Maandag 17/06/2019

Gezondheid

‘De kans dat je in België kanker krijgt, is groter dan elders. Maar er is geen beter land om kankerpatiënt te zijn’

Beeld Hollandse Hoogte / Roger Dohmen Fotografie

De Rode Duivels mogen dan wel de FIFA-ranking aanvoeren, meestal komt België er bekaaid van af in vergelijkende internationale onderzoeken. Eén enkele keer schieten we de hoofdvogel af (witloofproductie!), vaak hinken we ver achterop (files!), maar meestal belanden we in de buik van het peloton. Hoe is het mogelijk dat België pas op de 28ste plaats staat in de lijst van gezonde landen?

The Healthy Nations-studie van Bloomberg rangschikt 169 landen van gezond naar ongezond. Spanje prijkt bovenaan, terwijl onderaan vooral landen uit zwart Afrika bengelen. België staat op de 28ste plaats. We legden de lijst voor aan professor Sara Willems van de vakgroep huisartsgeneeskunde van de UGent, professor gezondheidseconomie Lieven Annemans (UGent) en dokter Wouter Arrazola de Oñate, hoofd van de Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding (VRGT).

Valt u achterover van die 28ste plaats?

Willems: “Sommige landen staan niet waar je ze verwacht. Slovenië scoort bijvoorbeeld beter dan België, en Tsjechië doet het even goed als wij. De eerste plaats voor Spanje heeft me ook verrast.”

Annemans: “Ik denk dat genetica een grote rol speelt. Dat Japanners gemiddeld veel ouder worden dan wij, heeft ook met hun DNA te maken.”

Er liggen 1.000 kilometer tussen België en Spanje: is ons DNA dan zo verschillend?

Willems: “Natuurlijk, Spanjaarden zijn een ander volk, ook genetisch.”

Annemans: “Wij, Belgen, zijn een mengeling. Bij mij stroomt misschien ook Spaans bloed door de aderen – al kun je dat, anders dan bij Wouter, niet afleiden uit mijn familienaam. (lacht)

Arrazola: “Ik kan me wel iets voorstellen bij die eerste plaats voor Spanje. Hun voedingspatroon is véél gezonder, en de luchtkwaliteit is er een stuk beter. Spanje is groter dan België en de industrie zit geconcentreerd in enkele steden, daardoor is de impact op de bevolking kleiner.”

Annemans: “De Bloomberg-studie vertrekt van de levensverwachting, en die zal in 2040 nergens hoger liggen dan in Spanje: mensen zullen er dan gemiddeld 86 jaar worden. Vervolgens hebben de onderzoekers strafpunten afgetrokken voor allerlei factoren zoals obesitas, kanker, tabaks- en alcoholgebruik, enzovoort. Op dat vlak doet België het niet goed.”

Willems: “In 2040 zal de levensverwachting in België ongeveer 83 jaar zijn, drie jaar minder dan Spanje. We zitten wel rond het Europese gemiddelde, maar dat is niet goed genoeg, want ook Roemenië en Bulgarije zitten daartussen. We moeten hoger mikken.

“We doen het op veel vlakken niet goed, en qua alcoholgebruik zitten we zelfs bij de slechtste leerlingen van de klas. We verliezen redelijk wat levensjaren door bepaalde kankers en zowel bij mannen als vrouwen weegt zelfdoding zwaar op de levensverwachting. We scoren trouwens sowieso heel slecht voor psychologische problemen in het algemeen.”

Uit onderzoek blijkt wel dat we ons gezonder voelen dan de gemiddelde Europeaan.

Arrazola: “Dat hoeft geen tegenstelling te zijn. Het is mogelijk dat je bij ons meer jaren in goede gezondheid leeft, vóór je begint te sukkelen.”

Annemans: “Toch niet, want ook op dat vlak scoren we niet goed. Ik denk dat onze perceptie wordt beïnvloed door de hoge kwaliteit van de zorg die we krijgen als we ziek zijn.”

