Maandag 16/05/2022

De klauwen van het hart

Garras dos sentidos is haar vierde cd. Maar een gebrekkige begeleiding - zelf spreekt ze van 'discografisch ongeluk' - leidde ertoe dat haar vorige langspelers hoogstens in Portugal in de rekken belandden. Met Mísia's jongste album lijkt het echter wel te zullen lukken, en hoe. Garras dos Sentidos, de klauwen van het hart, zeg maar, sloeg zo aan dat de 43-jarige fadozangeres inmiddels al tournees in Japan, Australië, Turkije, Libanon en Brazilië achter de rug heeft. Gisteravond stond ze in de legendarische Olympia in Parijs en zondag, voor ze naar de VS en Canada vertrekt, treedt ze in Brussel op. Een gesprek.

Gracieus en slank, een witgepoederd gezicht met gestileerde wenkbrauwen en wimpers, ravenzwart haar met hoge pony. Mísia ziet er frêle uit, breekbaar, een beetje als Edith Piaf, van wier werk ze zielsveel houdt. 'Sou de vidro', zingt ze in een van haar nummers, 'Ik ben van glas'. Is dit de echte Mísia? "Ach, hoe mooier het publiek me vindt, hoe mooier ik ben", antwoordt ze een tikje sibillijns. "Maar eerlijk, zelfs als ik niet was gaan zingen, had ik me zo opgemaakt. Ik ben gek op theater, op maskers, lange zwarte jurken, de Griekse tragedie..."

Tragiek: het is de wortel van het Lissabonse levenslied. In Portugal noemen ze het saudade, het o zo bekende maar o zo onvertaalbare gevoel van hoopvol heimwee naar wat nog komen moet en getemperd verdriet over wat onherroepelijk geweest is. Mísia's zeer esthetische songs zijn er helemaal dronken van: "Als een vergeefs volgeschonken beker die niemand leegdrinkt, loopt mijn droeveloze hart over van vreemde pijn." Kampt de zangeres dan met de emoties die de Portugese dichter Fernando Pessoa in haar lied 'Dança de Mágoas' ('Dans van verdriet') verwoordt? "Als ik op de bühne sta wel, ja. Maar ik voel me daar prima bij. Vele artiesten drijven hun emotionele problemen uit door ze naar buiten te zingen. Na afloop van een concert voel ik me glashelder, puur." Als ze vijf jaar geleden niet was gaan zingen, bekent Mísia lachend, dan kon ze wel om de haverklap naar de psychotherapeut. Dus toch maar liever fado's.

De songs op Garras dos Sentidos wijken in meerdere opzichten van het populaire fadorepertoire af. Zo zijn de prachtige teksten stuk voor stuk door het puik van de Portugese letteren aangeleverd, José Saramago bijvoorbeeld, Lídia Jorge of Mário de Sá-Carneiro. Mísia's nummers klinken dan ook flink anders dan de fado zoals hij tot vandaag in de kroegen van de Portugese hoofdstad wordt gezongen. "De fadoteksten zijn misschien wel geliefd en gaan wel allemaal over de universele gevoelens van liefde, leven, vreugde, dood en jaloezie, maar daarom zijn ze nog niet goed," vindt Mísia. Hoewel ze een grenzeloze bewondering koestert voor het talent van de mythische zangeres Amália Rodrígues, zijn bepaalde nummers uit Rodrígues' repertoire niet in het minst aan haar besteed. "Wereldberoemde fado's als 'Uma Casa Portuguesa' ('Een Portugees Huis'), daar walg ik van. Het is het soort liederen dat door de Salazar-dictatuur gepromoot werd. Over hoe arm we wel waren, en hoe ongeletterd, en dat dat maar beter zo kon blijven, want Portugal had de boze buitenwereld niet nodig."

De anjerrevolutie, in 1974, bracht het imago van de traditionele fado grote schade toe. Mísia denkt er - moet ze toegeven - niet zonder plezier aan terug: "De fadoplaten vlogen in die dagen de deuren van de radiostudio's uit. Letterlijk, als vliegende schotels. Komt ervan als je de fado als een gesloten genre beschouwt. De dictatuur heeft erg veel sporen van de onmetelijk rijke fadocultuur uitgewist. Naar die bronnen moeten we zo'n beetje terug."

