Donderdag 28/01/2021

De kunst van het flaneren

Alles is middenstand in Knokke, het hele jaar door. Het geeft de stad een eigen ritme, een aparte koorts. De kunst is om de massa te ontwijken en daar zijn goede plekken voor. Een bruine kroeg, het kerkje van de dominicanen... De krant lezen op een leeg terras aan de zee is het mooiste. De ruimtelijke oneindigheid van de zee veegt dan alle onzinvragen van het leven weg.

Rond een uur of elf is het lekker wandelen op de dijk. Flauw zonnetje, briesje, weinig passanten. In het toeristische hoogseizoen lukt dat wat minder, maar toch: de zee souffleert ook dan nog de illusie van aangename verlatenheid. Om 11 uur is het terras van Brasserie Rubens (Zeedijk 589) nog leeg. Dat is prettig. Daar begin ik graag de dag. De koffie is van prima kwaliteit en uit de deur van het restaurant komt nog de geur van boenwas aanwaaien.

De krant lezen op een terras, geeft mij altijd het gevoel dat nieuws luchtiger wordt. Het klemt minder. Vanuit het terras van de Rubens zie je in de verte het industriële lichtlandschap van de haven van Zeebrugge. Ook dat is rustgevend. Ik mag er graag naar kijken. Voor je ogen ontvouwt zich een mysterieuze horizon van ijzer en staal. Beladen containerschepen komen af en aan. Het heeft iets comfortabels, die maritieme pluimen van arbeiderisme om je heen. Het houdt je bij de wereld, doorbreekt de afzondering. Langzamerhand wordt het drukker op het terras. Oudere echtparen komen nu ook aanschuiven in de rieten zeteltjes. Ze brengen vredigheid met zich mee.

Je hebt Knokke en Knokke: Het Zoute en Duinbergen. Ik woon in Duinbergen. Daar hoor je nog kinderen spelen, weerklinkt in de ochtend nog het sociale geroezemoes dat bij ochtenden hoort. Terwijl je toch voelt dat de ruimtelijke oneindigheid van de zee ook nabij is. Je hoort het zelfs.

Voor ik naar Brasserie Rubens wandel, ga ik eerst een zevental kranten kopen in krantenwinkel Wittekerke (Duinbergenlaan 84). Het lijkt een beetje op een souterrain, maar dan op een duintop. Kranten, tijdschriften, boeken: je moet er haast overheen klauteren, zo vol is het winkeltje. Uitbater Johnny heeft altijd tijd om de wereld te beschouwen. En natuurlijk ook de dorpsroddel.

Op het Albertplein in Het Zoute is ook een terras. Je ziet er andere mensen: veel Chanel, Vuitton en Pomellato. Op de hoek van het plein staat de meest prestigieuze modezaak van Knokke, misschien wel van België: Marie Claire (Kustlaan 139). Monument van mode dat van generatie op generatie is doorgegeven. Het wordt door sommigen beschouwd als een soort erfgoed. In de ruim uitgevallen boetiek heerst de ambiance van Milaan en Parijs, waar Knokke zo graag mee koketteert. Daarnaast is het ook een uitvalsbasis voor vaste vrienden om samen het middagaperitief te nemen. In minder dan een half uur weet je alles van het dorp - wie met wie gaat, wie gestorven is. En vooral waar een faillissement op uitbreken staat.

13 uur: late lunch

Tijd voor een late lunch in Le Bistro de la Mer (Oosthoekplein 2), bij Jef en Christine. Jef is een zeventiger die in een vorig leven le tout Bruxelles te eten heeft gegeven. Van burgemeester Thielemans tot Eddy Merckx en Axelle Red, alles van naam en faam kwam langs in een van zijn drie restaurants in de hoofdstad. Jef is nog steeds in hart en nieren Brusselaar. Spreekt de taal ook. Man van verhalen, over vroeger en nu. Laatst vergezelde hij Toots Thielemans naar zijn afscheidsconcert in New York. Hij is een sportfreak, rugby vooral.

Het restaurant in de Oosthoek heeft de schattige allure van een huiskamer: gedempt licht, veel lambrizerinkjes. Er staan nog oude Belgische gerechten op de kaart. Blanquette de veau, om eens iets te noemen. Voor de vrienden is er ook stoemp.

De namiddagen in Knokke zijn meestal lamlendig. Misschien niet op de Royal Zoute Golf Club, maar daar kom ik niet. In Duinbergen blijven de straten leeg. Er zijn geen cafés - die zijn er überhaupt weinig in Knokke. Er is wel één schitterende bruine kroeg: De Put (Sparrendreef 74). In de vooravond kan het er druk zijn. Het is de geliefde plek voor locals. Tegenover het oudste café van Knokke staat het beeldschone dominicanenkerkje. Niet dat er in deze badstad veel gebeden wordt, maar naar dat kerkje zou je alleen al voor de esthetische ervaring gaan. Een kunstwerk van soberheid. Bron van vredigheid ook, al vrees ik dat de echte innerlijke vrede toch vooral aan de toog van De Put ontstaat. Waar baas Patrick als een eigenzinnige sociologische observator volhardt in zwijgzaamheid.

