Woensdag 08/12/2021

De kunst van het vinden wat je niet hebt gezocht

Pagan Kennedy is de Amerikaanse auteur van Inventology: How We Dream Up Things That Change The World, dat eind deze maand verschijnt.

Hebben sommige mensen een bijzonder talent voor serendipiteit? En zo ja, waarom?

Verrassend veel gemakken van het moderne leven zijn uitgevonden als gevolg van een toeval of een ongeluk: de magnetron, het veiligheidsglas, de rookdetector, kunstmatige zoetstoffen, de röntgenfotografie. Veel belangrijke geneesmiddelen van de 20ste eeuw werden ontwikkeld doordat iemand in een laboratorium met de 'verkeerde' informatie verder werkte. Kunnen we de kunst van het 'vinden wat je niet zoekt' cultiveren? Met andere woorden, kun je serendipiteit aanleren?

Sanda Erdelez, een wetenschapper van de Universiteit van Missouri, is al tientallen jaren bezig met die vraag. Ze is in Kroatië opgegroeid en heeft een passie om zich te verliezen in stapels boeken en vergeelde manuscripten, in de hoop verrast te worden. Erdelez zegt dat het Kroatisch geen woord heeft voor de opwinding van een onverwachte ontdekking, zodat ze verrukt was toen ze in de jaren 1980 met een beurs naar de VS kwam en het begrip 'serendipiteit' ontdekte.

Vandaag definiëren we serendipiteit min of meer als 'dom geluk', maar oorspronkelijk betekende het iets heel anders. Het woord werd in 1754 uitgevonden door een schrijver, Horace Walpole, die gecharmeerd was door een Perzisch sprookje over drie prinsen van het eiland Serindip die een bovennatuurlijk observatievermogen bezaten. In dat oude sprookje ontwaarde hij een cruciaal idee over het genie van de mens: "Op hun reizen ontdekten de prinsen voortdurend dingen die ze nooit hadden gezocht." Hij stelde een nieuw woord voor, serendipiteit, om dat vorstelijke talent voor detectivewerk te beschrijven. Serendipiteit betekende dus oorspronkelijk meer een vaardigheid dan willekeurig toeval.

Erdelez is het met die definitie eens. Voor haar is serendipiteit iets wat mensen doen. In het midden van de jaren 90 begon ze een studie om uit te zoeken hoe mensen hun eigen serendipiteit scheppen - of dat niet doen. Na peilingen en interviews kon ze haar proefpersonen - een honderdtal mensen - in drie categorieën verdelen. De eerste is die van de 'niet-vinders', mensen die figuurlijke oogkleppen dragen, zich stipt aan hun takenlijst houden wanneer ze informatie zoeken en nooit buiten de lijntjes gaan. De tweede is die van de 'occasionele vinders', die af en toe een moment van serendipiteit hebben. De interessantste categorie is de derde, die van de 'supervinders': mensen die overal waar ze kijken verrassingen ontdekken. Supervinders bespeuren schatten op de meest onverwachte plaatsen en doen niets liever dan informatie zoeken voor vrienden en collega's.

Volgens Erdelez word je voor een stuk een supervinder omdat je gelooft dat je er een bent: "Het helpt dat je denkt dat je over bijzondere perceptievermogens beschikt, als onzichtbare voelsprieten die je op het juiste spoor brengen."

Freejazz

In 1960 verklaarde Gay Talese, een jonge reporter, dat "New York een stad vol onopgemerkte dingen" was. Hij nam zich voor om ze te ontdekken. Op die manier veranderde hij het eiland Manhattan in het eiland Serendip: hij volgde de omzwervingen van straatkatten, catalogiseerde schoenpoetsers, spoorde statistieken op over de toiletten van het Yankee Stadium en ontdekte een mierenkolonie op het dak van de Empire State Building. Hij publiceerde zijn bevindingen in een boekje, New York: A Serendipiter's Journey.

De term 'serendipiter' blies het woord van Walpole nieuw leven in. Serendipiteit werd een actief begrip. Per slot van rekening hadden die mieren op het dak van de Empire State Building zichzelf niet gevonden. Talese moest ze opmerken en dat was niet gemakkelijk. In dezelfde zin heeft Erdelez de term 'supervinder' bedacht om ons een manier te geven om over de mensen te praten in plaats van over de ontdekkingen. Zonder dergelijke woorden worden we verblind door het gelukkige toeval zelf en gaan we denken dat het op zichzelf bestaat, los van een waarnemer. We zouden een verdraaide logica kunnen volgen, waarin we min of meer geloven dat de penicilline Alexander Fleming uitkoos om haar ontdekker te zijn, of dat de manen van Jupiter wilden dat Galileo ze zouden zien. Maar ontdekkingen zijn een product van de menselijke geest. Mensen die het onbekende verkennen, zijn bezig met een uiterst creatieve daad. De 'vondst' van de uitvinder is altijd een vorm van zelfexpressie.

