Donderdag 04/03/2021

'De kritiek en het getreiter kunnen mij niet kraken'

Hij heeft opvallend kleine handen. Heftig zwaait hij ermee wanneer hij het heeft over windhozen, rukwinden, de golfslag en de ontzagwekkende gevaren van wind en zee. Diezelfde zee kleurt vandaag weer 'grijs-paars-groen', die voor kustbewoners zo bekende maar moeilijk te omschrijven dreigende tint. Elk moment lijkt ze te zullen uitbarsten in een woedeaanval. Hier voelt hij zich het meest thuis. Een keer per week nog trekt meteoroloog en weerman David Dehenauw naar het Oceanografisch Meteorologisch Station, hier in de gebouwen van de voormalige Zeevaartschool in Oostende. Hij voorspelt er geen witte kerst of terrasjesweer, wel golfhoogten, de stand van het water en andere cruciale elementen voor zeelui. Hij doet dat uit "mateloze fascinatie" voor het klotsende gevaarte.

"Mijn agenda staat echt bomvol door mijn werk voor het KMI in Ukkel en mijn functie als weerman voor vtm en Radio 2. Veel vrije tijd is er niet. Maar hier moét ik nog af en toe komen. Het is zeer interessant en verrijkend om mariene weerkunde, de moeilijkste tak van de weerkunde, te blijven beoefenen. Iedereen, het KMI en ook de burgers die mijn weerberichten volgen, profiteert daarvan omdat het mijn kennis en kunde extra aanscherpt", zegt hij in zijn accentloze Nederlands. Het is ook simpelweg de zee die trekt. "Er stroomt zeewater door mijn aderen. Ik ben met geen stokken van de zee weg te slaan. Ook al moet ik constant in Ukkel present geven, soms voor nachtdiensten, ik blijf in mijn thuisstad Blankenberge wonen. En ik blijf mij hier voor het kloppend hart van de zeescheepvaart inzetten." Het gaat om meer dan nostalgie en 'zeeliefde'. Er is ook de motivatie om met zijn kennis het publiek te dienen en, onder andere, zware economische rampen te vermijden door zo precies mogelijk de bokkesprongen van weer en wind te voorspellen. En het is eveneens wetenschappelijke honger naar kennis over het taaiste en grilligste natuurelement.

Die band met de zee komt van niet ver. Grootvader was visser en legde zijn lot dagelijks in handen van de weergoden. Vader was zeeloods en probeerde die schikgodinnen net zoveel mogelijk te controleren en zo zeelui van averij en een gewisse dood te sparen. Broer Kenneth temt op nog een andere manier de zee als sonarist bij de marine.

Vandaag is hij het die, als enige operationele meteoroloog die ook weerman is op de Vlaamse radio en tv is, de ultieme pogingen van de mens om grip te krijgen op het weer verpersoonlijkt. Kunnen we nu al de barbecue al boven halen of wordt het nat? Mogen de skilatten uit de kast? Wordt die storm dodelijk? Mogen we sneeuw en dus fileleed verwachten? Moet de kusthoreca extra ijsjes of net meer warme chocolademelk aanslepen? Zullen de sandalen of de paraplu's beter verkopen de komende dagen?

Bijna permanent hangt heel Vlaanderen, van ministers tot strandredders, zaakvoerders, gewone burgers tot brandweerlui, aan zijn lippen. Vol verwachting wenden we ons tot hem. Hopend op een sluitend antwoord op de soms meest absurde maar toch zo levensbelangrijke weervragen. Alsof hij een soort gezant van ginder boven is. Alsof hij wél weet dat dat ene stuk dak er wel degelijk af zal waaien en iemand zal treffen. Alsof hij helderziend is.

