Donderdag 06/08/2020

De Kempen, waar dokter Paul Janssen blijft voortleven

Tussen onheilsberichten over ontslagen was deze week één opvallend positief geluid op te tekenen. Janssen Pharmaceutica vierde zijn vijftigjarig bestaan in Beerse. Nog steeds is het een van de referentiewerkgevers in de streek én ver daarbuiten. 'Mijn mooiste herinnering? Toen ik een medaille kreeg van dokter Paul voor mijn 25 jaar dienst.' Of hoe de geest van stichter en wetenschapper Paul Janssen nog door de Kempen waart.

Door Nathalie Carpentier / foto's Bart Van der Moeren

'Mijn vader werkte al bij dokter Paul in zijn kleine laboratorium in Turnhout. Met zijn bakfiets bracht hij medicijnen naar het station. Jaren later deed onze Gust met een camionette alle apothekers van het land aan." In 1953 volgde Julia Daniëls (71) haar vaders voorbeeld, net als haar broer Alouis, haar broer Frans, haar zus Maria, Emilia en José zouden doen. En o ja, nonkel Louis, nonkel Frans en nonkel Henri, de broers van haar moeder, en de schoonzoon van Maria ook. En Jef, Katrien en Rob, telt ze op haar vingers verder. "Als je het zo op een rijtje zet, had het in het begin misschien toch wel iets van een familiebedrijf", glimlacht ze, half verontschuldigend.

Een half uur voordien had ze nog ietwat verbaasd, zelfs licht gegeneerd, opgekeken. Waarom we dachten dat zij en haar man iets te vertellen hadden over hun jaren bij Janssen Pharmaceutica? Daarover opscheppen lijkt niet aan het gepensioneerde koppel besteed. De kost winnen, dat stond toen in hun woordenboek. Paul Janssen gaf het goede voorbeeld. "Dat was een vlijtige mens, altijd in de weer."

"Weet ge nog Julia, toen dat ene medicijn was uitgevonden?" Haar man Henri Van de Vliet (75) stoot haar zachtjes aan. "Toen het groot feest was in Bobbejaanland?" Julia knikt bedachtzaam, half in gedachten verzonken, veert dan recht uit haar zetel. Daar, op de eiken tv-kast aan het raam, staat een tinnen schoteltje als herinnering. Al jaren. Ze draait het om. "Hier is het in gegrift." Onder het embleem van Janssen Pharmaceutica staat het: 1965, R.10.000. De tienduizendste molecule was een van de voltreffers. Het heeft een ereplaatsje in de nette fermette in de rustige woonwijk in Turnhout. "Dat hebben we die dag allemaal gekregen. Maar vraag me niet meer om welk medicijn het ging."

Achtendertig jaar heeft ze bij Janssen Pharmaceutica gewerkt. Ze begon er als laboratoriumassistente, zette er de maatbekers aan de kant. "Ik was de eerste van de familie die er de pensioenleeftijd haalde", klinkt het niet zonder trots. Tegelijk met het bedrijf werd ze volwassen. Toen Paul Janssen zijn oog liet vallen op een bebost terrein in Beerse om uit te breiden en de toen nog beperkte ploeg mee verhuisde, werd het ernst. "Dat was een hele verplaatsing", herinnert Julia zich. "In plaats van een fietstochtje naar Turnhout moesten we plots met de bus naar Beerse. Daar had je ook een veterinaire, waar ze proeven deden op ratten en muizen. Wij gingen naar een ander gebouw: de synthese heette dat toen nog."

Vanaf dan ging het alleen nog maar vooruit. "Janssen moest heel snel veel volk hebben. Mijn broer is ooit nog kruiden gaan plukken voor allerlei experimenten. Mijn zus Maria kwam in de afdeling verpakking terecht. Er kwam een wasserij waar ze allemaal flesjes moesten uitspoelen. Elke dag zag je het groeien. Hoeveel tuiniers zouden er niet gewerkt hebben om het hele terrein te onderhouden?"

"Janssen werd snel een begrip in de streek", stemt Henri in. En ver daarbuiten. "Er kwam zelfs koninklijk bezoek, en bussen vol Amerikanen en Chinezen. Als je daar werkte, zat je safe. Zolang je niets verkeerds uitstak en je werk deed. Wie zou daar nu ooit moeten gaan doppen? Niemand toch." Hij denkt na. "En het verdiende niet slecht."

