Donderdag 08/12/2022

De klaagmuur van Sint-Gorik

Eens te meer haalt de slopershamer in Brussel uit. Dit keer moeten de neoklassieke gevels van het Sint-Goriksplein eraan geloven. Moeten we daar zo nodig om treuren? De kater van een verdeelde buurt.

Erik Raspoet / Foto Stephan Vanfleteren

De Japanse toeristen vloeken. Wellicht krijgen ze in hun leven maar één kans om op de Grote Markt van Brussel kiekjes te schieten. En uitgerekend op die heugelijke dag belemmeren twee hoogtewerkers het zicht op het magistrale stadhuis. De tuigen worden bemand door Franse vaklui die speerpunttechnologie hanteren om de delicate gevels schoon te maken. Het moet gezegd, het Brusselse stadsbestuur spaart kosten noch moeite om de Grote Markt in haar luister te herstellen. Een man in oranje overall prikt een achteloos weggeworpen papiertje op zijn stok, Bruxelles Propreté - Net Brussel staat op zijn vuilniskar. Als die slogan ergens geldt, dan is het wel in dit illustere kader. De kasseien liggen erbij alsof ze iedere dag met een tandenborstel worden opgeblonken. Menig president heeft zich aan de pracht en praal vergaapt, bij staatsbezoeken is de Grote Markt een verplichte halte. "De schaamdoek van Brussel," zeggen kwatongen smalend, "een schitterende façade die een belabberde realiteit moet verdoezelen."

De kwatongen hebben gelijk, denk ik als ik door de straatjes rond de Grote Markt slenter. Het aantal krotten in het historische hart van Brussel valt niet te tellen. De Violettestraat spant de kroon. Een rij van zeven barokgevels staat zomaar te verkommeren, alle ramen en deuren zijn dichtgemetseld, het onkruid schiet door de daken, een boeketje aangeboden door de Brusselse speculanten.

Over speculanten en aftandse gevels willen we het vandaag hebben. Niet over die van de Violettestraat, ons doel ligt op vijf minuten gaans. Eerst moeten we voorbij de Beurs, vervolgens steken we de drukke Anspachlaan over en dan slaan we de gezellige Van Praetstraat met haar Aziatische winkels en restaurants in. De bestemming is een van de meest curieuze locaties van Brussel: het Sint-Goriksplein, of Place Saint-Géry voor wie de weg vraagt.

Historici kunnen hier lang uitweiden. Hoe meer dan duizend jaar geleden op deze eigenste plek aan de Zenne een nederzetting werd gesticht waarvan alleen de dorpsgek durfde te beweren dat ze ooit tot de hoofdstad van Europa zou uitgroeien. Maar in feite dankt het plein zijn faam aan een bouwwerk van veel recenter datum: de Sint-Gorikshallen uit 1881. In deze vlees- en boter kochten Brusselaars lekkernijen als geperste kop en stinkkaas. Na de oorlog ging de markt echter dicht en begon de hele buurt te verloederen. Halverwege de jaren tachtig sloeg de barometer weer om. In de Dansaertstraat, vlak om de hoek, streken Vlaamse couturiers neer die de internationale modewereld op stelten zetten. Er kwamen hippe boetieks, restaurants en cafés, yups parkeerden hun cabriolets met straffeloze nonchalance op de stoep. Het stadsbestuur kon niet achterblijven en ontvouwde een masterplan voor de herwaardering van de buurt. Heel wat panden uit het omvangrijke stadspatrimonium werden intussen gerenoveerd. Ook de hallen werden zo'n tien jaar geleden gerestaureerd. Niet door de armlastige eigenaar, de stad Brussel. Wel door de Société Anonyme St-Géry van de Britse vastgoedbaron Harold Winton. In ruil voor de investering kregen de Britten het gebouw voor zestig jaar in erfpacht.

