Vrijdag 19/08/2022

De kameleon laat zich niet zomaar onthoofden

De poging om de Iraakse leider Saddam Hoessein en zijn dichte omgeving tijdens de eerste oorlogsnacht te vermoorden vormt het voorlopige hoogtepunt van een liquidatiecampagne die al begonnen is na de eerste Golfoorlog in 1991. Saddam heeft niet voor niets zijn bijnaam 'de kameleon' verdiend.

Brussel

Eigen berichtgeving

Maarten Rabaey

Tijdens de eerste aanvalsnacht probeerden de Amerikaanse militaire strategen Saddam Hoessein en zijn omgeving letterlijk een kopje kleiner te maken door mogelijke schuilplaatsen van hem en zijn elite, van wie de gegevens werden doorgespeeld door Iraakse spionnen die werken voor de CIA, te bestoken met kruisraketten en satellietgeleide bommen. Ook na het begin van het shock and awe-offensief, waarbij een bommentapijt zal worden gelegd over alle strategische Iraakse doelwitten, zal deze 'operatie onthoofding' doorgaan.

Naast de luchtbombardementen zullen ook gerichte grondoperaties worden uitgevoerd. Teams van Amerikaanse elite-eenheden zoals Delta Force staan klaar om Saddams presidentiële paleizen te bestormen. Ze hebben het marsbevel gekregen om Saddam, zijn zonen Qusay en Uday, en ook een twaalftal Iraakse leiders (de zogeheten 'dirty dozen') gevangen te nemen en desnoods om te brengen. "We verwachten dat we hem binnen een paar dagen zullen vermoorden", verklaarde een Amerikaanse functionaris aan de Britse krant The Independent. "Dat is waarvoor Delta de afgelopen maanden vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week voor getraind werd."

Het offensief vormt het voorlopige hoogtepunt van een liquidatiecampagne die al begonnen is in 1991. Toen ondertekende toenmalig president George Bush een formeel bevel waarmee de CIA het bevel kreeg om een geheime operatie op te zetten om 'de voorwaarden voor het ten val brengen van Saddam Hoessein te scheppen'. Maar vanaf toen tot vandaag slaagden hun spionnen daar niet in, omdat ze hun kernopdracht niet naar behoren wisten te vervullen: het verzamelen van betrouwbare inlichtingen over de verblijfplaats van de Iraakse leider.

Dat falen is grotendeels op rekening te schrijven van Saddam zelf, die niet voor niets een reputatie met bijnamen zoals 'de overlever' of 'de kameleon' heeft opgebouwd. Over zijn ontsnappingstalenten doen de wildste verhalen de ronde. Met meerdere verplaatsingen per dag ontsnapte Saddam al in de eerste Golfoorlog aan de 250 dagelijkse raketaanvallen op 'leiderschapsdoelwitten', een patroon waar hij sindsdien niet meer zou van afgeweken zijn. Alleen al in Bagdad zou hij beschikken over een uitgebreid netwerk van ondergrondse tunnels en bunkers. Hij laat zich beschermen door dertigduizend speciale veiligheidssoldaten. Naar schatting drie dubbelgangers, die plastische chirurgie ondergingen om op hem te lijken, nemen bovendien zijn plaats in als afleidingsmanoeuvre voor zijn binnen- en buitenlandse tegenstanders. Het enige waar de westerse inlichtingendiensten op kunnen hopen, is dat ze de signalen van zijn satelliettelefoons en gsm-toestellen kunnen traceren, of dat iemand uit zijn omgeving meewerkt aan een coup.

Saddam heeft daar het afgelopen jaar herhaaldelijk op ingespeeld. Met de regelmaat van de klok liet hij grote zuiveringen doorvoeren bij zijn bewakers, met als gevolg dat na verloop van tijd niemand het zich nog in zijn hoofd haalde om samen te zweren of zijn schuilplaats te verraden. Zo werden in de zomer van 1992 twee pantserbrigades van de Republikeinse Garde in verband gebracht met een complot om hem af te zetten. De plannen, als ze al bestonden, werden in de kiem gesmoord met een reeks executies. Zes officieren, onder wie twee brigadegeneraals, werden onmiddellijk vermoord en vierhonderd anderen werden gearresteerd.

Het jaar daarop kwam een ander plan aan het licht. Die keer was het plan om Saddam te vermoorden tijdens de jaarlijkse festiviteiten in juli ter ere van de Baath-revolutie. Weer werd de Republikeinse Garde verdacht en weer vonden executies plaats. Daarna vormde Saddam een speciale elite-eenheid, die enkel bestond uit manschappen die afkomstig waren uit Tikrit. Die Gouden Divisie smolt daarna samen met zijn lijfwachten en beschermt hem als de Organisatie voor Speciale Veiligheid (OSV) tot op vandaag. Zijn zoon Qusay kreeg een sleutelpositie in de OSV.