Martin Chalfie, die een Nobelprijs won voor zijn werk rond groen fluorescerende eiwitten (het spul dat kwallen groen doet oplichten) vertelde me dat hij en verscheidene andere Nobelprijs-winnaars van een reeks ongelukken en toevallige ontdekkingen hebben geprofiteerd. Sommige wetenschappers gebruiken zelfs een soort freejazzmethode, zegt hij, en improviseren erop los: "Onderzoekers hebben goede resultaten gekregen nadat ze een experimenteel preparaat per ongeluk op de grond lieten vallen, het opraapten en er gewoon mee verder werkten."

Hoeveel grote ideeën zijn het gevolg van morsen, dingen laten vallen, mislukte experimenten of een gooi in het wilde weg? Volgens een in 2005 gepubliceerde peiling bij patenthouders was 50 procent van de patenten - een ongelooflijke proportie - het resultaat van wat we een serendipiteitsproces zouden kunnen noemen. De duizenden respondenten op de peiling meldden dat hun idee zich ontwikkelde terwijl ze met een ander project bezig waren en vaak zonder dat ze probeerden iets uit te vinden.

Op het eind van de jaren 1980 werd een endocrinoloog, dr. John Eng, nieuwsgierig naar bepaalde dierlijke gifstoffen die de pancreas beschadigen. Hij bestelde hagedissengif en begon ermee te spelen. Dankzij dat vreemde experiment ontdekte hij in het speeksel van een gilamonster een nieuwe stof die uiteindelijk tot een behandeling voor diabetes leidde. In een krantenartikel uit 2005 merkte een medewerker van Eng op dat hij "patronen zag die anderen ontgingen".

Interdisciplinair domein

Is dat vermogen om patronen te ontdekken vergelijkbaar met het kunstenaarstalent van een schilder als Georgia O'Keeffe? Houdt het verband met een talent om schijnbaar irrelevante gegevens op te merken, zoals Gay Talese dat deed? We weten nog altijd zo weinig over de creatieve waarneming dat we geen antwoord hebben op die vragen. Daarom moeten we een nieuw interdisciplinair domein ontwikkelen (noem het 'serendipiteitsstudies') en een taxonomie opstellen van ontdekkingen in het scheikundelaboratorium, de redactie van de krant, het bos, het leslokaal, de deeltjesversneller en het ziekenhuis. Als we de vele verschillende 'species' van supervinders observeren en documenteren, kunnen we hun geest misschien beginnen te begrijpen.

Sommige wetenschappers zijn daar al mee begonnen, maar ze lijken elk hun eigen weg te gaan, zonder veel onderlinge dialoog. In een artikel uit 2005 ('Serendipitous Insights Involving Nonhuman Primates') onderzochten twee experts van het Washington National Primate Research Center in Seattle de toevallige ontdekkingen die nieuwe inzichten hadden opgeleverd over schepsels als de varkensstaart makaak (of lampongaap). Intussen bestudeerden de auteurs van het artikel 'On the Exploitation of Serendipiteit in Drug Discovery' de redenen waarom in de jaren 1950 en 1960 het ene psychiatrische geneesmiddel na het andere werd ontdekt en waarom die golf van serendipiteit opeens stopte.

In nog een ander studiedomein onderzoeken informatiewetenschappers wat er gebeurt wanneer mensen op sociale media met ontelbare brokjes informatie worden gebombardeerd. Wat zouden al die wetenschappers kunnen ontdekken als ze hun kennis in één grote conversatie zouden delen?

Dol avontuur

Natuurlijk zal serendipiteit altijd een grillige onderneming blijven, zelfs als we haar studie organiseren. Het fenomeen is immers moeilijk te definiëren, verbazend variabel en lastig in data samen te vatten. Sporen zullen ongetwijfeld opduiken waar we ze het minst verwachten, misschien in een schimmel op de muur van een parkeergarage of in de paringsgewoonten van vogelwachters. Het wordt een dol avontuur, maar de potentiële inzichten kunnen ingrijpend zijn: misschien ontdekken we op een mooie dag wel een nieuwe en betere manier om te verdwalen.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234