Maandag 18/10/2021

De koers en niets dan de koers

'Ik ben erg goed vertrouwd met de wet van Murphy''Ik was een van de weinigen binnen het peloton die tegen Eddy Merckx durfde te koersen. Dat is me niet in dank afgenomen'

Freddy Maertens

Vandaag wordt in Vlaanderen het wielerseizoen geopend met de Omloop Het Volk, een semi-klassieker die twee keer gewonnen werd door Freddy Maertens, een van de meest getalenteerde en omstreden renners die ooit in het peloton heeft gefietst. Hij was de man van heel hoge pieken en minstens zo diepe dalen, de man die het ooit presteerde om wereldkampioen te worden en failliet te gaan tegelijk. 'Ik had wat vaker mijn ogen en oren moeten opentrekken.'

Jeroen de Preter en Tony Landuyt / Foto Stephan Vanfleteren

In het Nationaal Wielermuseum in Roeselaere loopt deze maanden een expositie over Flandria, roemrijk constructeur van rijwielen en motorfietsen en decennialang sponsor van een van de meest gerenommeerde Vlaamse wielerploegen ooit. In het midden van een nostalgisch stemmende collectie tweewielers, foto's, krantenknipsels en koerstruien zit ex-wielrenner Freddy Maertens, 51, de suppoost en tegelijk het onbetwiste topstuk van deze tentoonstelling.

Twee keer werd de Flandria-kopman Maertens wereldkampioen, drie keer stond hij in de groene trui op de Champs-Elysées. In de Ronde van Spanje nam Maertens ooit dertien van de tweeëntwintig ritten voor zijn rekening, in zijn eerste Tour was de kleine krachtpatser uit Lombardsijde al meteen goed voor acht ritoverwinningen en een achtste plaats in het eindklassement.

Stuk voor stuk zeer opzienbarende exploten, en toch wordt Maertens nog altijd gezien als een renner die de verwachtingen nooit helemaal heeft kunnen inlossen. Hoe dat komt? Omdat de verwachtingen ten aanzien van deze coureur eenvoudigweg niet in te lossen waren. Maertens maakte begin jaren zeventig zijn entree in het peloton, Eddy Merckx had zijn beste jaren zo stilaan achter de rug liggen. Vlaanderen ging bijgevolg steeds koortsachtiger op zoek naar een troonopvolger en kwam, helaas voor hem, bij Maertens terecht. Fietsen in de schaduw van Merckx, dit was het lot waaraan zelfs de meest getalenteerde en strijdlustige renner van zijn generatie niet zou ontsnappen.

Het lot is Freddy Maertens ook in het algemeen nooit bijster gunstig gezind geweest. Brute pech achtervolgde hem in en buiten de koers, en meer dan eens werd Maertens al dan niet toevallig het slachtoffer van allerlei duistere machinaties en combines. Het verklaart onder meer waarom op zijn indrukwekkende palmares merkwaardig genoeg niet één grote klassieker staat. "Ik ben erg goed vertrouwd met de wet van Murphy", knikt Maertens. "Ik ben er meer dan ééns heel dicht bij geweest, maar altijd weer ontbrak het mij aan dat tikkeltje geluk of medewerking van anderen die je nu eenmaal nodig hebt om zo'n grote klassieker te winnen." Ter illustratie volgt een indrukwekkende opsomming van nét niet behaalde zeges. "In 1976 had ik Luik-Bastenaken-Luik kunnen winnen als Lomme Driessens (zijn toenmalige ploegleider, JdP/TL) me vroeger over het koersverloop had ingelicht. Parijs-Roubaix had ik kunnen winnen als ik in volle finale niet omvergereden werd door een motor van de televisie. En in 1977 had ik de Ronde van Vlaanderen kunnen winnen als ik niet gedeklasseerd werd omdat ik van fiets had verwisseld."