De Put wordt bezocht door galeriehouders, architecten, leden van het schepencollege en kunstenaars. Vrouwen zie je er weinig. Het is een mannenclub. Vroeger mocht je in De Put nog roken - dat mag nu niet meer.

Er komen ook veel golfers en leden van de zeilclub RBSC, in de duinen verderop. Sportieve types. Gebronsd, uiteraard. De gesprekken gaan niet over Schopenhauer, maar over handicap zoveel en over windkracht zeven. Op de zeilclub worden soms historische barbecuepartijen aangericht. Oud en jong, het loopt er allemaal door elkaar heen. In tegenstelling tot sommige andere zeilclubs bulkt het hier niet van het machismo. De avonden hebben eerder iets familiaals. De kinderen hebben hun eigen barbecuetafel.

Knokke heeft voortreffelijke restaurants, maar er wordt niet met Michelinsterren gestrooid. Bartholomeus in Heist (Zeedijk 267) is tot ver in het binnenland gekend en geliefd. Van oudsher vertrouwde zaken zijn de genoemde Bistro de la Mer, naast Esmeralda (Nellenslaan 161), De Snippe (De Wielingen 5), Si Versailles (Zeedijk 795). Ze hebben alle een eigen charme. Wat mij heel erg aan De Snippe bevalt, is dat ik er een tafel mag betrekken in het verborgene. Zeg maar in het voorportaal van de keuken.

Si Versailles en Esmeralda zijn klassiekers die al tientallen jaren meegaan. Ze houden hun reputatie van kwaliteit en gezelligheid hoog. Bij het binnenkomen word je toegelachen door een vrouw, respectievelijk door Trui en Ria. In De Snippe is het Francine die de gasten ontvangt. Gastvrouwen voeren de boventoon in het Knokse restaurantwezen. Het is meestal een uur of negen als ik aan het avondeten begin.

Het geluid van de golven blijft trekken, ook midden in de nacht. Ik ben geen man van het strand, maar ik ben altijd blij als ik bij een laatste wandeling nog licht zie in Blue Marlin Beach Club (ter hoogte van de Anemonenlaan), waar een jong stel, Mathieu en Kim, zo ongegeneerd dienstbaar zijn. Hij komt uit een chirurgennest, zij heeft universitaire studies gedaan. Nu slepen ze met strandbedden en parasols of verzorgen ze drankjes en hapjes. Strandtenten lijken vaak ordinair, maar dat ligt dan eerder aan de gasten, niet aan de uitbaters. Het is een slopend bestaan, een strandtent runnen met gevoel voor service. Blue Marlin is een Beach Club die op een steenworp van Heist ligt. Je gaat er niet naartoe om gezien te worden. Maar het is wel een Beach Club met een ster. Niet toevallig een vaak gesolliciteerd oord voor filmploegen uit binnen- en buitenland.

Er is veel sociale animositeit, maar er is ook iets van apartheid. Brussel en Antwerpen zijn gescheiden werelden op het strand. Het kan nog gekker: Nederlanders uit Tilburg liggen aan de ene kant van het casino, die uit Breda aan de andere kant. And never the twain shall meet.

Het wordt niet altijd opgemerkt, maar in Knokke wappert dus op pleinen en voor gebouwen onafgebroken de Tibetaanse vlag. Het is de dissidente tic van burgemeester Leopold Lippens. Eigenlijk is Knokke in bijna alles dissident.

Altijd is er de suggestie van exclusiviteit, maar er is een andere kant: het is ook een herriedorp voor jongeren die zich volgooien met coke en dat vooral 's nachts laten horen. In hun kabaal versterft bijna de prachtige zingzang van de zee. Er zijn pleinen waar je je 's nachts beter niet laat zien. Om maar te zeggen: Knokke is Molenbeek niet, maar overlast kennen ze daar ook. En dat lees je niet in de krant.

Om misverstanden te voorkomen: de meeste dagen van de week eet ik gewoon thuis, en drink ik een aperitiefje op mijn eigen terras. n

TopAdressen

•Le Bistro de la Mer, bij Jef en Christine. Het restaurant heeft de schattige allure van een huiskamer: gedempt licht, veel lambrizerinkjes. Er staan nog oude Belgische gerechten op de kaart zoals blanquette de veau. Voor de vrienden is er ook stoemp.

•Blue Marlin Beach Club. Strandtenten lijken vaak ordinair maar dit is een beachclub met gevoel voor

service.

• De Put, bruine kroeg waar baas

Patrick als een eigenzinnige sociologische observator volhardt in zwijgzaamheid. Tegenover het oudste café van Knokke staat een beeldschoon dominicanenkerkje.

Columnist en journalist

bij De Morgen, Elsevier

en NRC Handelsblad

Hugo Camps (68) is een cityhopper. Na zijn studies in Leuven verhuisde hij naar Brussel, dat hij later zou verruilen voor Hasselt. In Limburg bleef hij tien jaar hangen, waarna hij naar Antwerpen verkaste. Negen jaar geleden nam hij zijn

intrek in Knokke, naar eigen zeggen omdat hij zot is van de zee.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234