Zondag 01/08/2021

De kameraad en het kapitaal

In de zaak van oud-minister Marc Galle liggen de begrippen 'socialist' en 'eenvoudige werkman' wel erg ver uit elkaar. Hoe particulier het geval-Galle ook is, het is natuurlijk wel een trend dat bemiddeld, zo niet rijk volk niet langer vies is van socialistische partijen, en omgekeerd. Nu al zijn de cross-overs tussen rode politici en bedrijfsleiders veel talrijker dan die tussen socialisten en vakbondsbonzen.

Het nieuwsbericht, begin deze week, zal menig kameraad met de ogen hebben doen knipperen. Marc Galle wilde een deel - niet eens zijn volledige - kunstcollectie veilen. Niet minder dan 140 loten moesten onder de hamer gaan, en daarbij schilderijen, grafieken en sculpturen van James Ensor, Félix De Boeck en Octave Landuyt. Helaas voor Galle en de galeriehouder ging de verkoop niet door. Een gerechtsdeurwaarder verhinderde dat, omdat Galle in een gerechtelijk dispuut is verwikkeld met de (schoon)familie van wijlen Marnix Gijsen, over nog eens een ander schilderij, van Magritte, en 2,5 miljoen euro.

Hoe komt een socialist aan zo'n kapitaal? Was de (B)SP niet de partij van 'kleine man'? Wel, van de kleine man, maar toch vooral voor hem. Dat is al zo van in het begin van het socialisme in Vlaanderen. In Gent, waar de Belgische Werklieden Partij haar vroegste machtsbasis uitbouwde, was de legendarische Edward Anseele sr. de patriarch. Reeds Anseele was geen proletariër. De beste beschrijving van die ambiguïteit, nota bene verenigd in de persoon van de meest legendarische Gentse socialist ooit, staat in Novecento in Gent van wijlen Guy Vanschoenbeek: "Men kan zich de vraag stellen in hoeverre hij sociaal-democraat was, a fortiori socialist. In een ander tijdperk zou Anseele allicht evengoed een politieke carrière hebben kunnen maken in een gedemocratiseerde liberale partij. Wie wel besefte dat er met Anseele voor de liberale partij talent verloren was gegaan, zelfs voor de bedrijfswereld, was Ernest Solvay, die hem in volle ernst voorstelde een van zijn bedrijven te runnen. Dat was wel het mooiste compliment dat Anseele kon krijgen."

Anseeles coöperatieve Vooruit, en de nadien failliet gegane Bank van de Arbeid, tonen wel aan via welke kanalen de eerste socialisten aan 'elitevorming' en 'netwerking' deden. Een eerste groep beheerde de socialistische organisaties, 'het apparaat', 'de zuil'. Tot vandaag zijn er socialistische topmensen aan het hoofd van de ziekenfondsen of verzekeraar P&V. Later traden socialisten tot Belgische regeringen toe en werden ze mee verantwoordelijk voor het bestuur van het land. En dat gebeurde steeds vaker via grote parastatalen als ASLK, RTT. Socialisten leverden 'bedrijfsleiders van de openbare sector'.

Niet alleen daar. Omdat de socialistische familie altijd begaan was met het beheersen van de sociaal-economische machtsfactoren, konden ze niet naast de privésector kijken. Vandaar dat er ook socialisten waren die toegang hadden/toegelaten werden tot de inner-circle van de haute finance. Het zijn uitzonderingen. Eén per generatie, zeg maar. Daarbij kan men niet voorbij aan Maurits Naessens (1908-1982), een ex-medewerker van Hendrik De Man, die net als zijn baas in de collaboratie terechtkwam. Naessens werd na de oorlog gestraft door de Ereraad van de Belgische Socialistische Partij: hij mocht geen officiële functies meer opnemen. Maar Naessens bleef wel partijlid. En hij stelde 'zijn diensten' ter beschikking, zoals dat heet.

