Woensdag 19/01/2022

De laatste cokesfabriek van Henegouwen sluit de deuren Cokes steeds minder in voorraad

Omwonenden zijn er niet rouwig om, maar bij de arbeiders is de klap hard aangekomen. Met de sluiting van Carsid in Marchienne-au-Pont is de laatste cokesfabriek van Henegouwen opgedoekt. Moederbedrijf Duferco haalt de brandstof voor haar hoogovens voortaan uit het verre Rusland. Nostalgie, droefenis en ontploffingsgevaar waren nadrukkelijk aanwezig toen woensdag het vuur werd gedoofd.

Door Erik Raspoet

"Geen doorgang." De bewakers van de cokesfabriek zijn formeel. Op orders van de directie komen er geen onbevoegden meer in de zieltogende fabriek. Geen journalisten, geen fotografen, zelfs geen pr-verantwoordelijken van het eigen bedrijf Carsid, de noemer waaronder staalgigant Duferco zijn activiteiten in Charleroi heeft gegroepeerd. Voor één keer leggen we ons zonder morren bij het dictaat neer. Het gevaar, zo wordt ons unaniem verzekerd, is immers niet denkbeeldig. Gasophopingen, dreigende ontploffingen, het sluiten van een cokesfabriek is beslist geen sinecure. En dus staat ook de cameraploeg van de RTBF de begrafenis van een veilige afstand te filmen.

In Vlaanderen is het evenement ongemerkt voorbijgegaan, maar niet in het zuiden des lands. Alweer gaat een monument van het Waalse staalpatrimonium voor de bijl. Decennialang was de cokesfabriek een vaste waarde in de skyline van de Route de Mons, het Manhattan van de Waalse siderurgie. Zo ver het oog reikt, staan er hoogovens, koeltorens, schoorstenen, krachtcentrales, de ene constructie nog imposanter dan de andere. Kathedralen van de arbeid worden ze wel eens genoemd. Goed gevonden, maar de cokesfabriek is wel een kathedraal met schurft. Hoe grauw kan een fabriek er uitzien? De hele monsterlijke installatie zit onder een dikke laag roet. Wie zich hier met een wit hemd waagt, mag gelijk naar de stomerij.

Verder dan een groezelige onthaalruimte zullen we niet geraken vandaag. In de gang staat een trofee, een gewrocht van marmer en koper. Uitgereikt in 1994, als beloning voor twee jaar zonder arbeidsongeval. Wat valt uit dat jaartal af te leiden? Dat zich na 1994 het ene arbeidsongeval na het andere heeft voorgedaan? Pascale Caporizzo is haast beledigd door de provocerende vraag. "Veiligheid is hier altijd prioriteit nummer één geweest", zegt de 55-jarige onderhoudsmechanicus. "We hebben gelukkig nooit een zwaar ongeval gehad, alleen zijn ze na 1994 gestopt met het uitreiken van die trofee."

Pascale is een van de weinige arbeiders die zin hebben om met de pers te praten. Op deze woensdag, de laatste dag van de cokesfabriek, is de stemming bedrukt. "Ik heb binnen arbeiders zien huilen", zegt hij. "Werken in een cokesfabriek is een beetje zoals afdalen in een mijn, gevaarlijk en vuil. Die omstandigheden scheppen een band tussen de arbeiders, of het nu Belgen, Italianen, Marokkanen of Turken zijn. Weet je, ik heb zowat overal gewerkt in de staalindustrie, voor ik hier arriveerde stond ik in de agglomération (sinterfabriek, waar ruw ijzererts door extreme verhitting wordt verrijkt en klaargestoomd voor de hoogoven, ERA). Andere métallos kijken een beetje neer op de cokiers, de mannen van de cokesfabriek. Niet alleen omdat hun werk vuil en gevaarlijk is, dat geldt trouwens ook voor hoogovens. Het is dat wij maar aan het begin van de productieketen staan. De mannen van de hoogovens of de aciéristes van de staalfabriek, die hebben macht. Als zij staken, luistert de directie, want dan ligt de hele productie stil. Maar een cokesfabriek? Als die staakt, kopen ze hun cokes gewoon ergens anders."

