Maandag 26/09/2022

De kerk en de Belgische staat, veroordeeld tot elkaar

De huiszoekingen bij de kerkelijke instanties waren wel 'wettelijk maar ook onverantwoord'. Toch is ook kritiek op de commissie-Adriaenssens niet onterecht, betoogt Kurt Martens. Kurt Martens is associate professor aan de School of Canon Law van The Catholic University of America in Washington D.C.

De huiszoekingen in het aartsbisschoppelijk paleis, in de kathedraal, in de woning van kardinaal Danneels in Mechelen, en in de kantoren van de kerkelijke commissie seksueel misbruik in een pastorale relatie te Leuven, waren in een minimum van tijd wereldnieuws. Het duurde niet lang of de eerste reacties en commentaren liepen binnen. Peter Adriaenssens, de voorzitter van de gelijknamige kerkelijke commissie, liet er zelf niet de minste twijfel over bestaan: hij had een afspraak - een contract met justitie noemde hij het zelf - en die afspraak was nu geschonden. Hij zou overleggen met de andere leden van de commissie, maar wat hem betreft heeft de commissie geen bestaansreden meer, nu het vertrouwen van honderden slachtoffers is geschonden.

Adriaenssens verwees nadrukkelijk naar de overeenkomst die hij met justitie had. De overeenkomst, een persbericht van minister van Justitie De Clerck van 10 juni 2010, was er gekomen op vraag van de minister. Het College van procureurs-generaal moest een methode uitwerken voor de behandeling van deze dossiers, "waarbij de wettelijke bevoegdheden, de regels inzake het beroepsgeheim en de onafhankelijkheid van eenieder in acht genomen worden". In de overeenkomst was geen sprake van de rol van de onderzoeksrechter en dat kon ook niet: een onderzoeksrechter is immers onafhankelijk en dat hoort ook zo in een democratie. De huiszoekingen waren dus in principe volkomen legaal. Of ze gerechtvaardigd waren, is een andere vraag.

Sanctioneren
Critici van de commissie zullen zonder twijfel zeggen dat de commissie van bij het begin gedoemd was om te mislukken, en dat haar voorzitter zijn hand heeft overspeeld. Is Peter Adriaenssens met zijn commissieleden naïef geweest door zo blind te vertrouwen op een overeenkomst met justitie? Misschien, maar zijn hoofdbekommernis was en is de zorg voor de slachtoffers, een bekommernis die alvast niet lijkt te worden gedeeld door de actoren in de huiszoeking. Daarbij werden enkele belangrijke juridische details over het hoofd gezien. Wat is het mandaat van de commissie? Op de website is daar wel iets over te vinden, maar de statuten zijn er niet te vinden. En daar wringt precies het schoentje: op welke basis kan een beschuldigde worden gesommeerd om niet alleen voor de commissie te verschijnen, maar er ook nog bekentenissen af te leggen? Kan de beschuldigde een advocaat meebrengen? Wat gebeurt er met de informatie? Kan die later tegen de beschuldigde gebruikt worden, bijvoorbeeld in een kerkelijke strafprocedure? Zelfs al zijn de feiten verjaard naar Belgisch recht, naar kerkelijk recht kan die verjaring worden opgeheven en kan er alsnog worden gesanctioneerd. De zorg voor de slachtoffers is belangrijk, maar dat betekent niet dat het recht van verdediging zomaar kan worden geschonden, of dat minstens die indruk wordt gewekt.

Adriaenssens heeft ook altijd heel duidelijk en open gecommuniceerd over het werk van de commissie. Die openheid, en ook de zorg voor de slachtoffers, kwam vooral naar voren naar aanleiding van het ontslag van bisschop Vangheluwe van Brugge. Maar wellicht was diezelfde openheid ook de achillespees van de commissie: de open communicatie door de voorzitter over de werkzaamheden kon doen vermoeden dat er misschien toch wel materiaal te vinden was bij de commissie waarin de gerechtelijke instanties wel eens geïnteresseerd zouden kunnen zijn.

