Dinsdag 26/05/2020

De knevel en de konkelaars

Was Wilhelm II, de laatste Duitse keizer, in hoogsteigen persoon verantwoordelijk voor het uitbreken van de Grote Oorlog? De Australische historicus Christopher Clark (1960) schetst een genuanceerder portret.

Het kost allerminst moeite om een karikatuur te maken van Wilhelm II, de laatste Duitse keizer. Met zijn punthelm, zijn knevel met de als antennes stijf opstaande punten en zijn fetisjistische voorkeur voor extravagante fantasie-uniformen is de kleinzoon van de Britse koningin Victoria altijd een geliefkoosd mikpunt van spotvogels in zowel binnen- als buitenland geweest. Veel ernstiger was en is het verwijt dat de autocratische monarch een oorlogshitser was, in hoogsteigen persoon verantwoordelijk voor het uitbreken van de Grote Oorlog.

De Australische historicus Christopher Clark schetst een genuanceerder portret. Clark brak in 2013 internationaal door met Slaapwandelaars. Hoe Europa in 1914 ten oorlog trok. Een meesterwerk, jubelde de pers. Onder historici heerste weliswaar verdeeldheid. Stortte het Oude Continent zich werkelijk met de ogen dicht in de grootste catastrofe uit zijn geschiedenis? Hoe dan ook, Clarks bedachtzame opbouw en glasheldere stijl maakten indruk. Met Wilhelm II. De laatste Duitse keizer spreidt hij dezelfde talenten tentoon. Het boek verscheen al in 2000. Een slecht karakter zou kunnen opperen dat Clark mee surft op het succes van zijn slaapwandelende vorsten en politici. Een scepticus zou zelfs kunnen opwerpen dat Wilhelm II niet langer ter zake doet. Niets is minder waar.

Ten eerste is het laatste woord over de oorzaken en gevolgen van de Eerste Wereldoorlog nog niet gezegd.

Ten tweede begeeft Clark zich niet op het platgetreden pad van de traditionele biografie, een pad bezaaid met futiliteiten, psychoanalytische prietpraat en halfwassen uitgangspunten en besluitvormingen. Welk spoor volgt Clark dan wél? Een studie van de macht, zo vat hij zijn expeditie naar het tijdperk van Wilhelm II samen. Daarbij stond de vraag centraal "hoeveel verschil (het) maakte dat het Wilhelm II was die op de Duitse keizerstroon zat gedurende de turbulente jaren tussen 1888 en 1918".

Ten derde biedt Clark een vorstelijk inzicht in de mechanismen van en het machtsspel tussen burgerlijk bestuur en militaire overheid, een eeuwig fascinerend thema dat in deze eveneens turbulente tijden zeker tot nadenken zal stemmen. Ten slotte wordt de lezer geconfronteerd met een figuur die met zijn onblusbare hang naar opschepperij en media-aandacht en zijn permanent gebrek aan oordeelsvermogen als zinnebeeld van iedere incompetente maar daarom niet minder gevaarlijke regeringsleider waar ook ter wereld kan gelden.

Politiek/publiek figuur

Aangezien Clark de zaak-Wilhelm II zo nauwgezet mogelijk onderzoekt, stuit hij van meet af op een schijnbaar onoplosbaar probleem. Er bestond immers "een ingewikkelde wisselwerking tussen (de) macht (van Wilhelm II) als politieke figuur en zijn gezag als publiek figuur". Dat had alles te maken met de Duitse grondwet van 16 april 1871. Volgens die grondwet was de keizer niet meer dan de eerste onder zijns gelijken. Die gelijken waren bijvoorbeeld de koning van Saksen en de koning van Beieren. Behalve een federale vorstenbond met een bondsraad bezat Duitsland ook een rijksdag met een rijkskanselier en een rijksregering. Voorts werden de bevoegdheden van de keizer - hij was tevens koning van Pruisen - slechts vaag omschreven.

