Zaterdag 25/05/2019

Vijf vragen

“De kerk ziet homoseksualiteit door de vingers, zolang het maar ‘in den duik’ gebeurt”

Patrick Loobuyck Beeld Tine Schoemaker

Vier van de vijf geestelijken in het Vaticaan is in het geniep homoseksueel, onthult de Franse socioloog Frederic Martel in zijn nieuwe boek In the Closet of the Vatican. Toch is dat niet noodzakelijk hypocriet van de kerk, vindt moraalfilosoof Patrick Loobuyck.

Verrasten die cijfers u?

“Nee. Iedereen weet toch al lang dat heel wat geestelijken op het eigen geslacht vallen? Het is ook bij ons in Vlaanderen algemeen geweten dat een groot aantal priesters homoseksueel is.”

Vier op de vijf is wel heel veel, veel meer dan het maatschappelijke gemiddelde. Hoe komt dat?

“Vandaag is homoseksualiteit veel meer aanvaard dan vroeger. Lange tijd gold het wellicht als een soort uitweg om niet uit de kast te moeten komen of om niet tegen de zin te trouwen en kinderen te krijgen. Op die manier konden ze een probleem uit de weg gaan. Ik ken zelf ook een aantal mensen die om onder meer die reden ooit in het seminarie zijn gegaan, maar en cours de route wel weer zijn uitgetreden.”

Hoe hypocriet is de houding van de kerk? 

“Wel, het lijkt hypocriet om homoseksualiteit intrinsiek slecht te vinden en tegelijk de grootste werkgever van homoseksuelen te zijn. Maar eigenlijk klopt het verhaal van de kerk wel. Ze veroordelen niet de homoseksuelen, daarvoor moet je pastorale mildheid hebben en de mensen dienen respectvol behandeld te worden. Het is de homoseksuele daad waar ze een groot probleem mee hebben. Die is tegennatuurlijk voor de kerk en past niet in hun wereldbeeld. Net zoals zelfbevrediging of het gebruik van voorbehoedsmiddelen uit den boze is. De finaliteit van seks is niet dat we er plezier aan zouden beleven, wel dat we ons voortplanten. Alle seks die daar niet toe leidt, gaat volgens de kerk in tegen de goddelijke orde. Alles welbeschouwd is hun houding dus niet hypocriet: ze slagen erin om een duidelijk onderscheid te maken tussen de mens en de seksuele activiteit.”

Zouden al die geestelijken hun seksualiteit dan niet beleven?

“Natuurlijk doen ze dat wel, ik geloof niet dat ze allemaal een kuis leven leiden. Dat doen hun heteroseksuele collega’s overigens ook niet, zoals we weten. Ik herinner me een priester die ik ooit tegenkwam op de boekenbeurs. Hij liep er hand in hand rond met zijn vriendin. De kerk weet dat en ziet dat allemaal door de vingers, zolang het maar in den duik gebeurt. Dat is voor homo’s niet anders dan voor hetero’s.” 

“De kerk zou nu weleens mogen beseffen hoeveel ze van een mens vraagt: iemands seksuele beleving ontzeggen, dat is een ontzettend zware beproeving. Of dit dan het ultieme argument is om het celibaat op te heffen, weet ik niet. Dat moet de kerk maar voor zich uitmaken.”

Het boek beweert ook dat hoe feller een geestelijke zich uitlaat tegen homoseksualiteit, hoe groter de kans is dat hijzelf homo is. Hoe verklaart u dat?

“Dat is voer voor psychologen, maar ik zie wel een verband. Voor hen is het wellicht een manier om de realiteit te verdringen. Maar dat vind ik in ieder geval wel hypocriet, zeker als ze hun seksualiteit ook in de praktijk brengen. Het zou die mannen sieren om ervoor uit te komen en zo een sensibiliserende rol te spelen. En als ze dat niet kunnen of willen, zouden ze beter hun mond houden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.