Maandag 06/04/2020

De kermis mag geen KERMIS meer zijn

Minder lunaparken, meer vegetarische snacks. De aanval van de liberale Gentse schepen Peeters op de Gentse Halfvastenfoor is een stomp in de Vlaamse onderbuik. 'Onze binnensteden veranderen in een Disneyland voor de betere middenklasse.'

Weg met de spooktrein, minder lunaparken. Een 'gevarieerder' aanbod voor de eetstandjes: er mag al eens een foodtruck met vegetarische snacks tussen de hamburgertenten. En de drankstandjes ziet de Gentse schepen van Feesten Christophe Peeters (Open Vld) het liefst helemaal van de kermis verdwijnen. Na een ruzie, een staking en een hoogoplopende discussie met de uitbaters van de 102 attracties op de Halfvastenfoor trok hij zijn staart weer in. Maar de boodschap is begrepen: in Gent mag een kermis eigenlijk geen kermis meer zijn.

De tweeduizend kermissen die er jaarlijks nog in ons land zijn, hebben wortels tot in de middeleeuwen. Bijna even oud is de strijd tegen die 'losbandige' evenementen waar het gewone volk uit de bol gaat. De kermis is gegroeid uit de jaarmis (kerkmis), geënt op de katholieke heiligenkalender. Gaandeweg groeide de mis met jaarmarkt uit tot een volksfeest waar de dans- en braspartijen belangrijker werden dan de katholieke inspiratie.

In de negentiende en twintigste eeuw werden deze 'woeste, onzedelijke en onbeschaafde' evenementen daarom ingeperkt, vaak onder gewelddadig protest van de armere bevolking (de rijken konden het zich wel permitteren om het hele jaar door te feesten, meenden zij). In Amsterdam viel er een dode tijdens onlusten die vier dagen lang duurden, toen het gemeentebestuur en de kerkraden in 1876 besloten om de kermis te verbieden. Het leverde burgemeester Charles Den Tex de bijnaam 'volksverneuker' op.

Unieke sfeer

Pas na de Tweede Wereldoorlog dook de kermis weer op in de stadskernen en dorpspleinen. Mooi uitgedost, vaak in nieuwe kleren, werd er in familieverband op krijt geschoten en aan de flosj getrokken. En daarna oliebollen eten, of een suikerspin. Dat is precies waarom de bezoekers van de kermis nog altijd zo gehecht zijn aan die jaarlijkse uitstap, zegt foorkramer Steve Severeyns. "De karakollen op de Zuidfoor, ge kunt ze ook in de Delhaize kopen. Maar dat gaat nooit zo goed smaken als op de kermis. Smoutebollen, je vindt ze alleen daar. Het is de sfeer die het hem doet."

De kermis, zegt hij, dat is: "Vrienden van vroeger tegenkomen, de oude schoolmeester. En taart eten met de familie." Severeyns baat een rupsmolen uit en een slinger die 20 meter hoog gaat, zijn familie zit al "zo lang als wij het ons kunnen herinneren" in de kermiswereld. De berichten uit Gent hebben een paar schokjes uitgestuurd in dat kleine wereldje, zegt hij. "Jonge ondernemers vragen zich af waar ze staan. Wij moeten ook naar de bank om een lening voor de nieuwste attracties. Wij vernieuwen zelf constant. En, met alle respect voor de politici: ik vraag mij af of de schepen zelf achter de kraam gaat staan. Het stadsbestuur beslist toch ook niet wat Primark in de rekken moet hangen?"

Het is niet de eerste keer dat de kermis botst met stedelijke belangen. Na meer dan dertig jaar moest de Antwerpse Sinksenfoor, een van de grootste van het land, in 2012 verhuizen naar de rand van de stad na klachten van omwonenden over overlast. Het lawaai, het volk, de neon: de nieuwe bewoners van de dure appartementen in de snel veranderde buurt waar de kermis al die jaren plaatsvond, konden het volksfeest niet langer verdragen. Ze stapten naar de rechtbank. Op de vrijgekomen ruimte van de Gedempte Zuiderdokken gaat het stadsbestuur nu een groen plein aanleggen naar het model van het New Yorkse Central Park, zo werd onlangs aangekondigd.

Nieuwe stedelingen

Het zijn symptomen van een evolutie die in de jaren 80 is ingezet, meent sociaal geograaf Maarten Loopmans (KU Leuven). "En de effecten worden nu heel duidelijk: de middenklasse neemt de binnenstad over." Tot in de jaren 70 gold wonen op het groene, rustige platteland als het ideaal. Het resultaat is verkaveld Vlaanderen. De trek naar de stad (of het niet langer verlaten van die stad) heeft de afgelopen decennia veel macht gegeven aan mensen met meer geld, hogere diploma's en betere contacten met politiek, de vastgoedsector en de media.