Bovenop dit systeem van 'omzeilde beslissingen', deze 'onaffe grondwet' en dit 'onvoltooide federalisme' had het rijk in de persoon van Wilhelm II te maken met een keizer die enerzijds boven de politieke partijen wilde staan maar zich anderzijds voortdurend in de politieke debatten mengde. Welke gevolgen had dit kluwen van aanspraken en patronen voor het reilen en zeilen van het keizerrijk? Bezat Wilhelm II werkelijke macht? Oefende hij effectief invloed uit? Alsof het antwoord op die vragen niet moeilijk genoeg is, dienden zowel politici als militairen rekening te houden met een man die qua ongeduld, onvoorspelbaarheid en besluiteloosheid zijns gelijke niet had. Het was altijd hollen of stilstaan, aldus Clark.

Bovendien duelleerde de keizer voortdurend met weerspannige onderdanen. Zo kreeg hij het in de eerste jaren van zijn keizerschap aan de stok met rijkskanselier Otto von Bismarck, het prototype van de machtsgeile intrigant. "Es ist schwer, unter Bismarck Kaiser zu sein", klaagde hij. In zijn laatste jaren op de troon worstelde Wilhelm II dan weer met veldmaarschalk Paul von Hindenburg en generaal Erich Ludendorff, twee even malicieuze konkelaars die hun meester regelmatig in tranen van frustratie deden uitbarsten.

Was Wilhelm II dan niet meer dan een hulpeloos en zielig slachtoffer van politieke en militaire machinaties? Clark gaat niet zover om de keizer te rehabiliteren. Maar hem met alle zonden van Israël beladen doet hij evenmin. Een tussenhouding die de kool en de geit spaart? Allerminst. In een ongemeen boeiende ontleding van de politieke ontwikkelingen in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog toont Clark met verve aan dat de Duitse keizer tot de allerlaatste dagen van juli 1914 een voorstander van een diplomatieke oplossing van het conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië is geweest. Zeker, zijn naïviteit en wispelturigheid speelde hem parten. Nu eens beloofde hij de Dubbelmonarchie onvoorwaardelijk te steunen, dan weer spande hij zich tot het uiterste in om de haviken in zijn kabinet terug in hun kooi te krijgen.

Vijand van het menselijk ras

Overigens richt Clark ook verwijten aan de andere hoofdrolspelers. Oostenrijk-Hongarije wilde absoluut afrekenen met Servië, Rusland mobiliseerde pas onder druk van Frankrijk, en het Verenigd Koninkrijk had Wilhelm II tot het laatste moment de indruk gegeven dat het bij een oorlog op het continent niet tussenbeide zou komen. "Nun können Sie machen, was Sie wollen", zei de keizer tegen zijn oorlogszuchtige stafchef Helmuth von Moltke toen bleek dat Londen het geweer van schouder had veranderd.

Hoewel Christopher Clark met Wilhelm II. De laatste Duitse keizer geen nieuwe ontdekkingen doet, vormen zowel zijn synthese als zijn interpretatie van de macht en het karakter van Wilhelm II een waardevolle correctie op het nog altijd gangbare beeld van de keizer als 'criminele hoofdverantwoordelijke voor de oorlog'. "Vijand van het menselijk ras", tierden de Britten. Dat de geallieerden met het nadrukkelijk aanwijzen van een zondebok hun eigen verantwoordelijkheid voor het uitbreken van het conflict van zich afwentelden, is de logica zelf. Tegelijk laat Clark uitschijnen dat het 'perfide Albion' Duitsland wilde kortwieken omdat het besefte dat het land het Verenigd Koninkrijk industrieel en commercieel voorbij dreigde te streven. Dat neemt niet weg dat Wilhelm II als leider chronisch faalde. Drie maanden na zijn troonsbestijging in de lente van 1888 stierf keizer Friedrich III, de vader van Wilhelm II, aan strottenhoofdkanker. Zou de geschiedenis een andere wending hebben genomen als de nuchtere en hervormingsgezinde Friedrich III was blijven leven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234