Maar dat is hij niet. Ondanks de indrukwekkende diploma's ingenieurkunde en meteorologie en de nieuwste, al even robuuste computermodellen. En dat geeft hij graag zelf als eerste toe. Niet gelaten maar met een lichte kwajongensgrijns. "Ik kan niet alles weten en in detail voorspellen hé, mensen. Het is cruciaal dat ik dat maar blijf herhalen. Maar ik probeer de hele tijd de technieken te verfijnen, zodat we binnen afzienbare tijd nog meer in detail en langer op voorhand exactere voorspellingen kunnen maken. Dat kan zeker. Ik werk daaraan op basis van Amerikaanse computermodellen. Die zijn zeer bruikbaar omdat de VS echt alle mogelijke vormen van extreem weer kennen. De prognoses zullen dus nog beter worden maar het vergt tijd. We mogen ons niét neerleggen bij het feit dat er soms foute voorspellingen zijn."

Die 'missie', daarmee raakte de kleine David thuis in Blankenberge besmet. "Op zich was ik al een echt wetenschapskind dat graag de natuur observeerde. Maar ik keek ook bijna altijd mee naar Armand Pien 's avonds. Vader wilde weten waar hij aan toe was. Wat de meeste indruk op mij maakte was dat de voorspellingen vaak fout waren. 'Verdomme', vloekte ik dan telkens mee met mijn vader. 'Hoe kan dat toch? Het moet blijkbaar zeer moeilijk zijn het weer te voorspellen', dacht ik telkens. Dat maakte indruk op me en prikkelde me. Ik wilde het waarom begrijpen, zeker omdat ik al van jongsaf erg goed besefte hoe dramatisch de gevolgen van een foute voorspelling kunnen zijn."

Nu net nog zijn hier in Oostende een kind van zeven en een vrouw gewond geraakt en er stierf een man in Roosdaal door de storm. Wat doet u dat, als onze enige doctor in de weerkunde en dan nog gespecialiseerd in gevaarlijk weer?

"Het slaat mij helemaal teneer. Natuurlijk. Het weer blijft een dagelijkse thriller, zoals mijn meteorologische vader en grote voorbeeld Armand Pien altijd zei. We kunnen veel maar we kunnen geen doden vermijden. Niets is zo moeilijk als gevaarlijk weer voorspellen. Er is sinds Pien al heel wat vooruitgang geboekt op dat vlak, maar we zijn er nog niet. De mensen, de media verwachten van ons weerlui ook dat we perfect kunnen zeggen wat we kunnen verwachten. Straks neem ik op de dijk een item op voor het vtm-nieuws. Ik ben er zeker van dat ze zullen vragen: 'Hoeveel en welke schade kunnen we verwachten?' Maar het blijft 30 procent wetenschap, een derde interpretatie en een derde ervaring. "Zeker als er doden vallen is dat moeilijk te aanvaarden. Datzelfde gebeurde ook na het drama op Pukkelpop. Ik kreeg de indruk dat media het moeilijk hadden met het gegeven dat er geen directe schuldige kon worden aangewezen. Er was een oranje waarschuwing door ons uitgestuurd. Niemand kon echter voorzien dat die storm, die niet eens extreem was en die een schadespoor van slechts 60 meter had en maar 15 minuten duurde, net daar op dat festival zou toeslaan. Zo in detail kunnen de beste meteorologen niet voorspellen. Dit heeft iedereen verrast. Soms is er nu eenmaal het lot. Het weer is misschien het beste voorbeeld daarvan. Het is ook chaos. Wat het precies in onze omgeving zal veroorzaken, kan niemand weten."

Kunt u zich inleven in de machteloosheid die de nabestaanden daarbij voelen?

"Absoluut. Ik voel dat als weerman ook, zeker als reacties komen en de media een zondebok gaan zoeken. Dat is ook de reden waarom ik weiger te reageren met 'Wij hebben onze job gedaan, trek er uw plan mee.' Ook weerkundigen moeten bij zo'n zware tol van vijf doden aan nazorg doen, zélfs al heeft niemand fouten gemaakt. Daarom werken we met het KMI nu samen om een betere communicatie op te zetten over hoe een zware storm of een zwaar onweer evolueert. Plots is iedereen wakker geschud. Het weekend na Pukkelpop zijn wij overstelpt door telefoontjes van festivalorganisatoren die voorspellingen op maat wilden. Ook deze zomer zullen wij overstelpt worden met aanvragen.