En wat voor diensten. Al in 1947 is Maurits Naessens directeur bij de ASLK. In 1950 stapt hij over tot Paribas, die tot zijn afscheid in 1974 een grote expansie doormaakt. Socialist Naessens wordt door de belangrijkste bedrijfsleiders aanvaard als 'een van hen', hij krijgt belangrijke beheersmandaten, onder meer bij GM-Inno-BM, Intercom, Siemens, Copeba, Ibel , de holding van André Leysen. Socialist Naessens werd zelfs ondervoorzitter van het Vlaams Economisch Verbond, de meest antisocialistische van de patronale organisaties. Naessens was nochtans geen rouwdouw. Hij was ook beheerder van Stichting Ons Erfdeel, een organisatie met veel contacten in academische middens. Net zoals de socialistische partij, trouwens.

Omdat het socialisme altijd al intellectuele aantrekkingskracht had, waren er al snel 'rode professoren' in Gent en Brussel. Vader August en zoon Piet Vermeylen hoorden tot deze groep, twee academici die via een universitaire carrière in de politiek belandden. De Vermeylens waren socialistisch, zelfs van de radicale variant: zoon Piet begon als communist en bleef, zelfs als minister van Binnenlandse Zaken, sympathisant van de Sovjet-Unie. Ook dat is een constante: het is niet zo dat de 'rijke' socialisten automatisch tot de rechtervleugel horen.

Via deze weg komt ook Marc Galle (°1930) tot de (B)SP. Galle is de zoon van een spoorwegarbeider uit Denderleeuw. Hij mag in Gent 'Germaanse' studeren, geeft nadien les aan de Kadettenschool te Laken, en ontdekt in Brussel 'de Rode Leeuwen', de Vlaamse socialisten onder leiding van ex-minister Hendrik Fayat. Maar politiek is niet zijn enige biotoop. Hij blijft academische carrière maken, wordt zelfs een vroege BV omdat hij van 1965 tot 1977 dagelijks 'Taalwenken' gaf op de BRT. Marc Galle treedt toe tot de selecte literaire clubjes, raakt bevriend met Hubert Van Herreweghen, Maurice Roelants, zelfs Ernest Claes. Galle is ook de vriend van beeldende kunstenaars als Victor Gentils en Roger Raveel. Die laatste schildert speciaal voor Galle een doek met centraal de zin: 'Voor mijn vriend Marc'.

Marc Galle is geen man die een cadeau weigert dat hij 'krijgt', of op zijn minst aangereikt wordt. In een oud interview in Spectator in 1982 doet hij uit de doeken hoe hij die vriendschappen 'gebruikt' om het laatste dagboek van Frederik van Eeden te pakken te krijgen. Afgetroggeld van dichteres Magda Peeters, die het in haar kluis bewaarde. Galle: "Haar man was gestorven en haar heup was stuk. Ze kwam dus nooit meer boven, waar de kluis was. Dáár, tussen het stof en de boeken, heb ik het manuscript gevonden. Het zit nu in mijn kluis. Ik heb er een stukje uit voorgelezen voor Marnix Gijsen."

Ook schrijver Gijsen is een vriend van Galle. Marnix Gijsen, pseudoniem van Jan-Albert Goris, was voor de oorlog kabinetschef van belangrijke katholieke politici als Philippe Van Isacker en Frans Van Cauwelaert. Toch kwam ook hij in en latere fase van zijn leven terecht bij - jawel - de Rode Leeuwen. Intussen bleef Goris/Gijsen bevriend met, jawel, Maurits Naessens. Het duidt op parallelle circuits buiten de traditionele socialistische cenakels om, een netwerk waar persoonlijke vriendschappen belangrijk zijn, zelfs nuttig, gezien de belangrijke posities van de 'vrienden'. Zo ontstaat informele invloed.

Bij die Rode Leeuwen sluit bijvoorbeeld ook de jonge Karel Van Miert aan. Van Miert volgt eigenlijk de weg die ook Galle koos: zoon van een landbouwer uit de Kempen, maar slim en dus naar de universiteit. Aan de VUB blijkt Van Miert een briljant student. Hij kiest voor een politiek-maatschappelijke carrière, als stafmedewerker van Sicco Mansholt, de grondlegger van het Europees landbouwbeleid. En die half academische, half internationale carrière zal hij in de tweede helft van de jaren zeventig sturen naar het voorzitterschap van de (B)SP. Dat Karel Van Miert later de levenspartner wordt van Carla Galle, een nichtje van Marc, is overigens puur toeval. Minder toeval is dat Van Miert voor Marc Galle kiest als hij ministers moet aanduiden. Galle wordt onder meer 'gemeenschapsminister van ondergeschikte besturen en gesubsidieerde werken', volgens de titulatuur van die tijd.