De Brusselse onderzoeksrechter is er alvast op een volkomen wettelijke, maar tegelijk disproportionele en wellicht onverantwoorde manier in geslaagd om het moeilijke en delicate werk van de commissie en het moeizaam opgebouwde vertrouwen in minder dan een etmaal volledig ongedaan te maken. Dat het werk van de speurders gebeurde onder massale mediabelangstelling versterkt dat beeld alleen maar. De ravage is enorm en zal heel moeilijk te herstellen zijn. Waarom zouden slachtoffers en vermoedelijke daders nog naar de commissie gaan na wat er is gebeurd? Het noodzakelijke vertrouwen is weg.

Samenwerken
Moeten de federale overheid en het parket nu zelf de hulp voor slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk gaan organiseren, zoals een politicus na de huiszoeking suggereerde? Het antwoord op deze vraag is kort en krachtig: neen. De overheid is immers nog niet in staat om in te staan voor een humane opvang van asielzoekers. Hoe zou ze dan in haar eentje een complex probleem zoals de hulpverlening aan slachtoffers van seksueel misbruik, al dan niet binnen een pastorale context, aankunnen? Gevraagd naar de vraag van sommige slachtoffers om hun gegevens niet door te spelen aan derden, kwam de woordvoerder van het parket niet verder dan een cynische noot: "Dat is dan spijtig voor hen." Als signaal voor de bekommernis om slachtofferhulp vanuit justitie kan dat tellen. De kerk heeft meer dan ooit de evangelische plicht om te zorgen voor de zwaksten in de samenleving. Bovendien heeft onderzoek uitgewezen, en de praktijk bevestigt dat, dat slachtoffers op zoek zijn naar erkenning. Dat begint in de eerste plaats met het luisteren naar het verhaal van de slachtoffers.

De vraag is of er überhaupt nog een samenwerking tussen de Belgische instanties en de kerkelijke overheden in deze mogelijk is, als zelfs een gegeven woord van geen waarde meer is. Toch blijft een samenwerking aangewezen en noodzakelijk. De overheid kan dit werk niet alleen aan. Bovendien heeft de kerk het recht en de plicht om haar eigen bedienaren te sanctioneren wanneer ze over de schreef gaan. De kerk beschikt echter niet over alle nodige onderzoeksmiddelen, en dus is samenwerking met de civiele autoriteiten nodig. Wellicht woog de overeenkomst tussen Adriaenssens en justitie niet zwaar genoeg. Misschien moet toch worden nagedacht over een meer formele aanpak, en, waarom niet, een overeenkomst tussen België en de Heilige Stoel. Dergelijke overeenkomst of concordaat zou onderhandeld kunnen worden door de minister van Buitenlandse Zaken en de pauselijke nuntius, en biedt als internationaal verdrag meer garanties dan het gegeven woord van twee gesprekspartners. Het zou in ieder geval een mooi gebaar zijn vanwege de Belgische autoriteiten om het geschokte vertrouwen te herstellen. De reactie van de Heilige Stoel (en niet het Vaticaan!) was heel duidelijk: de Belgische ambassadeur bij de Heilige Stoel werd op het matje geroepen en kon uitleg gaan verschaffen. Dat alleen al is een heel krachtig diplomatiek signaal. En ook de staatssecretaris, kardinaal Bertone, liet van zich horen toen hij liet optekenen dat dit zelfs in communistische landen nooit was vertoond. Een diplomatiek incident aan de vooravond van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie is geboren. Minister Vanackere zal nog wat werk hebben om de plooien weer glad te strijken.

Andermaal heeft België de headlines gehaald in de internationale media, maar opnieuw niet op een al te positieve manier. De wijze waarop de huiszoekingen gebeurden, lijkt een democratische en geciviliseerde samenleving onwaardig. Het respect voor de menselijke waardigheid is ver zoek. Een misdrijf pakt men niet aan door een ander misdrijf, met name grafschennis, te plegen. België lijkt Zimbabwe aan de Noordzee wel, alleen is het beledigend voor Zimbabwe om dat te schrijven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234