Vrijdag 21/02/2020

De kroon op het werk van José Saramago

De inspiratie voor De tocht van de olifant was een toevalstreffer. Het gebeurde tijdens een etentje in Salzburg. Nadat José Saramago daar een lezing had gegeven aan de universiteit, nam de docente Portugees, Gilda Lopes Encarnação, de schrijver mee naar restaurant Der Elefant. Tijdens de maaltijd viel zijn oog op een rij houten beeldjes. Geïntrigeerd vroeg hij aan zijn disgenote wat ze betekenden. Lopes Encarnação vertelde hem dat de beeldjes de tocht uitbeeldden van een olifant die in de 16de eeuw van Lissabon naar Wenen werd gebracht. “Daar zit een verhaal in”, zei Saramago terstond.

Wonderlijke genezing

Lopes Encarnação hielp Saramago bij het verzamelen van historisch materiaal om de roman te onderbouwen. Toch had het weinig gescheeld of het boek was er niet gekomen. Bij het schrijven viel Saramago ten prooi aan een mysterieuze ziekte. Maandenlang worstelde hij elk dag met de dood. Maar het geluk was aan zijn zijde en als bij wonder herstelde hij na vier maanden.De tocht van de olifant is de zesde roman van Saramago sinds hij in 1998 de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Het verhaal begint in de koninklijke slaapkamer in Lissabon in het jaar 1551. Dom João III en zijn vrouw, Catharina van Oostenrijk, zijn in gesprek verwikkeld. De koning oppert dat ze hun neef, de aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, vier jaar eerder een onwaardig huwelijkscadeau hebben gegeven. Nu Maximiliaan van Oostenrijk in Valladolid verblijft als regent van Spanje, vindt Dom João III dat dé gelegenheid om hem een waardevoller geschenk te zenden. De koningin heeft plotseling een inval. “‘We hebben Salomon toch.’ ‘Wat?’, vroeg de koning verbaasd, omdat hij niet begreep waarom de koning van Juda ineens zo onstuimig werd aangeroepen. ‘Salomon, heer, jawel, Salomon, de olifant.’ ‘En wat heeft die olifant hiermee te maken’, vroeg de koning al ietwat geprikkeld. ‘Als cadeau, heer, als huwelijkscadeau’, antwoordde de koningin, en ze stond euforisch, trillend van opwinding, op. ‘Dat is toch geen huwelijkscadeau?’ ‘Jawel, het kan best.’”De koning gaat akkoord en zendt een brief naar Maximiliaan van Oostenrijk. Die neemt het geschenk aan. Met zijn kornak of olifantenmenner, de Indiër Subhro, en het koninklijke gevolg reist de olifant Salomon van Lissabon naar Wenen.Aan de Spaanse grens zal een Oostenrijkse delegatie de karavaan uit Lissabon tegemoetkomen. De Portugezen zetten alle middelen in om als eerste bij de grens te zijn, wat hen lukt. Op die manier willen ze hun overwicht laten gelden. Een onbeduidend voorval volstaat om de rollen om te keren. Als de Oostenrijkers arriveren, voeren ze een toevallig manoeuvre uit, waardoor hun wapenuitrusting schittert in de zon. Bij het publiek slaat dat in als een bom. “Gelet op het applaus en de uitroepen van bewondering die overal opklonken, was het duidelijk dat het Oostenrijkse keizerrijk zonder een schot te lossen de eerste slag had gewonnen.”Subtiel en niet zonder ironie schetst de schrijver de complexe verhoudingen tussen de machthebbers, waar megalomanie de boventoon voert.

Snoepjes voor de lezer

Op zijn typische ritme van lange, rollende zinnen (uitmuntend vertaald door Harry Lemmens) neemt Saramago ons mee met Salomon en de karavaan mensen, paarden en ossen door het Portugese gebergte, over het stoffige Spaanse binnenland, overzee tot Genua en van daar over de Alpen naar Wenen. Hij doet dat in zijn eigen, kenmerkende stijl en slaat daarbij graag de basisregels van het romanschrijven in de wind. Bij een andere auteur zou dat tot slecht proza leiden, maar bij Saramago is het tegendeel waar. Als hij de lezer aanspreekt - wat hij regelmatig doet - werkt dat nooit op de zenuwen. Integendeel, die aansprekingen voelen aan als een blijk van respect en roepen niet zelden een glimlach op. Hij doorspekt het relaas ook met uitweidingen die niets van doen hebben met het eigenlijke verhaal. Weerom, bij Saramago voelen die zijsprongen niet overbodig aan, maar zijn ze een mooi extraatje, een snoepje voor de lezer. Neem nu deze bedenking over duizendpoten en krukken. De karavaan heeft de nacht doorgebracht in een afgelegen dorp in Portugal. De lokale pastoor, die net als de dorpsbewoners nooit eerder een olifant heeft gezien, trommelt iedereen op om de duivel uit te drijven bij Salomon. “Ze waren er allemaal”, schrijft Saramago, “van het teerste baby’tje in de armen van zijn moeder tot de oudste grijsaard van het dorp die nog kon lopen, met behulp van een stok, die dienstdeed als zijn derde been. Duizendpoten zijn natuurlijk veel rijker bedeeld, maar die hebben als ze oud worden een groot aantal wandelstokken nodig, zodat de mens uiteindelijk toch beter af is, maar dan veranderen de stokken van naam en heten krukken.”Absurde humor en lichte zelfspot zetten de toon van het verhaal. De schrijver maakt de lezer graag deelgenoot van zijn denkproces. “Er staat geen wind”, schrijft hij over een ochtend waarop de karavaan opgeslokt wordt door de mist, “maar de nevel lijkt traag wervelend te bewegen, alsof Boreas zelf ertegen blaast vanuit het hoge noorden en het eeuwige ijs. Wat niet goed is, laten we het maar toegeven, is dat in zo’n benarde situatie als deze iemand zich kennelijk geroepen voelt om het proza op te poetsen in een poging wat poëtische glans zonder een greintje originaliteit te verlenen.” Daar is hij weer, die glimlach. Saramago neemt zichzelf nooit au sérieux.De tocht van de olifant is een boek dat na lezing vraagt om herlezen te worden, al was het maar voor de rake observaties en de wondermooie, dichterlijke taal. Zoals deze beschrijving van de dageraad die aanbreekt in de tent van de commandant: “De uren verstreken, een bleek licht in het oosten begon de kromming van de deur te tekenen waardoor de zon binnen zou komen, terwijl tegelijkertijd aan de andere kant de maan zachtjes neerzonk in de armen van een andere nacht.”José Saramago heeft zijn oeuvre van een koninklijke kroon voorzien die hij, naar wij mogen hopen, in de volgende jaren met talrijke edelstenen zal bezetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234