Dat is precies wat de Zwitsers-Italiaanse staalgroep Duferco heeft gedaan, ook al was er van een staking bij Carsid geen sprake. Maar voor we daar op ingaan: wat zijn cokes eigenlijk, behalve een begrip voor Kuifje-exegeten? Slecht geïnformeerde lezers denken wel eens dat het beroemde album Cokes in voorraad naar cocaïne verwijst, maar het door slavenhandelaars gebruikte codewoord slaat wel degelijk op steenkool. Correctie: het slaat op gemalen steenkool die door thermolyse enkele eigenschappen krijgt die cruciaal zijn voor de productie van ruwijzer. Door het verhitten tot 1.250 graden verliest de steenkool allerlei vluchtige bestanddelen, krijgt ze een poreuze structuur, en verandert ze aldus in de ideale brandstof voor hoogovens.

De gatenkaasstructuur die hete zuurstof en verbrandingsgassen laat circuleren, maakt het niet alleen mogelijk temperaturen tot ver boven de duizend graden te bereiken, ze laat ook de drainage van vloeibare ertsen mogelijk. Het is geen procedé om in de keuken mee te experimenteren. De vluchtige bestanddelen waarvan sprake luisteren naar namen als ammoniak, benzeen en methaan. Ontploffingsgevaar loert permanent om de hoek. Er is niet alleen het naar naftaline stinkende cokesgas. Nog gevaarlijker is het geurloze hoogovengas dat wordt gerecycleerd om de cokesovens warm te maken. Bij een ontploffing in de cokesfabriek van Ougrée bij Luik, sinds woensdag de enige resterende in Wallonië, verloren in 2002 twee arbeiders het leven.

"We produceerden 700.000 ton per jaar", zegt Pascale. "Met 122 ovens is dit een middelgrote cokesfabriek, die van Sidmar in Gent is nog een stuk groter. Maar onze installaties zijn wel hypermodern. Efficiëntie, daar komt het op aan. Van hoogwaardige steenkool cokes maken kan iedereen. De kunst is goedkope steenkool in goede cokes te veranderen."

Pascale en zijn collega's hebben zichzelf niets verwijten. Op de kwaliteit van hun cokes viel niet af te dingen. Twee jaar geleden zag de toekomst er trouwens nog rooskleurig uit. Pascale: "Duferco had concrete plannen om de fabriek verder te moderniseren. Er zou een nieuwe roetfilterinstallatie komen, om aan de strengste milieunormen te beantwoorden. Dankzij die investering zouden we tot minstens 2023 blijven draaien. Maar in december 2006 sloot Duferco een partnerschap met een Russische cokesproducent. Toen voelden we al nattigheid, en in september wisten we hoe laat het was. Ze gingen een test doen met de Russen, een hele maand lang werden de hoogovens met cokes uit Novolipetzk verwarmd. Tijdens die maand moesten wij de productie afbouwen, want anders zouden ze geen blijf weten met hun cokes. Er heerste die weken een vreemde sfeer op de werkvloer. Het voelde alsof we zelf het koord moesten aantrekken waarmee we werden gewurgd."

Pascale is naar eigen zeggen een redelijk man. Hij begrijpt de bedrijfseconomische logica achter de sluiting. Het is in deze geglobaliseerde wereld goedkoper cokes uit het verre Sint-Petersburg te importeren dan ze ter plaatse te produceren. "Bovendien", zucht hij, "zat het niet helemaal pluis met die milieuvergunning. Europa is van plan de milieunormen in 2010 fel aan te scherpen. Zelfs met de geplande investeringen was het niet zeker dat we over die lat zouden geraken."

Rede en begrip veranderen echter niets aan het gevoel dat hij met zijn collega's deelt, een mengeling van verdriet, gelatenheid en frustratie. "Sommigen hebben hun hele carrière aan de ovens gestaan. Dat is beestenwerk. Sinds vier jaar worden de gietijzeren kleppen voor het laden van de steenkool automatisch geopend, maar vroeger gebeurde dat met mankracht. Zelfs met machines blijft het gevaarlijk. In de zomer loopt de temperatuur op tot 60 graden, langer dan een half uur houd je het niet vol, anders zijn je voeten verbrand. Toch zouden de mannen van de productie niets liever willen dan hun werk voort te zetten. Het doet pijn als je na zovele jaren afscheid moet nemen, van de fabriek en van de kameraden."

