Vrijdag 23/10/2020

De keuze van de meester

KLASSIEKER. Hij eindigde tekenend, zoals hij begon. Maar het is de fotografie die Henri Cartier-Bresson een plaats in de geschiedenis gaf. 133 foto's zijn vanaf vandaag te zien in het Joods Museum. Natuurlijk geen nieuwe. Natuurlijk wel bijzondere.

Op de bovenste verdieping van het Joods Museum staat een muur met daarop vier portretten. Helemaal links George Rodger, wellicht minst bekend. Dan David 'Chim' Seymour, sigaartje in de hand. Naast hem Robert Capa, dan Henri Cartier-Bresson. Samen de oprichters van Magnum. "Hoe ze eruit zagen, vind je terug in hoe ze fotografeerden", zegt Philippe Blondin, voorzitter van het Joods Museum. "Cartier-Bresson was een aristocraat van het viertal. Nobel, zoals zijn foto's: goed uitgewerkt, gevoelig, een grote eenzaamheid. Ze raken je ziel."

Philippe Blondin kan dat weten, want hij kan vergelijken. Zijn museum, vorig jaar op 24 mei getroffen door de dodelijke kogels van Mehdi Nemmouche, had eerder al tentoonstellingen van Capa en Chim. Cartier-Bresson sluit, zegt hij, een Magnum-cirkel af. Symbolisch ook: kort na de laatste tentoonstellingsdag op 24 augustus zal het museum twee jaar dichtgaan voor verbouwingen. "Cartier-Bresson was geen Jood, maar net dat willen we dus zijn: een open museum dat werelden samenbrengt. Kwaliteit is de essentie. En dat iets raakt."

Surrealisme

De sporen van Nemmouche zijn er nog. In een kogellitteken op een deur. In twee militairen voor de poort. In een beveiligingssluis die iedere bezoeker van dit museum moet passeren.

Maar dan wordt het in de eerste zaal 1926. Op het strand van Dieppe fotografeert de dan 18-jarige Cartier-Bresson Franse zonnebaders, onder een parasol, en de ellende van het huidige tijdvak verdwijnt. Cartier-Bresson schildert op dat moment, hij volgt les bij André Lhote, raakt beïnvloed door het surrealisme. Zie je dat in zijn eerste foto's? Jawel: er zit humor in. In Livorno verdwijnt in 1933 het hoofd van een man die de krant leest achter een hoog opgeknoopt gordijn. Op de Quai de Javel in Parijs zie je in 1932 vier mannen die zelfs op de foto stinken. Hij komt ook in Brussel. Twee mannen (één met pet, een ander met bolhoed) vangen in 1932 een glimp op van bouwwerken door een zeil.

"Pour moi, l'appareil photo c'est un bloc-notes",lees je op een van de muren in het Joods Museum, boven een aantal foto's zijn de zalen gedecoreerd met citaten van de fotograaf. Dat zijn Leica (er ligt een M3 in een glazen kastje) een verlengstuk van zijn oog was, is bekend. Maar voor Cartier-Bresson was zijn fototoestel dus zijn notitieboekje. Foto's als verhalende momentopnamen. Zonder commentaar, enkel de plaats en een jaartal. Hyères, 1933: zo zag de trap eruit waar een fietser onder reed. "Toen ik jong was, zag je nog vaak kinderen met scoliose of mensen met een bochel", zegt Philippe Blondin. "Vandaag kom je die niet meer tegen op straat. Dat is natuurlijk goed, maar in de wereld waarin Cartier-Bresson leefde, waren die er wel nog. Ook daarom is zijn werk van belang. Hij toonde hoe het eruit zag."

Liefde voor India

Ooit verdeelden ze bij Magnum de wereld en Cartier-Bresson nam Azië. Dat was niet toevallig. Ratna Mohini, een danseres uit Java, was zijn eerste vrouw. Ze gaf hem toegang tot een wereld die nog niet zo ontsloten was en Cartier-Bresson reisde erheen. Al was hij in 1931 al in Ivoorkust en zijn z'n Mexicaanse prostituees uit de Calle Cuauhtemocztin uit 1934 wereldberoemd. De twee dames, leunend door een gat in een poortje, hangen hier. De wenkbrauwen in dezelfde vorm als de slijtage van de deurklink: "Een detail dat Cartier-Bresson niet ontging", zegt Blondin. Maar Azië dus: "In 1948 bracht hij een heel jaar door in India", zegt curator Pascale Alhadeff. "Ook tien jaar later ging hij er terug. Cartier-Bresson sprak perfect Engels, dat hielp. Maar ook dat hij dat dankzij zijn vrouw die wereld kende, hielp hem." Bekend is dat hij enkele uren voor de moord op Mahatma Gandhi bij de Indiase leider was. Later die dag fotografeerde hij de crematie, het publieke vuur, het publiek zelf. "Hij is wel vaker op de juiste plaats op het juiste moment geweest", zegt Alhadeff.

Srinagar, Peking, Boston, Ramsar, Sevilla, Asilah, Simiane-la-Rotonde, Siena, Napels, Berlijn en Moskou: in tijden zonder Ryanair reisde hij enorm veel, zonder alleen of puur nieuwsfotograaf te zijn. Beste bewijs? In 1937 was Cartier-Bresson in Londen voor de troonsbestijging van George VI. De massa verdrong zich op Trafalgar Square, wachtend op de nieuwe koning. Wat deed de fotograaf? Hij draaide zich om en fotografeert niet de koning, maar de mensen. Blondin: "Kijk, één man is moe of dronken en is beneden zijn roes aan het uitslapen op een bed van kranten. Boven zijn hoofd zie je de anderen, maar zie je ook dat zijn lege plekje leeg is gebleven. Dat heeft Cartier-Bresson gezien."

Altijd valt le moment décisif en ja, Cartier-Bresson maakte daarmee school. Maar in deze collectie van 133 foto's, door de in 2004 overleden fotograaf ooit zelf samengesteld als overzicht, zie je meer. In lijnen, schaduwen en licht zit veel denkwerk. Over portretten van Matisse, Bonnard en Truman Capote is nagedacht. Impulsief (de deur ging open, hij drukte af) fotografeerde hij Pierre en Marie Curie. Alberto Giacometti die de straat overstak.

Waarom spreken zijn foto's nog zo aan? Pascale Alhadeff aarzelt en zoekt. "Waarom is de ene zanger populair en de andere niet? Misschien waren zijn foto's toegankelijk en spreekt het aan dat hij zich bezighield met de fotografie van de straat." Dat kan. Dat hij in het MoMA in New York in 1945 al een tentoonstelling kreeg (postuum, werd gedacht, hij kon de oorlog niet overleefd hebben) was een teken. Net als het feit dat hij als eerste levende fotograaf in het Louvre exposeerde. Er zijn veel redenen om de 133 foto's in het Joods Museum te gaan bekijken. Dat hij een meester was, is er een van.

Henri Cartier-Bresson, photographe, in het Joods Museum (Miniemenstraat 21, Brussel) vanaf vandaag tot en met 24 augustus. www.new.mjb-jmb.org

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234