Maandag 25/01/2021

De keizer van de journalistiek

Politiek is geen makkelijk vak, maar onderzoeksjournalistiek ook niet. Dat vindt Hugo Lamon, advocaat en lector mediarecht aan de Xios-Hogeschool.

De media hadden uitgebreid aandacht voor het boek van twee VRT-journalisten over vicepremier Johan Vande Lanotte, door hen als de "keizer van Oostende" gekwalificeerd. De twee worden omschreven als "onderzoeksjournalisten", wat er in de praktijk op neerkomt dat zij van hun werkgever veel tijd krijgen om hun onderwerp uit te spitten en zij niet afhankelijk zijn van de grillen van de dagelijkse actualiteit. Voor vele media is het om bedrijfseconomische redenen niet meer mogelijk om een dergelijke aanpak te financieren. Journalisten die buiten de lijntjes van hot news willen kleuren kunnen al eens aankloppen bij het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek, maar worden veel vaker geconfronteerd met de harde realiteit dat daar geen geld en geen tijd voor is. De openbare omroep maakt daar wel ruimte voor (hierin gesteund door het mediadecreet) en dat kadert zeker in het algemeen belang dat de openbare omroep moet belichamen. Het valt dan ook te begrijpen dat de hoofdredactie van de VRT enigszins geprikkeld is omdat sommige journalisten ook buiten hun werk op de openbare omroep op onderzoek gaan. Die discussie lijkt echter eerder een kwestie van loyauteit ten aanzien van de werkgever en van goede onderlinge afspraken over welke nevenbaantjes al dan niet zijn toegelaten. Wie maandenlang aan een reportage mag werken moet misschien meer dan anderen dulden dat al dat gebroed in de eerste plaats aan de werkgever ten goede komt, zeker wanneer die dan nog hoofdzakelijk door de belastingbetaler wordt gefinancierd.

Schandpaal
De VRT-hoofdredacteur Luc Rademakers voerde daar echter nog een ander argument aan toe. Hij vond dat diepgravende onderzoeksjournalistiek "het best gedijt binnen de schoot van de VRT-nieuwsdienst" omdat daar de juiste checks and balances beschikbaar zijn. Het is wat vreemd dat dit pas wordt aangevoerd wanneer een toppoliticus onder vuur ligt. Dezelfde VRT-onderzoeksjournalist Wim Vanden Eynde schreef eerder een ander boek (De bloedkamer) over de werking van het Antwerps gerecht, wat bij vele rechtspractici de wenkbrauwen deed fronsen. De checks and balances leken ook daar ver weg, maar dat vond de VRT toen blijkbaar niet erg. Er kwam geen reactie en geen vermaning.

Wie door de onderzoeksjournalisten aan de publieke schandpaal wordt gezet zoekt meestal vluchtend een uitweg in de luwte. Zakenpartners, vrienden en familie zullen ook vaak de raad geven om de zaak niet verder op te rakelen, zelfs al kan de betrokkene aantonen dat de journalist er naast zat. Niet iedereen heeft de mentale kracht van toppolitici om onmiddellijk in de media te reageren en van mediastrategische spelletjes zijn beroep te maken. Die verkiezen vaak om niet het debat met de journalist aan te gaan. Wanneer zij ten tonele worden gevoerd in nog lopende rechtszaken verkiezen sommigen er dan voor om de rechtbanken de aantijgingen te laten beslechten. In een rechtsstaat zou een vrijspraak door een rechter belangrijker moeten zijn dan het instant vonnis van de journalist.

Het is verder nog maar zeer de vraag of de VRT het inzake onderzoeksjournalistiek altijd zoveel beter doet. Moeten we trouwens niet eens wat kritischer worden tegen die meest kritische vorm van journalistiek die de onderzoeksjournalistiek beweert te zijn? Onderzoeksjournalistiek wordt al te vaak in verband gebracht met de mogelijkheid om langdurig en diepgravend een onderwerp uit te diepen. De journalisten Woodward en Bernstein legden in de jaren 70 van de vorige eeuw zo het Watergate-schandaal bloot, wat uiteindelijk tot het aftreden leidde van de Amerikaanse president Nixon. De betrokken journalisten beten zich vast in faits divers die uiteindelijk uitgroeiden tot een staatszaak. Dat was niet het initiële opzet van de journalisten, maar wel het gevolg van hun onafhankelijk en diepgravend onderzoek, waarbij ze gaandeweg werden geholpen door hun anonieme bron deep troat.

Het oervoorbeeld van onderzoeksjournalistiek dreigt nu steeds meer te worden herleid tot een karikatuur. Het is niet omdat de journalist diep graaft en meer tijd krijgt dat hij daarom altijd blijk geeft van kritische zelfreflectie. Een journalist moet eerst in alle onafhankelijkheid de feiten onderzoeken. Hoe dieper hij wil graven, hoe gespecialiseerder die kennis moet zijn. Onderzoeksjournalisten kunnen dus niet wegkomen met insinuaties of geïnterpreteerde feiten (of halve waarheden). De feitengaring moet accuraat zijn, waarbij de journalist geen feiten mag verzwijgen omdat ze niet in zijn vooropgezet plan thuishoren en zijn spectaculaire "te bewijzen" thesis ondermijnen. Journalisten kunnen door feiten of gebeurtenissen te verzwijgen hun verhaal in een bepaalde richting duwen. Feiten neutraal weergeven is trouwens niet gemakkelijk. Afhankelijk van de context zijn feiten immers anders. Zo heeft belangenvermenging ook een specifieke juridische betekenis die meer is dan alleen maar perceptie. Die nuances aanbrengen behoort ook tot de taak van de journalist.

Van een onderzoeksjournalist wordt verwacht dat hij niet enkel datgene uitspit wat zijn eigen (vooronder)stelling staaft, maar ook dat hij pas een oordeel vormt nadat hij alles heeft onderzocht. Het lijkt er op dat journalisten steeds vaker hun eigen deep troat worden. Sommigen dromen er blijkbaar van om met hun onderzoeksjournalistiek machthebbers ten val te brengen, maar dat mag niet het eerste doel van journalistiek handelen zijn. Of de VRT betere checks and balances heeft om dit te vermijden is niet zeker. De vraag is eerder of er in de hyperconcurrentiële mediaomgeving nog wel voldoende ruimte is voor onderzoeksjournalistiek die niet alleen maar uit is op het onmiddellijk effect dat ze ongecontroleerd wil teweegbrengen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234