Donderdag 20/01/2022

De justitieassistent deed wat moest

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Zijn de voorwaardelijke invrijheidstelling en justitieassistenten ten onrechte kop van jut in het Luikse drama? Aline Bauwens en Sonja Snacken concluderen op basis van enkele bekende elementen uit het dossier-Amrani dat de justitieassistent deed wat moest. Bauwens is post-doctoraal onderzoeker criminologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Snacken is gewoon hoogleraar criminologie aan dezelfde universiteit.

PE Author

De dramatische gebeurtenissen in Luik hebben onze samenleving om begrijpelijke redenen diep geschokt. Het in het wilde weg doden van toevallig aanwezige mensen door Nordine Amrani doet onze meest fundamentele zekerheden wankelen. Dan wordt al snel naar schuldigen of verantwoordelijken gezocht: het feit dat de betrokkene vervroegd vrijgelaten werd, dat hij niet voldoende opgevolgd zou geweest zijn door de justitieassistent, dat er onvoldoende controle zou geweest zijn op zijn wapenbezit, enzovoort. In het vtm-nieuws op 13 december zegt Brice De Ruyver (veiligheidsexpert UGent) dat onderzoek snel zal uitwijzen of Nordine Amrani goed opgevolgd is geweest, waarop de nieuwslezer antwoordt: "Dat kan niet grondig genoeg geweest zijn, anders was dit niet gebeurd".

Natuurlijk moet er nagegaan worden wat er precies gebeurd is en welke lessen we er uit kunnen trekken. Maar er op voorhand van uit gaan dat het wel zal misgelopen zijn met de opvolging van de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) en dat justitieassistenten per definitie geen resultaten zouden boeken, doet afbreuk aan het professionele werk dat justitieassistenten dagelijks leveren en aan de goede resultaten die zij dikwijls bereiken, maar waar men zelden iets over hoort in de media. Wat zijn de objectieve gegevens betreffende de opvolging in deze dramatische gebeurtenis?

Nordine Amrani wordt op 16 oktober 2007 voor een gevangenisstraf van vijf jaar opgesloten in de gevangenis wegens drugshandel. Het einde van zijn gevangenisstraf is voorzien op 27 september 2012. Voor de wapenhandel wordt hij, wegens technische problemen inzake de verandering van de wapenwetgeving, door het Hof van Beroep vrijgesproken in 2009. Op 4 augustus 2010 komt Amrani wettelijk in aanmerking voor een VI. De strafuitvoeringsrechtbank kent die toe op 5 oktober 2010. Vanaf dan staan een justitieassistent en de politiediensten in voor de opvolging van de opgelegde voorwaarden. Gezien de minimumtermijn voor opvolging van een VI voor een straf van vijf jaar twee jaar bedraagt, staat Amrani tot 7 oktober 2012 onder begeleiding en controle.

Inzage in zijn dossier, aangelegd door de justitieassistent, leert ons dat Amrani elf voorwaarden opgelegd kreeg toen hij vervroegd werd vrijgelaten: drie algemene en acht geïndividualiseerde voorwaarden.

De drie algemene voorwaarden zijn van toepassing op iedere veroordeelde die onder VI vrijkomt: (1) geen nieuwe strafbare feiten plegen, (2) een vast adres hebben en elke adreswijziging onmiddellijk melden aan het Openbaar Ministerie en aan de justitieassistent, (3) ingaan op alle uitnodigingen van het Openbaar Ministerie en de justitieassistent.

De geïndividualiseerde voorwaarden verschillen per veroordeelde en zijn afhankelijk van de gepleegde strafbare feiten, zijn persoonlijkheid en recidiverisico. Aangezien Amrani veroordeeld was voor drugsfeiten en niet voor wapenbezit, hebben deze voorwaarden vooral te maken met algemene re-integratie en met drugs en het drugsmilieu: (1) goed meewerken aan de daderbegeleiding; (2) werken en hiervan bewijzen kunnen aantonen; en indien hij zijn werk zou verliezen, de verplichting om actief werk te zoeken en vormingen te volgen in functie van de tewerkstelling (aan te tonen met bewijsmateriaal); (3) een inkomstenbewijs leveren; (4) terugbetaling van de burgerlijke partijen, in verhouding tot zijn inkomsten; (5) het verder zetten van zijn psychosociale begeleiding; (6) geen contact hebben met veroordeelden, gedetineerden, ex-gedetineerden of mededaders; (7) geen gebruik van alcohol of verdovende middelen en indien gevraagd attesten van dit engagement leveren (uitslag van urinetesten); (8) geen contact hebben met het drugsmilieu.

De justitieassistent houdt toezicht op en biedt hulp bij de naleving van alle voorwaarden. De verbodsvoorwaarden (algemene voorwaarde 1, geïndividualiseerde voorwaarden 6, 7, 8) worden mee opgevolgd door de politiediensten. De frequentie van de gesprekken van een justitieassistent met een voorwaardelijk in vrijheidgestelde ligt vast op één maal per maand, tenzij de justitieassistent meer contacten nodig acht. In het dossier van Amrani had de justitieassistent zeventien contacten op veertien maanden. Het dossier toont aan dat Amrani zich aan de opgelegde voorwaarden hield.

Nulrisico
Justitieassistenten mogen wettelijk gezien geen huiszoekingen doen en kunnen slechts optreden binnen de voorwaarden die door de strafuitvoeringsrechtbank opgelegd werden. Geen enkele voorwaarde had betrekking op wapenbezit of wapenhandel, en dit kon de justitieassistent dus niet controleren. Huisbezoeken gebeuren bovendien steeds minder door de hoge werklast van de assistenten.

De controle op de VI ligt bij het Openbaar Ministerie, die zich steunt op de rapportering door de justitieassistent en op elementen die de politiediensten aanreiken. Voor zover wij kunnen vaststellen is de opvolging door de justitieassistent goed is gebeurd. Wij moeten ons wel bewust zijn dat een nulrisico niet bestaat, alle inspanningen van justitieassistenten ten spijt.

Bovendien, zonder VI zou Amrani op 27 september 2012 toch vrij gekomen zijn, zonder enige vorm van controle. Niets garandeert ons dat deze dramatische gebeurtenis dan niet was voorgevallen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234