Maandag 28/11/2022

De kniesoren van de verlichting

null Beeld kos
Beeld kos

Maarten Boudry is filosoof aan de UGent en samen met Johan Braeckman auteur van 'De ongelovige Thomas heeft een punt'.

OPINIE

"Niets is meer westers dan de afkeer van het westen", schreef de Franse filosoof Pascal Bruckner in zijn pamflet 'Tirannie van het berouw', over het verlammende en contraproductieve schuldgevoel van de linkse Europese elite. Beducht als ze zijn voor het waanbeeld van westerse superioriteit, en gelouterd door de schandvlekken van kolonialisme en rassendiscriminatie, zijn ze nog eerder bereid om een pleidooi voor universele verlichtingswaarden als een "recuperatie van de geschiedenis" voor te stellen, een reliek van de 19de-eeuwse "mythe" van het Westen als "eindpunt van de evolutie en het toppunt van beschaving". Dat lieten historici Bert De Munck & Wouter Ryckbosch optekenen in deze krant.

Nemen we democratie als voorbeeld. In 1900 waren er slechts 6 democratieën ter wereld. In 1940 telden we er 19. In 2010 waren dat er meer dan 115 (op 194 landen). Dat democratie in het Westen ontstond, gepaard met veel groeipijnen en na eerdere aanzetten in het Antieke Griekenland, is een historische contingentie, een speling van het lot. Door zo de klemtoon te leggen op de Westerse wortels van de Verlichting, doen De Munck & Ryckbosch net afbreuk aan haar universele aspiraties. Geluksonderzoek toont objectief aan dat een democratische samenlevingsvorm, net zoals de vrijheden die verankerd liggen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (nog zo'n 'westerse' uitvinding), bijdragen tot het welzijn en geluk van de mens, overal ter wereld (zie het onderzoek van Jan Bernheim en zijn collega's aan de VUB). Laten we niet te beschroomd zijn om dat te erkennen.

Wellicht omdat ze ideologische motieven vermoeden achter het vooruitgangsgeloof, nemen De Munck & Ryckbosch het ook niet zo nauw met objectieve cijfers. De verbetering in levensverwachting sinds het einde van de 19de eeuw was, in tegenstelling tot wat ze schrijven, niet voorbehouden voor een "beperkt deel" van de wereld. De mondiale kindersterfte bedroeg 165 op 1.000 aan het begin van de 20ste eeuw, nu schommelt ze rond de 45. De levensverwachting rond 1850 in het Britse Rijk, destijds de meest welvarende natie ter wereld (niet in het minst door koloniale misdaden), bedroeg 40 jaar. Vandaag ligt de mondiale levensverwachting op 70 jaar, met pieken in Japan van 83 jaar. Zelfs de absolute lantaarndragers onder de naties scoren beter dan de Britten in 1850. De vaart de volkeren is niet strikt lineair, en de snelste spurt maakten we pas de afgelopen decennia. Maar niemand beweerde dat vooruitgang perfect gelijkmatig over de eeuwen verdeeld is, of dat de Verlichting van vandaag op morgen plaatsvond.

Toch moeten precies Verlichting en wetenschap, waaraan we deze vooruitgang voornamelijk te danken hebben, het in vele ogen ontgelden. Deze "kolossale amnesie en ondankbaarheid", zoals de psycholoog Steven Pinker ze noemt, is enkel mogelijk door en grootscheepse witwasoperatie van de geschiedenis. Vanwaar de onwil om bijvoorbeeld de drastische daling in diverse vormen van geweld naar waarde te schatten? De Munck & Ryckbosch erkennen die daling alvast voor criminaliteit in het westen (in feite geldt ze mondiaal), maar wijzen meteen op de "keerzijde": de voortschrijdende bureaucratisering en opmars van technologie, die het gelaat van slachtoffers steeds meer doet vervagen. Maar onderstreept dat niet net onze morele vooruitgang? Nooit beschikten we over zo'n technologisch arsenaal om elkaar massaal en anoniem uit te moorden (natiestaten zowel als individuen), en toch maakten we er nog nooit minder gebruik van.

Tot slot hebben De Munck en Ryckbosch een merkwaardige, typisch postmoderne opvatting van wetenschap. Aan de ene kant waarschuwen ze dat wetenschap nooit "waardenneutraal" kan zijn en vaak met ideologie is verstrengeld. Maar in plaats van rassentheorieën als voorbeeld te gebruiken van hoe wetenschap ontspoort wanneer ze zich door ideologie laat besmetten, leggen ze de schuld uitgerekend bij wetenschappers die het "primaat van louter op observatie gebaseerde empirie voorstonden" voorstonden. Dat is de wereld op zijn kop. Indien wetenschappers zich aan hun eigen ideaal van zuivere empirie en objectiviteit hadden gehouden, was er van een raciale trapladder der ontwikkeling nooit sprake geweest. Die bestaat immers niet. De nazistische rassentheorie was pseudowetenschap pur sang (zie de recente bundel 'Philosophy of Pseudoscience', die ik samen met de filosoof Massimo Pigliucci samenstelde).

Menselijke nieuwsgierigheid, zo schreef de essayist Herbert L. Mencken, wordt schromelijk onderschat als aandrijver van morele vooruitgang. Met goede bedoelingen alleen roei je geen infectieziekten uit, ontketen je geen groene revolutie, en los je de bevolkingsexplosie niet op. Wetenschap wordt gedreven door de "mateloze, haast pathologische dorst om het onbekende te doordringen, om het raadsel te ontsluieren, om te vinden wat tot dan toe onvindbaar was". Een moreel kompas is beslist nodig om de uitwassen van wetenschap te beteugelen, zoals De Munck & Ryckbosch aangeven, en vooral de Verlichtingsbakens blijven daarbij richtinggevend. Dat zowel wetenschap en Verlichting in het westen ontstonden, is bijzaak. Iemand moest de schakelaar het eerst vinden.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234