Maandag 16/12/2019

De kleine kloon

Er was eens een kleine prins die een planeet bewoonde, niet veel groter dan hemzelf, en die een vriend zocht. Ik ontmoette hem in de woestijn, daar waar geen mensen, dieren of planten zijn. Ik had de opdracht uit te zoeken of dat leven er ooit was geweest, maar buiten zand, zon, maan en sterren had ik nog niets gezien. Tot een stemmetje zei: 'Toe, teken eens een schaap voor me?' Een reality-sprookje.

Maarten Rabaey

- "Hé?"

- "Teken eens een schaap voor me."

Ik sprong recht en zag een héél uitzonderlijk klein kereltje. Ik bekeek die verschijning met ogen rond van verbazing. Het ventje zag er niet uit, alsof hij verdwaald was, doodmoe, dorstig en angstig. Hij had niets van een verloren kind in deze zee van zand, wel duizend en één kilometer van de bewoonde wereld verwijderd. "Toe, teken eens een schaap voor me", herhaalde hij zacht. Ik kon niet weerstaan. Als het geheimzinnige al te veel indruk op ons maakt, dacht ik, moeten wij wel gehoorzamen.

En ik tekende. Hij keek aandachtig en zei. "Nee, dat schaap ziet er nu al ziek uit. Maak er nog maar één." Ik probeerde opnieuw. Hij weigerde. "Nee, dat is te oud. Ik wil een schaap dat lang blijft leven." Toen werd ik ongeduldig en ik tekende twee cirkels, de ene net iets groter dan de andere.

- "Hier," zei ik, "je schaap zit erin."

Tot mijn verbazing fleurde het gezicht van de kleine prins op. "Ja, zo wilde ik het precies hebben." Waarna hij ernstig vroeg: "Denk je dat het schaap veel gras nodig heeft? Ik heb het nodig voor zijn melk en heb maar één tuintje."

- "Best wel", stelde ik hem gerust. "Je kan het schaap later zo groot maken als je wil, of er zelfs twee krijgen."

Hij boog zijn hoofd over de tekening. "Het is nu wel héél erg klein, hé. Het slaapt?" En dat was mijn eerste kennismaking met de kleine prins.

Grote mensen begrijpen nooit iets en voor kinderen is het vervelend hen altijd weer alles te moeten uitleggen. Het duurde dan ook lang voor ik begreep dat hij niet het leven uit de woestijn was waar ik naar zocht. De kleine prins kwam ergens anders vandaan, zeker zo ver als de sterren.

- "Wees maar niet bang voor je onderzoek", stelde hij me gerust. "Ik kan je helpen. Ik heb hier ooit gewoond." Waarna hij fluisterde: "Tot de Boze Paddestoelwolk kwam die alles opvrat, zelfs de schapen."

Dat hoort niet, beaamde ik. Schapen mogen paddestoelen eten, niet omgekeerd.

- "Nu is dit een nietige wereld waarin ik niets herken", zei hij droevig. "En waarin ik zoek naar de onrust die mij heeft bepaald, maar waarvan ik blijf afgewend, door geen mens gekend."

De kleine prins barstte in snikken uit. Ik troostte hem, beloofde alles te tekenen wat hij zich herinnerde. Tot ik besefte dat je slechts kan tekenen zolang je inkt hebt. En ik wist niet precies meer wat te zeggen. Ik voelde me heel onhandig. Het tranenland is zo geheimzinnig.

- "Ik ben in tranen geboren", zei hij plots, alsof hij mijn gedachten kon lezen. En even verscheen een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. "Uit een meibloem. In de ochtenddauw van de tweehonderdzeventigste dag, ontkiemd uit een zaadje dat in de blaadjes van de kelk viel. En jij?"

- "Dat hoop ik hier te vinden", zei ik. "Ik ben een kind van de Tijd na de Boze Paddestoelwolk. Die vrat niet alleen schapen op, maar liet ook bloemen verwelken en zaadjes hun evenwicht verliezen. De gezondste bloemen en zaadjes worden sindsdien na het bloeien ingevroren voor het nageslacht. Met duizenden tegelijk. Zo ben ik ontstaan. Eens ontdooid versmolten in een proefbuis, tot een scheut. Bij mensen heet dat een embryo dat in vitro gaat. Pas daarna mag het leven in een kelk groeien. Bij mijn geboorte twintig jaar geleden werd het voor de eerste keer een succes, maar de bloem waarvan de invriesploegen mijn vinger- en celafdrukken verzamelde zag ik nog nooit."