De verwachtingen waren hooggespannen: de hallen zouden de motor van de wederopstanding worden. Jammer genoeg wil de motor maar niet aanslaan, alle pogingen tot exploitatie zijn op een fiasco uitgedraaid. Intussen blijven de vier toegangspoorten al meer dan een jaar gesloten, heel Brussel vraagt zich af wat er met het fraaie maar nutteloze monument zal gebeuren. "De oplossing ligt nochtans voor de hand," zegt Hilde Depaepe, die vlak bij het plein een bloemenzaak heeft. "Dat ze er een opnieuw een markt van maken, zoals in Parijs. Met bakkers, slagers, groentewinkels, voor mijn part mag er zelfs een bloemist in. Als er maar volk op afkomt, daar wordt de hele wijk beter van."

Daarmee vertolkt ze de mening van vele omwonenden. "Het stadsbestuur had de erfpacht nooit mogen toestaan," zegt journalist en overbuur Frank Hoornaert. "De hallen zijn in feite een overdekt stuk van het Sint-Goriksplein. Zoiets kun je niet privatiseren, dat is per definitie publiek terrein. Het is ironisch, in plaats van motor van de wederopstanding zijn de hallen nu een obstakel voor de heropleving."

In deze omgeving klinkt wel vaker bittere kritiek aan het adres van de lokale gezagsdragers. De bewoners van de Sint-Goriksbuurt zijn erg begaan met hun biotoop. Ze vergaderen, beleggen persconferenties, steken pamfletten in brievenbussen en nemen desnoods zelf de verfkwast ter hand. De voorbije weken werd nog een tandje bij gestoken. De koortsachtige activiteit had niks met de hallen te maken. 'Geen afbraak!', vermanen de affiches van het Comité voor de Verdediging van de Bewoners van Brussel Centrum. Het voorwerp van het verbod werd met vaardige hand getekend. Een huizenblok met prachtige neoklassieke gevels. De hoogte van de daklijsten, de indeling van de verdiepingen, de smeedijzeren balkons, uit alle details spreekt een voor Brussel zeldzame homogeniteit. De Banaan heet dit huizenblok, dat op de kaart inderdaad de vorm van de tropische vrucht aanneemt, ingekneld tussen het Sint-Goriksplein en de Van Arteveldestraat.

Maar het is een rotte vrucht, de Banaan vult een zwarte pagina in het treurboek van de Brusselse monumentenzorg. De tekenaar van de affiche heeft een momentopname gemaakt, halverwege de jaren zeventig. Restaurant Toujours le Samedi en café Le Ginza zijn allang geschiedenis. Wat erger is, ook de statige panden van de Banaan zijn voltooid verleden tijd. Alleen de gevels staan nog overeind, ze vormen een scherm waarachter een diepe put vol water gaapt. Een uitgelezen forum voor graffitispuiters. 'Potemkin was here', dat niemand erop is gekomen. Al bij al is het is een absurd zicht. De spookgevels zijn in frisse tinten geschilderd, de blinde ramen met geraniums getooid, 's avonds is de hele façade fraai verlicht. Bij Hilde, Chez Saïd et Joëlle, de namen van de fictieve bewoners staan op grote lichtbakken geschreven. Een originele manier van het buurtcomité om deze stadskanker onder de aandacht te brengen.

Intussen is de sfeer omgeslagen van ludiek naar grimmig. Twee weken geleden heeft de stad de Banaan aan een projectontwikkelaar verkocht, eerstdaags wordt de bouwvergunning afgeleverd. Het plan voorziet in een supermarkt, 34 appartementen en een ondergrondse parkeergarage van drie niveaus, de werken zullen beginnen met de onverwijlde afbraak van de gestutte gevels. Het negatief advies van de gewestelijke Commissie Monumenten en Landschappen kan daar niks aan verhelpen. Het stadsbestuur heeft het niet bindend advies naast zich neergelegd. Niets kan de slopershamer nog afwenden, tenzij André Loits er letterlijk zijn kop voor legt.

