Maandag 14/10/2019

De koers is niet meer van ons

Wielrennen blijft populair maar we winnen steeds minder. Nooit is meer overheidsgeld aan de wielersport besteed en toch presteren we steeds slechter. Dit systeemfalen van het Vlaams (Belgisch) wielrennen heeft veel vaders. Een analyse.

Slechts twee landen hebben meer wielerprofs dan België. Geen wonder dat we dan hoog eindigen in de landenklassering, maar wat hebben de Belgische wielrenners dit jaar in de World Tour gewonnen? Geen grote klassiekers, geen overwinningen in een grote ronde en dat voor het eerst sinds 2003, wel één B-klassieker (de Amstel Gold Race, Philippe Gilbert).

Vlaanderen is het epicentrum van de wielerpassie, waar de coureurs aan de bomen groeien en rijden tot ze er af vallen, maar nergens wordt meer talent vakkundiger de nek omgewrongen. De mindere resultaten op de weg zijn exemplarisch voor het totale falen van het Vlaamse en bij uitbreiding Belgische wielermodel.

Op de wielerbaan hebben we de meest succesvolle Europese kampioenschappen ooit achter de rug, aldus het officieel klaroengeschal. Cijfermatig kan dat kloppen, maar alleen de zilveren medaille van Jolien D'Hoore (ook goed op dreef op de weg) in de olympische omnium is relevant. Zelfs in onze regionale passie veldrijden hebben we met de wereldtitel voor Zdenek Stybar en de World Cup voor Lars van der Haar de twee mooiste prijzen aan buitenlanders moeten laten.

Vreemd, want wat China is voor tafeltennis en Japan voor het judo, is Vlaanderen voor de koers. Ons landsgedeelte en bij uitbreiding België worden in de wereld beschouwd als de wieg van het wielrennen. Wellicht daarom toetert een medium 'De koers is van ons'. Vroeger misschien, maar vandaag is de koers, in al zijn specialismes en facetten, niet meer van ons. We zijn de weg kwijt en de oorzaak moet men zoeken in systeemfouten.

Onze wielercultuur is hopeloos achterhaald

Wielrennen in Vlaanderen is navelrijden: rondjes draaien en staren naar onze navel. Rond de kerktoren (de kermiskoersen), rond enkele heuvels met kasseien (de kasseiklassiekers), rond een boerderij (veldrijden), rond een te kleine wielerbaan (de zesdaagsen) en rond een dorpsplein (de na-Tourcriteria). De echte wielerwereld beschouwt die steeds meer als sympathieke folklore, maar wij hebben die vier klassieke wielerspecialismen tot cultstatus verheven en we vinden het ook niet erg dat soms de uitslag wordt bepaald na afspraken. Tijdrijden of klimmen en als combinatie van beiden het korte en lange rondewerk laten de meesten links liggen.

"Omdat slecht wordt opgeleid en geselecteerd", zei Tom Boonen eerder al in deze krant. "Iedereen wil Boonen zijn en op kasseien winnen, maar ik ben de laatste van een generatie. Tegelijk verliezen we in de jeugd alle lichte mannekes die op de Vlaamse parcoursen ontmoedigd afhaken."

Wij leiden in Vlaanderen vooral interval-renners op om heel snel rondjes te rijden of op kasseihellingen als eerste naar boven te knallen. Wij selecteren vespa's, terwijl het internationale wielrennen gericht is op grote motoren. De vespa's en hun entourage verkiezen te investeren in een camper en drie paar wielen boven een trainer.

In plaats van het olympische mountainbike, promoten wij het Vlaamse veldrijden, in de eerste plaats als geldkoe. De bonden - van provinciaal tot nationaal - krijgen met de dure organisatievergunningen zo een aardige stuiver binnen.

Dit en ander kortetermijndenken belet elke hervorming van het wedstrijdwielrennen, zoals een betere opleiding, minder en meer doordachte wedstrijden voor verschillende types renners. De blokkade begint en eindigt in de overjaarse bondsbesturen, bemand vanuit de provinciale wielerkrochten.

Van een topsportcultuur is geen sprake. Jarenlang is door de bondswerking nagelaten te investeren in trainers en opleiding. Dit jaar is voor het eerst in de geschiedenis van het wielrennen, twintig jaar na andere olympische sporten, een opleiding voor trainer A begonnen.

Bondenlandschap is hoogst inefficiënt

Het zogeheten ownership van de (top)sport wielrennen behoort in Vlaanderen sinds 2002 toe aan Wielerbond Vlaanderen. In andere, beter functionerende sportstructuren (tennis, atletiek, volleybal, die zich al in 1978 aanpasten aan de staatshervorming) werd de nationale koepel een brievenbusgenootschap voor de internationale vertegenwoordiging. In het wielrennen bleef de koepel Koninklijke Belgische Wielrijdersbond (KBWB) vasthouden aan de oude Belgische sportcultuur en de klassieke opsplitsing in autonome provinciale structuren.