- "Bij jou kweken de mensen vijfduizend rozen in één tuin", zei het prinsje peinzend. "En nog vinden jullie daarin niet wat je zoekt?"

- "Nee, dat vinden we niet", moest ik toegeven.

- "En toch zouden jullie kunnen vinden wat jullie zoeken in één enkele roos of een beetje water", zei hij.

- "Ja, misschien", antwoordde ik. En het prinsje fluisterde opnieuw. "Ogen zijn blind. Met het hart moet je zoeken."

We tuurden naar de ondergaande zon. Het werd donker. Aan de hemel fonkelden duizenden lichtjes. En na een ogenblik stilte sprak hij weer:

- "De sterren zijn juist zo mooi door die ene bloem die je niet ziet ..."

Ik bekeek zwijgend de golvingen van het zand in het maanlicht.

- "De woestijn kan ook mooi zijn", vervolgde hij.

En dat was waar. Ik heb altijd van de woestijn gehouden. Je gaat op een duin zitten. Je ziet en hoort niets. En toch straalt er iets in de stilte.

- "De woestijn is prachtig omdat er ergens een bron vol water in verborgen is", zei de kleine prins.

En plots sprak die geheimzinnige schijn van het zand in me. "Ja", zei ik. "Of het nu sterren zijn of de woestijn, hun werkelijke schoonheid blijft onzichtbaar."

In mijn slaap droomde ik dat ik de waterbron vond, en ik ademde vrij tijdens de nacht. Het zand in de vroege morgen was honingkleurig. Het stemde me gelukkig en triest tegelijk toen ik zag hoe de kleine prins de morgen aanschouwde. Of praatte hij met de zon? Pas toen ik dichterbij kwam zag ik wat hij in zijn handen klemde en waarnaar hij met een onwezenlijke blik tuurde. Het was de schets met de twee cirkels: het schaap waar hij om had gevraagd. Ik begreep dat hij de tekening héél ernstig nam. Eigenlijk had de Kleine Prins gelijk. Met een tekening zegt een kind evenveel als volwassenen met een boek.

- "Lees je er iets in waar je nog niet over vertelde", vroeg ik nieuwsgierig.

- "Weet je", ontweek hij mijn vraag. "Morgen is het een jaar geleden dat ik neerkwam op aarde. Hier vlakbij ben ik gevallen. Ik heb niet veel tijd meer ..."

Hij bloosde.

- "Morgen staat de planeet waar ik vandaan kom net boven ons. Dan moet ik weg met het Antwoord ..."

En ik herinnerde zijn woorden uit het tranenland.

- "... op de onrust die je heeft bepaald", vulde ik hem voorzichtig aan. Tot zijn woorden een waterval werden waar ik de eerste dorst van de dag aan leste. Grote mensen moeten niet denken voor kinderen, berispte ik me meteen. Ze moeten vooral luisteren.

- "De Boze Paddestoelwolk", sprak hij, "maakte sterren van ons. We gloeiden eerst van trots omdat we het kleinste en ondeelbaarste toch gespleten hadden. Plots hadden we vat op Goed en Kwaad. We wekten energie op, genazen mensen. Tot de euforie van deze wonderbaarlijke schepping ons inhaalde met een gigantische knal, nu al meer dan 53 jaar geleden. Toen we achter ons keken, zagen we enkel een woestijn. We bedekten de knal met de mantel van tijd en ruimte, maar betaalden een zware prijs: velen doofden uit. De achterblijvers zoeken nog steeds naar genezing. Twintig jaar geleden zag ik in jouw geboorte het antwoord dat ik zocht om ons te genezen."

Ik was sprakeloos. Het was dus geen toeval dat de Kleine Prins mij opzocht? Nee, viel hij me in gedachten bij. Een cirkel is nu eenmaal rond, dat moet je beseffen.

- "Waarom ik", vroeg ik, verlangend naar het einde van de grote twijfel die in mij was gegroeid.

- "Jouw in-vitrogeboorte bewees niet alleen dat buiten een kelk leven kan groeien, maar was ook een teken dat het kunstmatig kon worden gemanipuleerd ..."

- "Maar ik kan je toch niet helpen", stamelde ik. "Ik ben een ontdooid diepvriesproduct dat zijn wortels nog niet eens kent."

