Woensdag 27/05/2020

De kleren en de man

Het leven van Oscar Wilde is nu, honderd jaar na zijn dood, volledig te reconstrueren op basis van 'The Complete Letters of Oscar Wilde'

Merlin Holland en Rupert Hart-Davis

The Complete Letters of Oscar Wilde

Fourth Estate, Londen, 1.270 p., 2835 frank.

'W at is dit tijdsgewricht van ons bekrompen," schreef Oscar Wilde (1854-1900) over de voorlaatste eeuwwisseling. De voorbije honderd jaar is de Ierse schrijver het dankbare onderwerp geweest van een postume rehabilitatie, waarmee de twintigste eeuw zich breeddenkender dan de negentiende probeerde te tonen. Ze heeft, zeker het laatste decennium, haar uiterste best gedaan om Wilde te restylen, vanuit een misschien wel even Victoriaanse bezorgdheid om vooral niet negentiende-eeuws en des te meer de nineties te zijn. Films, toneelstukken, monografieën (Wilde; Gross Indecency: The Three Trials of Oscar Wilde; Table Talk; Oscar Wilde: A Certain Genius; Truly Wilde; The Man Who Was Dorian Gray) en de zoveelste bundel met puntige aforismen: Oscar Wilde blijkt de geknipte figuur voor de dramatisering van politiek correcte ruimdenkendheid. De man die naar eigen zeggen de kunst als de meest verheven realiteit en het leven als fictie beschouwde, leidde een bestaan dat volledig beantwoordt aan de regels van de antieke tragedie. Die is nu, honderd jaar na zijn dood, volledig te reconstrueren op basis van The Complete Letters of Oscar Wilde, uitgegeven door zijn kleinzoon Merlin Holland en Rupert Hart-Davis.

Zoals het een expositie past, komen de hoofdpersonages in het leven van de jonge held een voor een aan bod, te beginnen met zijn ouders, Sir William en Lady Jane Francesca Wilde. Ze behoorden tot de elite van Dublin en waren allebei bijna zo welbespraakt als hun zoon. In de allereerste (teruggevonden) brief van Wilde komt meteen het belangrijkste leidmotief van de hele brievencollectie ter sprake: textiel. Vanuit Portora Royal School bedankt de veertienjarige Oscar zijn moeder voor de flanellen hemden die ze hem gestuurd heeft. Hij wijst er wel op dat het eigenlijk die van zijn broer Willie zijn; de zijne waren namelijk scharlakenrode en lila, "maar het is nog te warm om ze te dragen".

Na zijn studies aan Trinity College (Dublin) en Magdalen College (Oxford) vertrok hij in 1881 naar de Verenigde Staten om er als "Professor in Aesthetics" op tournee de ene lezing na de andere te geven. "Ik ben werkelijk zeer welbespraakt - soms. Ik werd van alle kanten gelukgewenst," schrijft hij. Vol van zichzelf liet hij in New York een reeks veelzeggende portretten fotograferen, die opgenomen zijn in de editie: de jonge god in kniebroek en bontmantel ("hij (de mantel) was op al mijn premières, hij kent mij van binnen en van buiten"); het topmodel met de sensuele lippen en golvend haar, gekleed in een fluwelen jasje ("Mannen zouden vaker fluweel moeten dragen"), zijden kousen en lakschoenen; het dromerige dichterstype in gewatteerde kamerjas, met als contrasterend accessoire zijn eerste dichtbundel in de hand. Wilde draagt deze combinatie van tekst en textiel met een welhaast etymologisch naturel. ("De eerste plicht in het leven is zo kunstmatig mogelijk te zijn.")

Zelfs in de enige bewaarde liefdesbrief aan zijn vrouw Constance ging de dichter nauwelijks uit de kleren: "mijn geest en lichaam lijken niet langer van mijzelf, maar in een verrukkelijke extase met die van jou versmolten". Dat hij ook best veel van hun zoons Cyril en Vyvyan hield, is tussen de regels door wel te lezen. Maar het enige briefje waaruit dat rechtstreeks blijkt, is een kattebelletje dat hij vanuit Frankrijk, nog snel voor een afspraak met Mallarmé, naar Cyril stuurde. "Ik hoop dat je goed op je lieve Mamma past," schrijft Wilde, alsof hij een voorgevoel had dat dat de volgende jaren inderdaad nodig zou zijn.

Kort na de publicatie van The Picture of Dorian Gray ontmoette hij in juni 1891 de knaap die het "groeiend conflict" in Wildes tragedie inluidde. Lord Alfred 'Bosie' Douglas was de gelukkige ontvanger van een brief die het ongewilde belang van de Complete Letters in het leven van Wilde illustreert: "het is een wonder dat die rode rozenblaadjeslippen van jou kennelijk niet minder geschapen zijn voor de muziek van het lied dan voor de waanzin van de kussen. Jouw ranke, gulden ziel beweegt zich tussen de hartstocht en de poëzie." Bosie liet deze brief achteloos circuleren, zodat de hele Londense society al gauw gonsde van de roddels. Als bezwarend materiaal was dit document doorslaggevend tijdens het fameuze proces dat eindigde met Wildes veroordeling tot twee jaar dwangarbeid wegens "gross indecency". Terwijl de relatie met Bosie de creativiteit van Oscar Wilde tot een climax had gevoerd, leidde die ene epistolaire uitspatting onrechtstreeks tot de catastrofe. Tot die conclusie kwam Wilde in alweer een brief: het lange epistel aan Douglas dat onder de titel De profundis ook afzonderlijk is verschenen.

Meteen na zijn vrijlating reisde hij totaal berooid naar Frankrijk. Maar kleren bleven nog steeds belangrijk. "Ik wil een paar pennen en een paar rode dassen," liet hij zijn trouwste vriend en factotum Robert Ross weten - niet zonder eraan toe te voegen dat de dassen uiteraard uitsluitend voor literaire doeleinden waren. Meer textiel bestelt hij in een van de driehonderd brieven die niet in de vorige selecties van Rupert Hart-Davies en de Nederlandse vertaling van Gerlof Janzen uit 1997 zijn opgenomen. Daarin vraagt hij een stuk goudkleurig doek naar Frankrijk te sturen voor zijn binnenhuisinrichting: "Voor witte tekeningen is naar mijn mening een gouden achtergrond van vitaal belang."

Van zeker zo vitaal belang was de brief die Wilde diezelfde zomer in de Daily Chronicle liet verschijnen. Daarin stelt hij de mishandeling van kinderen in de gevangenis aan de kaak en hekelt hij de "beestachtigheid van het systeem" en de "uitstekende bedoelingen" van degenen die het overeind houden: "Men neemt aan dat iets juist is omdat het regel is." Van zichzelf vond Wilde dat hij een geboren antinomist was, "gemaakt voor uitzonderingen en niet voor regels".

Het beeld van de fluwelen rebel ligt al enkele decennia goed in de markt. Het is alleen te hopen dat zijn imago niet belangrijker wordt dan zijn zeker zo indrukwekkend literair werk. De martelaar die in armoede stierf voor postkoloniale en andere goede zaken, was zich maar al te goed bewust van zijn martelaarsrol, in die mate dat hij zich zelfs met Christus vereenzelvigde. Amper twee dagen na zijn brief aan de Daily Chronicle overwoog hij een artikel te schrijven "over Christus als de Voorloper van de Romantische Beweging in het Leven, dat schitterende thema dat me geopenbaard werd toen ik mij in gezelschap bevond van de soort mensen waar Christus van hield: paria's en bedelaars". Als dat bij de catharsis van zijn persoonlijke tragedie hoort, is die messiaanse verzoening met het noodlot enkel te betreuren.

In deze Complete Letters laat Wilde al zijn kleine kantjes zien. Dat doet echter geen afbreuk aan de eloquente manier waarop hij zijn persoonlijkheid in stelling bracht tegen 'het systeem'. Dat hij zijn eigen genie verkwanseld had, gaf hij met zoveel woorden toe. Zijn zorgvuldig opgebouwde persona viel aan diggelen, wat zich zelfs uitte in zijn handschrift: "Mijn handschrift is aan flarden - net als mijn persoon. Ik ben nog slechts een pijnlijke zenuw die zich van zichzelf bewust is." Zijn laatste woorden tijdens het proces waren: "En ik? Mag ik niets zeggen, edelachtbare?" De ironie van het lot wil dat zijn niet te snoeren mondigheid vlak voor zijn dood eindigde in een onsamenhangend geratel, volgens het verslag van Reginald Turner: "Het is verschrikkelijk te moeten aanhoren hoe Oscar maar blijft doorpraten, en er niets aan te kunnen doen."

Toen Rupert Hart-Davis zijn eerste selectie brieven in 1962 uitbracht, was homoseksualiteit in Groot-Brittannië nog altijd illegaal en volgens Merlin Holland blijft het moeilijk om inzage te krijgen in bepaalde documenten, vanwege Wildes geaardheid. Maar de betere zaak die Holland met deze verzameling heeft willen dienen, is het werk van Oscar Wilde. Het imago van het geïnspireerde genie is net zo goed door hemzelf als door de omstandigheden gecreëerd. Hoe erg Wilde de negentiende eeuw ook hekelde, hij bleef er een product van. Zijn kleinzoon haalt honderd jaar later een ander beeld tevoorschijn: dat van een "hardwerkende beroepsschrijver". Een beetje ontnuchtering kan in het geval van Wilde geen kwaad.

Dirk Van Hulle

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234