Het resultaat, zegt Loopmans, zijn evenementen en horeca naar de smaak en de beurs van deze nieuwe stedelingen. "Deze vorm van cultuur wordt op haar beurt gebruikt om meer koopkracht naar de stad te lokken. En de tolerantie voor 'ander' gedrag neemt af: rondhangende jongeren, opzichtige armoede, bedelarij, mensen die met een blik bier rondwandelen. Er worden maatregelen ingevoerd om hen uit het straatbeeld te weren. Onze binnensteden veranderen in een Disneyland voor de betere middenklasse. De lagere inkomens worden verdrongen naar de periferie."

Stadssocioloog Stijn Oosterlynck (UAntwerpen) hoort in de kermisdiscussie ook echo's van de koers die het stadbestuur ook met de Gentse Feesten wil varen. "De coalitie plaatst kanttekeningen bij de ongebreidelde commercialisering van de Feesten en de steeds groter wordende evenementen. Ze ziet het liever kleinschaliger, kindvriendelijker en met meer diversiteit en kwaliteit in het aanbod. Zo trek je een diverser publiek, en beperk je tegelijkertijd de overlast."

Een aanval op de volkscultuur ziet hij hier niet. "Dit is niet meteen een gentrificerende wijk. En het is toch niet zo dat de stad vraagt om álle lunaparken te weren. Ik zie geen verdrukking maar verbreding: je kunt een zak oliebollen halen, naast de vegetarische snack."

Wat hier volks wordt genoemd, zegt Oosterlynck, is ook verweven met commerciële belangen. "We praten hier over het gebruik van de publieke ruimte. Het is de taak van onze verkozen politici om hier over te reflecteren. Dat de kermis vandaag veel volk trekt, is een louter commercieel argument."

Gentrificatie - verdringing van oorspronkelijke bewoners door nieuwkomers met een betere opleiding en een hoger inkomen - is een delicaat thema en een moeilijk te becijferen fenomeen. Universitair onderzoek op vraag van de stad in 2014 wees uit dat geen enkele Gentse wijk significant gentrificeert. De buurt waar de Halfvastenfoor staat is een gemengde wijk, vooral bevolkt door studenten.

Maar het straatbeeld van de gemiddelde Vlaamse centrumstad liegt er niet om: pop-upbars, foodtruckfestivals, hamburgers en hotdogs in luxe-uitvoering en koffie in twintig variëteiten voor 4 euro per kop. De markt dient niet (alleen) meer om goedkoop vers voedsel in te slaan, een bezoek is een heuse uitstap geworden. Wie de Antwerpse Vogeltjesmarkt op zaterdag aandoet, zal eerder naar huis gaan met drie oesters en een glas cava achter de kiezen dan met twee kilo appels en een pak poetsdoekjes. Uit onderzoek van de Brusselse handelsvereniging Atrium blijkt dat avondmarkten in de hoofdstad in opmars zijn. Met late openingsuren, exclusieve producten, eetstandjes en een ginbar.

"Geen hamburgertent maar een gourmet-foodtruck", precisieert Sophie Cosme van Atrium. "Ze trekken een jong en hip publiek dat na het werk een hapje wil eten, wat bioproducten koopt en daarna afzakt naar horeca in de buurt."

Nachtburgemeester

Met lede ogen ziet Edmond Cocquyt die grote opkuis aan. "Eén oesterbar is tof. Maar het is vandaag een en al pop-upbar. Te trendy hoeft het nu ook weer niet te worden. Naar de kermis ga je toch juist voor een vettige friet en oliebollen? En straks nog een nieuwe naam zeker. Iets in het Engels of zo." De nachtburgemeester, ondernemer en bekende Gentenaar bezocht voor zijn bekende caféplannen duizenden cafés in het centrum van Antwerpen, Gent en Brussel. En hij ziet dat het volkse entertainment met uitsterven bedreigd is.

"Het bruine café, met niet meer dan een toog en een tapkraan, is nu al verbannen naar de rand van de stad. Je kunt er gewoon niet meer van leven. En brouwers willen geld verdienen met concepten, loungetoestanden, themabars. De gewone man gaat amper meer in het centrum op café. Of hij drinkt thuis een bak bier."

Opnieuw valt het woord: 'Disneyland'. "Elk plein is heraangelegd, overal zijn bomen geplant. Het lijkt wel één groot shoppingcentrum." Hij heeft heimwee, zegt Cocquyt, "naar de vuile, grauwe stad. Naar de graffiti en de wildplassers. Maar misschien ben ik te veel een nostalgicus."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234