Zondag 25/10/2020

De koers van 1.001 belangen

Persoonlijke ambities doorkruisen de eer van het land. Financiële verlokkingen wegen op de ploegbelangen. En dan zijn er nog de ego's van de kopmannen die elkaar het licht niet in de ogen gunnen. Dames en heren: het wereldkampioenschap!

Door Sven Spoormakers en Walter Pauli

Stuttgart l Eén keer per jaar rijden professionele wielrenners in de kleuren van hun land. Maar heel nauw nemen ze het niet. Of net wel. In het wereldkampioenschap kan alles. En dat is altijd zo geweest.

"Het wereldkampioenschap is de gemakkelijkste koers van het jaar: als je goed bent, rij je de finale, als je niet goed bent, ben je gelost", zegt Dirk De Wolf, die in zijn carrière zeven keer het wereldkampioenschap reed en in Utsunomya 1990 na een legendarische koers tweede werd na landgenoot Rudy Dhaenens.

Maar zo simpel is het allemaal niet. De wedstrijd om de regenboogtrui is zelden een pure strijd van man tegen man, waarbij de sterkste wint. Er gaat gewoonlijk een boel gekonkel aan vooraf. Duistere afspraken tussen ploegmaats, zuivere combines tussen concurrenten of onderlinge naijver bepalen de afloop van de wedstrijd.

Dat is geen nieuw fenomeen, en het is ook geen verschijnsel uit de tijd dat wielrennen nog minder gemediatiseerd was. Denk nog eens terug aan de woede van Robbie McEwen vorig jaar in Salzburg. De Australiër werd er vijfde, op luttele seconden van het kopgroepje Bettini, Zabel, Valverde en Sanchez. McEwen had er een geweldige kans gemist om na zijn zilveren medaille van Zolder 2002 wereldkampioen te worden. Zijn donderblikken gingen naar Stuart O'Grady, ook Australiër, maar uitkomend voor CSC, en naar Fred Rodriguez, Amerikaan en uitkomend voor - toen nog - Davitamon-Lotto, net als McEwen. O'Grady zou volgens de Australische belangen de sprint moeten aantrekken voor McEwen, maar weigerde. Rodriguez had het gaatje ook kunnen dichten, als ploegmaat van McEwen, maar weigerde ook. In die ene koers op het jaar wou de Amerikaan zijn eigen kans gaan.

Andersom kan ook. In Madrid 2005 bijvoorbeeld offerden Peter Van Petegem en Mario Aerts, Belgen en rijdend voor Davitamon-Lotto, zich de ziel uit het lijf voor Tom Boonen, ook Belg maar rijdend voor de grote concurrent QuickStep. En in volle voorbereiding op de sprint komt Guido Trenti, Boonens Amerikaanse ploegmaat bij QuickStep, vragen of hij ook een handje moet helpen. Onopvallend weliswaar wou Trenti per ongeluk de sprint een beetje te vroeg aangaan met Boonen in het wiel. Dat hoefde niet, antwoordde Boonen en maakte het zelf af. Maar Trenti, nochtans ook snel, had hem geen duimbreed in de weg gelegd.

Dirk De Wolf: "Soms is het goed om een ploegmaat te hebben die voor een ander land rijdt. Neem nu het wereldkampioenschap in Utsunomya. Ik rij voorop met Rudy Dhaenens. We zijn allebei kapot, en het peloton zit ons op de hielen. Een grote favoriet toen was Sean Kelly. Hij reed ook voor PDM, net als Rudy en ik. Ik ben er zeker van dat Kelly wél zou achtervolgd hebben als we geen ploegmaats waren. Dan waren we zeker gegrepen, en nu niet."

Twee kopmannen van verschillende nationaliteiten kunnen het ook op een akkoordje gooien, in weerwil van hun nationale belang. In Lissabon 2001 viel Gilberto Simoni aan op de laatste helling. De Italiaan nam een behoorlijke voorsprong en leek solo op weg naar de regenboog. Maar wie reed het gat dicht? Paolo Lanfranchi, ook een Italiaan. Lanfranchi reed voor Mapei, Simoni voor Lampre. En wie reed er nog voor Mapei: Paolo Bettini en Oscar Freire. De Spanjaard won, voor Bettini. En het was de Colombiaan Santiago Botero die in de laatste honderden meters konkelfoesde met Freire en de sprint lanceerde.

Het deed een beetje denken aan het WK van Valkenburg 1979. Jan Raas won er in de sprint, boven op de Cauberg voor Didi Thurau. En het was de Duitser, ex-ploegmaat bij Raleigh van Raas, die helemaal op het eind zich 'onbaatzuchtig' op de kop zette van de groep om de ontsnapte Fransman André Chalmel terug te pakken.