"Het was allemaal zo bizar voor mij. Ik had de dag voor het drama op Pukkelpop zwaar onweer voor het centrum en het oosten van het land voorspeld. De avond zelf had ik nachtdienst op het KMI en ik reed tussen vijf en zeven van de kust naar Brussel. Ik had net een nieuwe wagen en ik wilde niet in het hagelspoor terecht komen, dus ik volgde de storm op de voet via de radar van het KMI op mijn iPhone. Net toen ik op het werk aankwam belde mijn vriendin om te zeggen dat ze op het nieuws had gezien dat er doden waren gevallen daar. Ik schrok me kapot. Dat onweer was niet uitzonderlijk, maar kwam op het slechtste tijdstip, op de slechtste plaats. In de straten rondom was geen enkele schade. Mocht dat onweer een kilometer verder zijn opgeschoven was iedereen op het festival eens goed nat geweest en was het extra leuk geworden. Het toonde ons nog maar eens dat het weer niet eens extreem hoeft te zijn om een zware balans te veroorzaken.

"De week voordien notabene zat ik hier nog met een gewezen hoofdredder die mij al herhaaldelijk had gevraagd naar een beter systeem om dit te voorkomen. Logisch ook. Het grootste massaevenement in de zomer is het strand. In 2004 dook eens een zeer zwaar onweer dat uit Frankrijk kwam van achter de flatgebouwen op. Ook dat onweer was voorspeld. Maar daar, op die stukken strand was het mooi weer. Niemand zag het aankomen omdat het niet uit zee kwam. De strandgangers werden totaal verrast door waterhozen en windhozen. Mensen moesten zich aan de relingen vasthouden."

Betere planning en communicatie, helpt dat? Wie kan dan nog iets doen?

"Wij. Iedereen. Het is niet zo dat we sneller en meer in detail kunnen voorspellen, ook al is dat op lange termijn de bedoeling. Maar het voorbeeld van ikzelf die in de auto op de radar zag gebeuren wat er gebeurde op Pukkelpop zegt genoeg. Er is een laatste strohalm. Een window of opportunity. Nu al bestaan er systemen die onder anderen landbouwers per sms in detail updates geven over hagel, onweer, regen. De risicoanalyses zijn beter. Het is ons idee om bijna live die informatie via de crisiscel van de federale regering door te geven en om alle mogelijke betrokkenen die kwetsbaar zijn alert te maken en de reflex aan te leren om naar die zaken te informeren ook al lijkt het al te laat.

"Zelfs als je niet meer kunt evacueren, dan nog kun je bijvoorbeeld op een podium klimmen en iedereen oproepen plat te gaan liggen en vooral niet in tenten of naast bomen te gaan staan. Dat geldt ook voor hevige sneeuwval. Die kunnen wij vooraf ook niet altijd exact lokaliseren. Toch kun je het zo organiseren met strooidiensten en verkeersredacties dat je op het allerlaatst wel nog iéts kunt ondernemen."

Verrassende sneeuwbuien, daar zegt u zo iets. Op witte woensdag vorige winter zag u ze niet op tijd en was u na duizend kilometer file in de ochtendspits als gevolg de risee van de media, inclusief verkiezing tot 'Lul van de Week' en getreiter op Peeters en Pichal. Heeft u de olifantenhuid om dat te trotseren?

(grijnst) "Ja hoor. Ik heb meteen toegegeven dat die voorspelling niet goed was omdat we de informatie niet hadden. Maar het was geen beroepsfout. Dat zette ik meteen in een persbericht, met alle duiding erbij. Ik had niet eens dienst die avond en nacht ervoor maar die ochtend vond ik het mijn taak, als enige doctor in de meteorologie, om mijn verantwoordelijkheid te nemen en uitleg te geven. De computermodellen maken fouten en doorgaans halen we die eruit. Maar als ze allemaal te veel en over te grote oppervlaktes afwijken van wat werkelijk zal gebeuren lukt dat niet. Dat was hier het geval. Dan kun je opnieuw maar hoogstens voor het net te laat is nog iets doen. De ochtend voordien had ik het over een paar sneeuwbuitjes in het westen, de volgende ochtend om zes uur zag ik en zei ik meteen dat het veel erger zou zijn, een uur later zat de hele spits vast.

