Dinsdag 19/01/2021

De kritische weg

Popper weet als geen ander dat tussen droom en daad de menselijke psyche in de weg zit

Een spectaculair leven heeft hij in elk geval niet geleid: de enige grote dramatiek in het leven van Karl Popper (1902-1994) lijkt zijn vrijwillige vertrek uit Oostenrijk vlak voor de Anschluss in 1938, op de vlucht voor de nazi's. Hij ging naar Nieuw-Zeeland, waar hij acht jaar lang filosofie doceerde. Daarna, in 1945, verhuisde hij naar Engeland, waar hij de rest van zijn leven heeft gewoond. Natuurlijk, hij gaf overal over de wereld lezingen, hij werd in 1964 geridderd door koningin Elizabeth, en hij maakte het betrekkelijk late, maar niettemin stormachtige succes van zijn denken nog mee. Het relatief onspectaculaire straalt nog af op zijn autobiografie, Unended Quest - voor wie zijn werk kent, is dat boek, nou ja... een beetje saai.

Saai is zijn filosofie in elk geval niet. Popper wordt als een van de grootste twintigste-eeuwse denkers gezien. Hij herijkte niet alleen het denken over wetenschappelijk onderzoek, maar schreef ook belangrijke boeken over politiek en maatschappij. Zijn invloed is zo groot dat zijn ideeën gemeengoed zijn, zelfs voor mensen die nooit van hem hebben gehoord of hem nooit hebben gelezen.

Zijn ideeën over de wetenschap werden op gang gebracht door de theorieën van Einstein in de jaren tien van de vorige eeuw, die de eeuwenlang als onaantastbaar geachte natuurkundige wetten van Newton corrigeerden. Newton had de ultieme waarheid gesproken - maar die bleek plotseling de laatste niet te zijn. Kennelijk was het altijd weer mogelijk een andere waarheid te vinden die de vorige totaal of gedeeltelijk weerlegt.

Daar kwam bij dat de wetenschap zich er vooral op toelegde bestaande theorieën te bevestigen. Maar als de notie tot je doordringt dat er nooit een definitieve waarheid bestaat, waar ben je dan met al je bevestigingen mee bezig? Het is veel vruchtbaarder om te proberen bestaande theorieën te weerleggen. En wetenschappers moeten hun theorieën zodanig formuleren dat ze succesvol aangevallen kunnen worden - dat is voor de wetenschapsman persoonlijk niet zo prettig, maar voor de wetenschap wel. Dit is het beroemde falsificatiebeginsel van Popper.

Zijn politieke opvattingen zijn bepaald door zijn jeugdervaringen in Wenen. Hij is een tijdje marxist geweest en leerde het marxisme dus van binnenuit kennen. Hij ergerde zich al snel aan het doctrinaire karakter ervan. Het opkomende antisemitisme en het nazisme sloegen hem met ontzetting - vooral omdat de bestaande maatschappij het liet gebeuren en er kennelijk geen weerwerk tegen had. Het was de directe aanleiding voor het schrijven van The Open Society and Its Enemies (1945).

Popper moest niets hebben van holistische maatschappijvisies als het nazisme of het marxisme, die een maatschappij op het oog hebben waar alles definitief vastligt, veelal totalitair. Zijn visie op de wetenschappen, waar immers de definitieve waarheid niet bestaat, gold ook voor samenlevingen. We moeten in een samenleving willen leven waarin de problemen, en er komt nooit een eind aan, worden opgelost langs kritische weg, dat wil zeggen door een confrontatie van voorgestelde oplossingen en tegenargumenten. Zo'n maatschappij sluit elk totalitair karakter uit.

De open maatschappij is alleen mogelijk als de individuele burger kritisch de gevolgen van overheidshandelen kan beoordelen, dat dan als gevolg van die kritische blik kan worden gewijzigd of opgegeven. Dat kan alleen als de rechten van het individu om kritiek te leveren gewaarborgd zijn - en als de politici bereid zijn zich open op te stellen en kritiek van anderen in hun denken en handelen te verwerken.

Het lijkt natuurlijk allemaal verdacht veel op de maatschappij waarin we in België en Nederland (voor de cynicus: in theorie) leven - de liberale of sociaal-democratische maatschappij. Het aardige van Popper is dat hij ook die maatschappij niet idealiseert: hij weet als geen ander dat tussen droom en daad de menselijke psyche in de weg zit. Maar hij gelooft in de voortdurende poging binnen de democratie een oprechte kritische uiteenzetting te realiseren.

Popper stelt een aantal paradoxen van de democratie aan de orde. Stel dat een meerderheid van de bevolking in vrije verkiezingen op een fascistische of communistische partij stemt die niet gelooft in vrije instellingen als het parlement. Wat moet de minderheid dan, die daar wel in gelooft? Vrije instellingen zijn de basis van de democratie en behoren dus koste wat het kost verdedigd te worden, desnoods met geweld en tegen de meerderheid in, is Poppers antwoord.

Verder is er de paradox van de tolerantie. Als een maatschappij onbeperkte verdraagzaamheid biedt, kan dat leiden tot haar vernietiging, en dus ook tot het einde van de verdraagzaamheid. Men moet eerst uit alle macht proberen de onverdraagzamen tegemoet te treden op het niveau van een rationele discussie. Als dat niet helpt, moet de verdraagzame samenleving uit zelfbehoud met geweld ingrijpen.

Weer een andere paradox is die van de vrijheid. Onvoorwaardelijke vrijheid is zo ongeveer gelijk aan de wet van de jungle: de sterksten overwinnen, de zwakken leggen het loodje. De democratie moet dus een precair evenwicht zien te vinden tussen willekeur en gebondenheid, tussen vrijheid en dwang. Popper richtte in het bijzonder zijn aandacht op de economische vrijheid, die, indien volledig, zou uitlopen op het verlies van de vrijheid van de armen; onbeperkt kapitalisme moet wijken voor een 'economisch interventionisme', zoals hij het noemt. Meer dan waar ook geldt hier het algemene richtsnoer dat in The Open Society and Its Enemies naar voren wordt gebracht: beperk lijden dat te vermijden is tot een minimum.

Democratie is geen durende toestand, maar een proces dat geen einde kent. Het is een constant aftasten van problemen en oplossingen, een onafgebroken kritisch denken (Popper noemde zichzelf een kritisch rationalist), discussiëren, bereid zijn tot toegeven, zoeken, zoeken, zoeken.

Het klinkt allemaal heel wat minder opwindend en heldhaftig en visionair dan de kant-en-klare blauwdrukken die leveranciers van de toekomst leveren of leverden (want de blauwdruk is niet meer zo heel erg in de mode). Een van de sterkste argumenten van Popper is echter dat het democratieën veel beter dan dictaturen lukt problemen op te lossen en dat het economisch ook de sterkste staten zijn.

Dat het ons allemaal redelijk vertrouwd in de oren klinkt, geeft aan hoezeer het gedachtegoed van Popper tot ons wereldbeeld is gaan behoren.

Wil Hansen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234