Loits is ertoe in staat. Hij leidt het verzet tegen de afbraak van de Banaan. In een vlammend perscommuniqué beschuldigt hij het stadsbestuur van vandalisme. "De afbraak is een zoveelste misdaad tegen het Brussels patrimonium," betoogt hij 's avonds in een nabijgelegen praatcafé. "De Banaan is een uniek voorbeeld van neoklassieke architectuur. Maar dat is niet alles, het Sint-Goriksplein vormt een van de mooiste architecturale ensembles van Brussel." Loits weet waarover hij spreekt, de Brusselse ambtenaar is ingenieur-architect van opleiding. "Maar dat doet hier niet terzake," zegt hij. "Ik handel louter als buurtbewoner."

Loits heeft zich in de lange voorgeschiedenis van de Banaan vastgebeten. Besluiten van de gemeenteraad, uittreksels van het handelsregister, de stapels kopieën en handgeschreven nota's worden op de tafel uitgespreid. Loits vist er een stuk uit waarop de naam van een oude bekende prijkt. Een oude bekende van het gerecht: Léon Deferme, een zakenman wiens naam al meermaals in de Agusta-affaire is gevallen. Deferme was de secretaris van de SA St-Géry, die in 1985 de hallen in erfpacht nam en drie jaar later ook de Banaan van de stad Brussel overkocht. Let wel, de rol van Deferme is anekdotisch, aangezien de SA St-Géry in 1988 al stevig in Britse handen was. Maar zijn gastoptreden tekent wellicht het milieu van de speculanten die op het Sint-Goriksplein gemene zaken hebben gedaan. Simpele werklieden voor wie een miljoen nog altijd een smak geld is, doen er goed aan nu even op te letten.

Bij de eerste verkoop van de stad aan de SA St-Géry kostte het huizenblok 18,5 miljoen. Het ging toen niet louter om spookgevels, de Banaan bestond destijds nog uit bewoonde panden die volgens de verkoopakte niet mochten worden afgebroken maar wel binnen de drie jaar tot woningen en handelsruimten moesten worden gerenoveerd. St-Géry verwierf vervolgens nog twee aanpalende huizen voor 2,4 miljoen maar maakte geen aanstalten om met de werken te beginnen. Niet de bouwvakkers maar wel de boekhouders en notarissen gingen op het Sint-Goriksplein aan de slag. Het project werd nu eens opgesplitst tussen appartementen en handelsruimten, dan weer samengevoegd.

Naamloze vennootschappen werden opgericht, fuseerden en verdwenen weer, telkens met dezelfde bestuurders. D. Herrera, M. Beccaria en T. Penasse, zo heet het trio dat de rit op de naamloze geldcarrousel van start tot finish heeft uitgezeten. In 1991 stond de Banaan in de balans van de pas opgerichte nv Bruocsella voor een bedrag van 95 miljoen geboekt. Intussen waren dan toch de eerste graafmachines verschenen. Niet om de renovatiewerken aan te vatten, wel om zonder enige vergunning de ontruimde panden af te breken. De Brusselse politie liet de illegale slopers betijen.

Ook de toenmalige schepen van Stedenbouw, nochtans zelf gedomicilieerd op het Sint-Goriksplein, gaf geen kik. Wie kent hem nog: Michel Demaret, de besnorde PSC'er die als interim-burgemeester Bill Clinton op het Brusselse stadhuis mocht ontvangen. Demaret, de man die zijn beleidsvisie zo treffend wist te illustreren door op alle Brusselse krotten verkiezingsaffiches met zijn portret te plakken.