De zangeres weidt gepassioneerd uit over de waaier van invloeden die de fado ondergaan heeft: Afrikaanse ritmes, Arabische stemplaatsing of Braziliaanse melodieën, om maar iets te noemen. Ze vertelt over de anarchistische en socialistische fado's van het begin van de eeuw, over de 'Lenin-fado' bijvoorbeeld, maar ook over de aristocratische fado zoals hij in de betere Lissabonse salons werd gespeeld. "De pianobegeleiding in het liefdeslied 'Fado do Retorno' bijvoorbeeld. Soms denkt men dat ik die piano er zomaar aan toevoeg. In werkelijkheid ga ik gewoon naar de jaren twintig terug. De piano was toen heel courant."

De mainstreamfado wordt begeleid door een Spaanse gitaar voor het ritme en een Portugese - in de achttiende eeuw uit Engeland geïmporteerde - gitaar voor de dialoog met de zanger. Maar de fado's op Garras dos Sentidos, door een veelvoud van componisten getoonzet en nu eens ingetogen, dan weer krachtig vibrerend gezongen, bevatten bovendien talrijke partijen voor accordeon en viool. Ook die instrumenten zijn niet nieuw: "In de Baixa Lisboeta (het hart van Lissabon, ld) zie je blinde bedelaars die hun gezangen op die instrumenten begeleiden. Ook dat is fado, de fado van de armen, en ook dat repertoire wou ik op een of andere manier in herinnering brengen."

In de lijn van de traditie schrijft Mísia haar fadoteksten en -composities niet zelf. Ze beperkt zich tot het interpreteren ervan. Waar heeft ze de fado overigens leren zingen? "Het is niet iets dat ik op school geleerd heb. De fado leer je nergens. Er bestaan geen cursussen voor, geen academies. Het is een autodidactisch genre waarvan zelfs het repertoire grotendeels ongeschreven is."

Aanvankelijk had Mísia problemen met de fado. In betere kringen stond het niet om ernaar te luisteren, wel naar jazz of klassiek. Maar gaandeweg ging ze het mysterie ervan doorgronden en begon ze mee te zingen, op plaat of in de fadokroegen.

Dat Mísia in de bepaald niet om haar fadotraditie bekendstaande stad Porto opgegroeid is, tot daaraan toe. Dat ze echter sinds haar tienerjaren in Barcelona woonde - bij haar Catalaanse grootmoeder - en niettemin de banden met het Portugese levenslied aanhaalde, moet ze even uitleggen. "Ons huis, zowel in Porto als later in Barcelona, ademde één en al bohème, het reizen hing er voortdurend in de lucht. Mijn vader is Portugees, mijn moeder Spaanse. Toen mijn ouders uit elkaar gingen, ben ik door mijn Spaanse familie opgevoed. Eigenaardig genoeg hebben de Spanjaarden, en de afstand van mijn eigen Portugese cultuur, mij liefde en begrip voor de fado bijgebracht."

In het fadolandschap is Mísia een vreemde eend in de bijt. Hoe reageren de traditionele fadistas in hun donkere kroegen? Mísia wikt en weegt: "Ik ga naar de fadokroegen en zij, sommigen althans, komen weleens naar mijn concerten. Aanvankelijk was de sfeer bevreemdend. Ze wisten niet waar ik thuishoorde, ze leken wel bang van me. Maar laat het duidelijk zijn: ik heb ontzaglijk veel respect voor de veteranen die elke avond weer, tot tranen toe bewogen, het fadoritueel celebreren."

Of de fado dankzij haar een nieuwe adem vindt, weet Mísia niet. Wel denkt ze dat het genre niet zal verdwijnen. "Ik zeg dat niet uit optimisme, want ik ben geen optimiste. Wél omdat de fado volgens mij zo universeel is dat hij zich altijd weer aan de omstandigheden zal aanpassen." Maar met de vlucht die haar carrière neemt, kan ze toch alleen maar blij zijn? "Garras dos sentidos is ontstaan op een moment dat ik in zak en as zat. Ondertussen heeft het publiek me gevonden en daar ben ik erg blij mee. Maar toch wil ik het evenwicht bewaren: ik moet kunnen leven, want zonder leven zou ik niet weten hoe ik de fado moest zingen." Lode Delputte

De cd Garras dos sentidos is uit op Erato (Warner).

Mísia treedt zondagavond 11 oktober op in het PSK, Brussel. Inl. en reserveringen: 02/507.82.00

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234