Interessante vaststelling: je hoeft niet in een rijk land te leven om oud te worden. Zowel Spanje als Italië kennen hoge werkloosheidscijfers.

Arrazola: “Rijkdom op zich zegt niet zo veel, je moet naar de ongelijkheid kijken. Een land kan rijk zijn, maar als de rijkdom ongelijk verdeeld is, zie je dat aan een slechtere volksgezondheid.”

Willems: “Daarom scoren de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zo laag: het zijn rijke landen, maar de rijkdom is er slecht verdeeld. Het effect van ongelijkheid op de gezondheid is goed onderzocht door Richard Wilkinson en Kate Pickett. Zij zagen dat de bevolking gezonder wordt naarmate het bnp stijgt, maar slechts tot op een bepaald niveau. Als een land nog rijker wordt, worden mensen niet nóg gezonder. Ze vonden wel een sterker verband tussen inkomensongelijkheid en gezondheid. Hoe ongelijker een samenleving, hoe slechter dat is voor de gemiddelde gezondheid en voor de gemiddelde levenskwaliteit. Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk zijn bijvoorbeeld even rijk, maar de Noren zijn een pak gezonder omdat de rijkdom er beter verdeeld is.”

Annemans: “De verklaring is meervoudig: door de inkomensongelijkheid is de zorg niet voor iedereen even toegankelijk. De minstbedeelden stellen die zorg ook uit en ze leven ongezonder, vaak uit onwetendheid. Bij grotere ongelijkheid zie je ook meer geweld in de samenleving, minder vertrouwen, meer geestelijke problemen…”

Arrazola: “Waar de rijkdom beter is verdeeld, is het ook veiliger en voelen de mensen zich gelukkiger. Een betere herverdeling is voor iedereen goed, ook voor de superrijken die wat meer moeten bijdragen.”

België doet het toch goed op dat vlak?

Arrazola: “We zijn een land dat goed herverdeelt, maar de ongelijkheid is groter dan de officiële cijfers tonen, want we hebben geen vermogenskadaster. We weten niet hoe rijk Albert Frère echt was. Bovendien zijn de Belgische superrijken al sinds de regeerperiode van Leopold II de ingenieurs van de belastingontwijking. Het gaat over een paar duizend mensen, maar als die hun fortuinen samenleggen, is het een grote pot geld.”

Willems: “Er zijn grote verschillen tussen de hoge en de lage sociale klassen. Dat komt bijvoorbeeld sterk tot uiting in het tabaksgebruik.”

Annemans: “Een minder grote sociaal-economische ongelijkheid is cruciaal. Maar we investeren ook al jaren veel te weinig in gezondheidspromotie en ziektepreventie: dat is een fractie van wat we uitgeven aan het genezen van zieke mensen. Een Nederlands onderzoek zette België in 2013 op een negentiende plaats. Alleen Griekenland en Oost-Europa doen het slechter.”

De onderzoekers van Bloomberg schuiven het mediterraanse dieet naar voren als dé verklaring voor de blakende gezondheid van de Spanjaarden en de Italianen.

Annemans: “Voedingsonderzoek is heel moeilijk, omdat de resultaten altijd beïnvloed worden door andere factoren, zoals roken en lichaamsbeweging. En het is ook moeilijk om te spreken over hét mediterraanse dieet, maar de grote lijnen zijn duidelijk: de nadruk ligt op onverzadigde vetten. Spanjaarden en Italianen gebruiken olijfolie en eten op weekbasis gemiddeld maximaal 20 procent dierlijke vetten. Daarvan zijn de heilzame effecten duidelijk bewezen.”

