Maandag 21/10/2019

De kleuren van een wereld die verdwijnt

Het was een bruine doos, niet meer dan acht mensen wisten dat ze bestond. Erin zaten kleurenfoto's die Stephan Vanfleteren de afgelopen tien jaar maakte. Verstopt. Als een geheimpje. Nu mag de wereld 'Façades & Vitrines' zien. Een project en een boek, een wereld in kleur. 'Als je slaaf van je imago bent, ben je verloren.'

Het is een lange weg naar Veurne, waar de fotograaf nu anderhalf jaar woont. Aan splitsing Jabbeke nog 39 kilometer, Stephan Vanfleteren (43) zegt daarover: "Die splitsing voorbij rijden is bijna een ritueel. Je ziet de polders, het tankstation in Mannekensvere en dan de toren van Veurne." Thuis, bijna letterlijk. Hij groeide op in Oostduinkerke, waar zijn ouders tennisclub De Wielewaal openhielden, zijn vrouw is van hier. Veurne. Toen haar moeder overleed en ze in het huis ronddwaalden, viel plots het idee: waarom Vilvoorde niet verlaten voor Veurne? "Als ik naar een Toscaanse boerderij of naar New York was gegaan, had iedereen gezegd: cool! Maar Veurne? Wel, zo stom was het niet. Ik heb hier Fanfares gemaakt, dit boek nu, portretten van Hollanders bewerkt en ik heb ook hier de portretprijs in Nederland en de prijs van World Press Photo gewonnen. (glimlacht) Een e-mail gaat vanuit Veurne even snel naar Amsterdam als vanuit Brussel. En ik durf te zeggen dat de Toscaanse boer niet slimmer is dan die in Veurne."

Maar dan: "Wie weet wonen we over vijftien jaar wel in Rio. Je weet het nooit. Ik dacht ook ooit dat mijn sterfbed in Vilvoorde zou staan. Maar dan zie je dit prachtige licht op de kerktoren en tien maanden later woon je hier. En dat is goed. Het strand is nu mijn donkere kamer geworden. Daar trek ik me terug."

Gul schijnt dat licht in het beschermde monument dat zijn woning is. En zijn werk, 'Atelier Stephan Vanfleteren' staat op de bel. Hij had gevraagd om halftwee te komen. "Dan laat ik je een uur alleen met het boek en als je klaar bent, dan praten we."

Dat uur vliegt voorbij. Voorbij de loden kaft van een van de 666 exemplaren van Façades & Vitrines (elk met een gestanst nummer) begint een verhaal dat Stephan Vanfleteren heeft geschreven. Al ben je dan al één foto voorbij: het is er een in kleur. En in dat verhaal lees je waarom. Dat hij al tien jaar in de auto een camera met een kleurenfilmpje liggen had, maar dat hij dat nooit vertelde.

Dan schrijft hij: "Fotografie is in de loop van de geschiedenis haar onschuld verloren. Het is blijkbaar een oneerbaar beroep geworden." Om iets later te vertellen hoe hij in een Brusselse zaak een seksfilm zag, gevolgd door een zielloze striptease-act. In het dankwoord worden zelfs producers Jim Clean en Clint Westwood bedankt.

Dank als knipoog, en tussen verhaal en Clint Westwood stap je een wondere wereld in. Als in zo'n louche cinema, het doek gaat open en in kleur zie je wat Vanfleteren al die jaren fotografeerde: gevels en uitstalramen van winkels, cafés, restaurants. Vaak gesloten. Met kranten afgeplakte ramen, met verzamelde vezelplaten dichtgetimmerde gaten. Een enkele nog open. En dan het mooie wat de tijd doet en wat letters over die tijd vertellen. In Antwerpen, Jakobsen: 'Hier koopt u ongelooflijk goedkoop. Chemiserie. Textiel. Witgoed. Damast'. In Melle, 2004: 'Café 't Medicamentje. Bij Peggy en Eddy'. In Turnhout: 'In den Barbus. Gezonde zingende vogels. P. Sluis'. Nog in Antwerpen: 'Alles voor de reis. M. Riga. Koffers voor Afrik.' De A viel weg, journalist Jan Hertoghs schrijft achteraan in dit wonderlijke boekwerk zo mooi: "Als de aftakeling begint, dan begint die blijkbaar alfabetisch."