Ook buiten de koers is het Maertens slechts zelden voor de wind gegaan. In 1979 ging zijn werkgever Flandria failliet, maanden daarvoor al was de geldkraan dichtgedraaid. Tot overmaat van ramp moest Maertens belastingen betalen op inkomsten die hij ten gevolge van het failliet nooit had gezien. De gevolgen waren dramatisch: zijn poepchique villa moest hij algauw verruilen voor zijn huidige woonplaats, een bescheiden huurhuisje in Rumbeke. Op het sportieve vlak bracht Maertens er, op zijn felbesproken comeback in 1981 na, ondertussen nauwelijks nog wat van terecht. "Door die financiële problemen werd ik gedwongen om met andere dingen bezig te zijn dan met de fiets", zegt hij. "Voor een renner is dat rampzalig. Hij mag maar met één ding bezig zijn: de koers en niets anders dan de koers."

In 1987 hield Maertens zijn loopbaan voor bekeken, zijn lijdensweg ging echter gewoon door. Na een weinig succesvolle carrière als vertegenwoordiger voor een duur Zwitsers merk van sportkledij sukkelde de grote kampioen van weleer in de werkloosheid. Maertens zat jarenlang in zak en as, nog in 2001 leek niets erop te wijzen dat hij voor de zoveelste keer uit een diep dal zou klauteren. Zijn dagen sleet Maertens op de bank, de weegschaal wees toen nog 104 kilo aan.

Het contrast met de Freddy Maertens die ons verwelkomt in het Nationale Wielermuseum had niet groter kunnen zijn. Maertens weegt geen kilo te veel, hij straalt als nooit tevoren. Enthousiast vertelt hij dat hij de fiets weer regelmatig van stal haalt en dat hij van de nakende voorjaarsklassiekers geen ogenblik wil missen. Met zichtbaar genoegen vertelt hij over zijn job in het Wielermuseum. "Wat kan ik nog meer wensen?", zegt hij. "Hier kan ik me echt uitleven. 's Morgens sleutel ik wat aan de fietsen, 's middags ontvang ik de bezoekers. Ze vragen je weleens een handtekening of ze willen met je op de foto... Ik geniet daar allemaal met volle teugen van. Ik ben een volksmens. Net als mijn ouders ben ik altijd graag onder de mensen geweest. Ook toen ik renner was heb ik mijn eenvoudige afkomst op geen enkel moment verloochend."

Aan zijn ouders - bij leven uitbaters van een wasserij in Nieuwpoort-Bad - heeft Maertens naar eigen zeggen heel veel te danken. "Ze waren helemaal niet rijk en soms bijzonder streng. Tot een week voor mijn huwelijk moest ik om halftien thuis zijn. Maar voor mijn wielercarrière is dat alleen maar goed geweest. Een jonge renner heeft een strenge hand nodig."

Bovendien was de ambitie om wielrenner te worden in de familie heel gewoon. "Mijn neef René Maertens heeft me de weg naar de wielersport gewezen", vertelt Maertens. "Hij heeft de microbe doorgegeven. Vanaf mijn zesde ging ik naar zijn wedstrijden kijken. Een grote kampioen was hij niet. Hij had volgens mij een uitstekend renner kunnen worden als hij er ook het karakter voor had gehad. Hij trainde gewoon niet genoeg."

Freddy Maertens debuteerde in oktober 1972 als beroepsrenner bij Flandria, de ploeg van Briek Schotte, waar hij aan de zijde van zijn trouwste en op sommige ogenblikken enige vriend Michel Pollentier en de betreurde Marc Demeyer al onmiddellijk furore zou maken. In zijn eerste volledige profjaar wint Maertens de Vierdaagse van Duinkerke en de Scheldeprijs, in zijn eerste Ronde van Vlaanderen komt hij al meteen als tweede over de streep. Als hij aan het eind van het seizoen geselecteerd wordt voor het WK in Barcelona, komt hij voor het eerst in zijn nog prille carrière in het oog van een storm terecht. Freddy Maertens, nauwelijks 21, had het aangedurfd om op het circuit rond de berg Montjuich de grote Eddy Merckx te remonteren. Voor de zoveelste keer werd een WK geteisterd door herrie in het Belgische kamp. "Die hele rel van Barcelona is terug te brengen tot de rivaliteit tussen Shimano en Campagnolo (twee fabrikanten van rijwielonderdelen, JdP/TL)", weet Maertens nog. "Merckx en Gimondi reden beiden met Campagnolo-materiaal, ik met Shimano-onderdelen. Het is voor mij altijd duidelijk geweest dat Merckx liever Gimondi zag winnen dan een Belg. Men heeft me achteraf verweten dat ik Merckx heb geremonteerd, maar ik had er absoluut geen kwade bedoelingen mee. Ik voelde me die dag bijzonder sterk, en wilde voor de tweede plaats gaan. Maar toen ik bij Merckx kwam, hield die de benen plots stil. Het was dus de schuld van Merckx dat Gimondi nog kon terugkomen. Ik heb zelfs nog de spurt voor hem aangetrokken. Alleen slaagde hij er niet in om het af te maken."