In dat bestuurlijk kluwen loopt de nationale koepel KBWB aan de leiband bij de provinciale afdelingen omdat de voorzitter (Tom Van Damme) elke vier jaar via verkiezingen door provinciale kiesmannen zijn salaris wil veilig stellen.

De meeste bestuurders in de provincies die ook de dienst uitmaken binnen Wielerbond Vlaanderen en de KBWB, zijn niet verkozen op basis van visie en kwaliteit maar van ego en tijd. Elke beleidsdaad is gericht op het tevreden stellen van de provinciale baronnen die zelf maar één doel hebben: het aandikken van de rekeningen van die autonome provinciale vzw's.

Inmiddels slaagt de KBWB er niet in zijn vertrekkende sponsors op te vangen door nieuwe namen. De nationale koepel, in het bezit van een flinke oorlogskas, overleeft door de bijzonder dure organisatievergunningen voor de grote kampioenschappen en bij gratie van de sponsoring van Esso Mazout en vooral van de Nationale Loterij. Die laatste bestedingspot, die aan de controle van de gemeenschappen ontsnapt, mag niet worden verward met de subsidies van de Nationale Loterij die dan weer via BLOSO bij Wielerbond Vlaanderen terecht komen.

Verder heeft Be Cycling nog heel wat kleinere sponsors/supporters op kmo-niveau of nog lager. Hun verzamelnaam is 'het reisbureau' omdat ze hun fiscaal aftrekbare sponsoring grotendeels recupereren in (anders niet zo fiscaal aftrekbare) reizen naar verre buitenlandse kampioenschappen.

Op wielerrekeningen staat 10 miljoen niks te doen

Wielrennen is aan de basis en in het profpeloton een ondergefinancierde sport, maar de wielerbonden zitten op een grote hoop geld. Op de verschillende rekeningen van de grote en kleine bonden die zich met wielrennen bezig houden, staat momenteel ongeveer 10 miljoen euro waarmee niet wordt gewerkt. Dat is het gevolg van een hopeloze opsplitsing in vzw'tjes, die op hun beurt nog eens opgedeeld zijn in baronietjes waarbinnen elke wielerpotentaat over aparte rekeningen beschikt.

In 2013 kwam de provinciale afdeling Antwerpen van Wielerbond Vlaanderen zwaar in opspraak omdat zo maar eventjes 300.000 euro was verdwenen. Nadat eerst de toenmalige voorzitter met de vinger werd gewezen, bleek uit onderzoek dat jarenlang systematisch kostenvergoedingen in het zwart werden betaald, waardoor de afdeling ineens op zwart zaad zat. Deze zaak, exemplarisch voor de eigengereide handel en wandel van de provinciale baronnen, loopt nog.

Alleen al rond de referentiebond Wielerbond Vlaanderen (de enige door de overheid erkende topsportfederatie voor wielrennen) draaien dertien verschillende vzw's. Die zijn vooral in handen van archaïsche provinciale afdelingen die hun rekeningen beheren zoals de duivenmelkersgilde haar spaarkas.

Twee andere vzw's vormen de nationale koepel - de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond en Be Cycling. Die laatste vzw dient om creatief te kunnen boekhouden, zoals een salaris krijgen van de ene vzw en met een vennootschapje aan de andere vzw diensten factureren. Een structuur die haaks staat op de eerste regel van de corporate governance: transparantie.

Incompetentie in het topsportbeleid

Alle topsportsubsidies voor het wielrennen worden door BLOSO (Vlaanderen) betaald aan Wielerbond Vlaanderen (WBV), maar het is de nationale koepel KBWB die vanuit Vorst de Vlaamse vleugel WBV (in Gent) van bij de oprichting in 2002 degradeert tot een secretariaat en een doorgeefluik van overheidsgelden. Dat doet de KBWB door een handige aanwezigheidspolitiek in de raad van bestuur van WBV, waarvoor ze samenspant met de grote provinciale afdelingen.

Alle beslissingsmacht ligt bij de KBWB en meer in het bijzonder bij topsportdirecteur Jos Smets, nu de betaalde bondsvoorzitter Tom Van Damme zijn eieren in het mandje van de UCI legt. In weerwil van alle Vlaamse decreten stuurt Smets de hele nationale topsport aan. Hij bezit geen enkel trainers- of managementdiploma, tenzij initiator wielrennen, en was in een vorig leven bediende in een vleesgroothandel. Zijn autoriteit ontleent hij aan zijn aanwezigheid in de raad van bestuur van WBV, waar hij zetelt als voorzitter van de afdeling Brabant.

Terwijl Wielerbond Vlaanderen de echte topsportexpertise in huis heeft, en daarnaast de werkgever is van de meeste bondscoaches zonder enige zeggenschap over die coaches, is het de KBWB bij monde van Jos Smets die alle programma's bepaalt en volgzaam technisch personeel aanstelt.

