Zaterdag 05/12/2020

De keizer en de kip

'Wat love en war echt inseparable maken, is de honger na gedane zaken'

Napoleons laatste verovering: Martin BrilHet is dit jaar tweehonderd jaar geleden dat Napoleon Bonaparte zich tot keizer van de Fransen kroonde. Kort daarop lag Europa aan zijn voeten. Tien jaar later ging de kleine keizer bij Waterloo ten onder, en de rest van zijn leven sleet hij op Sint-Helena. Martin Bril had nooit iets met het verleden, tot hij toevallig een boek over Napoleon las. Hij werd getroffen door zijn grote aspiraties, daadkracht, eenzaamheid en militair vernuft en ging op zoek naar de sporen van Napoleon in het moderne Europa. Na één museum wilde hij er nog tien zien, na één slagveld wilde hij alle slagvelden bekijken, na tien boeken over Napoleon wilde hij alles over Napoleon lezen. Over zijn passie doet hij een jaar lang verslag.

Jaren geleden las ik The Passion van Jeanette Winterson. Dat is een lucide en elegante roman. De hoofdpersoon is werkzaam in de keukens van Napoleon. Zijn taak is het om de kippen die de keizer eet de nek om te draaien. Dat zijn er heel wat, want de keizer eet niets anders. Vooral het eerste deel van het boek vind ik mooi. Dat speelt zich af in Boulogne, aan het Kanaal, waar Napoleon in 1805 een reusachtig legerkamp liet inrichten om zijn troepen voor te bereiden op de invasie van Engeland. Maanden en maanden werd er geoefend, en uiteindelijk blies Napoleon de onderneming af. Af en toe kwam hij wel langs in Boulogne, vooral om kip te eten en in Jeanette Wintersons roman te figureren.

Zeer vermakelijk allemaal.

Over Napoleons culinaire voorkeuren is veel bekend, maar niet dat hij ongelooflijk veel van kip hield. Hij hield vooral van snelheid. Lang aan tafel zitten was hem een gruwel, zelfs toen hij op Sint-Helena zat en niets meer te doen had en best uren gezellig aan tafel had kunnen zitten. Maar hij hield er niet van, zoals hij ook niet van gezelligheid hield, maar wel weer van spelletjes - mits hij ze won. Toch is er een verband tussen de kip en Napoleon.

Daarvoor moeten we naar Italië.

Marengo is een gehucht in de buurt van Allesandria, een stoffige garnizoenstad waar het Italiaanse leger in de jaren zestig is vertrokken, niet ver van Milaan. Het gehucht bestaat (en bestond) uit een paar boerderijen, wat huizen en een stompe, bakstenen toren. De Po is een rivier die al eeuwen klei levert, wat verklaart waarom in Piedmonte en Lombardije zoveel huizen en gebouwen uit bakstenen zijn opgetrokken. Maar dat terzijde.

Het gehucht ligt in een bocht van een heel drukke weg die rechtstreeks Allesandria invoert, zo'n weg met veel benzinestations erlangs en treurige woningen met veel kinderspeelgoed op het erf, en hier en daar een autowrak. Ook ligt er een enorme suikerfabriek aan de weg, al jaren gesloten en overgeleverd aan de natuur. Overwoekerd dus, en voorzien van honderden ingewaaide of kapotgegooide ramen.

Marengo.

Er is hard om gevochten, op een warme dag in juni 1800, toen het landschap er weelderig en ondoordringbaar bij lag: hoogopgeschoten wijngaarden, greppels, beken, heuveltjes, struikgewassen. Aanvankelijk zag het ernaar uit dat Napoleon de strijd zou verliezen. Een deel van zijn leger had hij onder aanvoering van zijn vriend generaal Desaix in zuidelijke richting gestuurd, maar toen ze uiteindelijk Marengo op moesten geven en zich terugtrokken naar San Guiliano, een boerderij enkele kilometers ten westen, verzuimden de Oostenrijkers het af te maken en keerden Desaix en zijn troepen precies op tijd terug om een spectaculaire tegenaanval uit te voeren en de vijand te verslaan. Desaix, de goede vriend, kwam daarbij om het leven.