En verder ook veel Brussel en Wallonië, in dit boek dat consequent tweetalig is (Gent/Gand, zie je), de teksten vertaald door Alain Van Crugten, die de vertaler van Hugo Claus was. Waalse winkels met waren die nu ver weg lijken: 'Vidéo Joelle' in Vloesberg, zelfs 'Timbres Alba' in Luik en in Brussel 'Au Palais de la Pantoufle'. Speciaalzaken, jawel. Bijna zoals zijn eigen Kannibaal/Hannibal, een uitgeverij die gegroeid is omdat hij tot in detail over zijn eigen boeken wilde gaan. "Dit boek heeft een loden kaft. Dat mag eigenlijk niet, omdat het giftig is, maar we wilden het zo graag. Met mijn schoonbroer heb ik de rollen van 50 kilo zelf gesneden en ontvet. Op elk boek kun je mijn vingerafdrukken zien."

Dat Vanfleteren er nu mee uitkomt, heeft twee redenen. Eén: "Gautier (Platteau, een van zijn partners binnen Kannibaal, RVP) was gevraagd als curator van Aller Retour in Kortrijk, een tentoonstelling met Carl De Keyzer, Bieke Depoorter en mij. Drie generaties fotografen, alle drie geboren in Kortrijk. 'Wat ga je tonen?', vroeg hij. Ik had geen zin in oud werk en toen dacht ik plots: zou dit het moment zijn? Ik heb Gautier mijn bruine doos getoond. Hij verschoot. Hij wist ook niet dat ze bestond."

Nieuw werk dus, dat was één. En twee: "Een hele belangrijke: ik voel dat de middenstand slagen krijgt. Het is crisis en ik ben zelf een zoon van middenstanders. Ik hoor altijd van de drama's bij Ford en ArcelorMittal. Terecht. Maar ik hoor nooit iets over de middenstand. Hoeveel mensen gaan daar failliet of stoppen en verdwijnen langzaam uit de wereld en de maatschappij? Dat wilde ik graag tonen."

Dat hij er tien jaar mee bezig is, toont dat dat niet nieuw is. Maar Vanfleteren spreekt van de versnelling, vergelijkt met de toeleveringsbedrijven van Ford: "Ook hier is collateral damage: als een winkel sluit, verliest ook de vrouw haar werk." Het heeft te maken met de komst van grote winkels en shoppingcentra, met een westers luxeprobleem ook. "Kinderen willen studeren en willen niet meer in zo'n winkel staan."

Verborgen leventje

Dat legde hij allemaal vast in kleur. Wie goed oplet, ziet trouwens twee kleurenversies van zwart-witbeelden die ooit in Belgicum, zijn eerste overzichtsboek stonden. Een gevel met 'Triperie' erop. En een met 'Achat Chiffons'. Hij maakte ze opnieuw. "Ik had mijn camera niet altijd bij me. Maar als ik dan iets zag, schreef ik het adres op en ging terug.

"Op school heb ik in kleur gefotografeerd, nadien ook tijdens mijn legerdienst. En in het begin heb ik voor De Morgen en De Standaard nog in kleur gewerkt. Ik herinner me magazinefoto's van tuinen. Maar heel snel heb ik beslist dat ik enkel nog zwart-wit wilde doen. Voor mij was het een soort bescherming. In zwart-wit is er geen afleiding. Soms was dat slikken. Veel reclame moet in kleur. Of ik werd eens gevraagd door een opdrachtgever om naar Afghanistan te gaan, maar het móést in kleur. Ja, ik wilde graag naar Afghanistan. Maar ik ging toch niet. Ook toen bij de krant kleur gevraagd werd, zei ik: 'Ik doe niet mee.'

De enige twee kleurenfoto's die naar buiten kwamen, waren die van de gele trui van Eddy Merckx en die van de blauwe helm van Jacky Ickx. Twee objecten, toch altijd Vanfleteren: zelfs in kleur.

Het gebeurde stiekem. Bijna met die verborgen camera waarover hij zweeg. "Het was mijn verborgen leventje waarover ik met niemand praatte. Er is een moment dat niemand het nog vraagt. En misschien dat ik hierna niet meteen nog iets in kleur doe. Ik zal nooit een kleurenfotograaf worden."

We bladeren. En de naam Depardon valt. Raymond Depardon is de 70-jarige Franse Magnumfotograaf die in 2010 La France publiceerde, een monumentaal verslag van zijn rondrit door Frankrijk. Met veel façades en vitrines, Frankrijk herken je toch ook aan zijn PMU-bars. Is de naam een compliment of een vloek? "Zeker een compliment", zegt Vanfleteren. "Het is een oude fotograaf die nog bezig is. Dat vind ik altijd schoon. Hij heeft ook altijd veel gedaan. Oorlogsfotografie en boeren in Frankrijk. Al ben ik nu zelf van dat laatste boek niet zo gek. Maar ik snap het wel en ik respecteer het heel erg. Zelf voel ik vooral verwantschap met Eugène Atget (Franse fotograaf die leefde van 1857 tot 1927, RVP). Toen ik als jonge gast fotografie ging studeren was ik al door zijn werk gepakt. Je zou kunnen zeggen oubollig en saai, maar Dirk Lauwaert, van wie ik les kreeg, wakkerde dat bij mij nog aan.

"Ik kon toen nog geen dure boeken kopen, maar wel zo'n Photo Poche. Daar heb ik veel in gebladerd. Ook Walker Evans heeft, soms heel sobere, façades gemaakt in Amerika. Wim Wenders, wel in kleur. En de foto's van Bernd en Hilla Becher. Al mijn grote voorbeelden zijn mijn hele leven dezelfde gebleven. Ik hou van simpele ideeën. En ik vind het belangrijk dat fotografie een lange adem heeft."

Dat heeft zijn werk, zeker. Ooit schreef Herman de Coninck dat het eigenlijk vrij eenvoudig is: je hebt foto's die bijblijven en je hebt foto's die niet bijblijven.

Hij glimlacht: "Soms zie je zelf niet dat een foto bijzonder is. Ik herinner me de begrafenis van Julie en Mélissa. Ik had een foto van een traan op de wang van een meisje. Maar in de stress van het afwerken van alle foto's zag ik het niet. Het was de hoofdredacteur die, uitzonderlijk, in het fotografenkot binnenkwam en zei: 'Dat is dé foto.' Zelf zag ik het pas een dag later.

"Die lange adem is een streven", zegt hij dan. "Je verandert en evolueert wel voortdurend, maar er moet toch een lijn in je werk zitten. Ik wil een revolutie, maar nooit met sprongen. Nu komt er kleur in, maar de ziel van mijn werk zit nog altijd tussen de bakstenen. Het is een stapje erbij. En ik zie het niet als verraad. Ik heb kleur gebruikt op een informatieve en creatieve manier, omdat ik het nodig vond. Ik wéét dat ik een risico nam, dat er kritiek komt en dat bepaalde mensen ontgoocheld zullen zijn. Maar daar kon ik geen rekening mee houden. Als je slaaf van je imago bent, dan ben je verloren als fotograaf of als kunstenaar of als mens. Voor mij werkte het bevrijdend."

Keerzijde van het succes

Allicht kán er bij Vanfleteren helemaal nooit sprake zijn van een risico. Met Belgicum stelde hij tentoon in het Fotomuseum in Antwerpen, voor Portretten kwamen 55.000 bezoekers naar Circus Mahy in Gent. Een maand geleden won hij met een foto van Rem Koolhaas de Nationale Portretprijs in Nederland, de foto komt in het Rijksmuseum te hangen. En amper een week geleden werden zijn foto's bekroond door World Press Photos.

"Er is altijd een keerzijde. Ik heb altijd moeite gehad met succes en ik ben er bang voor. Natuurlijk ben je trots en blij. Maar er is ook gêne tegenover collega's. Jij krijgt een blinkende medaille, maar de soldaat wil met zijn maten het veld weer in. Er is ook gêne tegenover mijn onderwerp. Verdien ik dit wel? Mijn werk lijkt sterker, dieper en belangrijker dan ik zelf ben. Door mijn dyslexie was ik op school een middelmatige student. Plots kwam ik in contact met iets wat ik blijkbaar wel goed kon en wat me succes bracht. Maar ik ben mijn frustraties tegenover de slimmere gasten in mijn klas niet vergeten. Daarom voelt het zo aan. Mijn werk is beter dan ikzelf. Bart Peeters heeft dat mooi gezegd: 'Het lied is slimmer dan de zanger.' Dat herken ik.

"Belgicum wordt nu als een succes beschouwd, maar toen ik het een maand voor de opening aan de directeur van het Fotomuseum voorstelde, zei hij: 'Zo triestig allemaal. En hoeveel gaat dat boek kosten? Vijfenveertig euro? Ben je gek? Een boek van meer dan 40 euro koopt niemand.' Kijk, het is goed dat je jezelf bevraagt. Angst is slecht, maar twijfel is goed. Als het een drijfkracht is."

Nog eens bladeren. Café Land van Aalst, gezien na een nachtreportage voor deze krant over het carnaval in die stad. "Ik had nooit gedacht dat carnaval me zou ontroeren, maar die nacht snapte ik het wel", glimlacht hij. "Maar ik bleef nuchter. En 's morgens, op de terugweg naar mijn auto, zag ik dit. Ik ben later teruggekeerd om hem te maken." Uit Wervik zie je een drieluik: 'Café. ACW-lokaal. Feestzaal'. In de weerspiegeling de kwaliteitsslagerij aan de overkant.

"Je vindt ze overal, zeker in oude winkelstraten waar de glorieperiode voorbij is. Maar de straten blijven vervellen. Plots kom je ergens voorbij en zie je: hé, de rolluiken zijn dicht. Vooral in steden als Ninove en Aarschot en Diest kom je ze tegen. Middelgrote steden die te dicht bij grote steden liggen. Of in Luik en Charleroi. Daar is bijna geen winkel meer over. Daar ben ik echt verdrietig van geworden. Maar daarom is dit boek misschien het gezicht van de kleine neringdoener. In dat opzicht zijn het misschien ook portretten."

In twee opzichten lijkt daarmee een cirkel rond te zijn. Vanfleteren is terug bij zijn portretten en doet in dit boek waar het hem altijd om ging: bewaren. "Ik las in een 'Zeno'-interview met fotograaf Walter De Mulder een citaat van Cees Nooteboom: 'Fotografie is bewaren.' Dat is het voor mij altijd geweest. Waarom nemen mensen foto's van hun kinderen? Om later te weten hoe ze er in 1997 uitzagen. Toen de grootvader van mijn vrouw stierf, heb ik alles gefotografeerd zoals het in zijn huis stond: zijn theekopje, zijn zetel, het plastic fruit op tafel, de gordijnen. Mijn zoon was toen drie en ik denk dat hij dat ooit zal herkennen."

De cirkel is ook rond omdat hier, vanuit dit huis in Veurne, Stephan Vanfleteren letterlijk vertrok voor zijn eerste belangrijke foto. "Hiervandaan ben ik als 19-jarige vertrokken, door het park gelopen, om Paul Delvaux te fotograferen. Natuurlijk is de cirkel nog niet helemaal rond. Maar mocht ik nu tachtig zijn, dan wel. (vlug) En als ik morgen doodga, dan is het ook wel goed wat ik gedaan heb."

Vooruitkijken

"Ik ben geen kenner en weter, ik ben wel een voeler", zegt hij. Hij zegt dat na de opmerking dat hij dat bewaren vooral in België deed. Gereisd heeft hij zeker, vaak, voor De Morgen, zeg maar de wereld van de jaren 1990 en 2000 tussen Kaboel en New York, Afrika ook. Maar bewaren doet hij vooral hier. In Fanfares was hij al conservator van iets wat misschien verdwijnt.

"Zelfs met mijn constante blik achteruit lijk ik veel vooruit te kijken. Toen ik aan Belgicum werkte, stond dit land nog niet onder druk. Maar de bom ontplofte bijna letterlijk op de opening en mijn boek werd plots politiek. Ik begreep dat niet, maar cameraploegen kwamen me vragen stellen of ik een Vlaming was of een belgicist. Ik heb in Wallonië gezien en gevoeld hoe het bij de mensen is. Het drama van de grootsteden in Wallonië en de terechte kritiek op het cliëntelisme van de PS: ik heb het gezien. Ik wéét wat er in Wallonië te zien is, dat weten de N-VA'ers niet."

De hond Cosmos snuffelt zich een weg naar binnen, de drie tieners Vanfleteren hebben hun weg hier gevonden. Verplant naar West-Vlaanderen, dat ging verbazend vlot. "Ze kenden het van de bezoeken bij opa. En toen we aan het verbouwen waren, had mijn zoon hier snel een liefje. (lacht) Dat vergemakkelijkte het."

Alle drie delen ze iets van Stephan zelf, alle drie hebben ze dyslexie. Daar valt dit gesprek op omdat we het over zijn talent hebben, en zijn oog. "Omdat we ergens belemmerd zijn, zijn we verplicht beter te kijken", zegt Vanfleteren. "Ook mijn zoon voelt een situatie heel goed aan. Het rare is dat ik dat bij mezelf niet ontdekte door een foto, maar door een tekst van Lieven Tavernier over de dood."

Alleen kwam zijn uitdrukking van dat voelen dus via beeld. De foto van Paul Delvaux bij zijn zieke vrouw noemt hij nog altijd heel belangrijk. "Die zit nog altijd in de top tien van mijn favoriete foto's."

Lotto van het moment

In zijn top tien zitten nog andere bekende foto's. René-van-'t-café-in-de-Marollen bijvoorbeeld. En zijn bejaarde koppel op het terras van de basiliek van Koekelberg. Vanfleteren staat op de juiste plek, haar rok waait omhoog: hij drukt af. "Dat is een zegen, maar ook een kruis. Het is de Lotto van het moment, maar je weet dat je dit soort foto nooit meer kunt maken. De Lotto win je maar één keer. En toeval is een prachtig cadeau, maar je kunt het niet ombuigen. En je kunt je werk er niet van laten afhangen."

Nog zo'n foto staat in geen enkel boek. Hij zit met zijn vrouw in de Londense metro. "Natacha moest me zeggen: kijk, fotografeer dat. Twee jongemannen met een hoed die aan het dromen waren, voor mij nog altijd een van de belangrijkste foto's. Soms ontstaat er energie, een soort gloed die over iets gaat schijnen. Dat besef je niet. Maar op zo'n moment schrijft Fleetwood Mac 'Songbird', blijkbaar een van de favoriete liedjes van (pdw). Of in het voetbal, dan verslaat Antwerp Vitosha Sofia. Waar komt zoiets vandaan? Het gebeurt."

De naam (pdw) valt en daarmee passeren meer doden uit Portretten. Het zijn er nogal wat: Hugo Claus, Bobbejaan Schoepen, Jan Wolkers. Die van Patrick De Witte verscheen de vorige dagen vaak. Eerder ook Roger Raveel.

"Elke foto kan de laatste zijn, daar denk ik altijd aan. Maar ik betrek het ook op mezelf, op continenten en op landen. Als ik uit Afrika vertrek, denk ik: misschien was het wel de laatste keer dat ik in Afrika was. En ik zal ook doodgaan. Als ik op mijn gsm het nummer van de krant zie, denk ik vaak: oh nee, wie is er nu weer dood? En dan hoor je aan de andere kant: 'Je weet het wel al, zeker? Raveel is dood.'

"Bij Johan Anthierens was ik toen de dood aan zijn voordeur stond. Dat wist hij en dat wist ik. En toen ik vertrok, stond hij erop me mee naar buiten te geleiden. Ik zag die man in zijn zwarte kostuum, te groot eigenlijk voor zijn lichaam, te groot voor het sprokkelhout van zijn leven. Hij was een polemist, maar zoals alle polemisten iemand met een mooi klein hart. Zoals (pdw) ook. En onlangs moest ik voor Vrij Nederland een portret maken van Remco Campert. Ik had het geluk dat mijn auto voor de deur geparkeerd stond en toen ik vertrok, zag ik hem zwaaien van achter zijn raam. Wat wilde ik toen graag weten wat de dichter dacht."

Façades & Vitrines, 192 p., hardcover, gebonden in lood met ingestanste titel en editienummer, blindstempel op backcover, tot 15 maart: 150 euro, nadien 195 euro. Uitgeverij Hannibal, www.uitgeverijhannibal.be De tentoonstelling Aller Retour is vanaf 9 maart te zien in de Budafabriek in Kortrijk.

'Fotografie moet een lange adem hebben. Je evolueert wel voortdurend, maar er moet toch een lijn in je werk zitten. Nu komt er kleur in, maar de ziel van mijn werk zit nog altijd tussen de bakstenen. Ik zie het niet als een verraad'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234