Arrazola: “Ze eten veel vis, terwijl wij veel meer rood vlees eten. En charcuterie is nog slechter, maar dat mag je niet zeggen van de vleeslobby. Bewerkt voedsel is slecht voor de gezondheid, en bovendien neemt het de plaats in van gezonde voeding, waardoor je veel voedingsstoffen tekortkomt. Rond de Middellandse Zee eten mensen ook veel meer verse producten, en veel groenten en fruit.”

De Wereldgezondheidsorganisatie raadt ons aan om elke dag 400 gram groenten en fruit te eten. Slechts 14 procent van de Belgen slaagt daarin.

Willems: “Dat is heel weinig. Ik kom wel aan die 400 gram.”

Annemans: “Ik ook.”

Arrazola: “Ik… (aarzelt) Ook. Denk ik. (lachje)

Willems: “Wij behoren tot de hogere sociale groepen, wij kopen biologisch geteelde groenten in de Bio-Planet. Ook qua voedingsgewoonten gaapt er een grote kloof tussen hoger en lager opgeleiden.”

Weet niet iedereen al wat gezond is en wat niet?

Annemans: “Bijna iedereen. Ongeveer. Maar weinig mensen slagen erin om die kennis om te zetten in een gezond voedingspatroon, en dat geldt zeker voor wie het moeilijker heeft. Wij hebben aan de Universiteit Gent een masteropleiding gezondheidsbevordering: hoe kunnen we mensen tot een beter gedrag bewegen? Dat zo’n universitaire opleiding bestaat, toont hoe moeilijk het is. Bovendien is het niet alleen een opdracht voor de klassieke gezondheidszorg: ook scholen moeten ingeschakeld worden, net als de bedrijven en de lokale besturen.”

Willems: “Nu lanceren we grote campagnes voor de hele bevolking, maar je moet veel gerichter werken. Neem bijvoorbeeld de screenings voor borstkanker en baarmoederhalskanker. Hoogopgeleide vrouwen reageren zeer goed op de uitnodiging om zich te laten screenen, als ze al niet uit eigen beweging naar de dokter stappen, terwijl vrouwen uit de lagere sociale klassen het vaak laten afweten. Ze weten wel dat ze moeten gaan, maar ze vinden geen kinderopvang, bijvoorbeeld: een uitstrijkje laat je niet nemen met drie jonge kinderen naast je. Misschien zijn ze het slachtoffer van seksueel geweld geweest en huiveren ze bij de gedachte aan een bezoek aan de gynaecoloog. En de borstkankerscreening is gratis, maar die voor baarmoederhalskanker niet: dat is ook een barrière. Daarom zijn specifieke campagnes voor kwetsbare groepen nodig.”

Arrazola: “Wij werken met de Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding (VRGT) ook rond tuberculose, de ziekte die het sterkst gelinkt is aan armoede en sociale uitsluiting. Tbc komt vaker voor in erg kwetsbare gemeenschappen, die we sowieso al moeilijker bereiken met klassieke campagnes. Daarom werken we in een pilootproject met gezondheidspromotoren uit de gemeenschap zelf, mensen die een zeker aanzien genieten binnen de eigen gemeenschap, die we opleiden om gezondheidsvoorlichting te geven in de eigen taal en cultuur. Dat is efficiënter, maar kost wat meer geld. Maar zoals Lieven al zei, het budget voor preventie is compleet ontoereikend. Dat moet dringend minstens worden verdubbeld in de volgende legislatuur. Het is de beste investering die een overheid kan doen: van elke euro die wordt geïnvesteerd in preventie, krijgt de schatkist op middellange termijn 4 euro terug.”

Concreter: hoe por je de kwetsbare groepen richting verse groenten en wit vlees?

Annemans: “Via de school, onder meer. Zo bereik je alle kinderen. Leerlingen die keer op keer een ongezonde lunch meebrengen, moet je begeleiden. Op de juiste toon: niet paternalistisch, maar ook niet te soft.”