Tussen Maertens en Merckx zou het na Barcelona nooit meer goedkomen.

"Ik heb weleens geprobeerd om toenadering te zoeken", vertelt Maertens, "maar daar had hij blijkbaar geen behoefte aan. En ik ga natuurlijk ook niet aan zijn voeten liggen, hé. Dat heb ik ook als renner nooit gedaan. Die instelling is zeker een van de redenen waarom het al van bij het begin niet boterde tussen ons. Ik was een van de weinigen binnen het peloton die tegen hem durfden te koersen. Dat is me niet in dank afgenomen. Want Eddy kon en mocht niet verliezen. Roger De Vlaeminck heeft dat altijd beter begrepen dan ik. Hij heeft zich al vroeg in zijn carrière neergelegd bij de suprematie van Merckx. Ik kon dat niet. Onmogelijk.

"Merckx heeft me altijd als een bedreiging gezien. Ten onrechte, denk ik. Al van bij het begin van mijn carrière wist ik dat ik hem nooit zou kunnen overtreffen. Hij was en is nog altijd de allergrootste. Hij won alles, jaar in jaar uit. Niemand heeft hem dat ooit nagedaan. Hij kon echt alles. Ja, ik was zelf ook veelzijdig. In de spurt of in een tijdrit kon ik makkelijk wedijveren met Merckx. Maar in het hooggebergte, als we de 1.500 meter overschreden, moest ik onherroepelijk afhaken."

In het hooggebergte verloor Tour-debutant Maertens in 1976 zijn gele trui. In de rit naar Alpe D'Huez moest hij het onder meer afleggen tegen Lucien Van Impe, de latere winnaar. Maertens zou in het algemeen klassement uiteindelijk nog terugvallen naar de achtste plaats, maar kon niettemin terugblikken op een meer dan geslaagd debuut. Groene trui, acht etappezeges, top tien, het deed allemaal het beste verhopen voor de toekomst.

"Lomme Driessens zag in mij zelfs een toekomstige winnaar van de Tour", vertelt Maertens. "Ik heb daar nooit geloof aan gehecht. De tijd die ik verloor in het hooggebergte kon ik maar gedeeltelijk goedmaken in de tijdritten en de tussenspurten. Meer dan een mooie ereplaats heeft er voor mij nooit ingezeten, denk ik."

Dichter dan de achtste plaats zou Maertens nooit meer eindigen. Weliswaar bemachtigde hij zowel in de rondes van 1978 als die van 1981 de groene trui, zijn prestaties van 1976 zou Maertens nooit meer evenaren. In de Tour niet, en ook niet elders.

Het voorjaar van 1977 had Freddy Maertens nochtans absoluut niet slecht ingezet. Hij begon eraan met vijf ritzeges en de eindoverwinning in Parijs-Nice, wat later schreef hij de Ronde van Spanje op zijn naam met dertien etappezeges. Maertens heeft al zeven overwinningen in de Ronde van Italië op zak als hij op 28 mei, na stevig ellebogenwerk van Rik Van Linden, ten val komt in Mugello, Toscane. Maertens houdt er een breuk aan de rechterpols van over, het herstel zou uitzonderlijk moeizaam verlopen. "Er is vaak gezegd dat die breuk niet wilde herstellen omdat ik aan de cortisone zat", zegt Maertens. "Dat is flauwekul. De waarheid is dat ik met mijn pols in het gips de Ronde van Zwitserland heb moeten rijden. Wie daar ooit geweest is, weet dat het daar niet plat is. Tijdens het vele klimmen kon ik maar aan één arm trekken, waardoor ik scheef ging zitten op mijn fiets. Het gevolg was dat ik er nog rugklachten bovenop kreeg."