In drie jaar tijd van 18,5 naar 95 miljoen, het lijkt wel de wonderbaarlijke vermenigvuldiging der broden. Maar in de Brusselse vastgoedsector draait men voor dergelijke hausses de hand niet om. "Een typisch dossier uit de late jaren tachtig," zegt een kenner. "Het Brusselse vastgoed scheerde nooit geziene toppen, the sky was the limit. Vooral hotelprojecten beloofden fabelachtige winsten. Heel wat buitenlandse investeerders waagden hun kans. Niemand vloog er forser in dan de Franse makelaars. Gesteund door banken zoals Crédit Lyonnais, die zich amper afvroegen of al die projecten wel gezond waren. Toen het Brussels Gewest dan een hotelstop afkondigde zijn heel wat van die projecten failliet gegaan." Zo is het ook de SA Bruocsella vergaan. De Franse financiers planden een hotel van 82 kamers, grepen finaal naast de verhoopte vergunning en trokken zich terug. Zoals in elk spannend verhaal zijn er winnaars en verliezers. De Franse geldschieters zullen wel gesakkerd hebben, maar de heren Herrera, Beccaria en Penasse zijn zeker niet armer van de geldcarrousel gestapt. Wel berooid is de stad Brussel, die de Banaan in 1995 terugkocht. Voor 37,8 miljoen, tel uit het verlies voor de gemeenschap.

Een bittere pil was het wel. Tien jaar na de verkoop van een beloftevol renovatieproject zat de stad met een ondergelopen bouwput en een rij onderstutte gevels opgescheept. "Een stadskanker van 37,8 miljoen," sneert André Loits. "Dat bedrag lag ver boven de marktprijs, het leek erop alsof de stad medelijden had met de geldschieters die zo lelijk hun broek hadden gescheurd." André stelt zich nog meer vragen bij de houding van het vorige stadsbestuur. "De eerste verkoopakte bevatte een waarborgclausule," zegt hij. "Bij het niet naleven van de verkoopsvoorwaarden kon de stad 18,5 miljoen opeisen. Waarom heeft men die waarborg nooit ingevorderd?"

Corruptie is een woord dat in dergelijke dossiers licht valt. Maar André neemt het niet in de mond. "Ik geloof niet dat ze Demaret met een zak geld hebben beloond," zegt hij. "Steekpenningen zijn niet eens nodig. Het probleem met het Brusselse vastgoedmilieu is het gebrek aan afstand tussen investeerders, politici en ambtenaren. Het is een klein wereldje, iedereen kent iedereen. Als ik wil, bel ik straks minister-president Charles Picqué uit zijn bed. Zo gaat dat ook met projectontwikkelaars, ze kunnen te allen tijde bij de politici aankloppen. Om een bouwvergunning te regelen of om de afbraak van een waardevol pand te forceren. Weinig politici durven nee te zeggen. Ze willen geen ambras, en als de verkiezingen aanbreken krijgen ze misschien wel een wederdienst. En daarbij, historisch erfgoed is wel de laatste van hun zorgen, daar snappen ze toch niks van. Ook de Brusselse ambtenaren geven geen moer om het patrimonium. Velen wonen zelf op het platteland, het hoofd van de dienst Bouwwerken van de stad Brussel weet niet eens waar het Sint-Goriksplein ligt."

De hoge terugkoopsom had zware gevolgen. Geen enkele investeerder bleek bereid 37,8 miljoen neer te tellen voor het terrein en daarbovenop de kosten voor het recupereren van de gevels te betalen. Uiteindelijk meldde zich maar één ernstige kandidaat: een combinatie rond de Duitse warenhuisketen Lidl, die toelating eiste en kreeg om de façades af te breken. De buurtbewoners houden hun hart vast voor het resultaat. "De benedenverdieping zal er niet fraai uitzien," zegt Hilde Depaepe. "Veel glas en felle kleuren, rood, geel en blauw als ik me niet vergis. Toch ben ik blij dat er eindelijk schot in de zaak komt. Alles beter dan die put naast onze deur." Frank Hoornaert kijkt vanuit zijn raam uit op de gedoemde gevels. De lichtbakken en geranium verschaffen hem nog dagelijks binnenpretjes, de hele verfraaiingsoperatie was zijn idee. Toch zal hij niet treuren als de gevels straks tegen de grond gaan. "Ik doe niet mee aan die dwaze campagne tegen de afbraak," zegt hij. "Dat is tijdverlies, een achterhoedegevecht dat de buurt verloren heeft toen de huizen acht jaar geleden werden afgebroken. Ik ben blij dat deze stadskanker eindelijk wordt aangepakt. Voor mij is het behoud van de gevels nooit een must geweest. Zo uniek zijn die nu ook weer niet, ze zullen nooit meer zijn dan een historisch laagje op een betonnen nieuwbouw. Van dat soort façadisme is Brussel nu al vergeven. Laten we ons concentreren op de kwaliteit van de nieuwbouw. Ik heb met de architect van Lidl gesproken, een redelijke man die bereid is naar de buurt te luisteren."

