Donderdag 29/10/2020

ColumnMark Coenen

De kerk van Springsteen is een godsdienst die geen vlieg kwaad doet

Een verjaardag is natuurlijk nog niet half zo goed als doodgaan, maar toch: Bruce Springsteen kon gisteren rekenen op meer dan gemiddelde aandacht bij het worden van septuagenarian, zoals ze dat in het Engels zo mooi zeggen: hij is de brug van de zestig zonder kleerscheuren over geraakt.

Daarvoor werd hij onder meer bedankt door de oudere jongeren van Radio 1 via een Springsteen Sessie in de Roma, waar – het zal weinigen verbazen – Jasper Steverlinck alle harten stal met angelieke versie van ‘Brilliant Disguise’.

Springsteen is nooit lid geweest van de invloedrijke liga van de substantiemisbruikende popsterren met doodsverachting. Het grootste risico dat hij in zijn leven al liep is dat hij bij het fitnessen de dumbbell op zijn hoofd zou krijgen die Miami Steve Van Zandt uit zijn handen had laten vallen. Gezonde jongens, die van de E Street Band (maar niet allemaal, want er zijn er al twee dood: toetsenman Danny Federici en de saxofonistische reus Clarence Clemmons.) .

Springsteen heeft andere katten te geselen, die muizenissen maken in zijn hoofd. De D van Depressie. Hij is al bijna veertig jaar in therapie en maakt daar ook geen geheim van. Hij kreeg zijn eerste depressie toen hij in 1982 aan zijn fenomenale Nebraska aan het werken was. De redenen: angst en zelfhaat.

Doopsel

Die je op het podium niet hebt, zegt hij, waardoor zijn concerten ook qua lengte meer lijken op toespraken van Fidel Castro, maar dan met groot en swingend orkest. Tussen de liedjes door predikt hij voor zijn kerk die bestaat uit zeer overtuigden. Het is een godsdienst die geen vlieg kwaad doet.

Het eerste concert van Springsteen dat je in je leven meemaakt is een soort van doopsel. En daarna ben je levenslang fan. “I was the president but he’s the boss”, pleegt Obama nog altijd te zeggen. Jon Landau schreef Springsteen als eerste de hemel in en het werkelijk briljante stuk uit de Real Paper waarmee alles begon, gepubliceerd op 22 mei 1974 , is nog steeds te vinden op het internet.

Het is een ode aan de magie van de muziek, de helende kracht ervan, de energie die je krijgt en die je leven redt. Landau vertelt het in gonzende volzinnen: hoe hij op zoek naar een studentenkot voor de eerste keer ‘Reach Out I’ll Be There’ van de Four Tops op de radio hoorde. “Two minutes and fifty-six second later I knew that God had spoken to me.”

Hij was verkocht, ging over muziek schrijven maar raakte na een paar jaar wat uitgeblust: zelfs als je van je hobby je werk mag maken gebeurt dat wel eens. Tot hij Springsteen zag, die leek op de wat verlopen zanger van Sha-na-na, maar hem de beste twee uur van zijn leven bezorgde. Niet lang daarna werden ze vrienden en wat later werd Landau zijn manager. En rijk. In zijn penthouse in New York hangt een Rubens. Meer dan verdiend, vind ik.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234