Willems: “In Finland krijgen kinderen een gezonde en evenwichtige maaltijd op school. Hier heb je nog scholen waar tijdens de pauzes gesubsidieerde chocolademelk en fruitsap wordt uitgedeeld en waar nog cola-automaten staan.”

Arrazola: “Die automaten moeten de deur uit: kraantjeswater volstaat. Ik vind, net als de Wereldgezondheidsorganisatie, dat de overheid reclame voor ongezonde voeding aan banden moet leggen. Het kan niet dat fastfoodketens adverteren in de buurt van scholen en dat koekjesfabrikanten op televisie reclame mogen maken tussen twee kinderprogramma’s door. Adverteerders richten zich specifiek op de kinderen, want die wegen op de aankoop van voeding in het gezin.

“Als onze overheid de scholen nog altijd niet heeft verboden om ongezonde voeding aan te bieden, heeft dat te maken met de lobby van de industrie. Frisdrank- en vleesproducenten oefenen achter de schermen veel druk uit.”

Annemans: “Sommige scholen zijn pioniers, maar helaas redeneren veel andere scholen: ‘Wij verdienen goed geld met de cola-automaat.’ Ik vind dat ze te veel vrijheid krijgen.

“Het is belangrijk dat de ouders er ook bij betrokken worden. Studies tonen aan dat het effect beperkt is als dat niet gebeurt. Als de school inzet op gezonde voeding, bestaat het risico dat ouders hun kinderen op allerlei zoetigheden trakteren, als compensatie: ‘Wat doet die rare school toch?’”

Willems: “En als je de kinderen bewust maakt, kun je ook de ouders gezonder doen eten.”

Lieven Annemans (links): ‘De rookvrije samenleving is niet meer zo veraf. In Australië staat er al een termijn op: 2035.’ Beeld Wouter van Vaerenbergh

De cola-automaten zijn wel degelijk een probleem. 90 procent van de Belgen is tuk op suikerhoudende dranken, ook al zijn ze te mijden.

Annemans: “Er bestaat een heel mooie grafiek die toont hoe de consumptie van suiker toeneemt naarmate de welvaart in een land stijgt. België zit bóven die stijgende lijn: we consumeren meer suiker dan vergelijkbare welvarende landen.”

Waarom?

Annemans: “Dat weten we niet. Misschien zijn we gevoeliger voor Amerikaanse invloeden?”

Willems: “En we leven sowieso bourgondischer.”

Annemans: “Je kunt wel één en ander aanmerken op de kwaliteit van het kraanwater. In Spanje drinkt men volgens mij hoofdzakelijk bronwater, en weinig of geen kraanwater.”

U zei daarnet dat we te veel vlees eten. Toch daalt de vleesconsumptie nergens in Europa zo snel als bij ons, met dank aan de campagne Dagen Zonder Vlees.

Arrazola: “Het is niet omdat het verbruik daalt, dat het goed zit. We eten nog altijd veel te veel rood en bewerkt vlees.”

Annemans: “Op lange termijn is er wel beterschap merkbaar. Het bewustzijn evolueert, ook op het vlak van dierenwelzijn.”

Willems: “Maar met een actie als Dagen Zonder Vlees bereik je opnieuw vooral hoogopgeleiden.”

22 procent van de Belgen is obees. Dat is iets beter dan het Europese gemiddelde van 23 procent.

Annemans: “Beter? Nu klink je als sommige politici: ‘We zitten op het gemiddelde, prima!’ Natuurlijk is het niet goed: veel Europese landen doen het veel beter. Een land als België moet de ambitie hebben om tot de top te behoren.”

Arrazola: “De helft van alle Belgen heeft overgewicht. Als je dertig, veertig jaar rondloopt met die overtollige kilo’s, loeren diabetes en een hoge bloeddruk om de hoek.”

Annemans: “Ik verwijs nog eens naar Finland: daar waren hartziekten twintig jaar geleden een groot probleem. De overheid heeft drastische maatregelen genomen en strenge afspraken gemaakt met scholen en werkgevers. Twintig jaar later zit het land in bijna alle statistieken in de kopgroep.”