Vandaag, vijftig jaar later, werken 3.850 mensen bij Janssen Pharmaceutica in Beerse. Of beter bij Johnson & Johnson, want het bedrijf ging in 1961 al over in Amerikaanse handen. Het handvol gebouwen is uitgegroeid tot een heuse ministad met eigen zebrapaden en snelheidsborden. Toch blijft het een wat onwerkelijk gezicht, de blinkende hypermoderne blokken tot zeven hoog langs de steenweg naast andere vijftigjarige monumenten zoals Dancing Dennenoord. 'Bobby Setter op 9 april!' afficheert de aftandse danstent nog enthousiast. De massa auto's die elkaar tijdens een weekdag voor de gesloten deur verdringen toont wie het pleit gewonnen heeft. Dennenoord moet wijken, de parkeerruimte van het farmabedrijf zal worden uitgebreid.

Ook al is het karakter van Janssen Pharmaceutica veel internationaler geworden, werken in sommige afdelingen 37 nationaliteiten, lokaal heeft het niet veel aan aantrekkingskracht ingeboet. In Vosselaar liep het onlangs storm toen de inwoners de kans kregen samen met Dora Janssen, de weduwe van Paul Janssen, de tentoonstelling over hun verzameling precolumbiaanse kunst te bezoeken. Vakantiejobs in Beerse zijn al jaren erg begeerd. Tien procent van het personeel komt uit Beerse, veel anderen uit Vosselaar, Turnhout en omstreken.

Vandaag heeft het farmabedrijf zelfs de huidige burgemeester van Beerse in zijn rangen. Vier maanden is Staf Willemsens de hoogste burger van het dorp, al dertig jaar werkt als hij als onderzoeker bij de belangrijkste werkgever ervan. Behoefte om andere oorden op te zoeken heeft Willemsens nooit gehad. "Ik ben hier geboren, getogen en gebleven", lacht hij. "Vroeger kwamen wij hier op de heidegrond spelen. Ons scoutslokaal was hier. Toen ik afgestudeerd was in de biochemie in Turnhout, was het maar vanzelfsprekend dat ik hier kwam werken. Je had hier toen misschien twee grote bedrijven in de streek."

Ook nu nog is het een van de referenties voor jobs. Dit jaar werd Janssen Pharmaceutica voor de tweede keer uitgeroepen tot aantrekkelijkste werkgever door Randstad. De redenen? De kansen die je er krijgt, de promotiemogelijkheden, het internationale karakter van het bedrijf, de nabijheid, de kans om te werken met de modernste apparatuur, klinkt het vrijwel unisono. En nog één extra aspect, voegt Anita Sas uit Vosselaar eraan toe. "Het is fijn dat je net als dokter Paul zoveel mensen kunt helpen."

Van de vorderingen van medicijnen, worden niet alleen wetenschappers op de hoogte gehouden, vult Anita's dochter, Mich De Prins, aan. Ze werkt sinds vijf jaar op het secretariaat van de afdeling kwaliteitsbewaking van de klinische studies. "Je wordt voortdurend op de hoogte gehouden van de vorderingen van een medicijn. Eerst heeft een product een R-nummer. Dan zie je dat er steeds meer projecten worden opgestart, steeds meer teams bij betrokken worden. Je ziet dat groeien. Zodra dat molecule een naam krijgt, weet je het: dit is een belangrijk product. (overtuigd) Zo dragen wij ook ons steentje bij. De patiënten komen altijd op de eerste plaats. Dat zei dokter Paul ook altijd."

Dokter Paul. Het komt er telkens haast automatisch uit. Ook al is de gerenommeerde en meermaals bekroonde stichter en topwetenschapper van het bedrijf al meer dan drie jaar overleden, om de zoveel zinnen lijkt een van zijn medewerkers zijn naam wel uit te spreken. Ook de twee huidige boegbeelden van de grootste Belgische farmaonderneming, Ajit Shetty en Paul Stoffels, hadden het deze week over de onzichtbare hand van dokter Paul.

