Donderdag 24/06/2021

analyse

De juridische rode lijn: Heeft Obama geen VN-resolutie nodig voor de strijd tegen IS?

President Obama gisteren in Washington bij de herdenking van de aanslagen van 11 september 2001. Beeld AFP
President Obama gisteren in Washington bij de herdenking van de aanslagen van 11 september 2001.Beeld AFP

Met zijn besluit de terroristen van Islamitische Staat niet alleen in Irak te gaan aanvallen maar tevens in Syrië, heeft president Barack Obama nóg een grens overschreden: een juridische. Voor luchtaanvallen op Syrisch grondgebied ontbreekt immers een volkenrechtelijk mandaat.

Moskou sprak daarom gisteren van "een daad van agressie en een flagrante schending van het internationaal recht". Dat kan niet worden afgedaan als anti-westerse grootspraak. Ook de Franse regering liet weten zich te beperken tot steun aan de operaties in Irak, omdat voor militaire actie in Syrië een resolutie van de Veiligheidsraad nodig is.

Om precies die reden - het ontbreken van een VN-resolutie - veroordeelde Parijs in 2003 de Amerikaans-Britse inval in Irak. Amerika doopte french fries hatelijk om tot freedom fries, maar de geschiedenis heeft de Fransen gelijk gegeven. De regering-Balkenende sprong op de bagagedrager van George Bush en Tony Blair met 'politieke' steun voor hun optreden, en werd daarvoor zeven jaar later door de commissie-Davids op de vingers getikt: een adequaat volkenrechtelijk mandaat had ontbroken.

En nu? Opnieuw een Amerikaanse aanval op een Arabisch land, en opnieuw zonder resolutie van de Veiligheidsraad. Het verschil is dat de meeste Nederlandse partijen die indertijd het Amerikaanse optreden afkeurden, woensdag in de Tweede Kamer stonden te trappelen om mee te mogen doen in Irak. Maar toen beseften ze niet dat ook Syrië in het pakket zou zitten. Obama had nog niet gesproken.

Het wrange is dat 3,5 jaar lang, terwijl het dodental in Syrië opliep naar bijna 200.000, de onmogelijkheid van een internationaalrechtelijk mandaat (in de vorm van een VN-resolutie) werd gepresenteerd als het finale argument voor niet-ingrijpen in de Syrische burgeroorlog. Het Westen heeft iets uit te leggen.

Juridische rechtvaardiging
In zijn toespraak gisteren valt te proeven dat Obama daar al mee begonnen is. Impliciet werkt hij aan een juridische rechtvaardiging, ook al is hij zo wijs die kwestie niet expliciet te benoemen. Hij zegt "terroristen te zullen opjagen die ons land bedreigen, waar ze ook zijn. Dat betekent dat ik niet zal aarzelen actie te ondernemen tegen ISIL (Islamitische Staat in Irak en de Levant, red.) in Syrië evengoed als in Irak". Het internationaal recht heeft daar een woord voor: zelfverdediging.

Voor wat betreft de gevechtshandelingen op Iraaks grondgebied is instemming van de Veiligheidsraad - anders dan in 2003 - niet nodig. Het gewapend optreden van de Amerikanen tegen IS vindt plaats op verzoek van de Iraakse regering. Het staat Bagdad vrij andere landen om steun te vragen.

Voor de strijd in Syrië ligt dat anders. Maar hoewel een resolutie van de Veiligheidsraad had kunnen zorgen voor een breder draagvlak en twijfels over de rechtmatigheid zou hebben voorkomen, heeft de regering-Obama ervoor gekozen de VN-route niet te bewandelen. Een grote rol daarbij speelde ongetwijfeld de vrees voor een Russisch njet: Rusland heeft vetorecht. Rusland en het Westen hebben in Syrië tegengestelde belangen; de een steunt Assad, de ander wil van hem af. Moskou blokkeert al 3,5 jaar lang elk gesprek over militaire interventie in Syrië.

Dat de luchtacties niet tegen Assad gericht zijn maar tegen IS, zou de Russen mogelijk niet gerustgesteld hebben. Zij zijn extra achterdochtig geworden door het Libië-trauma van 2011, toen een VN-resolutie door het Westen in hun ogen werd misbruikt door haar maximaal op te rekken. Bovendien heeft de crisis in Oekraïne de betrekkingen tussen Moskou en het Westen afgekoeld tot onder het vriespunt.

Een strijder van de Nureddine al-Zinki-eenheid, een gematigde factie van de Syrische oppositie, in de buurt van Aleppo. Beeld AFP
Een strijder van de Nureddine al-Zinki-eenheid, een gematigde factie van de Syrische oppositie, in de buurt van Aleppo.Beeld AFP

Gezamenlijke vijand
Anderzijds worden de extremisten van IS ook door Moskou verafschuwd. De jihadisten zijn een gezamenlijke vijand van het Westen, Rusland en zelfs Iran. De door de Amerikanen uit de grond gestampte coalitie lijkt zo breed te worden, met Arabische landen en al, dat president Poetin het wellicht betreurt in z'n eentje buiten de groep te staan.

Dat de Russen bereid zijn de handen ineen te slaan tegen het extremisme, ook in VN-verband, hebben ze al bewezen. Zonder dat de wereld daar veel acht op sloeg, nam de Veiligheidsraad op 15 augustus een resolutie aan waarin landen worden verplicht jihadisme en het fenomeen van de jihadreizen hard aan te pakken. De resolutie werd zelfs aangenomen onder Hoofdstuk VII van het VN-handvest, wat betekent dat ze dwingende werking heeft.

Volgens persbureau Reuters hebben de VS een tweede, nog scherpere resolutie over het jihadisme opgesteld (hoewel zonder autorisatie voor militaire interventie). Obama zou die willen indienen als hij op 24 september een speciale zitting van de V-raad over jihadisme voorzit. Dan zal blijken wat hij nog kan herstellen van de diplomatieke schade die is aangericht door het besluit de luchtacties niet te beperken tot het Iraakse deel van het kalifaat.

Strijders van IS in Raqqa in Syrië op archiefbeeld. Beeld AP
Strijders van IS in Raqqa in Syrië op archiefbeeld.Beeld AP
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234