De komst van een high performance manager, waarvoor de Vlaamse overheid in het topsportactieplan III fondsen voorzag, had het wielrennen en vooral de baanwerking naar een hoger niveau kunnen tillen. Omdat topcoaches van dat niveau meestal volmachten eisen, is die piste in het verleden steevast afgeblokt.

Meeste overheidsgeld van alle sporten

In de vorige olympiade tot aan Londen 2012 heeft het wielrennen 13,5 miljoen euro uit de overheidsbestedingen voor topsport gekregen. De tweede meest betoelaagde sport, atletiek, kreeg met 7 miljoen euro net iets meer dan de helft van wielrennen.

Een deel van die wielermiddelen vloeit naar de wielerploegen van Topsport Vlaanderen, waarvan niet alleen werkingsmiddelen maar ook de salarissen van renners en personeel voor rekening van de overheid komen. Men kan discussiëren over de wenselijkheid van een overheidsinvestering in het profwielrennen, maar de opdracht die hen is toevertrouwd - renners klaarstomen voor het peloton - vervullen ze met brio.

De investering in de mannenploeg Topsport Vlaanderen-Baloise en de vrouwenploeg Topsport Vlaanderen-ProDuo verklaart ook niet het grote verschil in werkingsmiddelen en subsidies voor het wielrennen. De resultaten verklaren die evenmin, vreemd genoeg. Als we de bronzen medaille van de weg voor Axel Merckx in 2004 even herleiden tot de essentie - een geschenk van de Italianen aan het geslacht Merckx - dateren de laatste echte wielermedailles van 2000 in Sydney, toen Filip Meirhaeghe in de mountainbike en Gilmore-De Wilde in de ploegkoers zilver wonnen. Alleen de medaille van Meirhaeghe kan voor een klein deeltje op het conto van de topsportwerking van de wielerbonden worden geschreven.

Voor de Olympiade 2013-2016 is wielrennen nog steeds de meest betoelaagde sport, maar het lijkt erop dat de overheidssubsidies zullen verminderen ten voordele van andere sporten.

Weggegooid geld in het baanwielrennen

Als één wielerdossier slecht is gemanaged, dan zeker dat van de pistewerking. Er is geen wervend project, er is nooit een high performance manager aangesteld, er zijn niet genoeg atleten van niveau en finaal zijn er geen resultaten. Op zich is het een edel doel en een prachtige discipline, maar het achtervolgingsteam van België is al twee Olympiades het duurste team dat ooit door Vlaams topsportgeld is betoelaagd en er wordt steeds trager gereden.

Het grootste deel van het geld komt van de Vlaamse overheid en wordt via Wielerbond Vlaanderen in de wielerbaanprojecten van de nationale ploegen gepompt. Toch zwaait de nationale koepel KBWB de plak in dat dossier. Tot en met Rio zal acht jaar lang zijn geïnvesteerd in een achtervolgingsteam dat er nooit is in geslaagd om de betere renners naar de wielerbaan te krijgen.

In Londen op de Spelen had de ploeg top moeten zijn en onder de vier minuten moeten duiken. Ze geraakten niet verder dan 4.04 en overleefden de kwalificaties niet. Na de Spelen moest Dominique Cornu absoluut uit de selectie en hij verloor ook zijn contract bij Topsport Vlaanderen. Voor het zwak bezette EK in Guadeloupe heeft men Cornu, nog steeds de grootste motor, terug bij de ploeg gehaald, maar weeral overleefden ze de kwalificaties niet.

Tijdens de komende winter kan de ploeg de basis leggen voor de kwalificatie voor de Olympische Spelen. Wie op de fiets moet zitten, is een vraagteken. Wie naast de baan moet staan ook. Het bondscoachduo Peter Pieters en Jon Wiggins is een aflopend verhaal. De aanstelling van twee door BLOSO betoelaagde topsportcoaches (85.000 euro subsidie per jaar per kop) zonder een hiërarchische rolverdeling heeft nooit gewerkt. Dat paste in het verdeel- en-heersprincipe dat door de topsportdirectie van de KBWB wordt gehuldigd.

Al van vóór Londen 2012 wilde men af van de wetenschapper Jon Wiggins, maar na Londen kreeg hij een nieuw vierjarig contract. Pas de voorbije maanden zijn weer heftige pogingen ondernomen om hem te ontslaan, waarna men vaststelde dat hij een contract had tot Rio 2016 en ontslagvergoedingen niet worden gesubsidieerd.

In deze constellatie en in deze verdorven sfeer vat men van de winter de World Cups aan. Jammer, want met Jasper De Buyst (een product van de topsportschool) en Jolien D'Hoore (wordt getraind door de verguisde Jon Wiggins) heeft het baanwielrennen toch twee medaillekandidaten in het omnium. Met het achtervolgingsteam komt het jammer genoeg nooit meer goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234