- "Klopt", zegt de Kleine Prins. "Maar je kan wel een schaap tekenen, precies zoals ik het nodig heb! Je tekening verklaart ons het ontstaan van Dolly, het eerste gekloonde schaap dat op op 5 juli 1996 werd geboren. Je gaf me haar plan: een ontkernde eicel waarin de celkern werd geplaatst van een volwassen schaap. Het grote verschil met jouw in-vitrobevruchting is dat bij het klonen geen zaadje met eigen kenmerken nodig is en de ontvangende eicel van haar kern wordt ontdaan. Alles draait rond de ingebrachte celkern, die tot de nulfase van haar oorspronkelijke ontwikkeling werd teruggebracht om te vermijden dat ze groeit met de overheersende kenmerken van het orgaan waar ze uit werd gewonnen. Bij Dolly was dat een uier van een zesjarige ooi, maar eens in de eicel mocht daar niets meer van te merken zijn.

"Net zoals jij liet de Schotse wetenschapper Ian Wilmut de celkern en tamgemaakte eicel in een labo versmelten. Hij gebruikte daarvoor een héél kleine elektrische schok. Na veel proberen kreeg hij een embryo dat voor de rest van de zwangerschap in een vriendelijke draagmoeder werd geplaatst.

"Toen Dolly na vijf maanden werd geboren had ze precies dezelfde genetische vingerafdrukken als het schaap dat ooit de oorspronkelijke uiercel leverde. Ze was identiek. Ze was een kloon, een organisme dat door kunstmatige, ongeslachtelijke deling uit één cel is voortgekomen."

- "Betekent dat dan dat zaadjes in de toekomst overbodig worden", vroeg ik geschrokken, "Dat er geen verrassingen meer zijn bij de geboorte, dat alle wezens voorspelbaar kunnen worden gecreëerd in een labo? Dat er fabrieken ontstaan waar mensen worden gemaakt die allemaal op elkaar lijken? Dat dictators zichzelf gaan klonen? Dat partners hun overleden geliefde opnieuw op de wereld zullen zetten met een cel die ze lieten invriezen? Dat militairen identieke soldaten gaan klonen? Nee, met zo'n vreselijke uitvinding wil ik niets te maken hebben", zei ik meteen. "Ik snap niet wat je ermee wil aanvangen."

- "Theoretisch kan dat allemaal, maar net daarom moet het om veel meer gaan", riep de Kleine Prins. "Kijk naar het zand rond je! Al deze duinen lijken op elkaar, maar ze zijn niet identiek! De wind speelt er mee. Hetzelfde geldt voor de mens. Je mag dan nog van hetzelfde materiaal zijn gemaakt. Je kan nooit in identiek dezelfde omstandigheden opgroeien. Wie dat toch probeert, fluisterde hij nu, schendt de wetten van de natuur. Deze uitvinding is daarom even belangrijk geweest als de splitsing van het atoom, maar in tegenstelling tot het noodlot dat ik meemaakte kennen we er alleen nog maar het goede van. In tegenstelling tot de Boze Paddestoelwolk bestaat de Boze Kloon nog niet. Daarom ben ik naar beneden gekomen, om voor hem te waarschuwen."

- "Je bent geniaal", antwoordde ik. "Neem de tekening vanavond maar mee, dan zij we er van verlost."

- "Nee, nee... begrijpen grote mensen dan nooit iets", stampvoette hij boos. "Je zal de goede vruchten toch niet laten liggen? Als deze evolutie zich doorzet zullen methodes ontstaan die onze structuur zo kunnen herprogrammeren dat we dan toch, na al die jaren leed, een deel ziektes van de Boze Paddestoelwolk kunnen verdrijven. Zo kunnen sommige dodelijke vormen van leukemie enkel genezen als het beenmerg vervangen wordt, maar dat moet gebeuren met merg van precies dezelfde aard ..."

- Er ging een lichtje op. "En beenmerg is de bron van de witte bloedcellen uit ons afweersysteem. Als je merg hebt van iemand anders zal het de witte bloedcellen aanmaken van die persoon. En als deze cellen zien dat je verschilt vallen ze je aan tot je uitdooft. Daarom moeten we altijd iemand vinden die nét hetzelfde merg heeft. Buiten je familie heb je maar één kans op twintigduizend om zo'n persoon te vinden, leerde ik ooit. Betekent dat dan jullie zoektocht naar beenmerg om de kankers van de Boze Paddestoelwolk te bestrijden nu onnodig zal worden?" De Kleine Prins knikte heftig.