Hoe dan ook: de val in Mugello luidde een nogal spectaculaire terugval in. Als Maertens in de jaren 1979 en 1980 nog in het nieuws komt, dan is het niet met zijn sportieve prestaties - op twee schamele kermiskoersen na wint hij niets -, wel met de wildste verhalen over amfetamine - en alcoholverslaving. Helemaal uit de lucht gegrepen, waren die verhalen niet. Maertens heeft er na zijn carrière geen geheim van gemaakt dat hij in die periode met een depressie af te rekenen had. Hij heeft ook meer dan eens toegegeven dat hij zijn neerslachtigheid te lijf ging met amfetamines en champagne. Maar van een echte verslaving is volgens hem nooit sprake geweest.

"Die verhalen van toen zijn sterk overdreven", relativeert Maertens. "Ja, ik heb weleens een glas te veel gedronken. Maar verslaafd? Ach, die geruchten over Maertens en zijn alcoholverslaving... Veel is in de hand gewerkt door mijn overeenkomst met het champagnemerk Lanson. Die firma gaf me jaarlijks 1.000 flessen champagne. Natuurlijk heb ik daar niet alleen naar gekeken. Maar drinken niet alle renners op tijd en stond een glas? Onbewust heb ik de verhalen over mijn alcoholisme misschien ook wel zelf in de hand gewerkt. Als er een journalist op bezoek kwam, dan deed ik weleens een fles open. Dan komen de verhalen natuurlijk vanzelf."

'Verschrikkelijk zwaar heb ik daar allemaal nooit aan getild. Rik Van Looy heeft eens tegen me gezegd dat het vooral belangrijk is dat ze over je schrijven. Of het nu positief of negatief is, dat doet er eigenlijk niet toe. Van Looy had gelijk. De dag dat ze niet meer over je schrijven, is het gedaan met je carrière. Ik heb me van al die verhalen ook pas echt iets aangetrokken toen ze mijn echtgenote erbij betrokken. Over mij mogen ze schrijven wat ze willen, maar mijn familie moeten ze met rust laten. Ik werd pas echt kwaad toen ze schreven dat Maertens zijn vrouw sloeg."

Wie er de kranten uit 1980 op naslaat, kan maar moeilijk naast de parallel met Frank Vandenbroucke kijken. Vertwijfelde sportjournalisten vroegen zich in die dagen af "hoe we nu in feite mens en atleet Freddy Maertens moeten benaderen. Positief en enthousiast omdat hij er gezond en beresterk uitziet? Sceptisch en terughoudend omdat de schijn die hij ophangt al zo vaak misleidend was?" Pagina's en pagina's werden er toen gespendeerd aan de vraag of "Maertens erin (zal) slagen de vraagtekens uit te wissen?"

Maertens repliek zou één jaar later komen, maar de vraagtekens bleven. In de Tour van 1981 haalt hij - out of the blue - niet minder dan vijf ritzeges. Op de Champs Elysées pronkt hij voor de derde en laatste keer in zijn carrière in het groen. De verhalen over Maertens en dopinggebruik werden er alleen maar stelliger van.

"De journalisten konden er niet bij", knikt Maertens. "Het hele seizoen had ik nog geen wedstrijd uitgereden. Bovendien was ik volgens sommigen veel te dik. 'Maertens is een dik vet zwijn', hoorde ik achter mijn rug zeggen. De wildste speculaties deden de ronde, maar ik wist wel beter. Er was uiteindelijk helemaal niets mysterieus aan mijn comeback. Ik heb me in de voorbereiding bewust gespaard, en me in alle stilte optimaal op de Tour voorbereid.