Thurau was een perfecte renner in een finale als deze. Hij was via een dealtje altijd wel te porren voor extra arbeid, of een kneepje in de remmen. Twee jaar eerder op het WK in San Cristobal in Venezuela had hij in een duel met Moser opzichtig op de eindstreep op de rem gestaan. De grijns van Raas toen de Duitser het tempo omhoog gooide, sprak boekdelen. Eerder in de koers had de NOS de energiesparende technieken van Raas al opzichtig in beeld gebracht: de Nederlander werd door Nederlanders én door buitenlandse ploegmaats van Raleigh de Cauberg opgesleept. Het leidde tot een enorme rel in Nederland en Raas, en met hem de belangrijkste Nederlandse coureurs Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper en Gerrie Knetemann, weigerden tot de Tour het jaar nadien commentaar te geven bij Mart Smeets. Jaren later, in 1986, nam Raas de Volkskrant-journalist Bert Wagendorp in vertrouwen: "De afgelopen vijftien jaar is er bij de profs maar één man op puur sportieve wijze wereldkampioen geworden: Joop Zoetemelk." Zoetemelk werd geheel onverwacht en op haast bejaarde leeftijd wereldkampioen in het Italiaanse Siavera del Montello.

"Dat soort opzichtige hand- en spandiensten zitten er nu niet meer in", zegt José De Cauwer, ex-bondscoach van de Belgische ploeg. "Het wordt allemaal haarscherp in beeld gebracht. Als er nog iets gebeurt, dan is het meer in afremmende zin. Het is minder opzichtig om op het juiste moment geen gas te geven dan diep in de finale een gat voor een 'vreemde' kopman dicht te rijden."

Een voorbeeld van die theorie is het wereldkampioenschap van Plouay, in 2000. Andreï Tchmil was de absolute kopman bij de Belgen en viel in de slotkilometer, op de top van de laatste helling, onweerstaanbaar aan. Het peloton twijfelt even en Tchmil lijkt de zege binnen handbereik te hebben. Maar plots laat Axel Merckx zich uitzakken om... de Let Roman Vainsteins terug te brengen en wordt Tchmil op minder dan honderd meter van de finish nog gegrepen. Vainsteins won. De reden, volgens de overlevering, waarom Merckx zich niet moeide met het afstoppingswerk: Merckx en Vainsteins zouden het jaar nadien allebei voor de nieuwe Domoploeg uitkomen. Tchmil brieste, maar zweeg over het voorval in zijn officiële commentaar: "Het laatste stukje ging bergaf, daarom kwam het peloton nog terug."

Soms zijn het ook landgenoten die mekaar 'flikken'. Opzettelijk én opzichtig. Omdat ze elkaar niet kunnen luchten, zoals de Italianen Simoni en Bettini in Lissabon. Of zoals de Amerikanen in Goodwood 1982. Daar was het jonge talent Jonathan Boyer op het eind ontsnapt en hij voelde de eerste Amerikaanse gouden medaille al om zijn nek. Tot Greg LeMond, toen ook nog een jong talent, het gat dichtreed en tweede werd, achter de lepe Beppe Saronni. De ambities van beide jonge Amerikanen deden hen de nek om.

"Het gaat dikwijls al fout bij de bespreking vooraf", zegt De Cauwer. "Je moet goeie afspraken maken en iedere renner moet eerlijk zeggen welke belangen hij nog dient. Zo was Marc Wauters in Valkenburg 1998 achteraf er niet rouwig om dat hij de goeie vlucht gemist had. Want Peter Van Petegem was erbij, en Michael Boogerd ook. Door de ontsnapping te 'missen', had hij voorkomen dat hij een kant moest kiezen tussen zijn land en zijn ploeg."

Zoals Raas al toegaf, is geld dikwijls een doorslaggevende factor. In Madrid wisten alle Belgen daags voordien hoeveel hun arbeid zou opbrengen als Tom Boonen wereldkampioen zou worden. In 1978 wou Francesco Moser een aanzienlijke som betalen aan Gerrie Knetemann om zichzelf als wereldkampioen op te volgen. Knetemann weigerde, en won in een millimetersprint. "Een wereldtitel kopen is een goeie belegging", zegt Dirk De Wolf. "In mijn tijd werden er al grote sommen voor betaald. Ik kan me voorstellen dat je er nu een miljoen euro voor moet neertellen. Voor iemand van het kaliber Freire is dat niet meer van belang: hij kan zijn marktwaarde niet meer verhogen. Maar een jonge renner als Stefan Schumacher of Philippe Gilbert? Als zij één miljoen uitgeven, verdienen ze dat binnen de kortste keren in veelvoud terug. Je loon verdubbelt of verdriedubbelt, en niet voor één jaar maar voor de volgende vijf, zes jaar. En je wordt publicitair zo interessant dat je met een paar reclameopdrachten gemakkelijk twee miljoen euro opstrijkt."

Ex-renner Dirk De Wolf:

Een wereldtitel kopen blijft een goede belegging

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234