Willems: “De groep die het wat betreft obesitas het slechtst doet in ons land, zijn de Waalse mannen. Er gaapt een grote kloof tussen Wallonië en Brussel enerzijds, en Vlaanderen anderzijds. Dat heeft ermee te maken dat Vlaanderen welvarender is.”

Nog meer slecht nieuws: slechts één derde van de Belgen sport voldoende. Toch vreemd voor een land van voetbalclubs en wielertoeristen?

Annemans: “Niet iedereen heeft de kans om aan sport te doen.”

Willems: “Er loopt nu een mooi project: Bewegen op Verwijzing – op doktersvoorschrift, zeg maar. Dat zijn vaak kleine, toegankelijke initiatieven. Sommige steden bieden hun inwoners een cursus Start to Run aan, maar zelfs dat is soms te hoog gegrepen. De KAA Gent Foundation organiseert in de achtergestelde wijk Nieuw Gent laagdrempelige sport voor jongeren: ze trappen een balletje op een plein onder begeleiding van coaches, die tegelijk vertrouwensfiguren zijn. Dat zijn erg efficiënte projecten, want via die weg kun je mensen bijvoorbeeld ook van de sigaret afhelpen.”

Stoppen met roken is veruit de beste beslissing die mensen kunnen nemen voor hun gezondheid.

Arrazola: “Over tabak valt niets goeds te zeggen, het is een vreselijk toxisch product. Eén op de vijf Belgen rookt, en dat cijfer daalt al enkele jaren niet meer. In de lagere sociaal-economische groepen rookt bijna 30 procent: dat is heel slecht, want de gevolgen zijn desastreus: rokers overlijden vooral aan hart- en vaatziekten, en niet zozeer aan longkanker – dat is een hardnekkig misverstand. Tabak is het enige legale commerciële product waarvan je doodgaat als je het gebruikt waarvoor het bedoeld is.”

Annemans: “Een gemiddelde roker leeft zeven tot acht jaar minder lang. Rokers worden ook veel sneller ziek, doordat ze aan chronische longziekten lijden.”

Arrazola: “De vernauwing van de bloedvaten veroorzaakt ook diabetes, nierproblemen en oogziekten. Ons rookgedrag is zeker een verklaring voor onze 28ste plaats op de lijst van gezonde landen. Dat is erg, want we weten perfect hoe we het beter kunnen doen.”

Sigaretten en roltabak zijn vanaf 1 januari 2020 alleen nog maar in neutrale pakjes te koop.

Arrazola: “Een heel goede beslissing, en volledig wetenschappelijk onderbouwd, maar wij hebben er wel tien jaar om moeten zeuren. Ondertussen zijn zo veel mensen ziek geworden en hebben fabrikanten miljarden verdiend.”

Annemans: “Ik ben ervan overtuigd dat de rookvrije samenleving niet meer zo veraf is. In Australië heeft men zelfs een termijn bepaald: in 2035 moet het daar zover zijn. De Australische overheid werkt ernaartoe met duidelijke doelstellingen en maatregelen. Ik mis meer ambitie in het Belgische beleid. Vaak hebben we wel doelstellingen, maar is er geen budget om ze te halen.”

Arrazola: “De versplintering van bevoegdheden is ook een hinderpaal. Accijnsverhogingen zijn een heel goed middel in de strijd tegen tabak. Dus alstublieft, federale regering: maak sigaretten een pak duurder. Wij zijn nog altijd een van de goedkoopste landen.”