Daarna was het tijd om te eten. Omdat het zo'n mooie zomerdag was geweest, was het vechten tot laat in de avond doorgegaan. Iedereen verging van de honger. Napoleons kok stuurde er een paar soldaten op uit om zo snel mogelijk wat eetbaars te organiseren, wat niet moeilijk was in dit vruchtbare land. Ze kwamen terug met een kip, enkele uien, olijfolie, tijm en knoflook. Daaruit ontstond 'Poule à la Marengo', een beroemd gerecht dat ik nog nooit ergens op de kaart heb zien staan, maar datzelfde geldt voor 'Tong Picasso' - hoewel, dat heb ik wel eens gegeten in een ver verleden: tong met stukjes fruit van Delmonte, uit een blik.

Terug naar Marengo, het gehucht met de bakstenen toren. Veel van de gevechten speelden zich af rond een beek die daar vlakbij door het land loopt, de Fontanove. Dat is een mooie naam voor een beek, en ze loopt er nog steeds, al is het landschap al jaren zo weelderig niet meer als destijds. Nu worden er vooral suikerbieten en aardappelen verbouwd.

In gezelschap van Giulio Massobrio bezocht ik onlangs deze beek. Massobrio is niet zomaar iemand, hij zit in de directie van het Centro Europeo di Studi e Ricerche sul Periodo Napoleonico, in de redactie van het vakblad The Napoleontic Review en in de leiding van de VVV van Allesandria. Alles wat je zou willen weten over Marengo weet hij. En zo liepen we door de nederzetting, een blaffende hond achter ons aan, recht op een donkerblauwe BMW af die aan het einde van een stoffig weggetje met de neus in de bosschages stond, precies daar waar Massobrio mij de Fontanove wilde laten zien. In de verte lag op een heuvel Castel Ceriolo, het kasteel dat op bijna alle schilderijen van de veldslag te zien is.

Terwijl we steeds dichter bij de BMW kwamen, vertelde Massobrio over de troepen van Lannes en Victor die hier gelegen hadden, over cavaleriecharges van de Oostenrijkers onder leiding van generaal Ott, over de vreselijke verliezen die de Fransen leden terwijl Napoleon 10 kilometer verderop in zijn hoofdkwartier zat, vastbesloten dat er niets aan de hand was, nou ja, een schermutseling waarbij ze wel erg veel schoten. Mijn aandacht werd intussen steeds meer getrokken door de BMW, die op het eerste gezicht leeg leek, tót ik ineens een blond hoofd even boven de hoedenplank zag en begreep dat de zwarte vlek daar vlak naast niet een hoofdsteun was, maar het achterhoofd van een jongeman die lui onderuitgezakt lag en zich eens lekker liet pijpen.

Door wie?

Kijk, dat heb ik dan weer, dacht ik erachteraan: ver van huis met een deskundige aan mijn zij, geen slecht weer bovendien (de zon scheen boven Marengo), maar er hoeft maar iets te gebeuren of ik ben afgeleid. Ook mijnheer Massobrio zag nu wat er aan de hand was, en we hielden wat lacherig halt. "Love and war are inseparable", zei hij met een aangrijpend accent. Ik beaamde dat, gemakshalve. De actie in de BMW ging onverminderd door. Een man die zijn illegale geliefde even mee heeft genomen voor een ritje, ze komen hier wel vaker. Hij heeft een baan, zij is huisvrouw en getrouwd, maar niet met hem. Het zou ook anders in elkaar kunnen zitten. Maar wat love en war echt inseparable maken, is natuurlijk de honger na gedane zaken. Dat bracht mij terug bij de kip, Marengo, Jeannette Wintersons The Passion, behalve het verhaal van een kippennekkenwringer ook een hartstochtelijke liefdesgeschiedenis, en Napoleon, de man in wiens voetsporen ik hier stond, oog in oog met een zacht kreunende BMW.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234