De constante dreiging van complotten, staatsgrepen en invasies zorgden er alleen maar voor dat Saddam en zijn OSV in de jaren negentig bloeddorstiger werden. In de zomer van 1995 werd bijvoorbeeld opnieuw een vermoedelijk complot aan het licht gebracht. Mohammed Madhloum, een luchtmachtcommandant, zou geprobeerd hebben een opstand te organiseren maar werd met zijn medestanders gearresteerd. Saddam liet ze martelen door hun vingers een voor een af te snijden. Daarna werden ze standrechtelijke doodgeschoten.

De paranoia van Saddam werd er nog groter door. Hij had zijn veiligheid al tot in het absurde geregeld maar halverwege de jaren negentig raakte hij er zo door geobsedeerd dat hij nauwelijks meer kon functioneren. Bijna al zijn tijd bracht hij door in het presidentieel paleis in Bagdad, wat uitgegroeid was tot een uitgestrekt complex van zo'n vierhonderd hectare met aan één zijde de natuurlijke bescherming van de Tigris, terwijl de andere zijden beschermd worden door een onder stroom staand hek, met om de vijftig meter wachttorens. Gewone Irakezen riskeerden een gevangenisstraf als ze het paleis naderden. Het paleis werd bewaakt door een verwarrend aantal veiligheidsdiensten, die behalve de bezoekers ook elkaar in de gaten moesten houden. Bezoekers die Saddam uitnodigde, kwamen het paleis binnen en verlieten het daarna weer in geblindeerde Mercedessen waarmee ze uren door de stad moesten rijden vooraleer ze Saddam te zien kregen op een onbekende bestemming. Pas na grondige fouillering, soms intiem, en het wassen van hun handen - Saddam vreest altijd vergiftigd te worden-, mochten ze hem, of een van zijn dubbelgangers, de hand schudden.

Zelfs dat weerhield zijn tegenstanders er niet van te blijven proberen hem te vermoorden. In 1996 ontsnapte hij nog maar eens aan een aanslag toen een jonge serveerster die zijn voedsel zou vergiftigen, op het laatste ogenblik bang werd en bekende. Saddam liet haar ogenblikkelijk afvoeren en doodschieten. Al haar medeplichtigen werden gefolterd en geëxecuteerd.

Het incident bracht de Britse inlichtingendienst MI6 op een idee. Ze kon de CIA overhalen een gelijkaardige moordpoging op het getouw te zetten, die gepaard zou gaan met een machtsovername door een Iraakse oppositiebeweging uit Londen, het Iraakse Nationaal Akkoord (Ina). Geleid door Ayad Allawi, een ex-lid van de Baath-partij die in de jaren zeventig was gevlucht na een ruzie met Saddam, beschikte deze beweging over heel wat hooggeplaatste contacten. Behalve geld en uitrusting kreeg het Ina de beschikking over moderne satellietcommunicatiesystemen, compleet met hightech coderingssystemen om afluisteren te verhinderen. Helaas voor het Ina viel een van zijn mensen in handen van Saddams OSV, die de man al aan snel aan het praten kregen. Zonder in te grijpen liet het OSV het Ina begaan tot ze het hele netwerk in kaart hadden gebracht.

Op 26 juni sloegen Saddams veiligheidsdiensten toe. In de eerste ronde werden 120 officieren gearresteerd, onder wie de leiders. De samenzweerders kwamen uit de Republikeinse Garde, de veiligheidsdienst Mukhabarat en opnieuw Saddams keuken. Twee koks werden gearresteerd die toegaven dat ze de Iraakse leider moesten vergiftigen. In totaal werden achthonderd mensen gearresteerd, van wie de meerderheid werd geëxecuteerd zonder enige vorm van proces.

Uitgelaten door het succes kon de Iraakse OSV het niet nalaten om de CIA te pesten, waarvan de verbindingsagenten in Jordanië wachtten op nieuws van de coup. In de ochtend van de arrestaties zond hun in beslag genomen communicatiesysteem een boodschap uit: 'We hebben al jullie mensen gearresteerd. Jullie kunnen net zo goed weer naar huis gaan.' Het complot was het uitgebreidste dat ooit werd beraamd. Hun mislukking sterkte de strategen van het Pentagon in de overtuiging dat alleen een militaire campagne de Iraakse leider nog kan onttronen. Toen George W. Bush president werd mochten ze aan de slag. De komende weken zal blijken wie zal winnen, deze haviken of opnieuw de kameleon.

Bron: Saddam, biografie van een dictator, Con Coughlin, 2002, Het Spectrum

Tot twee keer toe stond de CIA in de keuken van Saddam maar zijn paranoia voor aanslagen redde hem telkens weer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234