Maandag 06/12/2021

De kleinste grote sprinter ter wereld

Won Robbie McEwen gisteren de sprint, of ontsnapte hij in de laatste rechte lijn? Want in de Tour de France tegen een plejade van 's werelds topsprinters tien meter voorsprong nemen als alle anderen ook op topsnelheid zitten en dat verschil behouden tot het spandoek, dat is grote klasse van het kleine mannetje.

Door Walter Pauli

Twintig meter na de aankomst werd de lange, sterke Gert Steegmans (1 meter 90) omhelsd door zijn compacte kopman Robbie McEwen (1 meter 71): "Topklasse! En je luistert zo goed!" In het moderne wielrennen is de term 'knecht' een beetje politiek incorrect geworden, maar het is wel precies dat wat Steegmans had gedaan: tot in detail de orders van zijn baas opgevolgd. En het gevolg was een sprint die technisch zo mooi was, met zo'n overdonderend meesterschap, dat journalisten van welke nationaliteit of sympathie ook unaniem waren in hun bewondering. De sprintoverwinning van McEwen was het eerste echte wow-moment van deze Ronde. Hoe kan het ook anders? Na twee aankomsten in Luxemburg en Nederland en via ommetjes in België eindigde deze rit in Saint-Quentin, hartje Picardië in het noorden van Frankrijk. De Tour de France is waar hij hoort: in Frankrijk.

Het is niet zo dat ritten in het buitenland niet populair zijn. Integendeel, toen Marc Wauters in 2001 in Antwerpen won en de gele trui pakte, ontstond er haast een spontaan volksfeest, en de mensenzee die dat jaar op Vlaamse, Kempense en Limburgse wegen stond, was ongezien. In Lummen kon het peloton zelfs niet door omdat zoveel Belgische cameraploegen dwars op de weg stonden om te filmen hoe Wauters zijn echtgenote kuste. "Dat hebben ze in Frankrijk nog nooit gezien", glunderde het tv-journaal.

Dat is het hem nu. Dat zien ze in Frankrijk inderdaad niet. Ook daar trekt de Tour mensenmassa's aan. En Franse supporters zijn niet per definitie fijnbesnaarder dan Belgen of Nederlanders. Maar in eigen land hoort de Tour bij het nationale patrimonium. Men likt de Tour niet begerig af, maar men houdt er echt van.

In Frankrijk maak je geen toestanden mee zoals in Hoei, waar de rit gisteren startte. In Frankrijk blijft het publiek achter de hekken, en roept het naar hun helden. Het gilt er zelfs naar als Virenque te zien is. Maar ze wachten tot 'beau Richard' naar de afsluiting komt: ze springen er niet over om hem te omhelzen.

In Hoei was het à la Belge. Ondanks de tientallen agenten, klom eerst één man over het hek, dan vijf, en ineens iedereen. Maar wat zou de politie ingrijpen? Het moet toch een feest blijven?

En in het midden van dat alles, paradeerde Zij. In haar Hoei, onze Madame de la Marquise, ook wel bekend als burgemeester Anne-Marie Lizin. Eerste minister Guy Verhofstadt was op bezoek. De premier wilde eraan herinneren dat in 2007 een Touretappe eindigt in Gent, en er een start in Waregem. Voor de Belgische wielerliefhebbers zal dat wel geen slecht nieuws zijn, en een eerste minister is altijd welkom in de Tour, zeker als hij zoals Verhofstadt iets van koers kent.

Maar zoals Zij achter Verhofstadt trippelde, blinkend van de make-up en de zelfgenoegzaamheid, dat was de potsierlijkheid voorbij. Geloof het of niet, maar Lizin had haar tricolore burgemeestersjerp om haar buik. Stel je je Louis Tobback al voor in Leuven, de sjerp om als hij Guy Verhofstadt de hand drukt? Iemand Patrick Janssens gesjerpt gezien op het Belgisch kampioenschap wielrennen te Antwerpen? Alleen Lizin kiest voor het ornaat. Er zou haar in Hoei toch maar één mens niet gezien moeten hebben, of - erger - niet herkend?

Weg, weg, weg. Snel de fiets op, stuiven richting Frankrijk, naar Saint-Quentin, midden in de vlakten van Picardië.

Met Tom Boonen in geel en groen leek de winnaar snel bekend. Bernard Hinault was er tijdens de rit al zeker van: "Er rijden voortdurend QuickSteprenners aan de leiding: Boonen wil dus winnen. Bovendien is deze licht hellende aankomst geknipt voor hem. Ik zie niet in wie hem vandaag kan kloppen."

Zo te zien verliep de rit ook volgens planning. Vroege vluchters, waarvan de voorsprong nooit al te gevaarlijk werd. Alleen leek het, toen Saint-Quentin in het zicht kwam, verduiveld lang te duren tot de laatste overblijvers gevat werden. Dat gebeurde pas in de buitenwijken van de aankomststad. Was het een teken aan de wand?

Toen er gesprint moest worden, zaten alle journalisten en verzorgers, van welke nationaliteit ook, reikhalzend uit te kijken naar de gele trui. Zou hij zijn zo gegeerde ritzege behalen? Waar is geel? Dáár! Zit die niet ingesloten? En terwijl iedereen de blik op Boonen fixeerde, vloog daar ineens een duo naar voren, een tweetrapsraket die afgevuurd werd, los uit de bende. Gert Steegmans, en achter hem: Robbie McEwen. Ritzege, groene trui, zonder discussie. Pure bewondering, zelfs verwondering, over het waanzinnig grote verschil met de rest.