- "Wij willen daarom zo snel mogelijk onze cellen klonen, zo bijsturen dat enkel één bepaald lichaamsonderdeel zich ontwikkelt. Buiten een lichaam zal een leukemiepatiënt dan gezond beenmerg kunnen laten klonen dat perfect past bij zijn gestel. In latere stadia zullen we zo ook reserve-organen kweken: nieuwe harten, levers en nieren. Met wat geluk rekken we het leven met jaren. Wie weet bereiken we een dag het stadium van de onsterfelijkheid!

"We zullen ook dieren klonen. Niet alleen kunnen we dan de biodiversiteit nieuw leven inblazen door bedreigde diersoorten zoals de panda te vermenigvuldigen, we zullen ook dieren klonen met melk die zo'n verfijnde eiwitten bevat dat er menselijke ziektes, zoals bloedarmoede, mee bestreden kunnen worden. Met dat opzet is Dolly trouwens ontstaan", gniffelde hij. "Niet omdat de wetenschappers een uier wilden die leek op de boezem van de zangeres waarnaar ze werd genoemd."

- "Interessant", zei ik. "Maar zijn identieke wezens ook niet vatbaarder voor dezelfde ziekte? Als de ene kloon allergisch is voor poezen, zijn ze dat toch allemaal?"

- "Om dat probleem op te lossen", zuchtte de Kleine Prins, "moet je vertrouwen hebben in de wetenschap. De geleerden mogen niet zo euforisch worden dat ze de gevolgen uit het oog verliezen. Eén Boze Kloon zal genoeg zijn om er een leger Boze Klonen van te maken. Kijk maar hoeveel Boze Paddestoelenwolken er zijn geweest, tot hier in de woestijn."

En hij vertrok. Toen de nacht er was, was er een gele flits bij zijn enkel. De Kleine Prins bleef een ogenblik onbeweeglijk staan. Hij gilde niet, maar viel langzaam neer, als een boom. Het zand dempte alle geluid.

Ik dacht aan zijn laatste woorden. "Jij zult sterren hebben zoals niemand anders heeft. Als je 's nachts naar de hemel kijkt, zal het zijn alsof alle sterren lachen - omdat ik een ster bewoon en lach."

Ik denk nog geregeld aan ons gesprek. Kunnen we de wetenschappers vertrouwen? In de woestijn ben je afhankelijk van elkaar, maar het zand verbergt niet alleen water dat steeds schaarser wordt, maar ook giftige slangen. Om het ene te pakken te krijgen, wordt het andere niet geschuwd. Zo gaat het al eeuwenlang.

Als het zo verder gaat kan het niet anders dat binnenkort wel ergens een Boze Kloon ontstaat, voor zover dat al niet is gebeurd. Want sinds mijn ontmoeting met de Kleine Prins schrik ik nergens meer van. Kijk maar naar wat ik meemaakte toen ik terug in de bewoonde wereld kwam. Ik probeerde de Kleine Prins zo goed mogelijk na te tekenen, zoals hij echt is, maar niemand begreep wat ik wou zeggen. Ze hebben in de tekening niet het verhaal gelezen dat ik wou vertellen, maar ze gebruikt om er bankbiljetten mee te bedrukken. Gekloonde briefjes zijn dat geworden, waar wetenschappers nu naar vragen als ze huisdieren van miljonairs moeten klonen.

Als dat maar goed afloopt, denk ik dan ongerust. De Kleine Prins zal er vanop zijn planeet meewarig mee lachen. Ik hoop dat hij het me niet kwalijk neemt, dat hij vooral veel leert van zijn schaap. Wie weet kom je in de volgende eeuw in de woestijn wel ergens een Kleine Kloon tegen. Vergeet dan alsjeblieft niet een tekening te maken. En vergeet vooral geen boeiend en belangrijk verhaal te vertellen: 'er was eens een mens...'

Gekloond naar De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry, Een Marsman op Aarde van Jotie 't Hooft, Clone, the Road tot Dolly and the Path Ahead van Gina Kolata, en een

gekloond biljet van vijftig francs uit de

République Française.

Grote mensen moeten niet denken voor kinderen. Ze moeten vooral luisteren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234