Donderdag 14/11/2019

De kerk is in ongenade gevallen

In de roman In ongenade van J.M. Coetzee wordt een kortstondige relatie tussen een blanke professor literatuur en een zwarte studente de aanleiding voor zijn oneervol ontslag uit de universiteit, volgens hem totaal ten onrechte. Toch lijkt hij op de duur schuld te aanvaarden en komt hij tot een soort boetedoening. Wat de roman zo interessant maakt, is dat Coetzee dit ‘fait divers’ op zo’n manier bekijkt dat de diepere problemen van de (Zuid-Afrikaanse) maatschappij aan de oppervlakte komen. De ongenade van Mgr. Vangheluwe kan eveneens aanleiding zijn tot een gelijkaardige, enigszins afstandelijke reflectie die morele veroordeling van zijn daden en meevoelen met het (de) slachtoffer(s) niet uitsluit. Een bespiegeling, niet alleen over hoe het nu verder moet of niet moet met de katholieke kerk, maar ook over wat deze daden en de reacties erop reveleren over de maatschappij waarvan die kerk tenslotte een deel is.

Ian Buruma schreef onlangs een interessant opiniestuk in deze krant naar aanleiding van de herderlijke brief van de paus aan de Ierse katholieken (DM 3/4). De professor Democratie en Mensenrechten van het New Yorkse Bard College wijst daarin op een grondige verandering van onze maatschappij door de veranderde status van vrouwen en kinderen. De meeste instellingen hebben zich daaraan aangepast, bij de kerk lijkt dat bijzonder moeilijk. Zelfs pausen en kardinalen kunnen er echter volgens Buruma niet meer onderuit dat de emancipatie van de vrouw en de bescherming van het kind onontkoombare verworvenheden zijn. Wie daar nu tegen zondigt, valt onherroepelijk in ongenade.

Wat de katholieke kerk betreft, is de situatie wel bijzonder ironisch én tragisch. De feiten van kindermisbruik waarvoor ze nu ter verantwoording wordt geroepen dateren meestal - zo veronderstel ik toch - niet uit de tijd van de triomfalistische kerk van vóór het concilie. Integendeel, zij situeren zich precies in een periode waarin de kerk haar greep op de maatschappij en op haar eigen leden verliest en ook intern in grote verwarring zit. Kort na het concilie begint de gestadige en versnellende uittocht van gelovigen én priesters. In geen ander bedrijf of organisatie is de ongehoorzaamheid en interne obstructie zo groot. Katholiek wordt iets waarmee ‘een normale mens’ liever niet geassocieerd wordt. En toch blijft tegen alle evidentie in het beeld overeind van de kerk als een machtige, perfide organisatie die moet worden vernietigd. De kerk wekt, ondanks haar ongelooflijke afkalving, enorme afkeer en haat op. Wat nu gebeurt, lijkt als van de hemel gezonden: de genadeslag is toegediend.

De disgrace van Vangheluwe versterkt alleen maar de ongenade waarin de kerk al gevallen was. En die ongenade leert iets, ook over de maatschappij waarin die kerk opereert. Dat lijkt de richting waarin Buruma denkt. Hij wijst bijvoorbeeld op het ontstaan van “een nieuw soort puritanisme”, van nieuwe taboes betreffende sexual harassment en kindermisbruik. Het gaat om echte taboes: de doorbrekingen zijn onvergeeflijk, in tegenstelling tot (de meeste) zonden. Hier is geen schipperen mogelijk, en als dat toch gebeurt, kan het alleen maar gaan om perfide schijnheiligheid. In Buruma’s lijn verder denkend, komen we tot opmerkelijke inzichten. Wanneer met name op seksueel gebied alles mag, wanneer niets nog kwaad is, dan zet het kwaad zich vast op één punt, dat een absoluut taboe wordt, ook al is het - zoals typisch bij taboes - in zekere zin een willekeurig punt. Welke vorm van seks ook: het gaat om amorele spelletjes, waarbij men elkaar natuurlijk geen pijn mag doen, althans niet zonder toestemming. Pornografie is de gewoonste zaak van de wereld. Alleen kinderporno is absoluut verboden en wordt publiek streng bestraft. Op een paar taboes na lijkt seks een onschuldige, vrolijke bezigheid, zoals goed eten en drinken. Dat is natuurlijk een leugen. Er is een donkere kant aan seks die zich niet alleen bij het paar taboes demonstreert, maar dat hoeven we onszelf niet toe te geven als we paternalistische instanties als boosdoeners kunnen aanwijzen. Ook als de kerk, met of zonder celibaat, er niet meer zal zijn, zal er kindermisbruik blijven.

Dat ook instituties die een ideaal uitdragen tegelijk menselijke al te menselijke constructies zijn, dat instituties verankerd in symbolen zich niet zonder meer aan de veranderde zeden kúnnen aanpassen, dat zijn zaken die blijkbaar niet te verteren zijn. Zij dwarsbomen het heersende verlangen naar een wereld waarin alles gelijk, in orde en perfect is. Dat verlangen wordt nochtans in opeenvolgende golven van verbijstering met nieuwe crisissen geconfronteerd. Het ongenoegen dat zo blijft sluimeren, concentreert zich telkens weer op één instantie die met alle zonden Israëls wordt beladen. Telkens ontstaat een gelegenheid om, via gedeelde afkeer, te tonen dat wij allemaal aan de goede kant staan, een paar onbegrijpelijke uitzonderingen niet te na gesproken. Wij zijn allen slachtoffers, we voelen ons allen bedrogen in onze droom van een gelijke, perfect vredelievende samenleving.

Herman De Dijn doorprikt de droom van een perfecte wereld

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234