Zondag 20/10/2019

De keerzijde van de Afrikaanse renaissance

Zwarte topmanagers blijven in Zuid-Afrika witte raven

Johannesburg

IPS

De Afrikaanse renaissance, een van de politieke stokpaardjes van de Zuid-Afrikaanse president, Thabo Mbeki, heeft een donkere economische keerzijde. Zuid-Afrikaanse ondernemers die elders in het continent investeren, lappen al te vaak de sociale rechten van hun personeel aan hun laars en discrimineren zwarte werknemers. Dat zegt Dalene Miller, een onderzoekster aan de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg.

Sinds de ineenstorting van de apartheid in 1994 hebben Zuid-Afrikaanse bedrijven miljarden rand geïnvesteerd in mijnprojecten, kleinhandel en de constructiesector in de rest van Afrika. Hun drijfveer is vanzelfsprekend winst te maken, maar hun expansiedrang wordt mee ingeschreven in de politieke filosofie van de Afrikaanse renaissance, zegt Miller. "In de postapartheid hebben Zuid-Afrikaanse ondernemers hun Afrikaanse wortels herontdekt. Deze overwegend blanke bedrijfsleiders en projectfinanciers hebben de mond vol van Afrikaanse eigenheid en ubuntu (verwantschap)", schrijft de academica in de jongste editie van het South African Labour Bulletin. Maar uit onderzoek dat Miller verrichtte bij dochterbedrijven in Mozambique en vijf andere landen in zuidelijk Afrika blijkt dat op de werkvloer van deze mooie broederschapprincipes weinig terechtkomt.

Miller vulde haar eigen onderzoeksresultaten aan met de meningen van negen vakbondssecretarissen uit de zes landen. Uit die gesprekken blijkt dat twee mistoestanden zeer verbreid zijn in de buitenlandse filialen van Zuid-Afrikaanse bedrijven. Ten eerste exporteren zij het discriminerende personeelsbeleid dat ze in eigen land blijven voeren in de postapartheid.

Ten tweede passen zij in hun filialen in de buurlanden lagere sociale standaarden toe dan in eigen land en dwingen werknemers er in flexibeler contracten.

De topfuncties in de buitenlandse dochterbedrijven worden steevast ingevuld door "blanke, mannelijke Zuid-Afrikaanse managers". Een praktijk die wordt verdedigd met het argument dat het vaak om bijzonder risicovolle investeringen gaat, met een grote kapitaalinleg. Vandaar dat bedrijven hun beste eigen medewerkers ter plaatse sturen, liever dan voor de topfuncties lokale krachten te rekruteren. Volgens Miller laden de bedrijfsleiders zo echter de verdenking op zich dat zij een "raciale werkhiërarchie" exporteren.

Zes jaar na de afschaffing van de apartheid blijven zwarte topmanagers in Zuid-Afrika witte raven. De ongeschreven regel luidt dat de topfuncties in blanke handen blijven en dat zwarten, in het beste geval, mee de middenkaders invullen. Eenzelfde rekruteringsbeleid wordt toegepast door Zuid-Afrikaanse werkgevers in Zimbabwe, Botswana, Zambia en Namibië, schrijft Miller. Uit de mond van Alec Chirwa, de secretaris-generaal van het Zambian Congress of Trade Unions, noteerde de onderzoekster het volgende citaat: "Zambia is sinds lang onafhankelijk. Wij zijn niet bang voor blanken. Maar zij (de Zuid-Afrikaanse ondernemers, nvdr.) behandelen ons zoals ze Zuid-Afrikaanse zwarten behandelen. Ze misbruiken ons."

Zuid-Afrikaanse werkgevers elders in Afrika beperken door de bank genomen de omvang van hun vast personeelsbestand en doen voor de rest een beroep op nauwelijks gereglementeerde uitzendarbeid, stelt Miller vast. Tijdelijke werknemers hebben zelden een arbeidscontract, geen of een slechte ziekteverzekering en lage lonen. En dat schijnt ironisch genoeg net een van de redenen te zijn waarom de Zuid-Afrikaanse bedrijfswereld zo enthousiast is over de Afrikaanse renaissance, schrijft Miller.

Miller maakte een casestudy van een plaatselijke afdeling in Maputo van de Zuid-Afrikaanse Shoprite-winkelketen. De vakbonden waren er tijdens Millers bezoek net bezig met een collecte om hun leiders op studiereis naar Zuid-Afrika te kunnen sturen. "Als wij betere werkomstandigheden eisen, zegt het management altijd: 'In Zuid-Afrika doen we dat zo en niet anders.' We willen met onze eigen ogen zien of dat waar is", verklaarde een militant aan de onderzoekster. Er bestaat geen enkele twijfel over dat de werkomstandigheden bij Shoprite in Zuid-Afrika beter zijn, merkt Miller op.

Ook stelt ze vast dat de werknemers van de nieuwe Shoprite in Maputo naar Zuid-Afrikaanse normen dan wel slecht af zijn, maar in hun eigen land in zekere zin een elite vormen. Zuid-Afrikaanse investeerders blazen in deze landen nieuw leven in een maatschappelijke sector die zo goed als uitgestorven leek: stedelijke loonarbeiders met een vaste baan in de formele economie. Op deze maatschappelijke sector zullen zich in de nabije toekomst wellicht slagkrachtige lokale syndicaten enten.

Zuid-Afrikaanse bedrijven exporteren het discriminerende personeelsbeleid dat ze in eigen land blijven voeren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234