen renners in de Alpen eigenhandig ijspegels van hun onderrug kraakten.

Briek was een oorlogskind, en ook dat zette hem nog meer tot spaarzaamheid aan. Dat verklaart ook de lange carrière van Briek Schotte, van 1940 tot 1959. Lang, maar niet uitzonderlijk voor de toprenners van zijn tijd. Fausto Coppi was ook van 1940 tot 1959 prof, Gino Bartali van 1935 tot 1954, Rik Van Steenbergen zelfs van 1943 tot 1966. Allemaal renners die ooit voor kilo's boter als eerste prijs hadden gereden.

Absolute top is Schotte nooit geweest, tenminste als top betekent het superniveau van Rik Van Steenbergen-Rik Van Looy-Eddy Merckx. Van Steenbergen, groot, rijzig, snel, dat was een halfgod, een Apollo op wielen. Schotte was geen halfgod, hij bleef altijd een mens. Dat maakte hem zo herkenbaar, zo populair.

Maar anders dan die superkampioenen is hij wel de enige geweest die het echt gemaakt heeft als sportdirecteur. Ook dat is een bewijs dat hij slimmer en moderner was dan velen wilden aannemen. Jarenlang leidde hij met veel succes de Flandria-ploeg. Dat was zowat de nationale ploeg van West- en Oost-Vlaanderen, aangevuld met talent van elders. In die functie was Schotte de man die de Nederlandse neoprof Joop Zoetemelk onverwacht aan een tweede plaats in de Tour hielp, na de ongenaakbare Merckx. De jonge Roger De Vlaeminck, de betreurde Jean-Pierre Monseré en natuurlijk het legendarische trio Freddy Maertens-Michel Pollentier-Marc Demeyer, Schotte was het die hen begeleidde bij hun eerste successen.

Hij maakte ook de andere medaille van de moderne tijd mee. Bij herhaling verloor hij het van 'de perceptie'. Midden jaren zestig kwam hij een tijd op een zijspoor terecht bij Flandria (degradatie tot adjunct-sportbestuurder), omdat de zoveel beter gebekte en naar media-aandacht zoekende Lomme Driessens zich bij Flandria binnenwurmde, met zijn poulain Van Looy. Halfweg de jaren zeventig gebeurde dat opnieuw, en moest Schotte Freddy Maertens en co. overlaten aan de exclusieve aandacht van Lomme Driessens.

Maar tot ver in de jaren tachtig ging Briek Schotte door, nog altijd als adjunct-ploegleider, en wel van een renner die hij had leren kennen in de B-kern van Flandria maar die mede door zijn hulp zou uitgroeien tot een van de dominante figuren van de jaren tachtig: Sean Kelly. Schotte was adjunct-ploegleider bij zijn oude vriend Jean de Gribaldy, en begeleidde Kelly onder meer bij Skil en Kas. Het waren de laatste hoogtepunten uit de grote carrière van Kleine Briek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234