"Bij De Standaard vonden ze me 'Lul van de Week'. Ik denk dat ze dachten dat ik meende dat het 'mijn fout' niet was toen ik schreef dat het geen beroepsfout was omdat we simpelweg de informatie niet hadden. Maar ik wilde net wel mijn verantwoordelijkheid nemen. Nadien was er wel begrip en mocht ik dat op de opiniepagina's uitleggen. Het grootste genoegen achteraf was echter dat ik een situatie van 'schieten op de weerman' heb gekeerd in meer duiding en in een samenwerking met Vlaams minister van Verkeer Hilde Crevits voor een winteractieplan. Dat hele debacle heeft me opnieuw gesterkt in mijn overtuiging dat je als weerman vooral niet in je schulp mag gaan kruipen wanneer de goegemeente je hard aanpakt. Je moet net missers toegeven, zeer goed uitleggen en tonen dat je werkt aan beter."

Neemt de druk om perfecte voorspellingen uit de mouw te toveren toch geen buitensporige proporties aan? De woede en haatmails aan jullie adres zijn veelvuldig, zo getuigen Jill Peeters en Sabine Hagedoren.

"Ik krijg zelf geen haatmails. Misschien is dat omdat bij vtm de weermails via collega Jill Peeters gaan. Op straat word ik aangesproken over het weer maar er zijn nog geen woedebuien bij geweest. Wel weet ik dat Frank Deboosere, die ik goed ken en die echt een schitterende mens en collega is, na het drama op Pukkelpop uitgescholden werd voor moordenaar. Dat gaat door merg en been. Die man is daar niet goed van geweest uiteraard. Als het goed is horen wij het nooit, maar als het slecht is zijn er blijkbaar reacties als deze. Ik kan er mee omgaan, maar de druk is sinds ik in 2000 begon veel groter.

"Men is een pak veeleisender geworden voor de voorspellers. Pien, de man die mij alles leerde en naar wie ik opkeek voelde dat al. Hij was echt mijn weergrootvader. Ik kwam elke dag op zijn bureau. Hij heeft me nog negen maanden op tv gezien voor hij stierf en hij vond het super dat er een meteoroloog zoals hij op tv kwam. Het was altijd zijn betrachting een KMI-man op tv te krijgen. Maar toen ik hem vroeg of hij niet in mijn plaats wilde zijn, zei hij neen. 'We kunnen nu toch veel meer?', vroeg ik. 'Ja, daarvoor zou ik het wel willen doen. Maar ik heb de middeleeuwen van de tv meegemaakt.Dat was ontspannen en plezant. De druk was veel minder groot en ik kon me dingen veroorloven waarvoor jij nu op staande voet voor zou worden ontslagen', zo zei hij. Hij kruidde zijn weerpraatje met zijn befaamde grappen omdat hij wist dat 30 procent niet juist kon zijn. De toenemende druk om permanent perfecte voorspellingen te maken zag hij niet zitten. En hij stierf in 2003. Nu is het nog erger."

Hoe komt dat? Zijn we geobsedeerd door het weer, door weerrecords?

"Er is een heel sterke belangstelling van media voor weer, onder andere omdat er gewoon ook meer media is. Vroeger was er met moeite middagnieuws en daarvoor was er enkel nieuws rond acht uur 's avonds op de VRT. Nu is het aanbod enorm en als nieuwsitem scoort weer altijd zeer goed. Het is een echte hit. Vtm heeft dat eens onderzocht. Tijdens de overstromingen in november 2010 zat ik in het nieuws en toen haalden ze een miljoen kijkers, een ongezien record van de laatste jaren. Een dode door een storm is nu voorpaginanieuws. Nog geen twintig jaar geleden waren dat kortjes. Wellicht is het ook omdat de mens en wat hem treft meer centraal staat in het nieuws. Weer heeft ook economische implicaties. We willen die zo goed mogelijk kennen. We willen ons wapenen tegen risico. Dat zie je ook elders in de maatschappij.

