Woensdag 28/07/2021

De kanonnen van september

President Bush heeft de Verenigde Naties gisteren welsprekend, krachtig en laattijdig opgeroepen om Saddam Hoessein rekenschap te doen afleggen.

Er is maar één probleem: hij heeft geen bewijzen gegeven van een onmiddellijke dreiging, geen redenen waarom een invasie van Irak vandaag dringender zou zijn dan bijvoorbeeld in 2000, toen presidentskandidaat Bush Saddam de volle laag gaf, maar de kiezers niets over invasieplannen vertelde.

Maandenlang heeft de regering laten doorschemeren dat ze inlichtingen bezat over een nakende Iraakse dreiging en over banden met het terrorisme. Het was dan ook ontgoochelend om opnieuw te moeten horen dat Saddam een monster is, een man wiens bewind kinderen foltert voor de ogen van hun ouders. Dat is waar, maar dat was het tien jaar geleden ook.

Laten we het optreden van president Bush vergelijken met een legendarisch moment in de geschiedenis van de Verenigde Naties. Op 25 oktober 1962, tijdens de Cubaanse rakettencrisis, beschuldigde ambassadeur Adlai Stevenson de Sovjet-Unie van de installatie van lanceerbases op Cuba. De Russen en de Cubanen deden het af als een leugen, waarna Stevenson een ezel liet aanrukken en de vergadering uitvergrote foto's van de Cubaanse installaties toonde. Waar is vandaag het vergelijkbare bewijs van dringendheid?

De regering-Bush heeft zelf de parallel met de rakettencrisis getrokken en opgemerkt dat Kennedy overwoog om als eerste aan te vallen. Dat is waar. Maar de verschillen zijn belangrijker. Om te beginnen gebruikte Kennedy de schijnwerpers van de VN om specifieke, onweerlegbare bewijzen te geven van een dringende nieuwe dreiging, en uiteindelijk koos hij niet voor een invasie van Cuba maar voor een marineblokkade met internationale steun.

"Kennedy hield inderdaad rekening met een hele reeks alternatieven, met inbegrip van militaire aanvallen", vertelt Theodore Sorensen, een topadviseur van Kennedy tijdens de crisis. "Maar omdat hij wist dat onschuldige burgers zouden sterven en dat het internationale recht zou worden geschonden, wees hij die mogelijkheid van de hand."

President Kennedy besefte zeer goed dat oorlogen uit de hand kunnen lopen. Tijdens de crisis las hij Barbara Tuchmans Kanonnen van augustus. Sorensen herinnert zich dat Kennedy tegen zijn adviseurs zei dat hij niet wenste dat toekomstige generaties zich zouden afvragen hoe de rakettencrisis tot een oorlog was geëscaleerd en dat niemand een goed antwoord zou hebben.

In zijn toespraak van gisteren toonde president Bush een doortastendheid, vastberadenheid en zelfs welsprekendheid van het niveau van Kennedy. Maar de andere kwaliteiten van een staatsman waren afwezig: nederigheid over de gevaren van een misrekening, een passie om oorlog te voorkomen.

Graham Allison, een professor aan de Kennedy School of Government van de Universiteit van Harvard die een boek over de rakettencrisis heeft geschreven, merkt op dat Kennedy erop stond dat de raketten hoe dan ook van Cuba zouden verdwijnen. Eerst gebruikte hij echter diplomatie en een blokkade. Hij gaf de Russen de kans om zonder gezichtsverlies terug te krabbelen, redde op die manier levens en voorkwam een gevaarlijke duik in het onbekende.

Waarom zou ook vandaag een oorlog niet het laatste middel moeten zijn, in plaats van het eerste waar Bush naar grijpt? "De fundamentele vraag blijft onbeantwoord: waarom is een oorlog tegen Saddam beter dan het alternatief, hem afschrikken en beteugelen?", zegt professor Allison. "Je kunt het ermee eens zijn dat de man slecht is - dat is hij - en dat hij de resoluties van de VN heeft getrotseerd - dat heeft hij inderdaad gedaan -, maar tegelijkertijd de vraag stellen waarom wij hem niet kunnen aanpakken zoals Stalin, die ook slecht en gevaarlijk was en ook vals speelde." Een opeenvolging van presidenten heeft ervoor gekozen Stalin af te schrikken en te beteugelen in plaats van Rusland binnen te vallen en te bezetten, net zoals elke president tot op heden ervoor gekozen heeft Saddam af te schrikken en te beteugelen.

Voor hij een oorlog begint, moet Bush nog altijd twee zaken aantonen: ten eerste dat niets doen gevaarlijker is dan een invasie en een jarenlange bezetting van het land; ten tweede, dat afschrikking niet langer werkt om Saddam te beteugelen.

Hoe zou J.F.K. Irak hebben aangepakt? "Hij geloofde in de VN. Hij zou al het mogelijke hebben gedaan om VN-inspecteurs in het land te krijgen, met de macht van de VS als stok achter de deur", denkt Sorensen. Een dergelijke aanpak, met kordate internationale inspecties en de dreiging van geweld als laatste uitweg, zou ook de politieke gevolgen van een eventuele oorlog beperken. Jammer genoeg heeft president Bush nog altijd geen dwingende argumenten gegeven voor de koers waarop hij gefixeerd lijkt: onmiddellijke oorlog.

Nicholas D. Kristof is redacteur van The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234