Annemans: “De accijnzen zijn hier geleidelijk gestegen, waardoor het aantal rokers traag daalt. Bij elke prijsverhoging zijn de inkomsten voor de overheid niet gezakt – ik weet niet of ze het bewust zo aanpakken. Maar alleen als je de accijnzen sterk verhoogt, zoals in Ierland, krijg je een schokeffect en daalt het aantal rokers spectaculair. Ik vraag me wel af of je dan niet vooral de kwetsbaarste groep straft. Misschien moet je het omkeren. In Schotland beloont de overheid zwangere vrouwen die stoppen met roken: ze krijgen cheques waarmee ze gezonde voeding kunnen kopen.”

Willems: “Het is een moeilijke kwestie. Wij gaan er nog te veel van uit dat stoppen met roken een rationele beslissing is, terwijl roken voor veel mensen de enige manier is om met stress en druk om te gaan.”

Annemans: “Financiële moeilijkheden, een lager opleidingsniveau, stigmatisering: dat zorgt er allemaal voor dat je sneller je heil zoekt in genotmiddelen. Veel mensen zeggen dan vanuit een soort ongepast moreel superioriteitsgevoel: ‘Daar hebben ze dan wel geld voor!’ Dat is fout, het is wel degelijk een verhaal van kansen.”

Arrazola: “Maar ik ben het er niet mee eens dat je die groep niet kunt helpen om te stoppen met roken. Wij hadden in Limburg een project waarbij we daklozen begeleidden. Ministers zeiden altijd: ‘Dat lukt toch nooit.’ Wij hebben bewezen dat het wél kan.”

Ook ongezond: één op de vijf Vlamingen woont op een plek waar de lucht vervuild is.

Arrazola: “We zijn niet de zwakste leerling van de klas – Rotterdam, delen van Polen en de Povlakte in Italië scoren minstens even slecht. Er is een lichte verbetering merkbaar bij ons, maar we hadden veel verder moeten staan. Het welvaartsverlies door luchtvervuiling wordt hier geschat op 17 miljard euro per jaar.”

Annemans: “De discussies over milieu en gezondheid monden vaak uit in een dovemansgesprek: ‘We gaan de economie toch niet ondermijnen?’ Het milieu komt voor politici altijd op de tweede plaats, terwijl je daar ook een batenanalyse kunt maken: luchtvervuiling heeft een economische kostprijs. Ze veroorzaakt astma, longziekten, chronische infecties en hart- en vaatziekten. Dat kost het RIZIV grote sommen geld. Bovendien zijn zieke mensen minder productief, en kunnen ze voortijdig sterven.

“Een typisch voorbeeld is de uitbreiding van de luchthaven van Zaventem. Men komt dan aanzetten met cijfers: ‘Zo veel jobs erbij!’ Maar veel jobs zullen binnenkort worden uitgevoerd door robots, en als je de impact op het milieu erbij neemt, is de economische winst mogelijk nul. Wij hebben onderzoek gedaan naar geluidsoverlast: de economische baten van de nachtvluchten worden compleet tenietgedaan door de gezondheidsschade, door slaaptekort en depressies. En dan tel ik de luchtverontreiniging er nog niet bij.”

Willems: “We onderzoeken bij grote infrastructuurwerken onvoldoende de effecten op de volksgezondheid, zeker bij de kwetsbaarste groepen. Dat is belangrijk, want arme mensen lopen meer schade op door fijnstof dan wij.”

Nog een boosdoener: alcohol. De Belg consumeert gemiddeld 12,6 liter pure alcohol per jaar, of duizend pinten bier.

Willems: “We zitten daarmee in de top drie van Europa. We scoren vooral slecht omdat we grote hoeveelheden consumeren – meer dan zes eenheden per keer. Het is een gewoonte.”

