Zaterdag 06/03/2021

De kwaliteit van de stilte

In Parijs is men vorige week begonnen met de verhuizing van tien miljoen boeken naar de nieuwe Bibliothèque Nationale de France in de wijk Tolbiac, het laatste van de Grands Travaux van wijlen president François Mitterrand. Het is niet zomaar een verhuizing. Het transport lijkt meer op een militaire operatie, met geblindeerde vrachtwagens die vanuit de lucht door satellieten worden gevolgd. Maar de gebruiker van de bibliotheek mag er eigenlijk nauwelijks wat van merken. Een reportage.

Hilde Sabbe / Foto's Tim Dirven

In de oren van de sceptici weerklinkt nog een echo van de onheilspellende boodschap van de markies de Laborde uit 1845: 'Deux déménagements valent un incendie.' Dat voorspelt weinig goeds, want de afgelopen week begonnen verhuizing van de Bibliothèque Nationale de France van de rue Richelieu in het centrum van Parijs naar de gloednieuwe bibliotheek François Mitterrand/Tolbiac is niet de eerste. Bij een eerder transport in 1821 was Dibdin, een Londense bezoeker, er getuige van hoe kostbare boekdeeltjes van de handkarren vielen. Zelf raapte hij een in rood leer gebonden exemplaar van de Commentaren van Eustachius uit de modder op. Zoiets is deze keer onmogelijk, verzekert directrice Jacqueline Sanson ons. De hele operatie heeft de allures aangenomen van een zorgvuldig gedirigeerde militaire operatie, met geblindeerde vrachtwagens die vanuit de lucht door satellieten worden gevolgd en een strikt hiërarchisch ingedeelde ploeg verhuizers, waarbij niet om het even wie de boeken op hun plaats mag zetten.

Aan het uiteinde van een vleugel van de Bibliothèque Nationale aan de Petits Champs is een soort schildwachthuisje opgericht, vlak voor een venster waarvan de opening werd verbreed. Een goederenlift zorgt voor het discrete transport van kisten naar de vrachtwagens die een beetje verder in de straat staan te wachten. De verhuizing van de collectie-Richelieu naar Tolbiac, aan de overkant van de Seine, omvat het transport van meer dan tien miljoen boeken en 350.000 titels van tijdschriften - naast elkaar vormen die een afstand van 210 kilometer - plus daarbij een miljoen audiovisuele documenten. Voor het vervoer van 40.000 pakketten zullen er 1200 ritten in verzegelde vrachtauto's nodig zijn. Kostprijs van de hele onderneming: 130 miljoen Belgische frank.

"Onze belangrijkste zorg zijn het comfort en de verzuchtingen van de gebruikers," zegt Sanson. "Zij mogen van de hele operatie, hoe omvangrijk die ook is, geen hinder ondervinden. Elk document, in welk gebouw het zich ook bevindt, moet binnen de 24 uur voor de lezer beschikbaar zijn." Daarom is voor de verhuizing een strikte volgorde vastgelegd. De documenten zijn geklasseerd volgens de frequentie waarmee ze geconsulteerd worden. Het eerst aan de beurt komen boekdelen die zelden geraadpleegd worden: proefschriften en wetteksten. Hun verhuizing loopt tot 29 augustus, de datum waarop meer dan zestig procent van de voorraad in Tolbiac moet zijn ondergebracht. Gedurende deze hele periode blijft de leeszaal in Richelieu open en documenten die al verhuisd zijn, worden door een pendeldienst daar aan de lezer bezorgd. Elk document dat voor twaalf uur is aangevraagd, zal de volgende ochtend om negen uur beschikbaar zijn, behalve op zaterdag.

In de periode van 30 augustus tot 7 oktober (door de Fransen 'le basculement' genoemd) gaat Richelieu dicht. En omdat de benedenverdieping van Tolbiac - eigenlijk een rez-de-jardin, de begane grond met de uit Normandië overgebrachte bomen volgeplante tuin - dan nog niet open is, betekent dat dat de hele bibliotheek dicht is. Om dat een beetje goed te maken werd de jaarlijkse vakantie in april geannuleerd. Tijdens le basculement verhuizen de series die vaak geconsulteerd worden, samen met de reserve en de handboeken van de leeszalen.

Op 8 oktober gaat de nieuwe bibliotheek voor de onderzoekers in Tolbiac officieel open, maar het transport van de minder populaire collecties gaat nog door tot eind december. In januari 1999 zullen de opslagplaatsen in de rue Richelieu leeg zijn. In de gebouwen zelf blijven de collecties van de gespecialiseerde departementen van de Bibliothèque Nationale - manuscripten, gravures en foto's, kaarten en plattegronden, munten, medailles en antiek, muziekpartituren. Daarnaast komt er een Institut National de l'Histoire de l'Art, een gespecialiseerd documentatie- en onderzoekscentrum.

Voor nostalgici is het afscheid van Richelieu hartverscheurend, maar zelfs zij moeten toegeven dat de toestand er onhoudbaar was geworden. "De veiligheidsmaatregelen waren compleet ontoereikend," fluistert een bediende. "Kostbare boeken stonden in de gangen zomaar voor het grijpen." Sanson zelf heeft het liever over de tekortkomingen inzake temperatuur en luchtvochtigheid. "Het papier uit de 18de en 19de eeuw is uiterst gevoelig voor zuurte en thermische schokken. Ook voor de magazijnbedienden wordt het een hele verbetering: hier vertoefden ze in catacomben, in Tolbiac komen ze meer met de lezers in contact." En voor de lezers is er gewoon meer plaats: 2000 zitplaatsen in plaats van 700, plus een geïnformatiseerde catalogus en toegang tot het Internet.

"Schitterend," vindt Hélène, studente geschiedenis, de door Henri Labrouste overkoepelde leeszaal in Richelieu. Voor het comfort van de lezer worden de voetsteunen er verhit door middel van warmwaterbuizen. "Alleen is er niet genoeg licht. Na enkele uren worden mijn ogen moe. Ik hoop dat er in Tolbiac meer licht zal zijn."

De leeszaal in Richelieu is een heiligdom dat je niet lichtvaardig betreedt. Slechts wie gewapend is met een diploma van hogere studies of een certificaat dat bewijst dat hij of zij met ernstig onderzoekswerk bezig is en de gevraagde documenten nergens anders kan vinden, wordt waardig bevonden om hier binnen te treden. En dan moet je nog over een fikse portie geduld beschikken, zoals het aantal wachtenden met een kaartje bewijst. "Soms duurt het twee uur voor ze met de gevraagde documenten komen aandragen," zucht Hélène. "Men heeft ons beloofd dat het in Tolbiac niet langer dan een half uur zal duren." "Eh oui", valt Valéry, doctor in de filosofie haar bij. "Maar ik betwijfel of la qualité du silence daar hetzelfde zal zijn."

De nieuwe bibliotheek, de laatste grote, door sommigen als 'megalomaan' bestempelde erfenis van François Mitterrand, moest Kant met Elvis verzoenen, maar heeft vooral de Franse gemoederen verhit. Het terrein waarop het gebouw werd opgetrokken (op de Rive Gauche); de architectuur (de vier boekentorens); de gebruikte materialen (al dat glas!) - alles werd ter discussie gesteld. Nu is het wachten op de eerste ervaringen.

De kisten met boekdelen die de rue Richelieu verlieten worden in onderaardse gangen weer uitgeladen. De rouleurs duwen ze naar een transitzaal, waar de controleurs nagaan of de verzamelingen compleet zijn en de conditionneurs ze op hun plaats zetten. Onderaan beginnen, anders vallen de kasten om.

Straks krijgt elk boek zijn definitieve plaats. In Richelieu beheerden drie gespecialiseerde departementen de collecties per type document: gedrukte boeken, tijdschriften en het audiovisuele departement. De boekdelen waren geklasseerd volgens een alfabetisch systeem waarvan de oorsprong teruggaat tot de 17de eeuw. Op Tolbiac zal het allemaal anders zijn. De collecties van de afdelingen boeken en tijdschriften zullen verdeeld worden over vier departementen, gegroepeerd rond grote disciplines: filosofie, geschiedenis, menswetenschappen; recht, economie, politiek; wetenschap en techniek; literatuur en kunst. Bij deze intellectuele herverdeling komt er ook een topografische tussen de twee soorten opslagplaatsen in Tolbiac: in de torens en de sokkels. De vier verdiepingen hoge magazijnen in de sokkels achter aan de leeszalen, die meer dan de helft van de totale opslagcapaciteit vertegenwoordigen, bieden onderdak aan de meest geraadpleegde series. De torenmagazijnen, met elf verdiepingen opslagruimte per toren, herbergen de minst geraadpleegde werken.

Ondertussen is er een hele weg afgelegd van het Valkenhof, in de noordoostelijke toren van het oude Louvre, waar Charles V van 1364 tot 1380 de eerste koninklijke bibliotheek installeerde. Negenhonderd zeventien delen bevatte die. Er waren ijzeren staven op de ramen om ze te beschermen tegen diefstal. In dat tijdperk hebben koninklijke collecties nog een tijdelijk karakter en worden ze verspreid als hun koninklijke bezitter sterft. De echte stichter van de koninklijke bibliotheek is Louis X. Hij garandeert de continuïteit van de instelling, gemodelleerd naar het beeld van de permanente dynastie.

François I introduceert het dépot légal met een decreet van 28 december 1537 waarin hij drukkers en boekhandelaren vraagt om van elk boek dat in het koninkrijk wordt gedrukt of verkocht een exemplaar te deponeren. De collectie wordt groter en verhuist vaak: Amboise voor Charles VIII, Blois voor Charles XII, de Parijse rue Vivienne onder Colbert. Deze slaagt er in 1666 in twee huizen te kopen. Tijdens de Franse Revolutie wordt ze van 'koninklijke' 'nationale' bibliotheek. Toch wordt ze juist in die tijd enorm uitgebreid door het aantal geconfisqueerde collecties: privé-verzamelingen van prinsen, kloosters en abdijen. En al in de 19de eeuw klinkt in de rue Richelieu de kreet dat er plaatsgebrek is...

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234