"De aankondiging van records zijn eveneens een gevolg van de grote mediabelangstelling. Die zijn namelijk nieuws. Bovendien is het door de digitalisering van de KMI-archieven veel makkelijker geworden voor mij om op de vraag van een journalist of deze tweede juli nu de warmste van de eeuw was te antwoorden. Als wetenschapper vind ik dat daarin wordt overdreven. Records zijn pas relevant als het over jaren en decennia gaat. Maar de media zijn hongerig naar weernieuws en daarom zitten ze erg kort op het vel van de weerman. Een voorbeeld van deze week: maandag gaf ik rukwinden tot 100 kilometer per uur met storm op zee. Dat kwam uit. Dan raakt bekend dat op een station in de haven in Zeebrugge 115 km/h was. Uiteraard. Maar daar komt geen kat. Dat ligt in zee dus verwijzen wij daar niet naar. Maar op de site van Het Laatste Nieuws zag ik dan plots 'Storm onderschat'. Iedereen zit klaar om de weerman als schuldige aan te wijzen. Tot nu toe kan ik daar gelukkig mee om."

Aan de kust is de druk op de weerman nog groter. Hoe is dat voor u, als kustbewoner?

"Ik trek me dat niet aan. Het weer is hier voor de economie heel belangrijk en ik ken het erg wispelturige karakter hier maar al te goed. Ik zeg altijd tegen horecabazen die me vragen mooi weer te geven: 'Stel nu eens dat ik zeg dat het mooi zal worden terwijl dat niet zo zal zijn. Je zult extra personeel inhuren en veel geld kwijt zijn. Daar kunnen ze niets tegen inbrengen."

Zijn er ook fans?

"Ik vind het toch altijd verbazend wanneer ik meedoe aan de vtm-kerstparade en daar naast Herbert Flack en Francesca Vanthielen sta dat ik een zekere populariteit geniet. Dat is voor mij het verst van mijn gedachten maar het is wel zo. Terwijl ik in de eerste plaats een meteoroloog van het KMI ben en over mijn vak kom praten in het nieuws. Ik doe dat zeer graag. Maar verder mag mijn bekendheid niet gaan. Je zult me zelden in andere programma's zien opduiken of over mijn privéleven horen vertellen in de boekskes. Dat is een zeer bewuste keuze want de aanbiedingen zijn er wel. Ik ben, denk ik, de enige weerman die niet de bedoeling had weerman op tv te worden."

Hoe bent u daar dan toch op dat scherm bij de hogedrukgebieden in primetime beland?

"Door de Amerikaanse avonturier Steve Fossett. Ik deed ingenieursstudies aan de VUB maar de weermicrobe zat er nog steeds in. Ik herinner me dat ik tijdens de stormen van 1990 zwaar aangedaan was door de manier waarop die spectaculaire krachten een hele maatschappij kunnen ontwrichten. Ik was later assistent op de VUB en tikte op een avond 'weather' in op Altavista, de voorloper van Google. Toen ging een wereld voor mij open. Ik zag digitale weerkaarten en Amerikaanse cursussen voor meteorologie. Die opleiding bestaat hier niet. Na mijn uren ben ik dat gaan volgen en ben ik doctor in de weerkunde geworden. Na een sollicitatie kon ik bij het KMI aan de slag.