'Wouter Arrazola (rechts): ‘De helft van de Belgen heeft overgewicht.’ Sara Willems: ‘En de Waalse mannen scoren het slechtst.’ Beeld wouter van vaerenbergh

Annemans: “Roken is ongezond vanaf de eerste sigaret, bij alcohol is het verhaal genuanceerder. Uit ons geluksonderzoek is gebleken dat mensen die minstens één keer per maand drinken, gemiddeld gelukkiger zijn en betere sociale relaties hebben dan niet-drinkers. Bij mensen die dagelijks drinken, verdwijnt dat effect: zij hebben juist meer problemen. Alcohol heeft een sociale functie wanneer je met mate consumeert – het Instituut Gezond Leven raadt niet meer dan veertien consumpties per week aan, met tussendoor twee of drie alcoholvrije dagen. Maar als mensen afglijden naar dagelijks en problematisch gebruik, wordt de kans op een verslaving heel groot. Alcoholisme is een van de verschrikkelijkste ziekten, zowel voor jezelf als je omgeving.”

In het Amerikaanse stadje Roseto kwamen in de jaren 60 bijna geen hartaanvallen voor. Er woonden vooral Italiaanse migranten die dikke sigaren rookten, liters rode wijn dronken en veel vlees aten. De verklaring: Roseto was een hechte gemeenschap, waar mensen zorg droegen voor elkaar.

Annemans: “Gelukkige mensen leven acht jaar langer dan mensen die niet gelukkig zijn. Het klopt dat goede sociale relaties en goede vriendschappen de tevredenheid en levensverwachting bevorderen. De wisselwerking tussen lichaam en geest is jarenlang onderschat, maar studies tonen dat de twee elkaar beïnvloeden. Als je veel beweegt, bevordert dat je gemoedstoestand. En een blij gemoed heeft een positieve invloed op je lichaamsfuncties, zoals je immuniteit. Aan de Universiteit Gent krijgen patiënten met psoriasis, een auto-immuunziekte die onder meer huidproblemen veroorzaakt, ook therapie om met stress om te gaan. Het verhoogt de slaagkansen van de behandeling gevoelig.”

Willems: “Wij hebben onderzoek gedaan naar de invloed van sociale netwerken: kun je de negatieve relatie tussen armoede en gezondheid verzachten door het sociale kapitaal te versterken? Het antwoord is niet eenduidig ja. Soms is de invloed zelfs negatief. Het was een tijdlang hip om straatbarbecues te organiseren. Als die plaatsvonden in achtergestelde buurten, rookten de bewoners méér omdat ze elkaar zagen roken. Als je die in het Gentse Miljoenenkwartier organiseert, waar bij wijze van spreken alleen maar veganisten wonen, speelt dat effect veel minder. (lacht)

Psychische problemen zijn een groot probleem in België. Het aantal gevallen van zelfdoding ligt veel hoger dan in de omliggende landen. Weten we al waarom?

Annemans: “Als je ons land vergelijkt met Nederland, dat veel betere statistieken kan voorleggen, is het duidelijk dat wij veel moeilijker over onze problemen praten. En als we iemand zien die problemen heeft, zijn we niet snel geneigd om hem of haar erover aan te spreken.”

Arrazola: “Een bijkomend probleem is de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg. De wachtlijsten zijn lang en een bezoek aan de psycholoog kost 60 euro: wie kan dat elke week ophoesten?”

Annemans: “Ook op dat vlak is er ruimte voor gezondheidspromotie. David Van Reybrouck heeft er een fantastisch boek over geschreven, Vrede kun je leren. Scholen moeten inzetten op vredevol communiceren, je moet kinderen aanleren dat ze een ander niet mogen aandoen wat ze zelf niet willen meemaken. Daarnaast is het evident dat psychotherapie moet worden terugbetaald. Dat dat in slechts zeer beperkte mate gebeurt, is het gevolg van foute beleidskeuzes.”

Willems: “Er wordt in België veel te weinig samengewerkt in de eerstelijnszorg. Een huisarts werkt vaak alleen, of in een groepspraktijk met twee of drie collega’s. Zij hebben niet de mogelijkheden om een psycholoog of een maatschappelijk werker in het team op te nemen. In wijkgezondheidscentra kan dat wel: zij krijgen van de overheid een vast maandelijks bedrag per ingeschreven patiënt.”