Een cokesfabriek draait continu, 24 uur per dag, zon- en feestdagen inbegrepen. Pascale heeft net de laatste kerst- en nieuwjaarshift gedraaid. "Dat gaf een vreemd gevoel. Alles is de laatste keer. Begin december hebben we nog Sint-Elooi gevierd, de patroonheilige van de metaalbewerkers. Er was lekker eten, maar het leek precies een begrafenis. Weet je, het is niet alleen het abrupte afscheid dat steekt, maar ook de onzekerheid. De directie heeft beloofd dat er geen ontslagen vallen, maar we weten tot vandaag niet waar we naartoe moeten. Hier werken heel wat vijftigplussers. Sommigen kunnen met brugpensioen, maar de meesten komen net niet in aanmerking en moeten elders aan de slag. In een andere vestiging van Carsid, of helemaal naar de Dufercovestiging in Clabecq. Herbeginnen als je dertig jaar lang niks anders gekend hebt dan de cokesfabriek, dat zorgt voor heel wat onrust. Bovendien vraagt iedereen zich af waar Duferco al die extra vacatures gaat vinden. Het gaat tenslotte om 200 arbeiders."

Zelf redt hij het wel, met zijn diploma mechanica is hij een polyvalente kracht. Pascale Caporizzo is een van die duizenden Belgo-Italianen die de geschiedenis van de Waalse staalindustrie hebben geschreven. De manier waarop hij in Charleroi belandde, is echter volstrekt uniek. Hij krijgt nog altijd een krop in de keel als hij het verhaal vertelt. Hoe zijn vader begin jaren vijftig als vrijgezel naar België kwam om er te werken als gastarbeider. Zoals velen keerde hij na zijn tour of duty terug naar zijn geboortegrond, in de buurt van Napels. Hij trouwde, kreeg drie kinderen, verdiende een eerlijke maar hard bevochten boterham als groenteteler die een eigen winkel runde.

Een bucolische idylle met olijfgaarden, moestuinen en klaterende beekjes, zo leven de kinderjaren in Pascale's herinnering voort. En dan komt de anekdote waarop zijn stem telkens weer breekt. "Het was een formidabel onweer", zegt hij. "Er vielen hagelbollen zo groot als eieren. De serres, de oogst, alles was in één klap vernietigd. Ik zie het vader nog zó doen. Hij ging naar de slaapkamer en haalde uit een lade zijn paspoort met een Belgisch visum. 'On ne va pas crever ici', zei hij, terwijl hij met zijn paspoort zwaaide. Een paar weken later arriveerden we met de hele familie in Charleroi. Ik voel het nog altijd aan als de vlucht uit het paradijs."

Dat was 1954, hij was 11 jaar oud. Charleroi stond toen nog bekend als 'le pays noir', het zwarte land waar 's nachts de hemel rood kleurde. "Overal waar je keek, zag je het vuur van de hoogovens en de rook van fabrieken. Ik moet lachen als mensen vandaag over milieuverontreiniging klagen. Je had Charleroi toen moeten meemaken. 's Morgens veegden de winkeliers hun kramen schoon, maar 's avonds lag er alweer een laag roet."

Hij doet ons uitgeleide. In de verte, half verscholen achter een terril, ligt La Docherie, een gehucht van Marchienne-au-Pont waar lang niet iedereen rouwt om de sluiting. De cokesfabriek werd vaak met de vinger gewezen als de grootste milieuvervuiler van Charleroi. Vooral La Docherie had te lijden onder periodieke neerslag van zwart stof, roetpartikels die vrijkwamen bij het blussen in open lucht van gloeiende cokes. Pascale haalt de schouders op. "Roet is vuil maar ongevaarlijk", zegt hij. "Wij hadden er in elk geval geen last van, we hebben dit jaar nog de 65ste verjaardag van een collega gevierd. Maar roet is natuurlijk erg zichtbaar, daarom werd er altijd naar ons gewezen. Andere vervuilers verstopten zich achter ons, ik wil nog wel eens zien of de luchtkwaliteit na de sluiting zal verbeteren. Ik ken hoe dan ook fabrieken die veel ongezonder zijn dan Carsid."

Op een belendend terrein worden de laatste restanten van een staalwalserij platgegooid, Duferco gaat er een nieuwe krachtcentrale bouwen die onder meer op hoogovengas draait. "Toen ik hier arriveerde, lag de walserij al stil", zegt Pascale. "Ik heb het dus nooit anders geweten. Maar voor anciens van de cokesfabriek was het een schok toen de walserij van de ene dag op de andere de poorten sloot. En nu zijn we zelf aan de beurt."

Inderdaad, straks gaat ook de cokesfabriek onder de sloophamer. De plannen voor de sanering van de zwaar verontreinigde bodem liggen klaar. Nog een paar jaar en Carsid is nog maar een herinnering, net zoals soortgelijke fabrieken in Marcinelles, Anderlues en Tertre. Henegouwen zonder cokesfabriek, Pascale's vader zou het nooit geloofd hebben.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234