Maar met de betere seigneurs doen zich ook dito manieren hun intrede. Toen Marc Galle minister in de tweede helft van de jaren tachtig Vlaams gemeenschapsminister van Binnenlandse Aangelegenheid werd, was Johan Delanghe zijn kabinetschef. Galle slaagt erin om na drie kwart jaar het hele budget 'werkingskosten kabinet' erdoor te jagen. Recepties, feestjes: de minister was een mondain man. Resultaat was dat er voor de rest van het jaar nog maar één auto ter beschikking was van het hele kabinet. En daarin werd de minister vervoerd, natuurlijk, terwijl Delanghe verplicht werd voor de rest van het jaar de trein te nemen. En als men de kabinetschef ergens zag binnenkomen vergezeld door een man die zeulde met dossiers, dan wist men dat ook zijn chauffeur zich aan de nieuwe situatie had moeten aanpassen.

Bij de nieuwe baas van Delanghe zou hem dat niet meer overkomen. In 1988 wordt hij kabinetschef van Willy Claes, vice-premier en minister van Economische Zaken. Delanghe wordt kabinetschef algemeen beleid en krijgt Herman Verwilst naast zich als kabinetschef economisch beleid. Met Verwilst belanden we bij de op een na laatste fase van de socialistische omgang met de financiële kringen, de socialisten die zullen kiezen voor de zakenwereld tout court.

Deels gaat het om weer een herhaling van het parcours van Galle en Van Miert. Eenvoudige komaf, maar hersenen te over. Herman Verwilst studeert in Gent en doceert vervolgens in de Verenigde Staten, waar hij ook werkt voor het Internationaal Muntfonds. De Universiteit van Gent biedt hem een leerstoel aan en het is met nadruk dat de SP hem in 1988 vraagt om kabinetschef van Willy Claes te worden. Claes is onder de indruk van knappe Verwilst, die hij ook op het kabinet blijft aanspreken als 'professor Verwilst'. Volgens sommigen zint dat Delanghe niet echt. Vandaar dat die zich graag blijft bemoeien met de 'heetste', en dus de belangrijkste dossiers, ook al zijn die economisch van aard. Zo zal Delanghe 'wel zorg dragen' voor Agusta. Een ander verhaal dat gaat, is dat Verwilst geen clearing kreeg van de Amerikanen om zich met gevoelige defensiedossiers in te laten: hij stond al sinds zijn studententijd gesignaleerd wegens zijn deelname aan anti-Vietnambetogingen. Toen al riskeerde Willy Claes niet graag een aanvaring met de Amerikanen. Wat ook de precieze reden is dat Herman Verwilst gesommeerd werd af te blijven van het Agustadossier, het is een van de gelukkigste beslissingen die hem ooit overkomen is. Claes en Delanghe verschenen voor Cassatie, hij niet, omdat hij nooit iets met Agusta te maken had.

Een minder gelukkige beslissing is om over te stappen naar de Senaat. Verwilst wordt in 1991 senator en droomt er eigenlijk van om ooit minister van Financiën te worden. Maar voor iemand die de macht en de werkwijze van een kabinetschef gewoon is, is de Senaat een afknapper.

Maar intussen zat de wereld niet stil. Waren de socialisten ooit bekwaam in het bevolken van parastatalen, dan was in de jaren negentig, na de val van de Muur, de tijd voorbij van het grote overheidsingrijpen in wat nu ineens 'commerciële sectoren' waren. De ASLK moet geprivatiseerd worden, een operatie waarvoor Herman Verwilst de geknipte man lijkt. Hij wordt voorzitter van het directiecomité van ASLK-bank. Daarvoor moeten eigen pionnen (zoals Eric Maes, oud-adjunct-kabinetschef van Freddy Willockx) een stap opzij zetten. Die operatie leidt dus binnen de socialistische technocraten tot 'menselijke gevoelens', zoals dat heet. Nochtans is deze nieuwe topbankier geen figuur van de klassieke rechterzijde. In Gent trad Verwilst toe tot het beschermcomité van vzw Trefpunt aan de Sint-Jacobsmarkt, vandaag de patronnageorganisatie van allerlei links-democratische projecten, zoals Attac van Eric Goeman.