"Daar werkte ik met Luc Trullemans. Hij had heel veel ervaring met ballonvluchten en ik bracht door mijn kennis als wetenschapper elementen aan waardoor we echt een team vormden. Hij heeft Bertrand Piccard, die als eerste een nonstop ballonvlucht rond de wereld maakte, begeleid. Daardoor was hij bekend in de VS en daar werden wij eens uitgenodigd voor een gasballonrace. Ons team won. Steve Fossett, die toen al vijf tevergeefse pogingen had ondernomen om rond wereld te vliegen in een ballon, hoorde ervan. Hij besloot het nog een keer te proberen, maar dan met dat team Belgische weerkundigen. Dat lukte. Plots zat ik op CNN en waren wij wereldnieuws. Op vtm kwam ik meteen daarna uitleg geven en vroeg men mij als weerman."

Fossett kwam tijdens een vlucht om. Was hij geen Icarus die toont dat de mens maar beter de elementen niet uitdaagt?

"Het tragische is dat hij omkwam tijdens een simpel pleziervluchtje, niet tijdens een recordpoging. Hij was overmoedig geworden en deed wat hij nooit deed. Van de oom van Paris Hilton, Barron Hilton, leende hij een acrobatenvliegtuigje en hij ging zonder radiocontact of voorbereiding vliegen. Hij was wereldkampioen zweefvliegen en een echte meester in een vliegtuigje door bergturbulentie sturen. Hij kende het gebied ook zeer goed. Ik zal altijd blijven geloven dat hij onwel is geworden. Van zijn einde ben ik slecht geweest. Aan hem dank ik mijn carrière als weerman."

Zelf kwam u vorige week de media op hun wenken bedienen met het bericht dat 2010 hier het warmste jaar ooit was. Hoe zit dat nu eigenlijk volgens u, verschuiven onze seizoenen en komt dat door de opwarming van de aarde?

"Het is af en toe zo dat de lente de zomer, de zomer de herfst en de herfst de lente lijken. Het vorige jaar was zeer vreemd. En 2010 was het koudste in vijftien jaar en 2011 het warmste. Toch denk ik niet dat de seizoenen nu keren. We hebben hier altijd een zeer wisselvallig klimaat gehad. Maar de opwarming is wel een feit. De drie warmste jaren waren de laatste vijf jaar. De opwarming is geen weerkundig maar een natuurkundig fenomeen. Hoe meer broeikasgas we in de atmosfeer pompen, hoe meer het hier een broeikas wordt. Het is logisch dat daardoor de ijskappen smelten en het zeewater uitzet.

"Ik weet dat topexperts wijzen op nog een gevolg van die opwarming, namelijk extreem weer. In sommige regio's zie je dat al. Alleen durf ik dat voor ons weer hier nog niet zeggen. Daar zit al zo lang zoveel chaos in. De stormen en onweders zijn niet frequenter of zwaarder en ook het kustklimaat is niet echt anders. Het is wel warmer en het regent wat meer."

Wat met de voorspellingen van het VN-klimaatpanel over meer extreem weer?

"Die zijn wetenschappelijk correct en zeer nuttig. Maar het is kansberekening. Het zijn scenario's. Sommige komen al uit, anderen niet. Die scenario's zijn niet hetzelfde als wat ik doe. Ik werk met directe gegevens uit de atmosfeer. Soms zeggen mensen: 'hoe kunnen die wetenschappers voorspellen wat er binnen honderd jaar zal gebeuren als jij het nog niet voor vijf dagen kunt?' Dat is natuurlijk omdat het bij mij werkelijk voorspellingen op korte termijn zijn gevoed door metingen en geen scenario's."

Moeten we er dan minder belang aan hechten?

"Helemaal niet. Ik vind wel dat ik in mijn positie net omdat die opwarming zo problematisch is mijn geloofwaardigheid moet behouden. Extremer weer door de opwarming voor deze regio is nog niet hard te maken. Maar het is zeker nodig dat we veel meer inzetten op groene technologie om die opwarming te keren. Zonder extreem weer vind ik dat gegeven van de opwarming, waardoor ook ons milieu dreigt kapot te gaan en waardoor de zeespiegel stijgt al meer dan voldoende indrukwekkende signalen om dit zeer serieus te nemen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234