15 procent van de Belgische bevolking heeft al met depressieve gevoelens gekampt, 10 procent met angststoornissen, en 30 procent heeft slaapproblemen.

Willems: “Dat zijn dramatische cijfers. Op het vlak van werkstress, grensoverschrijdend gedrag en pesten scoren we slecht, en we zijn grootverbruikers van slaapmedicatie.”

Arrazola: “Slaapproblemen zijn het gevolg van een combinatie van factoren. Stress is er één van, maar onderschat ook het belang van geluidsoverlast niet. Vlaanderen is zo dichtbebouwd dat er altijd wel ergens een snelweg ruist in de verte.”

De onderzoekers van Bloomberg brachten de goede score van Spanje ook in verband met de uitstekende eerstelijnszorg.

Annemans: “De zorg is er gratis, maar ik word liever hier ziek dan in Spanje, want de kwaliteit van de gezondheidszorg is beter bij ons. Het ideale scenario is: in Spanje geboren worden, opgroeien en oud worden, en naar België verkassen als je ziek wordt. (lacht)

Willems: “Dat betekent trouwens niet dat België het best presteert qua gezondheidszorg.”

Annemans: “Volgens een Zweedse studie staan we op de vijfde plaats in Europa. De zorg is meestal betaalbaar, de kwaliteit is goed en de wachtlijsten zijn kort, al zijn die de laatste jaren wel langer geworden.”

Arrazola: “De vraag is of dat erg is. Kan het kwaad om twee weken te wachten op een CT-scan?”

Willems: “Een slachtoffer van een verkeersongeval moet meteen onder de scanner, dat is duidelijk, maar geldt dat voor iedereen met een pijntje? Het is belangrijker dat je snel bij de huisarts terechtkunt.”

Onze gezondheidszorg is duur, maar we boeken wel goede resultaten.

Annemans: “Je hebt in België meer kans om kanker te krijgen dan in andere landen, maar als je kankerpatiënt bent, is de kans kleiner dat je eraan overlijdt. Om het met een boutade te zeggen: er is wellicht geen beter land dan België om kanker te krijgen. En dat geldt voor veel ziektes. We mogen ons systeem niet opgeven, we moeten het zelfs nog verbeteren, maar het toont nog maar eens dat we ons preventiebeleid moeten versterken. Net als de financiering.”

Willems: “De wijkgezondheidscentra krijgen per ingeschreven patiënt een vaste maandelijkse som: ze hebben er baat bij dat patiënten gezond blijven en niet vijf keer per maand langskomen, maar slechts één keer.”

Annemans: “Je kunt een hybride systeem bedenken, want zelfs bij de beste gezondheidspromotie en preventie zullen mensen ziek worden. Nu sturen ziekenhuizen patiënten soms naar huis om plaats te maken voor nieuwe patiënten en inkomsten. Maar als ze niet goed zijn hersteld, moeten ze binnen de maand opnieuw opgenomen worden en passeert het ziekenhuis weer langs de kassa. In sommige landen kan dat niet meer. Daar krijgen ziekenhuizen een vergoeding voor elke patiënt die ze behandelen, maar als die patiënt drie maanden later opnieuw binnen moet, krijgen ze geen extra vergoeding. Dat is een stimulans om mensen meteen goed te helpen.”

Marc Noppen van het UZ Brussel stelde het ooit scherp: ziekenhuizen zouden betaald moeten worden voor elke lége kamer.

Arrazola: “Heel juist.”

Annemans: “Ik zeg dat al jaren. Zorgverleners worden te weinig gemotiveerd om te voorkomen dat mensen ziek worden. Vijfhonderd jaar geleden werden dorpsdokters in China alleen betaald als de dorpelingen niet ziek waren. Misschien is dat een recept voor een betere volksgezondheid: doen zoals de Chinese dorpsdokter.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden