Zaterdag 23/01/2021

De kunstambassade van Liechtenstein

Sinds twee weken schitteren 170 kunstwerken uit de vorstelijke collecties van Liechtenstein weer op hun vertrouwde plek: het stadspaleis van de adellijke familie in Wenen. Prins Hans-Adam II liet het voor 23 miljoen euro omtoveren tot het indrukwekkende Liechtenstein Museum, dat zich terecht afficheert als 'een plek voor barokke levenslust'. Schilderijen van Rubens, Van Dyck, Hals en Snyders stelen er de show.

Wenen

Van onze verslaggever ter plaatse

Eric Rinckhout

In de loop van vier eeuwen hebben de prinsen van Liechtenstein, het dwerg- en bergstaatje tussen Zwitserland en Oostenrijk, een kunstverzameling van wereldniveau aangelegd. Het grootste deel van hun collectie was tot 1938 voor het publiek toegankelijk in het Weense Palais Liechtenstein, een van de barokke stadspaleizen die het adellijke geslacht rond 1700 had laten optrekken. De Liechtensteins zijn trouwens afkomstig uit de streek ten zuiden van Wenen, hun familienaam verwijst naar de lichtgekleurde steen die daar gedolven werd.

In 1938 werd Oostenrijk door nazi-Duitsland geannexeerd. Aangezien er zich een joodse prinses onder de familieleden bevond, was de Anschluss voor de Liechtensteins het signaal om Wenen te verlaten en zich terug te trekken, eerst op een van hun vele landgoederen in Moravië, daarna in Vaduz, de hoofdstad van hun vorstendom. In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog bracht de prins zijn hele kunstcollectie over naar Vaduz.

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd het Palais Liechtenstein in Wenen voor diverse doeleinden gebruikt. Het gebouw takelde langzaam af. Ook met de vorstelijke kunstcollectie ging het niet goed. De Liechtensteins hadden financiële problemen, waardoor ze sinds de jaren vijftig een aantal topstukken hebben moeten verkopen. De laatste tijd is aan die malaise een eind gekomen door de oprichting van diverse stichtingen en de Liechtenstein Global Trust Bank. Sinds kort kan de prins weer actief collectioneren. Hij besloot ook om zijn paleis in Wenen te restaureren en een deel van zijn kunstcollectie uit Vaduz terug naar de Oostenrijkse hoofdstad over te brengen.

"Tussen 1979 en 2000 werd het Palais Liechtenstein gebruikt als expositieruimte voor moderne kunst, maar daarna kwam het leeg te staan," zegt museumdirecteur Johann Kräftner. "Een nieuwe bestemming voor het paleis drong zich dus op. De prins besloot om er, na restauratie, zijn 'kunstambassade' in te openen." Zo konden de topwerken die sinds 1945 in depots van Vaduz waren opgeslagen, terugkeren naar hun oorspronkelijke plek.

Smaakvol en compact

Het Weense stadspaleis is niet alleen in zijn vroegere luister hersteld, het voldoet nu ook aan de hedendaagse museale normen van veiligheid en klimatisatie. Tijdens de ingrijpende restauratie werden verloren gewaande fresco's van Rottmayr onder negentiende-eeuwse pleisterlagen ontdekt. Nog meer imposante fresco's zijn er te zien in de Hercules-zaal, de grootste barokzaal van Wenen, die ook voor concerten gebruikt wordt.

Het stadspaleis, herdoopt tot Liechtenstein Museum, schittert en glinstert, de keizerlijke appartementen aan de Hofburg verbleken er zelfs enigszins bij. Een van de juwelen is de neoklassieke bibliotheek mét zuilen en rijk versierde plafonds die teruggaat tot de zestiende eeuw en 100.000 volumes telt. Toch wil het museum de bezoeker niet overdonderen: het tentoongestelde ensemble blijft compact en overzienbaar. In het museum worden momenteel 170 schilderijen, beeldhouwwerken en meubels tentoongesteld. Het gaat 'slechts' om 15 procent van de totale kunstverzameling van de Liechtenteins, waarin alleen al 1.600 schilderijen zitten. Op de begane grond loopt een tijdelijke tentoonstelling over classicisme, neoclassicisme en biedermeierkunst. Daarin vallen enkele curieuze schilderijen op over de vroegste archeologische opgravingen in het zestiende-eeuwse Rome, een bijzonder vief, modern kinderportret door Friedrich von Amerling uit 1836 en een bijna surrealistische scène uit het Venetiaanse carnaval van Francesco Hayez (1851). De echte meesterwerken hangen op de bovenverdieping. Te midden van een fraai overzicht van de portretkunst uit de renaissance (met Rafaël, Cranach, Van Scorel en anderen) valt het naturalistische werk van Barthélemy d'Eyck op, een ver familielid van Jan van Eyck, die in de zestiende eeuw een tijdlang hofschilder van René van Anjou was. Vaak worden in de zalen smaakvolle ensembles gecreëerd, zoals met twee Italiaanse portretten, een beroemd terracotta portretreliëf van Andrea della Robbia en een bronzen buste.

Rubens als vader

De Liechtensteins pakken vooral uit met hun omvangrijke en schitterende Rubens-bezit, onder meer het beroemde Venus voor de spiegel. De reeks over de Romeinse legeraanvoerder Decius Mus bestaat uit acht monumentale doeken die als ontwerp dienden voor een serie wandtapijten. De reeks werd besteld door een Genuese handelaar en zou de eerste samenwerking zijn tussen Rubens en Van Dyck. Hoe indrukwekkend de grootschalige schilderijen ook zijn, je kunt er niet onderuit dat vooral het atelier de hand heeft gehad in de uitwerking van de scènes. Daarvoor zijn er te veel en te grote kwalitatieve verschillen tussen de werken onderling en zelfs binnen elk werk.

In de volgende zaal hangen twee adembenemende werken van Rubens zelf: het portret van zijn dochter Clara Serena (1616) en een dubbelportret van zijn twee zoons, Albert en Nicolaas (1626). Hier is niet alleen een groot meester aan het werk maar ook een vader die zijn liefde in verf wil vatten.

En wat zag die vader toen? Zijn vijfjarige dochter die hem glimlachend, bijna samenzweerderig aankijkt. Ook de hedendaagse bezoeker kijkt haar recht in de ogen - het schilderijtje is perfect opgehangen. Haar bolle wangetjes blozen, haar ogen glinsteren van de pret, het zonlicht speelt in haar achterovergekamde haren en op haar neus en voorhoofd. Haar brede witte kraag is snel aangezet, waardoor het geheel de indruk geeft van een momentopname. Rubens schildert zijn Clara Serena met een benijdenswaardig naturel.

Aan het portret is nog een aardige anecdote verbonden. Vorst Karl Eusebius van Liechtenstein (1611-1684) was niet alleen kunstverzamelaar maar ook paardenfokker. Het portret van Clara Serena Rubens kreeg hij in zijn bezit doordat hij er een van zijn raspaarden voor ruilde.

Rubens beeldde zijn twee zoons, toen negen en twaalf jaar oud, helemaal anders uit: rustig en ten voeten uit. Nicolaas, de oudste, kijkt ons zelfbewust aan, is in sober zwart gekleed, heeft in de ene arm een boek (als teken van zijn studie en belezenheid) en slaat zijn andere arm amicaal en beschermend om de schouder van zijn jongere broer. Die heeft geen oog voor zijn vader-schilder, maar wordt helemaal opgeslorpt door zijn spel met een distelvinkje aan een touwtje. Voor die twee ontwapenende schilderijen, uitgevoerd met een ogenschijnlijk moeiteloos brille, geef ik graag nogal wat holle retoriek van diezelfde Rubens cadeau.

Van Antoon van Dyck hangen er zes fantastische portretten. Het topwerk is de gracieus en fluweelachtig geschilderde Maria de Tassis, uit de familie van de keizerlijke postmeesters in Antwerpen. De Liechtensteins hadden duidelijk een passie voor portretten.

"We proberen de collectie zoveel mogelijk in haar oorspronkelijke staat te herstellen", zegt directeur Johann Kräftner. "Maar onze Leonardo, nu in New York, zullen we nooit kunnen terugkopen. Recent hebben we wel een beeld van Mantegna en een portret van Frans Hals kunnen kopen. Daarnaast hebben we een langdurige bruikleen van een Hals-portret hangen, afkomstig uit de Alte Pinakothek in München." Eveneens recent werd een prachtige Liggende leeuwin van Frans Snyders verworven.

De laatste zaal is grotendeels aan landschappen gewijd, met onder meer een uitstekende Joos de Mompere en een uiterst sfeervol Gezicht op Arnhem van Jan van Goyen. In een klein hoekje hangt een prachtig herbergtafereel van de weinig bekende Joos van Craesbeeck, de schilderende bakker uit Antwerpen, en wat verder valt een intimistisch werkje op van de al even onbekende Eglon van der Neer, dat qua stofuitbeelding aan de beste Vermeer doet denken.

Driehonderdduizend bezoekers per jaar wil het Liechtenstein Museum trekken. Met deze fraaie collectie in dit schitterende huis moet dat moeiteloos lukken. Na het MuseumsQuartier en de Albertina is Wenen weer een topmuseum rijker.

Liechtenstein Museum, Fürstengasse 1, Wenen, dagelijks 9-20 uur, dinsdag gesloten, 0043-1/319.57.67-252 en www.liechtensteinmuseum.at. Inl. over Wenen: www.wien.info.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234