Dinsdag 27/10/2020
Jongeren zoals Simonne, zonder verleden in de jeugdhulp, zijn eerder de uitzondering bij de instroom.

Jeugdzorg

De klassieke jeugdzorg als springplank voor meerderjarigen: ‘Ik heb hier in zes maanden meer geleerd dan in alle jaren daarvoor’

Jongeren zoals Simonne, zonder verleden in de jeugdhulp, zijn eerder de uitzondering bij de instroom.Beeld Thomas Nolf

Steeds vaker vinden meerderjarigen hun weg naar een verblijf in de klassieke jeugdzorg, zo blijkt uit jaarcijfers van het agentschap Opgroeien. Voor de 23-jarige Simonne was het een ideale springplank. ‘Ik heb hier in zes maanden meer geleerd dan in alle jaren daarvoor.’

“Een jaar geleden zat ik in een heel diepe put. Ik wilde van alles, maar ik had niks: geen hobby’s, geen werk, geen inkomen. Ik ben toen zoveel doodlopende straatjes binnengewandeld.” Een jaar geleden zag de 23-jarige Simonne, een schuilnaam, het leven door een grijze bril: op straat gezet door haar familie en slapend op een sofa bij iemand die ze “al jaren niet meer had gezien”. Die situatie was eindig, gezien het om een sociale woning ging. Het OCMW merkte haar op en gooide een hulplijn in de vorm van een verblijf in de jeugdzorg. “Eigenlijk had ik de ruimte niet om te twijfelen over de hulp die werd aangeboden.”

In augustus kwam Simonne terecht in een rijhuisje in Willebroek, eerst alleen en later met twee andere meerderjarige jongeren. Het zou een kotgebouw kunnen zijn, alleen ligt het daarvoor net iets te proper – er komt een poetsvrouw langs – en eist een printer een net iets te prominente plek op bij het binnenkomen. “Met de paperassen kunnen we veel hulp gebruiken”, lacht Simonne. Daarvoor kunnen ze rekenen op een begeleidster van Kaizen, een recente afdeling binnen Jeugddorp vzw die zich richt op jongvolwassenen. Het traject wierp vruchten af. Intussen woont Simonne al bijna twee maanden zelfstandig in een sociale woning. 

Instellingsverleden

De kleinschalige wooneenheid in Willebroek waar ze als ‘springplank’ van gebruikmaakte, is vrij nieuw. Pas sinds 2019 zijn verschillende huizen officieel in het circuit van de voortgezette jeugdhulp gebracht. Niet alleen op vlak van capaciteit, maar ook op vlak van leeftijd is er onlangs trouwens een ‘verruiming’ gekomen: de leeftijdsgrens is opgetrokken tot 25 jaar.

Dat is duidelijk te zien in de cijfers van het agentschap Opgroeien. Terwijl 1.573 meerderjarigen (18-25) in 2017 gebruikmaakten van een of meerdere begeleidingen, waren dat er in 2019 al 1.823. Een stijging van 16 procent, al zijn de cijfers nog voorlopig. “Maar dit is wel een duidelijk signaal dat meerderjarigen die ondersteuning appreciëren en nuttig vinden”, zegt jeugdhulpwoordvoerder Peter Jan Bogaert.

Vooral de tussenvormen, waarbij een verblijf buiten de jongerenvoorziening gekoppeld is aan een iets ‘losser’ regime, blijken in opmars. “Er is in het verleden wel eens kritiek geweest dat de jeugdhulp te betuttelend was”, zegt Bogaert. Jongeren zoals Simonne, zonder verleden in de jeugdhulp, zijn eerder de uitzondering bij de instroom. Hoofdzakelijk gaat het om jongeren die al een resem ervaringen hebben binnen de jeugdhulp ‘instellingsverleden’.

Voor hen is iets meer vrijheid om te beslissen duidelijk een nood om hulp te blijven aanvaarden. “In sommige voorzieningen is er overmatige controle. Een 17-jarige die altijd om 22u15 moet gaan slapen, is bijvoorbeeld niet meer van deze tijd”, zegt Kris Clijsters van vzw Cachet, een organisatie voor ervaringsdeskundigen in de jeugdhulp. “Als jongeren uit zichzelf met de jeugdhulp breken, dan is het vaak omdat ze die hulp beu zijn. Ook al hebben ze die hulp nodig.”

Waarom Simonne die hulp zo nodig had, kan ze niet goed uitleggen. Ze kijkt vertwijfeld naar haar begeleidster Lore, die zegt: “Ze is iemand die constant piekert. Meestal heeft ze gewoon een klein duwtje in de rug nodig.” Simonne, dankbaar: “Ik heb hier in zes maanden meer geleerd dan in alle jaren daarvoor.” De twee hebben een band opgebouwd, dat is wel duidelijk. “Ook met de huisgenoten had ik van dag één een hechte relatie. We begrijpen elkaar, ook dat kan ik moeilijk uitleggen.”

Zoiets kan erg belangrijk zijn, zegt Clijsters. “Veel jongeren die worstelen met eenzaamheid hebben gewoon nood aan ‘een betrouwbare volwassene’. Iemand met wie ze even kunnen bellen of een koffietje drinken. Niet iedereen heeft een pa of een vriend die voor je klaarstaat.”

Op de radar

Het is een beetje dat ‘netwerkdenken’ dat de beleidsintenties achter het actieplan goed samenvat: zorgen dat jeugdhulp niet abrupt ten einde komt. Niet toevallig kwam de uitvoering ervan in een versnelling, luttele maanden nadat de 19-jarige Jordy eenzaam en uitgeput stierf in een tentje op de Gentse Blaarmeersen. Sindsdien staat de problematiek van ‘dak- en thuisloosheid bij jongeren’ op de radar, en die is sowieso gelinkt aan dit verhaal: instellingsverlaters zijn de grootste risicogroep.

Bij een telling uit 2014 werden in Vlaanderen 5.500 thuislozen geteld, van wie liefst een kwart 18- tot 25-jarigen. Ludo Serrien, oud-directeur van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, volgt de thematiek nauw op en vreest dat de juiste doelgroep niet altijd bereikt wordt. “Veel dakloze jongvolwassenen hebben de jeugdhulp de rug toegekeerd en zullen er niet gemakkelijk opnieuw een beroep op doen. Daarnaast is er ook veel verborgen dakloosheid: sofasurfers die geen verleden hebben in de jeugdhulp en thuis buitengezet zijn.” Jongeren in het vizier krijgen, is de kern van het verhaal, aldus Serrien. 

Volgens Bogaert zijn daar veel inspanningen op het terrein voor. Ook andere noden zijn er alvast genoeg. Een goede, betaalbare woning vinden blijft volgens Clijsters “hét issue” voor meerderjarigen die uit de jeugdzorg komen. “Maar ook op vlak van psychologische ondersteuning is er een enorme nood bij jongeren die op eigen benen proberen te staan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234