Zo hebben André Loits en zijn medestanders het allerminst begrepen. Zij koesteren nog een sprankeltje hoop: bescherming door de Commissie Monumenten en Landschappen moet de afbraak alsnog verijdelen. "Desnoods blijft die put nog een paar jaar open," zegt hij. "Met monumenten moet je geduld hebben. Als er vandaag geen geld is, dan wacht je gewoon betere tijden af. Neem het goederenstation Thurn & Taxis. Vandaag weet niemand wat ermee aangevangen, maar misschien kunnen we er binnen vijftig jaar een schitterende plek van maken. Daarom ben ik radicaal tegen iedere afbraak: met zo'n ingreep is er geen weg terug. Weet je wie mijn groot idool is? Jules Crepaux, de vroegere burgemeester van de Franse stad La Rochelle. Dertig jaar geleden kondigde hij een absolute afbraakstop af. Nu is La Rochelle een prachtige historische stad, die bruist van het leven."

Het lijkt alsof met de gevels ook de eensgezindheid op en rond het Sint-Goriksplein dreigt te verdwijnen. Joris Sleebus is scherp. "Ik ken de standpunten van Loits en de zijnen," zegt hij. "Ze willen van Brussel een openluchtmuseum maken. Met veel façadisme om een valse schijn van homogeniteit op te houden. Maar Brussel is Parijs niet, dit is helemaal geen homogene stad, het is altijd een zootje geweest. De confrontatie van oud en nieuw is precies wat buitenlanders zo speciaal vinden in Brussel." Zijn advies voor de Banaan? "Zo snel mogelijk afbreken," zegt hij. "Die gevels zijn geen vertrekpunt voor kwaliteitsvolle hedendaagse architectuur."

Sleebus is de drijvende kracht van Brukselbinnenstebuiten, een vzw die Vlamingen warm probeert te maken voor het hoofdstedelijk patrimonium. Hij heeft dikke dossiers gepubliceerd over de transformatie van de Leopoldswijk en de buurt rond het Zuidstation, reusachtige operaties waarbij menig waardevol kunstwerk tegen de vlakte is gegaan. "Ik begrijp de woede van sommige mensen," zegt hij. "De gevelrij van de Banaan is het scherm waarop ze hun opgekropte frustraties projecteren. Decennialang hebben speculanten in Brussel lelijk huisgehouden. Dat is treurig, maar ik stel beterschap vast. Er wordt meer naar buurtcomités geluisterd, catastrofes zoals de afbraak van de Noordwijk zijn niet meer mogelijk. Ik bekijk de stad zoals een boeddhist het leven beschouwt. Ik aanvaard de realiteit, probeer lessen te trekken uit de fouten van het verleden. Dat is het verschil met idealisten die ageren vanuit een katholiek zondebesef. Die mensen aanvaarden het verleden niet, ze willen per se de blunders corrigeren. Ze dromen van het paradijs, de ideale stad. Brussel als paradijs, de boeddhist in mij kan daar alleen maar meewarig om lachen."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234