Deze Herman Verwilst treedt toe tot het financiële establishment. Als ASLK wordt opgenomen in de nieuwe Nederlands-Belgische groep Fortis, gaat er een schok door zowel de financiële als de politieke wereld, wanneer Fortis een socialist benoemt tot een van zijn topmannen. Klassieke socialisten knarsetanden bij de opgang van Herman Verwilst. Maar ook in bepaalde financiële en economische kringen is er verwondering, om niet te zeggen tegenstand. De regel is: hoeveel te antisocialistischer, hoeveel te vijandelijker. Het giftigste portret van Herman Verwilst verschijnt in het economisch magazine Trends. Verwilst laat die heisa over zich heen gaan. Alleen pikt hij het verwijt niet dat hij de ASLK tegen een unfair prijsje doorverkocht zou hebben, om zich zo te verzekeren van een hoge functie. Financiële waarnemers wijzen erop dat als Verwilst zich daartoe had geleend, hij zeker niet door Fortis was binnengehaald, want dan had hij zich een deloyaal, onbetrouwbaar, zelfs onbekwaam bankier getoond. Het is pas als je indruk maakt op de financiële top, dat ze je ook erkennen, en aanvaarden. Verwilst had zijn ambitie verlegd van de politieke naar de bancaire sector. Is hij nog socialist? Volgens sp.a'ers 'staat hij ter beschikking' als hij daarom gevraagd wordt. Bovendien zijn er de talrijke vriendschapsbanden, vooral met Gentse socialisten.

Maar ook die 'socialisten' evolueren. Luc Van den Bossche leidt vandaag (het nu geprivatiseerde) Biac. En generatiegenoot Karel Van Miert zetelt in het bestuur van tal van ondernemingen, onder meer van De Persgroep. Twee verklaringen daarvoor. Eén: politici beginnen jonger aan hun loopbaan, maar mensen blijven langer actief. Er is dus een groeiende groep die na de politieke loopbaan de eigen expertise will blijven gebruiken. Valoriseren, in alle betekenissen van het woord. Er zullen dus steeds meer socialistische ex-politici emplooi vinden in het bedrijfsleven. Twee: sociaaldemocraten zetten zich niet meer af van de markt, maar omhelzen die, in de hoop en met de wil er sociale correcties aan te brengen. En dus zijn er topsocialisten die zich niet schamen om hun uitstekende contacten, zelfs vriendschappen, met belangrijke bedrijfsleiders: Johan Vande Lanotte schakelde zijn vriend Patrick De Maeseneer (Adecco) in om ten tijde van Sabena het zogenaamde Hotelakkoord rond te krijgen. Een beloftevol, relatief jong en zelfs 'links' socialist als Daan Schalck trekt onverwacht naar Ernst & Young.

Voor de politieke rekrutering van hun toppersoneel wenden de socialisten zich zelfs vlugger tot het bedrijfsleven dan tot klassieke organisaties als de vakbond of het ziekenfonds. Van de huidige sp.a-ministers is er niemand met een vakbonds- of ziekenfondsverleden. Steve Stevaert was zaakvoerder van tal van horecazaken, Patrick Janssens was eigenaar van VVL-BBDO. De nieuwe staatssecretaris Bruno Tuybens komt zelfs rechtstreeks van de KBC. In het buitenland is het niet anders, want Wouter Bos, de politieke leider van de Nederlandse PVDA, komt van Shell.

Zo snel gaat het. Herman Verwilst leidde en verkocht ASLK, en stapte nadien mee over naar Fortis. Bruno Tuybens was een kaderlid van de KBC die voor de sp.a kiest. Ook dat was vroeger niet waar, dat mensen van de Kredietbank zich in eigen kring hadden kunnen rechthouden met een BSP-lidkaart. Niet alleen haar politici, ook de sp.a zelf zijn zich stilaan bewust van hun marktwaarde.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234