Ploegleider Marc Sergeant kon zijn kopman niet voldoende loven. Een oudere sprinter op wie de leeftijd geen vat lijkt te hebben, een Australiër die sappig Nederlands spreekt, een kopman van een kleine ploeg die op zijn allerbest is in de grootste rondes, de Tour en de Giro. "Robbie heeft ons er al vele keren bovenop geholpen", zei Sergeant met enige dankbaarheid in de stem. Want wie praat nog over Peter Van Petegem en het falen van Davitamon-Lotto in de klassiekers?

McEwen zelf genoot, en genoot, en genoot. Een tros camera's achter hem aan, om hem journalisten, officieel Tourvolk dat hem naar de cérémonie protocollaire wil begeleiden, maar Robbie stopt en praat wanneer het hem zint. Robbie McEwen kan de Tour alleen aan. Hij heeft ook de reputatie om alleen te sprinten, maar dat klopt niet helemaal. Vandaar die mannelijke knuffel met Steegmans.

Steegmans had een haast even fiere glimlach om de mond, zij het dat hij nog even, half schichtig, half schertsend vroeg: "Al die aandacht voor mij? Maar ik heb toch niet gewonnen?"

Toch wel. McEwen had al voor de rit een plannetje klaar. Daarvoor was Steegmans nodig. Of beter: nodig geworden. Tot gisteren moest Steegmans Fred Rodriguez naar voren loodsen - Rodriguez is de vaste 'locomotief' van McEwen. Maar dinsdag viel Rodriguez, samen met Erik Dekker. Ook voor hem was de Tour voorbij. Dus schoof Steegmans één rang op en werd hij piloot voor McEwen. Dat betekent dat Steegmans moest zien dat hij vooraan geraakte. Op McEwen zelf moest hij niet letten. Op een kilometer van de streep hoorde hij achter zich: "Ik ben hier." En dan klééft McEwen aan dat wiel, op gevaar voor eigen leven, en vooral dat van de concurrenten die hem zouden proberen weg te drummen.

McEwen: "Het roadbook zegt: een bocht naar links. Dus zei ik tegen Gert: we gaan réchtsom. Omdat in deze Tour, in iedere rit, de vroege sprinters al zijn stilgevallen. Dus gaan we rechtsom, niet te vroeg, en als de bende stilvalt, snijden we in. Volle bak."

Zo gebeurde: Steegmans wilde iets te vroeg gaan, maar McEwen doet dan zoals hij alleen dat kan en durft: even aan zijn truitje trekken (dus met één hand het stuur loslaten, in volle sprint): "Wacht!" Toen Gert ging, deed hij dat volgens de orders van de kleine generaal: "Volle bak vooruit, op 400 meter. En dan zo snel, alsof de streep al 200 meter verder ligt." Steegmans volle bak vooruit, en dan McEwen de ruimte in.

McEwen haalde zijn tweede ritzege in de Tour, zijn tiende in totaal, naast de elf die hij al in de Giro haalde. Een gouden sprinterspalmares dat het alleen moet afleggen tegen een Mario Cipollini, een Alessandro Petacchi, een Freddy Maertens, of de legendarische André Darrigade. Maar dan komt McEwen. En deze zege, zegt hij zelf, was een van de mooiste: "Had ik zelf een scenario mogen verzinnen, ik had geen perfectere sprint kunnen verzinnen."

En dan volgde, in pure McEwenstijl, een lachje met één mondhoek lichtjes omhoog. Hoe goed hij zich niet voelde dat de Davitamons de vorige avond in een kasteel logeerden en de familie welkom was ("de kinderen sliepen in een aparte kamer") en dat dat het geheim achter het succes is.

McEwens enthousiasme is aanstekelijk. In Saint-Quentin leerde hij Steegmans zijn eerste grote les. De Limburger sprak de onvergetelijke wijsheid uit: "Om een sprint te winnen, moet je de benen durven stil te houden." Waarop een pracht van een grijns op zijn jongensgezicht kwam. Steegmans, fysiek hetzelfde type als zijn generatiegenoot Tom Boonen, heeft een veel beperkter palmares. Maar hij klopte Boonen in de Ronde van België al in de sprint, dus is hij snel. Ploegleider Sergeant: "Hij kan een hele grote worden in dit werk." Het wordt ooit een verschrikkelijke keuze voor Steegmans, al beseft hij het nu wellicht nog niet. Wil hij nog altijd zelf uitgroeien tot een topper of wil hij de nieuwe Zanini zijn: de allerbeste - en ook allerbest betaalde - locomotief van het peloton?

Boonen zou zo iemand kunnen gebruiken. Na de aankomst had de gele trui geen zin om te praten, maar schoof QuickStepmanager Lefevere de nederlaag af op diens haperende locomotief Steven De Jongh. Daar zal wel iets inzitten. Maar toch: Boonen sprintte vier keer, won vier keer niet, en vier keer kreeg een ander de schuld. In Straatsburg: een toeschouwer met camera. In Esch-sur-Alzette: manoeuvres van Hushovd en McEwen. In Valkenburg: een leeglopende band. In Saint-Quentin: Steven De Jongh. Als Boonen wint, is hij trots, en terecht. Als hij verliest, is het te snel de schuld van een ander.

Zou Patrick Lefevere gelezen hebben dat L'Equipe, boven een interview met Tom Boonen, de titel plaatste: "Je suis très fier de moi"? Oppassen toch.

Maar ook Boonen mag balen. Een kampioen moet boos zijn, ook op zichzelf. Zwarte gedachten, ooit zo treffend verwoord door man in black, Johnny Cash: "Saint-Quentin, you are living hell to me."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234