"Uiteindelijk heeft al die scepsis me alleen maar gemotiveerd om het nog beter te doen. Toen ik werd geselecteerd voor het WK in Praag, fronste bijna iedereen zijn wenkbrauwen. We zullen wel zien aan de meet, dacht ik dan. Ik voelde me echt beresterk. Toen ik naar Praag vertrok, zei ik tegen mijn vrouw: 'Wie mij zondag klopt, wordt wereldkampioen.' (lacht) Niemand heeft me die dag geklopt."

Het WK in Praag noemt Maertens vandaag zijn mooiste herinnering. Dat er thuis een zoveelste aanslag van de belastingen op hem wachtte, wist hij toen nog niet. "Mijn vrouw heeft die voor me verborgen gehouden tot na het WK. Ze wist dat ik alleen kon presteren als ik niets anders aan mijn hoofd had. (vertederd) Zonder Carine was de wielrenner Freddy Maertens allang vergeten. De rol van een vrouw achter de sportman wordt al te vaak onderschat. Een sportman is een lastig mens. Het is zeker niet makkelijk om met hem getrouwd te zijn. Hij is prikkelbaar, en constant bezig met zijn beroep."

Ondanks zijn regenboogtrui bakte Freddy Maertens er in 1982 helemaal niets van. Niet één keer ging de wereldkampioen dat seizoen zegevierend over de streep. Een gevolg van de onvrede binnen zijn ploeg Boule D'Or, beweert Maertens. "Ik mocht dan wel in de regenboogtrui rijden, bij het begin van het seizoen kreeg de ploeg de opdracht om in dienst te rijden van Daniël Willems. Later in het seizoen zou het dan mijn beurt zijn, maar zover is het nooit gekomen. De hele ploeg stond toen al achter Willems."

Met Maertens ging het vanaf dan alleen nog maar bergaf. "Een kampioen", schreef hij in zijn autobiografie Niet van horen zeggen (1988), "kenmerkt zich door precies in moeilijke situaties te kunnen doorbijten, en daar was bij mijn geen sprake meer van. Hoe dan ook, ik bleef publicitair interessant genoeg om elk jaar ergens een contract aangeboden te krijgen. Want reed ik niet in de koers, dan reed ik wel over de tong."

Maertens sloot zijn carrière in 1987 af bij Robland, een erg bescheiden ploegje van de West-Vlaamse zakenman Noël Demeulenaere. "Ik zou er twee jaar eerder mee gestopt zijn als ik zo mijn broer Marc en nog een paar renners geen onderdak had bezorgd", zegt Maertens. "Die gasten hadden anders op straat gestaan. En Demeulenaere wilde alleen maar in de wielrennerij investeren als ik voor zijn ploeg zou koersen."

Maertens heeft altijd aangekondigd dat hij, eens de fiets aan de haak gehangen, zijn waarheid aan het papier zou toevertrouwen. Lang liet zijn verhaal niet op zich wachten. Niet van horen zeggen, een boek dat hij samen met journalist Manu Adriaens schreef, wemelt van de zwaarste beschuldigingen aan het adres van collega's en sportdirecteurs. Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot... op zijn vriend Michel Pollentier na moeten ze het allemaal ontgelden. "Ik kan geen fiets meer zien", verklaarde hij kort nadien in Humo. Het wielermilieu vergeleek Maertens in die tijd consequent met de maffia.

"Ik heb een tijdlang een degout gehad van de fiets", zegt Maertens vandaag. "Maar dat is nu voorbij. De fiets is opnieuw mijn hele leven. En ik denk dat dat ook altijd zo zal blijven."

Spijt over de gemiste kansen heeft Maertens tegenwoordig nog nauwelijks. "Achteraf gezien had ik wat vaker mijn ogen en oren moeten opentrekken, dat is zeker juist. Ik ben soms te naïef geweest. Ik had zonder tegenslagen ongetwijfeld een nog indrukwekkender palmares bijeen kunnen fietsen. Maar dat zal elke ex-coureur je wel zeggen zeker? Ach, het is goed geweest. Ik heb mijn stempel op de wielergeschiedenis gedrukt, niet? De mensen zijn me zeker niet vergeten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234