Al hebben veel huidige werknemers hem niet echt meer rechtstreeks gekend. "Ik heb hem ooit één keer gezien, in de verte", zegt Mich. Haar moeder Anita wel. Het was het mooiste moment uit haar carrière, benadrukt ze. "Ik zal nooit vergeten dat ik een medaille kreeg uit de handen van dokter Paul. Omdat ik 25 jaar in dienst was. Ik ben blij dat ik dat toch nog heb mogen meemaken. Kort erna is hij overleden, maar het blijft zijn pillenfabriek, hé. Toen hij begon was er niets, hij heeft heel veel bereikt op korte tijd."

Of zijn blijvende aanwezigheid niet een beetje vreemd is nu er al zolang andere mensen aan het roer staan? "Helemaal niet", reageert Mich stellig. "Je wordt hier ook voortdurend aan dokter Paul herinnerd. In de cafetaria hangen foto's van dokter Paul. In interne mails staan vaak uitspraken van hem. Net als in de nieuwsbrief van het bedrijf en in de bedrijfsagenda's die wij krijgen. Die quotes van hem komen telkens terug."

Een beroemde onbekende lijkt hij niet voor Mich. Ze was er zelfs wat het hart van in toen Janssen in 2003 overleed. "Bij zijn begrafenis zat de cafetaria stampvol. Daar heerste een collectief gevoel dat we onze patron kwijt waren." En dan, trots. "Maar zijn werk wordt voortgezet. Hij was al jaren bezig met een product tegen aids. Nu die aidsremmer (Prezista, NC) op de markt is, hebben mensen er eindelijk iets aan." Ze werpt een blik op de communicatieassistente die het gesprek volgt. "Want de patiënten wachten, hé."

"Dat is nog een uitspraak uit de J&J-agenda", vervolgt ze. "Of: het is vijf voor twaalf. Geef toe, dat is toch motiverende taal?" "Het credo is nog altijd het belangrijkste", vult haar moeder enthousiast aan. "Dat zijn onze tien geboden, zeg maar. Toen ik begon, bestond dat nog niet. Johnson & Johnson heeft dat ingevoerd, maar ze zetten gewoon op papier wat wij al lang deden: ons uiterste best doen. Alleen werd het met dat credo zichtbaarder naar heel onze community."

Die Amerikaanse multinationaltouch werd in Beerse wel erg zichtbaar na 9/11. Hoewel het personeel nog steeds gezwind rondfietst op het groene terrein, is vrij rondwandelen er sinds die dag uitgesloten voor bezoekers. Zonder uitzondering. "Nee nee, tot aan het gebouw wandelen gaat niet. Het busje zal u brengen." Een busje om vijftig meter af te leggen, zo blijkt. "Veiligheidsmaatregelen sinds 9/11", verduidelijkt communicatieverantwoordelijke Stefan Gijsels. "Het is soms wat overdreven, ja."

"De tijd dat iedereen iedereen kende, dat je je hand maar hoefde op te steken naar de portier om binnen te rijden, is voorbij. Nu komen wij ook niet meer binnen zonder badge." Burgemeester Willemsens zegt het met spijt in zijn stem. Hij mist de kleinschaligheid van weleer. "Dokter Paul kwam elke week tot twee keer langs in het laboratorium, bij zowat iedereen. De persoonlijke contacten zijn afgenomen."

Tegelijk nam de bureaucratie toe. "Vroeger schreef je de resultaten van je onderzoek gewoon in je laboschrift. Nu moet het getekend worden, tegengetekend en gedateerd. Om het bedrijf te beschermen tegen patenten." Al is hij er ook realistisch in. "De omvang van de bedrijfsstructuur laat de situatie van vroeger niet meer toe. Er is ook veel verbeterd. Dankzij de moderne technologie kunnen we nu in een paar weken honderdduizenden stoffen testen waar we vroeger vier maanden voor nodig hadden."

En, sommige dingen veranderen nooit. "Een paar jaar geleden had het management een grote tent afgehuurd voor een groots evenement, typisch Amerikaans. Iedereen van het bedrijf was uitgenodigd. Toen we daar allemaal samen stonden, moesten we een stok zo ver en snel mogelijk doorgeven. Zoals bij een estafette, weet je wel. Om de teamspirit aan te wakkeren. Het was de eerste en de laatste keer dat ze zoiets hebben geprobeerd. Zoiets werkt hier niet", glimlacht Willemsens. "Het blijft hier nu eenmaal de Kempen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234